Je kunt ook te snel opstappen

Blog van Tijs van den Brink

Lodewijk Asscher

Opnieuw stapt er een politiek leider op, zonder dat hij daartoe wordt gedwongen. Op de dag dat ik deze column schrijf, heeft PvdA-leider Lodewijk Asscher laten weten dat hij niet terugkeert in de Tweede Kamer – en dus ook geen lijsttrekker is voor zijn partij bij de komende verkiezingen.

Aanleiding is het gedoe binnen de PvdA over zijn rol in de kinderopvangtoeslagaffaire. Hij was in het vorige kabinet minister van Sociale Zaken en in die hoedanigheid mede-verantwoordelijk voor de onbarmhartig harde aanpak van ouders die werden verdacht van fraude – meestal ten onrechte. In december bood Asscher zijn excuses daarvoor aan. Hij vindt dat hij te weinig heeft doorgevraagd wat ‘zijn’ wetgeving voor gevolgen kon hebben, schreef hij toen.

En nu is hij weg. Net als Hugo de Jonge een paar weken geleden bij het CDA. Die vond dat hij zijn verantwoordelijkheid als coronaminister niet langer kon combineren met zijn rol als partijleider. Als coronabestrijder trok hij extra vuur aan, omdat collega-politici hem als CDA-leider wilden beschadigen, in de hoop daar zelf beter van te worden.

Natuurlijk, er klonk gemor in zowel de PvdA als het CDA over het optreden van Asscher en De Jonge. Maar in beide gevallen was het nog lang niet zover dat de partij het vertrouwen in deze mannen op grote schaal had verloren. Beiden namen zelf de beslissing om te gaan. In het belang van partij, zeiden ze allebei.

Soms moet je knokken

Ik heb geen reden aan die motivatie te twijfelen. Beide mannen zijn in hart en nieren vertegenwoordigers van hun partij. En het is natuurlijk hartstikke nobel om niet eindeloos aan je positie vast te houden. Wat ik lastig vind, is dat Asscher (en in mindere mate De Jonge) niet opstapt omdat hij in zijn eigen ogen iets verschrikkelijk verkeerd heeft gedaan. Opstappen vanwege de kinderopvangtoeslagaffaire bijvoorbeeld, lijkt me terecht. Maar dat is hier niet het geval. Dan was Asscher immers in december al opgestapt. Asscher (en De Jonge) stappen op omdat ‘de discussie over hun rol’ hun functioneren als partijleider in de weg staat.

Op zichzelf heel legitiem. Maar toch: soms moet je knokken. Soms gaat het niet vanzelf. Soms heb je tegenwind. Soms moet je niks aantrekken van muitende partijgenoten, die misschien niet eens zuivere motieven hebben. Soms moet je zeggen: ‘Ik ben gekozen mensen, even aan de kant. Geef me de kans mijn mandaat waar te maken. Na de verkiezingen spreken we elkaar weer.’

Beeld: ANP

Tip voor de redactie?

Of heb je een foutje gezien? Mail ons