Francis van Broekhuizen: 'Zonder zingen vind ik er niks aan'

‘Je moet jezelf natuurlijk niet overschreeuwen’

Ze heeft de ambitie om gelukkig te zijn. En dat betekent voor Francis van Broekhuizen dat ze moet zingen, praten en dat de operazangeres en comédienne bij haar familie wil zijn. “Maar wel met dat zingen er altijd bij, want anders vind ik er niks an.”

Ze snapt het zelf niet waarom iedereen haar in het afgelopen jaar maar wil spreken. Net voor dit interview zat Francis van Broekhuizen (45) in een opname van EO-programma De Nachtzoen en eerder deze week deed ze mee aan een klimaatquiz op tv. “Mensen waarschuwen me: ‘Maak geen karikatuur van jezelf, hoor!’ of: ‘Pas op dat je niet steeds hetzelfde doet, je moet geen one trick pony worden.’ Ik ben er allemaal niet zo bang voor. Ik probeer overal zo open mogelijk in te gaan.”

Goed verhullen

Francis moet wennen aan het feit dat mensen haar steeds vaker zien als bekende Nederlander. Niet alleen haar zangcarrière, maar ook haar bijdrage aan tv-programma’s als Maestro en De slimste mens droegen daaraan bij. “Ik ben zelf een ‘adoreerder’ – vroeger keek ik enorm op tegen de Heilige Maagd en operadiva’s, Maria Callas voorop. Ik weet nog steeds niet wat me overkomt als mensen míj gaan bewonderen.” Met een schaterlach die de rest van het gesprek nog regelmatig zal terugkeren: “Ik weet wel dat ik leuk ben hoor, maar zó erg is het nu ook weer niet. Ik kan het meestal goed verhullen, maar er zit in mij soms ook een chagrijnig, vervelend mens.”

Klein Catharijne Convent

Francis van Broekhuizen. Beeld: Jacqueline de Haas

Tijdens de eerste coronagolf begon Francis thuis liedjes op te nemen die ze vervolgens op YouTube zette. Ze noemde het “een muzikale injectie tegen de verveling”. Het sloeg aan en er kwam zelfs een crowdfundingsactie op gang om een deel van deze muziek op een cd uit te brengen. “Binnen twee dagen hadden we voldoende geld binnen en een maand later kwam de cd uit. Gewéldig! Ik bedacht dit helemaal niet om geld te verdienen, maar uiteindelijk bleek het toch heel lucratief.”

Als ze een compliment krijgt voor haar vindingrijkheid, wuift de rooms-katholiek opgevoede Francis dit weg met een verwijzing naar de gelijkenis van de talenten. “Ja, protestanten denken altijd maar dat katholieken onnozel zijn, maar ik ben behoorlijk Bijbels onderlegd. We lazen thuis uit de kinderbijbel en mijn moeder gebruikt de Willibrordbijbel en heeft zelfs een vitrine met allerlei bijbels en liedboeken. Ze noemt dat haar klein Catharijne Convent.”

Omhelzen

“Het was bij mijn ouders – ze zijn nu begin 70 – altijd de zoete inval,” vervolgt ze. “Over alles kon gediscussieerd worden. Zo had mijn moeder een vriendin, Wil, die als Jehova’s getuige langs de deuren ging. Steevast nam ze De Wachttoren mee en mijn moeder kon uren met haar bomen. Eens werden ze het nooit. Totdat m’n moeder zei: ‘Wil, jij gelooft in die 144.000 die naar de hemel mogen. Stel nou dat je boven bent en ik daar achter een struik tevoorschijn kom? Zou je me dan weg willen hebben of omhelzen?’ ‘Omhelzen,’ antwoordde Wil simpelweg. ‘Nou, dan hoeven we het toch nergens meer over te hebben?’ En sindsdien praatten ze lekker over koetjes en kalfjes. Wil bleef een vriendin.”

‘Rillerig aan tafel’

Aan de advents- en kersttijd thuis bewaart Francis even dierbare herinneringen. “We hadden zo’n adventskrans en kaarsen en dan werd het elke week een beetje lichter. Prachtig vond ik dat. En op kerstavond ging mijn vader zingen in het koor van de kerk. Een mooie kerstmis van Mozart bijvoorbeeld. Als hij dan om 2.00 uur thuiskwam, haalden m’n ouders mij en mijn twee broers uit bed voor een kerstontbijt. Dan zat je zo lekker rillerig aan een tafel met witte lakens en rode linten en at je worstenbroodjes en saucijsjes. En de volgende ochtend gingen we natuurlijk weer met z’n allen naar de kerk.”

Je noemt jezelf een heel gelovig meisje.
“Dat klopt, thuis waren ze redelijk liberaal en zeiden ze weleens: ‘Cis, doe niet zo wild.’ Ik moest van mezelf per se in de Stille Week naar de kerk op Witte Donderdag, omdat op die dag de eucharistie werd ingesteld door Jezus. Zo strak ben ik nu niet meer hoor. Maar jarenlang ging ik wel drie keer per week naar het klooster in de buurt om als misdienaar dienst te doen. En later verzorgde ik als lectrice de lezingen in onze Willibrordusparochie in Wassenaar.”

Sindsdien heb ik mezelf voorgehouden dat ík niet zo strak moet zijn

Verliefd

Toen ze op haar 29e naar Amsterdam vertrok om daar aan het conservatorium te gaan studeren, moest ze daarmee stoppen. “Ik ging al minder graag naar de kerk, omdat we een pastoor kregen die ik heel rechts en streng vond. En het feit dat ik op een vrouw verliefd werd, hielp ook niet mee. Na dertig jaar de benen uit het lijf gelopen te hebben voor de kerk, zetten mensen me ineens weg als een heel zondig type. Dat heeft me teleurgesteld.”

Kreeg je dat te horen bij je coming-out?
“Zoiets hoor je nooit met zoveel woorden. Maar je merkt het in gesprekken met mensen. Als vrijwilliger reisde ik in die tijd naar het bedevaartsoord Lourdes. Nou, een vrouw daar keek me zó walgend aan… Ze moest echt niks van me hebben, want alles waar ik voor stond, was zo fout, zo tegennatuurlijk, zo tegen haar geloof. Dan vergeet je de menselijke maat, vind ik. Sindsdien heb ik mezelf voorgehouden dat ík niet zo strak moet zijn. Dat het oordeel eraf moest bij me. Want het zijn allemaal oordelen. En als je gaat toegeven dat je zelf ook feilbaar bent,” met een uithaal: “dat je ménsch bent, dan weet je meteen dat je anderen niet moet veroordelen.”

Andere wang

“Jezus vind ik daar een leuk voorbeeld van.” Francis pakt een mandarijn uit haar tas en begint te pellen. “Zo’n leuke laterale denker en doener. Ik bedoel: Hij kwam uit een streng joods milieu, met rabbi’s en farizeeërs en zo, een wereld vol regeltjes. Zo mocht Hij op sabbat geen mensen van de straat plukken, maar dan zegt Jezus – even in mijn eigen woorden: ‘Iemand met een gebroken pootje mot je toch gewoon helpen?’ Kijk, dat is leuk! Want dat oog om oog, tand om tand, daar blijf je maar mee aan de gang. En op een gegeven moment is er iemand dood. Maar Jezus zegt: ‘Keer hem gewoon de andere wang toe.’” Om haar woorden kracht bij te zetten, buigt Francis voorover en zwaait met haar vinger in de lucht: “En dat is écht wáár!”

Dat klinkt alsof je het zelf ervaren hebt.
“Ik ben in mijn jeugd enorm gepest. Ik paste blijkbaar niet in de norm en daar rekenden mensen mij op af. Eerst ging ik me aanpassen en liet ik me pesten door me onderdanig op te stellen. Maar later ontdekte ik hoe ik in mijn kracht kon staan. Door humor, de andere wang, zette ik mensen op het verkeerde been. Soms ging ik daar ook wel te ver in, je moet natuurlijk een balans vinden.”

‘Bij twijfel hard zingen’ heet de tour waarmee je komend voorjaar in reprise gaat. Gaat deze uitspraak ook over die basisonzekerheid?
“Ik gebruik hem vaak in mijn zanglessen. Zolang ik leef, ken ik deze quote, want hij hing bij het orgel in de kerk waar mijn vader altijd zong. Zangers gaan bij twijfel juist zachter zingen, waardoor meteen opvalt dat ze de mist in gaan. Maar als je vol overtuiging doorgaat, merkt je publiek het vaak niet eens. ‘Gooi jezelf erin,’ zeg ik altijd. Als je je terugtrekt, kan de ander het makkelijk omverschoppen. Je moet jezelf natuurlijk niet overschreeuwen, maar je mag er wel met hart en ziel ingaan, met alle liefde die je hebt.” Met een ferme armzwaai: “‘Als je de liefde niet hebt, ben je een klinkend bekken of schallend cimbaal.’ Goed hè, voor een katholiek meisje?”

1 Korinthe 13!
“De liefde. Dat is het eerste gebod, zegt Christus. En dat betekent niet dat je alleen maar leuk en lief moet zijn; soms moet je zelfs hard zijn. Maar altijd uit liefde, de ander in zijn waarde latend.”

Even terug naar de muziek. Heeft je carrière ook offers gevraagd?
“Niet de grote offers die sommige zangers brengen. Ik ben daar te lui voor, geloof ik. Gek hè? Vroeger droomde ik van een carrière zoals Maria Callas. Ik wilde net als zij naar de Metropolitan Opera, Covent Garden, en La Scala. Maar ik besefte niet hoe eenzaam en ongelukkig je dan kunt worden. Tijdens een project in het Duitse Osnabrück, waar ik drie maanden als het spook van de opera ergens boven in een appartementje in het operahuis woonde, ontdekte ik dat zo’n leven niets voor mij was. Ik heb de ambitie om gelukkig te zijn. En dat ben ik als ik kan zingen. Of dat nu in het Concertgebouw of het bejaardenhuis om de hoek is. Maar om gelukkig te zijn wil ik ook mijn familie en mijn vrouw om me heen hebben. Maar wel met zingen erbij hoor, anders vind ik er niks aan. Daarom genoot ik ook zo van ons familiekoor waarmee we zo vaak zongen in oecumenische diensten in ziekenhuizen. Volgens mij dwing je de carrière af die bij je past, want ik heb alleen maar werk in Nederland en dat vind ik heerlijk.”

Personalia Francis van Broekhuizen

Francis van Broekhuizen werd in 1975 geboren en groeide op in Wassenaar. Ze studeerde in 2004 cum laude af aan het Conservatorium van Amsterdam en The Dutch National Opera Academy. Sinds 2005 werkt ze als freelance operazangeres. In 2015 was Francis te zien in de locatievoorstelling Feijenoord de Opera. In 2019 had ze optredens bij verschillende operagezelschappen en tv-programma’s zoals All Together Now en Maestro. Ook heeft ze een theatertournee gedaan met haar voorstelling Bij twijfel hard zingen. Deze voorstelling gaat volgend jaar in reprise.

Francisvanbroekhuizen.nl

In Visie 48 lees je de volledige tekst van dit interview.

Beeld: Jacqueline de Haas

Tip voor de redactie?

Of heb je een foutje gezien? Mail ons