Onze schuld richting het Joodse volk

Blog van Andries Knevel

Een aantal weken geleden ontving ik de handreiking voor verootmoediging en schuldbelijdenis voor zondag 15 november. Op deze zondag wordt in een aantal kleinere reformatorische kerken schuld beleden voor het (te veel) zwijgen van de kerken voor, tijdens en na de Tweede Wereldoorlog. Ik was diep ontroerd door de tekst.

In PKN-gemeenten is een zondag eerder ook schuld beleden. Over beide verklaringen is al veel geschreven, en er is ook op gereageerd vanuit Joodse kring. Daar ga ik verder niet op in (ik heb er al in het Katholiek Nieuwsblad over geschreven). Maar waarom ontroerde de tekst van de handreiking me zo? Misschien wel omdat ik bij het ouder worden niet minder, maar steeds meer geraakt word door het onmenselijke leed dat onze Joodse medeburgers is aangedaan. Ik kan het steeds minder bevatten: de verbijstering wordt alleen maar groter en de vragen buitelen door mijn hoofd en hart.

Toen ik dus de handreiking (van 15 november) in mijn mailbox kreeg, had ik het te kwaad. Daar kan ik wel meer over vertellen, maar ik denk dat het veel beter is een deel van het gebed te delen dat zondag wordt uitgesproken. Met de kanttekening dat de handreiking de moed van vele christenen in de Tweede Wereldoorlog met dankbaarheid erkent. Ach, ik kan er nog veel over schrijven, maar ik ga het gebed zondag bidden. En u misschien ook.

Gebed

­­‘Wat hebben wij U en het Joodse volk aangedaan door niet te spreken toen de bezetter met anti-Joodse maatregelen de vernietiging van uw volk voorbereidde?

Wat hebben wij U en het Joodse volk aangedaan toen wij nalieten om een schuilplaats te bieden aan Joodse medeburgers die werden opgejaagd en vervolgd?

Zie ons aan zoals wij zijn, met de last van het verleden op onze schouders.

Ontferm U over ons en neem die last van ons af.

Vergeef ons onze zonden.’

Tip voor de redactie?

Of heb je een foutje gezien? Mail ons