‘Ik dacht dat mijn kind zou opgroeien in vrede’

Armeense christenen ontheemd door oorlog

Wanneer de 3-jarige Yuri door foto’s op de telefoon van zijn moeder scrolt, mompelt hij: “Dat is de auto van papa en mama. Hij is stuk, maar papa kan hem weer maken.” De auto is vernield door een bombardement en er is nagenoeg niets meer van over.

Samen met zijn moeder Mira en nog zestien andere familieleden, woont Yuri in een opvangkamp in Hankavan (Armenië). Ze zijn – net als 100.000 andere Armeense christenen – gevlucht voor de oorlog met Azerbeidzjan. De twee landen vechten om de provincie Nagorno-Karabach. Een gebied waar veel Armenen wonen, maar dat door de Sovjet-regering aan Azerbeidzjan werd toegekend. In 1991 brak er oorlog uit, die werd gewonnen door de Armenen. Eind september dit jaar laaiden de conflicten weer op, totdat er begin november een vredesakkoord werd getekend. De zussen Mira en Lira vertellen een paar dagen na dit getekende akkoord wat dit voor hen betekent en waarom de situatie nog steeds zeer onzeker is.

Vreselijke dingen

Terwijl Mira en Lira, samen met hun twee schoonzussen, moeder en Mira’s schoonmoeder het huishouden runnen, zijn hun mannen aan het front. Mira’s man werkt in het reddingsteam. Ze maakt zich zorgen over hoe hij zal terugkeren. “Misschien is hij agressief, omdat hij in de oorlog vreselijke dingen heeft gezien,” vertelt Mira. “Ik prijs God dat mijn man nog leeft. Ik kan me niet inbeelden hoe het is om mijn kind alleen op te voeden. Dat zal vreselijk zijn. Moge God mij behoeden voor zo’n situatie.” Het contact dat de zussen met hun mannen hebben gehad, is kort en vooral een teken van leven. Hoe het écht met ze gaat, blijft de vraag. Wanneer de soldaten mogen terugkeren, is op dit moment ook niet zeker.

Wantrouwen en haat

In het vredesakkoord is afgesproken dat Azerbeidzjan een groot deel van Nagorno-Karabach krijgt. Veel Armenen besluiten daarom te vertrekken, bang voor een islamitisch bewind. De genocide uit 1915 – waarbij anderhalf miljoen Armenen werden vermoord – zijn ze niet vergeten. Ook de etnische zuiveringen van de laatste oorlogen, door beide landen uitgevoerd, geeft weinig hoop op een spoedige vrede. Er is nog te veel wantrouwen en haat tussen de christenen en moslims.

Ik spreek met mijn kinderen niet over de oorlog

“Ik kan het me niet voorstellen dat onze vijanden op onze grond gaan wonen,” zegt Mira. “Duizenden mensen zijn gestorven en dat doet ons erg veel pijn. Ik geloof nog steeds dat het allemaal een nare droom is en dat we op een dag wakker worden en ons realiseren dat het niet echt gebeurd is.” De oorlog lijkt voorbij, maar de angst is zeker nog niet weg.

“De plaats waar ik woon, is in de oorlog aangevallen, maar de huizen staan er nog,” vertelt Lira. “We hebben een plek om te wonen, maar ik ben bang dat we opnieuw aangevallen worden. En dan moet ik weer evacueren met mijn kinderen.”

Speelgoedmitrailleurs

Buitenshuis rennen kinderen rond met speelgoedmitrailleurs. Twee kleine jochies van 3 leren hoe je met een bajonet op een geweer de ander doodsteekt. Mira: “De situatie met de kinderen is moeilijk. Ze zijn agressief en kunnen vechten om het speelgoed.” Lira legt uit dat ze haar kinderen zo veel mogelijk behoedt voor de oorlog. “Ik spreek met mijn kinderen niet over de oorlog. De oudere kinderen horen en lezen erover via hun telefoon, maar als moeder wil ik ze daar niet mee lastigvallen. Ons grootste doel is om onze kinderen te helpen, zodat zij zich niet verwaarloosd of minder geliefd voelen. We willen niet dat ze doorhebben wat er aan de hand is. Zodat ze in hun toekomstige leven niet nadenken over oorlog of last hebben van herinneringen aan deze tijd.”

Vredige lucht

Als kind hebben de zussen zelf ook oorlog meegemaakt. “Mijn kind leeft nu in dezelfde situatie als ik,” zegt Mira. “Yuri snapt wat oorlog is. Wanneer hij een vliegtuig en rook ziet, zegt hij: ‘Laten we naar de kelder gaan.’” Een situatie die geen enkele moeder voor haar kind wenst. “Ik heb nooit gewild dat mijn kind geboren werd in de oorlog of opgroeide in de oorlog. Ik heb altijd gedacht dat hij zou opgroeien in vrede. Mijn grootste wens is dat geen enkel kind ooit nog oorlog meemaakt en dat onze kinderen opgroeien onder een vredige lucht.”

Help Armeense christenen in nood

Door de oorlog zijn honderdduizend Armenen gevlucht zonder hun spullen. Er is daarom een grote vraag naar middelen die helpen voorzien in eerste levensbehoeften. EO Metterdaad zet zich hiervoor in. Helpt u mee? Maak hier uw gift over. 

Geschreven door:

Elsina Neutel

Redacteur

Tip voor de redactie?

Of heb je een foutje gezien? Mail ons