Psalmen voor Nu-muzikant Sergej Visser over zijn geloofsopvoeding

‘Echte antwoorden zijn bijna net zo groot als God Zelf’

Een mengeling van christelijke tradities stroomt door de aderen van Sergej Visser. De muzikant en bandleider van Psalmen voor Nu heeft protestantse, rooms-katholieke en Russisch-orthodoxe geloofswortels. “Het onwrikbare vertrouwen van mijn ouders in elkaar en in God heeft me gevormd.”

“Een jas, een tweede huid,” zo omschrijft Sergej Visser het geloof dat hij van huis uit meekreeg. “Zingen, bidden, naar de kerk gaan, het hoorde er allemaal bij. Ik herinner me de Eerste Kerstdag nog goed waarop mijn jongste zusje – ik ben de oudste van vier – ter wereld kwam. Ik was toen zes jaar. Mijn vader stond erop dat we haar meteen zagen, terwijl ze nog aan de navelstreng vastzat. Daarna gingen we volgens mij gewoon naar de kerk. Dat tekent hoe de kerk en het geloof erbij hoorden.”

Russische landadel

Met een Friese-Nederlandse vader en een Russisch-Duits-Joegoslavische moeder werd Sergej als vanzelf ondergedompeld in verschillende christelijke tradities: de protestantse van zijn vader, de Russisch-orthodoxe van zijn opa van moederskant en de rooms-katholieke van zijn moeders moeder. “Mijn opa was van Russische landadel. Toen de Sovjets in 1920 aan de macht kwamen, raakten zij al hun bezittingen kwijt en vertrokken ze vervolgens naar Turkije. Mijn oma’s familie had Düsseldorf en Belgrado. Zij zijn in 1933, toen Hitler aan de macht kwam, uit Duitsland vertrokken. M’n overgrootvader had een vooruitziende blik.”

“Mijn vader komt uit een familie van Zuiderzeevissers,” vervolgt Sergej als in één adem. “Maar mijn opa was niet zo geschikt voor dat zware werk. Hersens had hij genoeg, daarom studeerde hij aan het baptistenseminarium en zo werd hij predikant in een baptistengemeente in Amsterdam. Een radicale baptist! Echt iemand van: je doopt alleen volwassenen en alleen door onderdompeling, anders telt het niet.”

Ik zing met hart en ziel of ik houd mijn mond

Intense muziek

Sergejs moeder, Natalija Martinov (lange tijd hoofd documentaires bij de EO), bracht de muzikaliteit in het gezin. Iets waar zijn vader graag zingend bij aanhaakte. “We zongen liederen uit allerlei tradities en vaak meerstemmig.” En dat doet Sergej nog steeds, met zijn vrouw Christine en hun zeven kinderen. “Liederen van Taizé, negrospirituals, en als de kinderen wat ouder zijn – de oudste is nu 14 en de jongste is een baby van een half jaar – gaan we Russisch-orthodoxe liederen zingen. Die Russische gezangen zijn heel intens en emotioneel.”

Waar voel jij je nu het meeste thuis met zo’n bijzondere geloofserfenis?
“Daar raak je aan een lastig punt. In de Ngk in Amersfoort, waar we lid van zijn, heb ik het goed naar mijn zin. De oudste kinderen vervelen zich er echter, ze voelen zich er vooral thuis als ze iets mogen doen in de kerk. Nu we tijdelijk in Soest wonen – we wachten op een nieuwbouwhuis in Baarn – kijken we wat rond. De kinderen gaan naar de kinderclub van een evangeliegemeente, maar qua preek en liedcultuur voel ik me daar niet zo thuis. Ik zie mijn kinderen dezelfde dingen meemaken als ik vroeger, en ik vind het prima dat ze zo hun weg zoeken.
Onlangs ontmoette ik een vriend uit mijn tienertijd. Hij zei: ‘Je bent dezelfde Sergej, maar toch ook anders. Minder dogmatisch.’ Op mijn 18e dacht ik inderdaad meer zwart-wit. Aan Gods bestaan twijfelde ik niet, omdat ik er eenvoudigweg niet onderuit kon. Ik had deze simpele, vierdelige redenering: óf God bestaat en ik geloof in Hem. Dat is best een goed idee, want ik zie mensen om me heen die er beter van worden. Óf Hij bestaat niet en ik doe er niks aan. Dan eindigt het met de dood. Word je daar beter van? Ik werkte destijds in de horeca en zag er mensen niet bepaald gelukkiger van worden. Óf God bestaat niet en je doet er wel wat aan. Dan ben je, durschnittlich, nog steeds een gelukkiger mens. Óf God bestaat en je doet er niets aan. Dat is zund, want dan kom je er aan het einde pas achter.” 

Complexe gezinssituatie

Wat heeft je het meest gevormd op je geloofsweg?
“Het onwrikbare vertrouwen van mijn ouders in elkaar en in God. En hun grote gastvrijheid. Ondanks een complexe gezinssituatie – mijn broertje was autistisch en gedragsgestoord – stond de deur altijd open voor mensen die alleen waren. Sommigen kwamen zo vaak dat ze een onderdeel van het gezin vormden.
En de muziek natuurlijk. Ik denk dan met name aan die twaalf jaar dat ik me met zo’n 25 anderen onderdompelde in de Psalmen voor het project Psalmen voor Nu. Die tijd heeft mijn blik op God veranderd en verrijkt.”

Je zingt die Psalmen ook heel intens hè?
“Ik kan niet anders. Ik zing met hart en ziel of ik houd mijn mond. Muziek moet je niet vermaken, het moet je raken. Daarom zoek ik dus graag het randje op, qua emotie. Dat vind ik beter dan het dood te oefenen. En als ik over het randje val, omdat de teksten zo heftig zijn, dan heb ik dat liever dan dat ik het met droge ogen uitzing of uitzit.”

Wat zie je in Jezus?
“Jezus is het ultieme voorbeeld van nederigheid, van wat God met je wil. Zonder iets af te doen aan wat er in de Bijbel staat, kan ik toch niet zo veel met de verzoenings- en verlossingsleer. Dat steeds maar recyclen van: ‘Jezus is voor ons gestorven.’ Dat zegt mij niks. Waarom moest Hij dood? Ik weet het niet. Het is zo’n mysterie dat je het niet in die ene zin kunt vangen.”

Maar Pasen is in de Orthodoxe Kerk toch een heel groot feest?
“Enorm! Jarenlang heb ik het orthodoxe gebruik van vasten in de lijdenstijd gevolgd. Alle luxe eruit, niet eten op woensdag en vrijdag en als het even kan de drie dagen voor Pasen helemaal niet meer eten. Dan sterft je lichaam met Christus mee en staat het op de Paasochtend weer op. Die ervaring maakt de letter van het verhaal veel tastbaarder, veel intenser.”

We moeten platitudes vermijden als het over God gaat

Kortom, je gebruikt liever geen woorden.
“Ik gebruik graag woorden, maar die schieten vaak tekort. In poëzie kun je al meer diepte kwijt. Ik denk dat Pasen een ijkpunt in de geschiedenis vormt, maar ik vind de standaardantwoorden te makkelijk. We moeten platitudes vermijden als het over God gaat. Dat probeerden we ook te doen met Psalmen voor Nu. Daarom was een psalm soms pas klaar bij de twaalfde versie en vergaderden we tweehonderd keer. Snelle antwoorden zijn geen antwoorden.”

Beeld: Nathalie van der Straten-Folkersma

De volledige versie van dit artikel stond in Visie 50. Vaker dit soort verhalen lezen? Bestel dan eens een (gratis) proefnummer of neem een abonnement

Tip voor de redactie?

Of heb je een foutje gezien? Mail ons