Het loopt niet zo lekker tussen broers en zussen in de Bijbel

Broedermoord, incest, eerwraak - wat moeten we ermee?

De Bijbel staat vol verhalen over broers en zussen, maar dat zijn niet bepaald de mooiste bladzijden. Broedermoord, incest, eerwraak: Gods Woord kent het allemaal.

Wie iets wil leren van de broers en zussen die in de Bijbel voorkomen, moet even de tijd nemen. Want wat wil een broedermoord op bijna de eerste bladzijde je vertellen? En wat moet je met het huishouden van Jacob of van David? Jaloezie, haat, nijd, pijn en verdriet – waar brengt het ons?

Groot nageslacht

Adam en Eva zijn na de zondeval nog maar net uit het paradijs verdreven of een dodelijk drama dient zich aan. Een broedermoord tussen hun zoons: Kaïn doodt Abel, omdat God Abels offer wél opmerkt, maar op Kaïn niet let. Ondanks Gods vervloeking krijgt Kaïn een bepaald teken ter bescherming – wat zou dat toch geweest zijn? – én een groot nageslacht (Genesis 4:15-22).

Het eerstvolgende gezin dat we in Genesis ontmoeten, zijn Kaïns nazaten: Jabal, Jubal, Tubal-Kaïn en zus Naäma. Zij doen allemaal lekker hun eigen ding met tenten, muziek, brons of ijzer. Ondertussen wordt bij Adam en Eva nog een nakomertje geboren: Set. De broer die het allemaal goed moest gaan doen? Hij leek in ieder geval sprekend op zijn vader (Genesis 5:3).

Eigen karakters

De ene generatie volgt de andere op, en daar lijkt het in Genesis vooral om te gaan. Vader op zoon, vader op zoon. Pas bij Noach krijgen we weer broers te zien: Sem, Cham en Jafet. Samen met hun ouders en vrouwen gaan ze aan boord van de ark om met zijn achten de mensheid voort te zetten. Ook deze broers blijken elk een eigen karakter te hebben. Geen twee of drie druppels water, maar zelfstandige individuen die eigen keuzes maken.

Cham is van de gossip. Hij ziet zijn vader naakt en dronken in zijn tent liggen en seint meteen zijn broers in. Sem en Jafet zijn discreter en bedekken hun vader met een mantel, zonder zijn naakte lijf te zien. Dat Sem als oudste wellicht het voortouw heeft genomen om het zo op te lossen, levert hem een flinke zegen van Noach op. En zijn broers? ‘Knecht van Sem zal Kanaän (Cham dus) zijn. Moge God ruimte geven aan Jafet, hem laten wonen in de tenten van Sem’ (Gen. 9:26-27).

Niet zo lekker

Beeld: Jedi Noordegraaf

De broertjes Ismaël en Isaak en een generatie later Jacob en Esau gaan ook niet zo lekker met elkaar. Ismaël lacht de veel jongere Isaak ‘spottend’ uit, waarna hij met zijn moeder door zijn vader Abraham wordt weggestuurd. Esau dreigt Jakob te vermoorden nadat Jakob hem het eerstgeboorterecht en de zegen heeft afgepakt. Ook deze vier mannen vallen in de Bijbelse geschiedenissen vooral op door hun eigen karakter. Ismaël, de snelle, een geoefend boogschutter. Isaak, de zachtaardige, een herdersvorst die gehoorzaam trouwt met Rebekka, bidt om kinderen en geen noemenswaardige steken laat vallen. Esau, net als zijn half-oom een gejaagd type, opvliegend, een vechtersbaas. En Jakob, de bedrieger die door zijn oom, zijn lievelingsvrouw én door tien van zijn twaalf zoons bedrogen wordt.

Over geen enkel gezin is in de Bijbel zo veel geschreven en nagedacht als over dat van Jakob. In de zegen die zij in Genesis 49 meekrijgen, zie je precies met wat voor karakter de twaalf zoons van de aardsvader behept zijn. En je kunt je vervolgens voorstellen hoe dat gebotst moet hebben bij de familie Israël. Om maar even wat te noemen: ‘Simeon en Levi zijn altijd samen, zij beramen niets dan geweld.’ En: ‘Dan, hij is een slang op de weg, een adder op het pad.’ Of: ‘Benjamin, een verscheurende wolf; ’s morgens verslindt hij zijn prooi, ’s avonds verdeelt hij de buit.’

Eerwraak 2.0

Het geweld waar Jakob het in deze zegen over heeft, verwijst naar de geschiedenis van zijn dochter Dina met prins Sichem. Een staaltje bedrog – het zal weer eens niet – met een fatale afloop. Het is bizar, maar nadat Dina verkracht was door Sichem, begint deze Kanaänitische prins over huwelijksonderhandelingen met de familie van Jakob. ‘Dat wordt lastig,’ antwoorden de zonen van Jakob, ‘want jullie zijn niet besneden.’ Geen punt, meent Sichem, en hij besluit met zijn vader dat alle mannen uit hun stad besneden moeten worden. Op de derde dag, toen ze daar een beetje koortsig van waren, vielen Simeon en Levi (volle broers van Dina) aan en vermoordden ze alle mannen in de stad. Eerwraak 2.0.

Een ander groot gezin in het Oude Testament is dat van koning David. Door huwelijken met verschillende vrouwen zijn de kinderen vaak halfbroers en
-zussen van elkaar, en dat levert al snel de nodige jaloezie op. Het verhaal van Absalom die koning wilde worden, kennen we allemaal. Maar dat van zijn zus Tamar en hun halfbroer Amnon is te gruwelijk om op de basisschool of in een kinderkerk te vertellen (2 Samuël 13:1-22). Nadat Amnon zijn halfzus Tamar verkracht heeft, wacht Absalom op een geschikt moment om wraak te nemen, met Amnons dood tot gevolg.

‘Misschien gezondigd’

Echt een mooi voorbeeld van hoe broers en zussen met elkaar om horen te gaan, is moeilijk te vinden in de Bijbel. Misschien komen de kinderen van Job nog het dichtst in de buurt van het ideale plaatje. Ze vierden samen feest en aten met elkaar. Maar ook voor hen brengt hun vader offers. ‘Want hij dacht bij zichzelf: misschien hebben mijn kinderen wel gezondigd en God in hun hart vervloekt.’

Er is dus haast altijd wel rivaliteit, ruzie, gedoe. Zelfs Jezus’ broers geloofden aanvankelijk niet in Hem – wat in ieder geval iets laat zien van een afstand tussen Jezus en hen. Pas na zijn dood raken de broers op Jezus’ werk betrokken en leidt een van hen, Jakobus, uiteindelijk de gemeente in Jeruzalem.

Er valt nog veel meer te zeggen over familie en broederschap, maar in Matteüs 12:46-50 geeft Jezus het duidelijkst aan waar het in het familieleven écht om draait. ‘Ieder die de wil van mijn Vader in de hemel doet, is mijn broer, zuster en moeder.’ Saillant detail: Jezus zegt dit terwijl Zijn moeder en broers buiten op Hem staan te wachten en vragen of ze Hem even kunnen spreken.
Juist die misschien wat koud en afstandelijk klinkende opmerking zet de knop om tussen broers en zussen. Voor mensen in Jezus’ dagen waren bloedbanden en afkomst van groot belang. Familie-eer, gemeenschap vormen – het draaide allemaal om het ‘wij’. Maar Jezus wijst op een groter ‘wij’, de gemeenschap die Hij wil vormen. Er komt volgens Hem pas ontspanning in de familiebanden als je Gods wil doet. En broers en zussen? Die krijg je er dan gratis bij.

Beeld: Jedi Noordegraaf

Tip voor de redactie?

Of heb je een foutje gezien? Mail ons