Kerkdienst vanuit de woonkamer

'Bij poging twee ruik ik een brandlucht'

Corien Oranje

Het heeft zo z’n voordelen om te kerken in een middelbare school. Er zijn meer dan genoeg lokalen voor crèches, kindernevendienstgroepen, de jeugdkerk of wat voor kerkdienstvermijdende activiteiten je ook maar kunt bedenken.

Maar nadelen zijn er ook. Elke zondag moet de aula verbouwd worden tot kerkzaal: de stoelenzetters slepen met tafels en stoelen, de koster van de week verbouwt het podium tot liturgisch centrum, het geluidsteam haalt zware apparatuur uit de krochten van het gebouw, en na afloop moet alles met vereende krachten weer terug worden gebracht in de oorspronkelijke staat.

Een extra, onvoorzien nadeel is dat een school ook kan sluiten. En dat de kerkdiensten dan thuis opgenomen moeten worden. Bij ons thuis dus. Met de telefoon op een statief. Met Dick, mijn echtgenoot, als televisiedominee, ik als regisseur en camera-, licht- en geluidsvrouw en zoon nr. 1 als video-editor.

Op vrijdag, Dicks vrije dag, verbouwen we de huiskamer tot studio. De lampen trekken we met touwen en knijpers uit beeld, ik zet bloemen neer, steek de kaars aan, controleer het beeld. Wacht, de bloemen moeten dichter bij de kaars, anders komen ze er niet op. Mijn man, in overhemd en colbertje boven zijn spijkerbroek en sloffen, kijkt vriendelijk in de camera. De ringlamp schittert in zijn brillenglazen, en achter hem doemen tegen de muur groteske schaduwen op. “Goeiemorgen allemaal,” zegt hij. “We beginnen deze dienst in de verwachting dat… Nee. Ik wilde iets anders zeggen.”

Bij poging twee ruik ik een brandlucht. De bloemen staan iets te dicht bij de kaars, en de onderste blaadjes smeulen. Bij poging drie besluit het koffiezetapparaat zichzelf gorgelend en sissend te reinigen. Bij poging vier begint de wasmachine te piepen.

Als de dienst erop staat, heb ik zeventien verschillende filmfragmenten, waarvan dertien mislukte. Ik gooi ze zonder pardon van mijn mobiel, en verwijder ze om alle verwarring te voorkomen ook maar meteen uit de prullenbak.

Op zaterdag gaan echtgenoot en zoon nr. 1 samen monteren, terwijl ik mijn tien kilometer ren. Als ik terugkom, staat de dienst erop. We hebben eindelijk weekend. “Alleen hebben we geen votum en groet,” zegt Dick. “Die had je weggegooid.”

Geschreven door:

Corien Oranje

Auteur

Tip voor de redactie?

Of heb je een foutje gezien? Mail ons