God werkt via onze misstappen

Het verhaal van Batseba

Tijdens advent vierden we de lange weg richting Jezus. Nu is het (bijna) Kerst. Vandaag zien we in het verhaal van Batseba hoe God ook in onze levens komt via onze fouten.

Een van de fascinerende kanten van de Bijbel is dat daders en slachtoffers zelden helder zijn te onderscheiden. Het is nooit zwart-wit. Denk bijvoorbeeld aan Judas. Hij verraadt Jezus. Veel dieper kun je niet zinken, zou je zeggen.

Maar het is Jezus zelf die hem laat gaan en hem zo in zekere zin toestemming verleent. En vervolgens is hij, vlak voor zijn zelfdoding, de eerste die openlijk verklaart dat Jezus ‘Gods Zoon’ is. De allergrootste slechterik van de Bijbel lijkt opeens de eerste bekeerling…

En meer uitgezoomd: het is duidelijk dat de duivel wil dat Jezus wordt uitgeschakeld, maar tegelijk wordt die ‘diskwalificatie’ juist de manier waarop God Zijn overwinning behaalt. 

Wie is er nu slecht? Wie goed?

Niet eenvoudig indelen

Wat is het nu? Wie is er nu slecht? Wie goed? Je kunt het niet eenvoudig indelen.

Dit geldt ook voor de verhalen over seksuele zonden, waar het deze keer over gaat. Bijvoorbeeld: Juda maakt misbruik van Tamar. Ondubbelzinnig zijn fout, denk je dan. Tot je beseft dat zíj zich als prostituee verkleed heeft en hem doelbewust heeft verleid. Oké, is zij dan misschien de slechterik van het verhaal? Nee, het draait weer om: Juda neemt alle schuld op zich, want hij had niet goed voor haar gezorgd en zij deed dit uit wanhoop… 

Het beroemdste verhaal uit de Bijbel over seksuele zonden gaat over Batseba en David (2 Samuël 11). En ook daar is de ‘schuldvraag’ nog niet zo makkelijk.

Pas de laatste jaren is tot me doorgedrongen dat dit verhaal evenwichtiger en spannender is dan ik dacht

‘Ik kon wel vloeken’

Zelf heb ik dit verhaal lange tijd begrepen als een soort ‘foei David’. De held die zo hoog geklommen was en nu zo diep valt. Zoals er tegenwoordig talloze christelijke leiders zijn die hun handen niet konden thuishouden: Bill Hybels, Jean Vanier, Ravi Zacharias, en zo kan ik er nog wel tien noemen. Maar deze drie hadden voor mij persoonlijk de meeste impact, omdat ik ze elk op een eigen manier bewonderde, ik las hun boeken en ik leerde van ze. En dan vreten ze zoiets uit. Ik kon wel vloeken.

Pas de laatste jaren is tot me doorgedrongen dat het verhaal van Batseba en David evenwichtiger en spannender is dan ik dacht. Volgens de meeste hedendaagse uitleggers speelt Batseba namelijk ook een grote rol.

En dat is kwetsbaar, want voor je het weet krijg je een soort blaming the victim. Het soort redenering als ‘Je bent wel aangerand, maar ja, je rokje was ook wel erg kort…’ Wat ik wil zeggen, is: als hierna blijkt dat Batseba een eigen rol heeft in dat verhaal, zegt dat níéts over andere situaties van seksueel geweld. Het zegt alleen iets over David en Batseba. 

Jeruzalem is een propvol stadje

Waar die hedendaagse uitleggers terecht op wijzen, is dat het best vreemd is dat David haar zomaar naakt kan zien badderen vanuit zijn paleis. Dat is eigenlijk te veel toeval.

In Nederland sluiten we al zorgvuldig onze badkamers af, laat staan in het Midden-Oosten. Dit is een cultuur waar vrouwen, ook Batseba, op straat altijd een sluier droegen. Jeruzalem is een propvol stadje. Dan sluit je volkomen automatisch de gordijnen als je je ontkleedt. Tenzij je andere bedoelingen hebt. 

Gaten in je cv

Ook dit verhaal is blijkbaar, zoals telkens in de Bijbel, niet zo zwart-wit. Beiden, David en Batseba, moeten boeten: hun eerste kindje sterft veel te jong. Maar hun tweede wordt Salomo, die via ingewikkelde complotten uiteindelijk de troon krijgt en zo de verre voorvader van Jezus wordt. De lange kronkelroute die God naar deze aarde volgt, leidt blijkbaar ook langs dit overspel. Zelfs via onze misstappen kan God in ons leven komen.

Daarom noemt Matteüs haar met drie andere ‘verdachte’ vrouwen zo expliciet in zijn stamboom van Jezus, nadrukkelijk niet met haar naam, maar alleen als ‘de vrouw van Uria’. Oei. Je geslachtsregister had in die tijd ongeveer de gevoelswaarde van onze cv’s, het bewees hoeveel waard je was, het maakte je naam.

Maar dan Batseba noemen, net als Tamar, Rachab en Ruth, dat is zoiets als enorme gaten in je cv laten zitten. ‘2001-2003: niets. Of, nog erger: 2005 – 2008: gevangenisstraf.’ Dat moffel je weg, zou je zeggen. Geen werkgever wil je meer hebben. Maar Matteüs zet het er pontificaal tussen in zijn cv van Jezus.

Waarom? Nou, hij had drie jaar met die Jezus opgetrokken en daar wel wat van geleerd. Hij zelf was een tollenaar geweest, iemand die heulde met de vijand, die samenwerkte met de Romeinen, maar Jezus had hem gewoon in Zijn klasje meegenomen.

En toen mochten ook nog prostituees gewoon mee-eten. Net als iedereen die je liever ‘wegmoffelt’. Want God is een God van alles of Hij is een God van niks. Dat praktiseerde Jezus en dát probeert Matteüs nu in zijn cv al meteen duidelijk te krijgen. In die vier vrouwennamen, zo quasinonchalant in die saaie namenlijst gestrooid, zie je meteen al het hele evangelie. 

Zware kanten

Dat kan geweldige impact hebben op je leven. Want als we iets ingewikkelds, pijnlijks, verwarrends meemaken, is onze automatische neiging dat weg te willen krijgen. Je bent bijvoorbeeld ziek en dan wil je – natuurlijk – beter worden. Het botert niet met je lief en je gaat – heel verstandig – in relatietherapie. Er is een klimaatcrisis en je probeert die – uiteraard – op te lossen.

Veel vervelende kwesties zijn blijvertjes

Alleen veel vervelende kwesties zijn blijvertjes. Als we ze al oplossen, is er nog de herinnering. We krijgen het dus niet weg. Niet echt. En natuurlijk moeten we onze problemen oppakken, maar er zijn momenten dat we ons verzet moeten staken. Veel ellende waarmee we worstelen, hoort erbij en zal er ook bij blijven horen.

Natuurlijk doen we ons best, maar we dragen een bepaalde geschiedenis met ons mee en die kan niet worden teruggedraaid. Laten we de zware kanten niet weren uit ons huis, maar ze uitnodigen en ermee ‘eten’.

Jezus was midden in de problemen

De buitenste duisternis

Want Jezus at met iedereen. Hij duwde de lastige kanten niet weg, maar ging ermee om. Zoals ook de vier ‘verdachte’ vrouwen gewoon op Zijn cv hoorden. En zoals Hij uiteindelijk werd gekruisigd en daar niet voor vluchtte. Jezus duwde de problemen niet weg, maar dook er middenin. 

Dat is, denk ik, de betekenis van Jezus’ leven. We gebruiken God vaak als iemand die onze problemen moet verwijderen. Maar voor Jezus hoorden ze erbij. Hij was midden in de problemen, zoals God midden in de problemen is. Zoals Hij niet vluchtte voor de kruisiging, maar het dodenrijk inging om zelfs daar Zijn licht te schijnen. Zelfs in de buitenste duisternis is God nog te vinden. 

Kijk zo naar alles wat je lastig vindt, inclusief je eigen fouten. Natuurlijk probeer je zo goed mogelijk te leven. Maar God is niet alleen in de uitzonderingen die helemaal perfect gaan, de paar hemelse ervaringen die we hebben.

Jezus kwam juist om te laten zien dat God midden in dit leven is, ook in de nare ervaringen, zelfs de helse. ‘Elk moment in de tijd is een poort waar de Messias doorheen kan komen,’ gaat een oude uitspraak. Want overal kan iets moois opbloeien. Zo kun je naar elke gebeurtenis in je leven kijken, als ‘kribbes’ waarin telkens God geboren kan worden. Dat is de betekenis van Kerst.

Tekst: Reinier Sonneveld
Beeld: Mariska Kalma

Tip voor de redactie?

Of heb je een foutje gezien? Mail ons