Luut Schraal vond God tijdens zijn losbandige leven

‘Ik ben blij dat ik weer een Vader heb’

in Geloven

Als de vader van Luut Schraal (57) plotseling overlijdt, keert Luut God en alles wat met Hem te maken heeft de rug toe en leidt een losbandig bestaan. Maar stukje bij beetje komt God weer terug in zijn leven.

“Mijn vader zag ik alleen op zaterdagmiddag en zondags. De rest van de week verbleef hij op zee om als visserman de kost te verdienen. Thuis dronk hij best veel en had in aangeschoten of dronken toestand regelmatig ruzie met mijn moeder. Ze vluchtte wel eens met ons de deur uit naar een tante of mijn oma en er sneuvelde zo nu en dan een plantenbak. Maar ik wist niet beter. Ik kan oprecht zeggen dat ik, ondanks die ruzies, een mooie jeugd had, met mijn vader als grote held. Hij was voor mij dé stoere visserman en ik keek enorm tegen hem op.”

Geen enkel teken van God

Aan die fijne jeugd komt na vijftien jaar abrupt een einde als Luuts vader een fatale val van de trap maakt. “Toen ik hem vond, dacht ik dat hij bewusteloos was, maar ik zag al snel dat zijn nog openstaande ogen niet meer glansden. Mijn wereld stortte in. Verdriet en woede borrelden in me naar boven toen ik in die koude januarinacht rillend op mijn knieën voor de kachel zat. Als mijn vader op zee verbleef, bad ik die knieën kapot, zodat hij weer veilig thuiskwam. Maar die nacht zag ik geen enkel teken van een God die naar mijn gebeden luisterde. Ik nam het besluit om Hem en alles wat met geloof te maken had aan de kant te schuiven.”

Als ik stierf door mijn onvoorzichtige gedrag, was ik tenminste weer bij mijn vader

Het verdriet heeft ook invloed op Luuts persoonlijkheid. Hij bouwt een muur om zich heen waar niemand door kan komen en waar iedereen bang van wordt. “Zo eiste ik respect op. Als je ruzie met me wilde, bedreigde ik je zonder pardon met mijn wapen. Angst kende ik niet. Mocht ik ooit sterven door mijn onvoorzichtige gedrag, dan was ik tenminste weer bij mijn vader.”

“Maar het verdriet hield me niet tegen om mijn dromen na te jagen,” vertelt de Urker die al van jongs af aan een fascinatie voor muziek heeft. “Als zeventienjarige ging ik als disjockey in een café aan de slag. Daar bleef het niet bij. Ik won een paar zangwedstrijden en kwam zo in de muziekwereld terecht waar mijn ‘afgoden’ rondliepen zoals Garth Brooks en René Froger. Ik kreeg een manager, een chauffeur en verdiende geld als water.” Luut boekte in die periode vooral succes onder zijn artiestennaam Rudy Ray.

Haantjesgedrag

“Mijn ogen tolden van verliefdheid toen ik mijn eerste vrouw ontmoette. Maar na onze trouwdag verdween mijn haantjesgedrag niet,” vervolgt Luut, die er nog twee minnaressen erop nahield. “Ik vond het spannend om als ‘mini-misdadiger’ te leven. Intussen ontdekte ik de wereld van cocaïne en kocht bij het uitgaan een paar gram om de feeststemming op te krikken. Ik wilde het masker van de ‘gevaarlijke Luut’ niet afdoen voor mijn vrienden. Mijn vrouw werd daar de dupe van. Ik bood haar alleen geld, geen liefde.”

Ik voelde langzaam een traantje lopen, maar poetste die snel weer weg

Op een ochtend vindt Luut de scheidingspapieren op tafel. “Toen ze eerder op een scheiding hintte, reageerde ik: ‘Jij gaat écht niet bij mij weg’. Maar die brief snoerde mijn grote mond. In een poging het weer goed te maken, besloot ik alleen een reis naar Zuid-Afrika, een land dat mijn vrouw bewonderde, te maken, een videoclip op te nemen en een liedje te schrijven waarin ik haar vergeving vroeg. De vrienden waar ik verbleef wilden me weer op ‘het rechte pad’ brengen en namen me mee naar een enorme pinkstergemeente in Johannesburg. Ik ging alleen uit goede wil mee, maar werd ontzettend geraakt door het lied ‘Watch the Lamb’ van Ray Boltz dat prachtig werd vertolkt tijdens de dienst. Ik voelde langzaam een traantje lopen, maar poetste die snel weer weg.”

Gezinspriester

“Eenmaal terug in Nederland schreef ik het nummer ‘Ik wil jou zo graag vertellen’. Het werd nog een hit ook,” gaat Luut verder, wiens huwelijk niet herstelde door dit lied. “Een normaal mens zou na deze periode nadenken en de zaken drastisch anders aanpakken, maar ik ging door met mijn losbandige leventje. Alleen het vreemdgaan hing ik aan de wilgen. Het drong bij me door dat dat meer problemen opleverde dan voordelen had.”

Luut wordt opnieuw smoorverliefd. Dit keer op Marianne, waar hij nu na 24 jaar huwelijk nog lang niet op uitgekeken is. “We trouwden toen ze zwanger bleek te zijn van ons eerste en enige kind. Maar het kwartje viel nog steeds niet toen ik de rol van vader op me moest nemen. Ik duwde God nog steeds aan de kant. Maar mijn vrouw nam na een paar jaar de rol van gezinspriester op zich. Zij bezocht al een tijdje de pinkstergemeente en het geloof raakte en veranderde haar. Maar wie mij zocht, vond me vooral als disjockey in de plaatselijke discotheek.”

“In die periode kreeg ik regelmatig bezoek aan de bar van een oudere man uit de pinkstergemeente die dan een minuut of tien met me over het geloof sprak. Eerst vond ik dat vervelend, maar na verloop van tijd voelde ik dat de beste man compassie met me had.” Intussen trok ook Marianne steeds harder aan Luuts jasje. “Uiteindelijk liet ik me door haar overhalen om een paar diensten bij te wonen. Tijdens de derde dienst riep de voorganger op naar voren te komen en daar te bidden. Op dat moment wist ik dat ik niet voor eeuwig terug kon vallen op het overlijden van mijn vader als reden om me tegen God af te zetten. Die dienst bad ik voor het podium het zondaarsgebed, samen met de man die me regelmatig in de discotheek opzocht.”

Ziek

Toch lukt het Luut nog niet om zijn oude levensstijl achter zich te laten. Maar tijdens een dienst als disjockey in de disco voelt hij zich plotseling doodziek. “Ik werd misselijk en kreeg barstende hoofdpijn. Eenmaal thuis besloot ik rust te nemen en een week later de draad weer op te pakken. Maar die volgende donderdagavond was hetzelfde laken een pak. Ik voelde me angstig en wist niet hoe snel ik weer naar boven moest – de discotheek zat in een kelder. Per trede verlichtte de pijn. En eenmaal buiten voelde ik me ontzettend opgelucht.”

Luut leeft sinds zijn bekering in een bubbel van euforie en kan dat naar eigen zeggen wel van de daken schreeuwen.

Tijdens de kerstviering van de pinkstergemeente later dat jaar maakt Luut de definitieve ommekeer. “Iemand tikte op mijn schouder en vroeg of ik 'Luut de dj' was. Hij vertelde dat hij met een paar mensen eerder dat jaar naar het gebouw van de disco ging om te bidden voor de werknemers daar. Dat gebeurde op de dag dat ik me voor het eerst zo ziek voelde. Er gingen al radertjes draaien, maar toen hij vertelde dat deze mensen dit een week later opnieuw deden, begreep ik het. Ik kwam eindelijk tot het volle besef dat er een God voor me was.” Er valt een korte stilte als Luut zichtbaar emotioneel wordt.

Euforie

“Sinds die Kerst in 2003 leef ik in een bubbel van euforie,” beschrijft de voormalig artiest die inmiddels bekend staat als zingende koster van de pinkstergemeente op Urk. “De christelijke muziek ging tot me spreken, de teksten raakten me en ik besloot weer in de Bijbel te lezen. Daardoor ontdekte ik hoeveel zegen het geeft als je oprecht het beste met je naaste voorhebt en je leven inricht naar wat God van ons wil.”

“Hoe dat voelt? Dat moet je zelf ervaren. Ik heb alles gedaan waar je blij van zou moeten worden en deed daarbij bijna alles wat God verbiedt. Maar ik veranderde dusdanig dat ik nu in staat ben met geluidsversterkers het dak van dit gebouw op te gaan en een show voor Hem te geven. Die liefde voor en van Hem maakt mijn leven compleet. Ik verdien nu misschien een tiende van wat ik in mijn ‘glorietijd’ kreeg, maar ik voel me honderd keer gelukkiger. Ik ben elke dag blij. Blij dat ik weer een Vader heb.”

Tekst: Lukas ten Napel
Beeld: Willem Jan de Bruin

Tip voor de redactie?

Of heb je een foutje gezien? Mail ons