Het verhaal van Tamar:

God werkt via onze wanhoop

Tijdens advent vieren we de lange weg richting Jezus. God komt soms via onverwachte kronkelwegen in ons leven. Deze keer: zelfs uit wanhoop kan iets moois geboren worden.

Waar kun je God verwachten? Waar werkt God het meest? Daar hebben we allemaal wel ideeën bij. Veel gelovigen ervaren God bijvoorbeeld vooral als ze een geestelijk lied zingen. Anderen als ze een natuurfilm kijken. Weer anderen als ze zich inzetten voor de zwakkeren in de samenleving.

Onopvallend

Tijdens advent leven we toe naar Kerst. En Kerst stelt vragen over waar we God kunnen verwachten. God is de Schepper van alles, de Koning van het heelal. En dus komt Hij vast in majesteitelijke ervaringen, zoals een gigantische waterval of een schitterend muziekstuk. Maar met Kerst blijkt dat God ook heel onopvallend kan arriveren. In de afgelegen streken van een relatie. In de vergeten stallen van je geest. In de ongehoorde stemmen van een cultuur. Het hoeft niet altijd spectaculair. God kan heel voorzichtig je gedachten bijsturen en in gebeurtenissen fluisteren.

Vier vrouwen

Hoe komt God naar ons toe? Dat vragen we ons af tijdens advent. En een mooie manier om dat te doen, is via Jezus’ stamboom, want zo kwam God letterlijk naar ons toe in de geschiedenis. En in het rijtje namen van voorouders in de Bijbel vallen vooral vier vrouwen op. Lucas somt alleen de mannen op, maar Matteüs stopt er opeens vier vrouwen tussen en bepaald niet de bekendste; het was veel logischer geweest als hij bijvoorbeeld de populaire ‘aartsmoeders’ Sara, Rebekka en Rachel had genoemd. Waarom juist deze vier? Het wordt duidelijker als je wat inzoomt op hun verhalen. Tamar was een kinderloze weduwe, die zich als prostituee vermomde om zo een kind te krijgen bij haar schoonvader. Rachab was beroepsmatig prostituee voor de soldaten van Jericho, maar trouwde uiteindelijk met een van de Joodse veroveraars. Ruth, ook weduwe, migreerde naar Israël om daar uiteindelijk een nieuwe man te verleiden. En Batseba verleidt de koning vanuit haar badkamer en krijgt met hem een kind. En dit zijn dus allemaal ‘voormoeders’ van Jezus.

‘Zij verleidt hem en hij belooft een bokje te betalen'

Moedig en 'fout'

Er vallen allerlei overeenkomsten in hun levens op: ik tel er minstens zes. Het zijn allemaal vrouwen die zelf buitenlands zijn, heidens dus, of dat praktisch zijn geworden. En ze hebben geen man of hebben die verloren. Ze staan er alleen voor en moeten zien te overleven. Maar ze weten een Joodse man te verleiden en krijgen met hem een kind; dat is dapper en inventief, maar ook schandelijk in die tijd. Toch verdraagt die nieuwe vader de roddels en neemt hij zijn verantwoordelijkheid voor hun kind (daarbij speelt ook het zogeheten ‘zwagerhuwelijk’ een rol, waarover straks meer). Oftewel, vier moedige en tegelijk ‘foute’ vrouwen, met mannen die het uiteindelijk voor hen opnemen.

Gods slingerwegen

Waarom pikt Matteüs juist de onvoordeligste verhalen eruit die hij in Jezus’ stamboom kon vinden? Nou, Maria was óók een moedige en tegelijk ‘foute’ vrouw, met een man – Jozef – die het uiteindelijk voor haar opneemt! Ook over haar zullen allerlei nare en onterechte roddels zijn gegaan. Ze kreeg zomaar een kind, dus zij moest wel een andere man hebben verleid... Maar bij die eerdere vier geschiedenissen in hun stamboom leidde dat wel tot de grote koningen van het volk. Dus dan hoeven we niet vreemd op te kijken als het bij de grootste koning Jezus ook zo gaat. Dit is blijkbaar hoe God naar ons toe komt! Gods slingerwegen en kronkelpaden leiden langs wanhoopsdaden, misstappen en schandelijkheden.

Sociale regeling

Deze adventsperiode zoomen we in op deze vier kleine Maria’s, om te onder- zoeken hoe God in onze levens geboren wordt. We beginnen bij Tamar, een nogal sappig verhaal (Genesis 38). Juda heeft drie zoons en de oudste trouwt met Tamar, waarschijnlijk een niet-Joodse vrouw. Hij sterft en laat haar alleen achter. Hoewel ze uitgehuwelijkt was, kun je aannemen dat ze van haar man is gaan houden en dat ze in de rouw is. Bovendien is dit een tijd zonder sociale voorzieningen. Zeker als ze ouder wordt, heeft ze geen enkele bescherming meer. Kinderen zouden later voor haar kunnen zorgen en haar onderdak kunnen bieden.

Daarom kende Israël, net zoals enkele omringende volken, een eigen sociale regeling: het zwagerhuwelijk. Dat is een soort verzekering en pensioen ineen. Als een echtgenoot sterft, moet diens jongere broer met de weduwe trouwen. En de kinderen die daaruit geboren worden, tellen juridisch gezien als de kinderen uit het eerdere huwelijk. Zij moeten dus voor hun moeder zorgen en de naam van de overleden broer laten voortleven. Hier is een link met Kerst. Jezus’ echte Vader is dan niet gestorven, maar wel onzichtbaar. En Jozef volgt de geest van de Joodse wet en neemt Maria aan als zijn vrouw, accepteert haar kind en wordt Jezus’ stiefvader.

Onschuldig

Terug naar Tamar. Zij moet dus trouwen met de tweede broer, maar hij sterft ook. En dan raakt hun vader Juda natuurlijk in de rats. Is er wat met die Tamar, is zij besmettelijk? Rust er een vloek op haar? Zijn derde zoon moet niet óók nog sterven! En hij weigert hem uit te huwelijken.
Maar zo laat hij haar zitten met een immens probleem en haar ‘oplossing’ bewijst wel hoe wanhopig ze is. Zij besluit het schandelijkste te doen wat men zich toen kon voorstellen: ze kleedt zich als een prostituee, gaat langs een drukke route zitten en houdt zich onherkenbaar met een sluier.
Juda komt langs, haar dubbele schoonvader.
Zij verleidt hem en hij belooft een bokje te betalen. Zij wil natuurlijk een betalingsbewijs, een soort cheque en hij geeft zijn zegelstempel. Juda wil die later natuurlijk terug en laat een bokje brengen, maar zij is nergens meer te bekennen. Vervolgens blijkt ze zwanger, Juda vindt het schan-da-lig allemaal, maar zij toont – tada – het zegelstempel en hij bekent zijn misstappen. En hun kind wordt een van de voorouders van Jezus. Juda neemt ondubbelzinnig de verantwoordelijkheid op zich. ‘Zij is onschuldig,’ zegt hij letterlijk, ‘maar ik niet.’ Want hij had zijn derde zoon aan haar moeten geven en zo haar toekomst moeten veiligstellen. Dat komt nu uiteindelijk goed, maar wel via een kronkelweg. Via Tamars wanhoop...

Uitweg

Zo kan God in onze levens geboren worden. In een ‘wieg’ van wanhoop. Ik heb dat als coach vaak genoeg zien gebeuren en het was deels de reden dat ik zelf ooit een jaar een sabbatical heb genomen. Ik zat vast in mijn werk, daar kon ik me wanhopig over voelen en ik wist dat het anders moest – maar hoe? Soms moeten we uit onze routine geschud worden om daadwerkelijk te kunnen groeien. Zolang de dingen hun gangetje gaan, is verandering doodeng en kunnen we ons ook niet voorstellen dat het anders kan. Maar als we ‘in de put’ zitten, kan er soms plotseling iets moois gebeuren waardoor we een uitweg zien.

Ommekeer

Er zitten in de Bijbel vaak mensen in de put, letterlijk. Jozef natuurlijk, Daniël tussen de leeuwen, Jeremia, een wat onbekender verhaal. En telkens verandert daarna iets op het hoogste politieke niveau (de Bijbel pikt er natuurlijk de opvallendste verhalen uit). Vaker zitten mensen figuurlijk in de put, honderden keren zelfs, zoals Tamar. En dan, juist op de bodem, als je denkt dat ze niet dieper kunnen zinken, komt de ommekeer. Telkens blijkt duidelijk dat God niet wil dat iemand ten onder gaat en dat Hij die ‘putten’ in ons leven niet zelf organiseert. Maar Hij geeft er wel betekenis aan. De ‘shit’ in ons leven – om het even stevig te zeggen – kan ‘mest’ worden.
Let maar op: als je ergens wanhoop over voelt, kun je daarin altijd ergens een begin van iets moois ontdekken. Volg dat spoor. Dat is het spoor richting Kerst, de komst van God in je leven.

Tip voor de redactie?

Of heb je een foutje gezien? Mail ons