Klagen over wat niet kan, of blij zijn met wat wel kan?

Blog van ds. Arie van der Veer

De verhoudingen in Nederland zijn er niet beter op geworden. In de maatschappij niet, maar ook in de kerk nemen tegenstellingen toe.

Zo zal ik niet zo snel meer iets over het coronavaccin schrijven. Als je bijvoorbeeld vóór vaccineren bent, dan ben je verdacht. Ik ben er een paar keer over begonnen. Maar ik werd beschuldigd van tweedracht zaaien. En van ontrouw zijn aan wat Gods Woord zegt. Dat doet pijn. Nog altijd is het mijn verlangen om Gods Woord trouw te zijn.

Ook de adviezen van de overheid volgen is lang niet bij alle christenen populair. Het terugbrengen van het aantal kerkgangers wordt door sommigen als een knieval beschouwd, een aantasting van de godsdienstvrijheid. Kerken die zich er weinig van aantrekken krijgen er een ster bij.

Toch is de christelijke kerk niet zo begonnen als waar wij in februari maart geëindigd zijn. Hoe kleinschalig kwamen de eerste christenen bij elkaar. In Romeinen 16 is sprake van ‘huizen’. Dat zullen waarschijnlijk huisgemeenten zijn geweest.

Veel van wat wij in het begin van dit jaar moesten staken, is door de eeuwenheem opgebouwd en tot goede tradities geworden. Maar misschien is het nu de tijd om de oude tradities achter ons te laten en te oefenen in nieuwe gewoonten en vormen.

Wat mij opvalt in Handelingen 2 (e.v.) is de grote plek die de diaconie kreeg. Duidelijk is dat daar ook nu schreeuwend behoefte aan is. De zorg loopt vast. Voedselbanken komen eten en drinken maar ook mensen te kort.

Je kunt klagen over wat niet kan. Je kunt ook blij zijn met wat wij in onze tijd wel kunnen. Kerken zenden (wereldwijd) uit. Bijna in elk huisgezin is een computer of een laptop of een tablet te vinden. Er zijn meer preken, bijbelstudie en liederen op internet te vinden dan ooit te voren. Wat schade oploopt is de overtuiging dat je ergens bij hoort. En daarmee ook dat je elkaar nodig hebt. Dat geldt voor de samenleving maar ook voor de kerk.

Voor corona zorgden daar de samenkomsten voor. Overigens kon dat ook toen alleen uiterlijk vertoon zijn. Waren in die tijd kerken echte gemeenschappen? Het voordeel van de tijd van nu kan zijn dat we ons daarop bezinnen. Hoe zijn we een échte gemeenschap? Wat bindt ons? Hoe sterk de gemeenschap van voor de coronatijd was, zal straks blijken. Als je in februari een jaar niet naar de kerk geweest bent...

Wat kunnen we doen? Ik schreef al: oude tradities kritisch tegen het licht houden en ( zo nodig) nu al aan nieuwe vormen werken. We kunnen toch niet gewoon verder gaan waar we gebleven waren?

Tip voor de redactie?

Of heb je een foutje gezien? Mail ons