Eva-hoofdredacteur Griëtte Vonck:'Geloof vormt kern van mijn bestaan'

‘Alles is er al een keer geweest, dus geniet, eet en drink’

Lange tafels in de kerk, met rode tafelkleden en vol kerststukjes en lekker eten. En kerstliedjes oefenen in het huis van de dominee. Dat zijn de vroegste geloofsherinneringen van Eva-hoofdredacteur Griëtte Vonck-Moes. “Ik ben met veel vertrouwen opgevoed.”

Tot haar 7e woonde Griëtte Vonck (40) in Niebert, een klein dorp in de huidige gemeente Westerkwartier in Groningen. Daarna nam haar vader een boerderij over in Enumatil, een plaatsje met ruim driehonderd inwoners, iets verderop. Die verhuizing betekende ook dat de familie Moes een andere gemeente binnen de Gereformeerde Kerken vrijgemaakt ging bezoeken. “In Marum, waar wij eerst kerkten, was de sfeer heel gemoedelijk. Ik kreeg snoepjes van de mensen die achter me zaten, en als mijn vader weleens in slaap viel, glipten wij als kinderen gewoon de bank uit. Met Kerst zongen we in de kerk aan lange tafels de kerstliedjes die we in het gezellige huis van de dominee geoefend hadden. De nieuwe gemeente, die van Enumatil, was wat stijver. De meisjes hadden rokjes aan op de basisschool, bijvoorbeeld.”

Kleedjes buiten leggen

Rond die verhuizing begon Griëtte voor het eerst zelf te bidden, herinnert ze zich. “Ik was toen 7. Eerst nog het bekende ‘Ik ga slapen, ik ben moe’, maar later voegde ik daar zelf wel wat aan toe. Ik vond het iets magisch hebben, ging letterlijk kleedjes buiten leggen zoals Gideon, om te kijken of er wat gebeurde. Bidden had voor mij in die tijd ook iets van: ‘Laat ik het maar doen, anders komt het morgen misschien niet goed.’ Ik hoorde in de kerk veel preken over zonde en berouw. Dat kende ik van huis uit niet zo, daar leerde ik vooral over Gods liefde en trouw.”

‘Man uit één stuk’

“Mijn vader leefde het geloof voor in hoe hij was: een man uit één stuk,” vervolgt ze. “Ja is ja, nee is nee. Hij deed alles voor ons, bracht ons overal naartoe, mopperde nooit. Hij kon wel kwaad worden om onrecht. Op den duur werden zijn gebeden persoonlijker, merkte ik als kind. Er veranderde iets. Zo persoonlijk, ook emotioneler, is hij nu nog als we met z’n allen bij elkaar zijn en hij bidt. Ik vind dat bijzonder. Mijn moeder is praktisch ingesteld, ook als het over geloven gaat. Ze geloofde altijd onvoorwaardelijk in ons als kinderen en ze bidt veel voor ons.”

Wat heeft je het meest gevormd in je geloofsopvoeding?
“Het onvoorwaardelijke. Ik zag dat bij mijn ouders en bij God. En dat gaf me tegelijk een gevoel van vrijheid en veiligheid.” Griëtte lacht: “Wij konden als meiden – ik kom uit een gezin van drie meiden en twee jongens – weleens de slappe lach krijgen onder het Bijbellezen aan tafel. Mijn ouders reageerden daar goed op, ze gingen er gewoon in mee – zonder dat het afbreuk deed aan de eerbied voor God.” 

‘Hart voor mijn kerk’

Hoewel Griëtte nog steeds lid is van de kerk waarin ze opgroeide – haar man Duurt Vonck, directeur van de missionaire organisatie Agapè, is er ook predikant – benadrukt ze dat geloven voor haar niet afhangt van een kerkverband. “Ik hoor bij een kring in onze kerk, en vind het fijn om ergens bij te horen en mee te leven. De wekelijkse Bijbelstudieavonden bezoek ik niet. Ik voel me daar niet schuldig over – dat hoort bij die vrijheid waar ik net over sprak. Wel vind ik het belangrijk om betrokken te zijn op mijn kring.
We zagen veel vrienden van ons naar andere kerken gaan. Ik heb hart voor mijn kerk. We moeten het met elkaar doen. Oké, we kunnen soms een hele heisa maken over liturgie of dat soort dingen, maar in een andere kerk gaat het weer over andere dingen. Dit betekent niet dat ik nooit van kerk zou wisselen, hoor. We verhuizen binnenkort naar Schalkwijk. ‘Misschien ga ik daar wel naar de katholieke kerk,’ zei ik pas tegen mijn man. Ik bedoel: ik wil alles onderzoeken.”

BEAM-diensten

Haar vier kinderen – in de leeftijd van 5 tot 15 – wil Griëtte ook die vrijheid meegeven die bij haar thuis vanzelfsprekend was. Ze gaan naar een gereformeerd-vrijgemaakte basisschool, maar naar een openbare middelbare school. “We stimuleren de vriendschappen met andere christelijke jongeren wel. Het kan dus gebeuren dat er een hele club tieners bij ons op de bank zit op zaterdagavond om samen Wie is de Mol? te kijken. ’s Avonds bid ik vaak met de kinderen, en ik merk dat ze dat fijn vinden. In coronatijd kijken ze op zondagochtend naar de BEAM Kerkdienst. Pas zag ik mijn dochter dit zelfs op haar eigen telefoon kijken. Daar ben ik blij om, en ik snap dat ze de diensten van onze kerk saai vinden. Ik maak me daar verder geen zorgen over. We hebben het regelmatig over het geloof en wie God is.”  

Heb je zelf als puber – of later – weleens getwijfeld aan Gods bestaan?
“Nee, dat niet. Wel aan de mate waarin Hij op mij betrokken was. In mijn studententijd in Leeuwarden volgde ik een Alpha-cursus. Dat heeft een hoop veranderd in mijn leven. Daar leerde ik dat God niet alleen de wereld bestuurt, maar dat Hij er ook voor mij wil zijn. Ik beleefde een intense geloofsperiode.” Na een korte stilte: “We gingen als studenten zelfs de straat op om het evangelie aan de man te brengen. Ik weet niet of ik dat nu nog zo snel zou doen. Ik voegde me, net zoals ik dat thuis met catechisatie gedaan had.”

Wie is God nu voor jou?
“De Schepper van mijn bestaan. Ik vind het wonderlijk dat Hij besloot een wereld te scheppen, en ook dat Hij mensen zo verschillend heeft gemaakt. Hij heeft daar een bedoeling mee. Het is goed dat die verschillen er zijn. In iedereen heeft God iets bijzonders gelegd – ook in mij. Dat geeft mij de verantwoordelijkheid mezelf niet weg te gooien, maar om op staan: ‘Hier ben ik!’ De afgelopen anderhalf jaar heeft die gedachte mij steeds meer gevormd.”

Dat is best een recente ontwikkeling.
“Mijn baan bij de EO, als hoofdredacteur van Eva, draagt daar zeker aan bij. Het begon tijdens mijn werk als manager communicatie bij het Leger des Heils, toen ik een vrijwilliger op mijn afdeling intensief begeleidde. Ze had psychische problemen. Een moeilijke situatie, waarin ik leerde dat het geloof loslaten is.
Ik zoek nu dagelijks naar wat het geloof betekent voor een brede groep vrouwen. Daarbij moet ik loslaten wat ik zelf altijd dacht. Lastig soms, want ik voelde een soort van bekeringsdrang, alsof ik anders geen goede christen zou zijn. Die bekeringsdrang ben ik gelukkig kwijt en ik merk dat de gesprekken die ik nu voer over geloof veel prettiger zijn. Het draait er niet om dat ik vertel wie God voor mij is, maar meer dat ik laat zien wie ik ben. En God doet daar dan mee wat Hij wil.”

En Jezus?
“Jezus inspireert me. Hij is fantastisch om naar te kijken. Wat ik vooral bijzonder vind, is de manier waarop Hij 180 graden op een andere manier met dingen omgaat. Mijn favoriete Bijbelverhaal is dat van de Samaritaanse vrouw. Jezus gaat met haar in gesprek en vraagt: ‘Wie ben jij eigenlijk?’ Er zit geen veroordeling in. En dat bracht bij haar een enorme verandering teweeg. In mijn werk bij het Leger des Heils zag ik dat ook. Daar rapen ze mensen zeventigmaal zevenmaal op, zonder hen te veroordelen. Soms voel ik me die vrouw. Ik doe het ook niet zoals anderen, en toch veroordeelt Jezus me niet.”

Welk geloofslied uit je jeugd is je altijd bijgebleven?
Resoluut: “Psalm 121: ‘Ik sla mijn ogen op en zie de hoge bergen aan. Waar komt mijn hulp vandaan?’ En meer van die begrafenisliederen. ‘Wat de toekomst brengen moge’ bijvoorbeeld. Daar kan ik hard bij huilen, in een soort Prediker-besef. Ik ben enorm fan van het boek Prediker. Hij praat zo onderkoeld over de tijden. Wat is, is er en wat komt, komt. Alles is er al een keer geweest, dus geniet, eet en drink. Zo leef ik ook. Ik sta aan of uit. Op vakantie maak ik me niet druk over werk.” 

Wat zou je missen als je het geloof niet had?
“Het klinkt misschien zweverig, maar geloven is de kern van mijn bestaan. Ik zou niet goed weten wie ik ben zonder geloof. Het geeft houvast om te geloven dat er Iemand is die besloten heeft mij te maken. Over hoe persoonlijk God is, twijfel ik vaak, maar op een of andere manier is Zijn besluit om mensen te maken daarbij een goed ijkpunt. Hij heeft mij gewild, ik ben van Hem. Wat dat voor mijn leven na de dood betekent? Vroeger dacht ik aan een trappetje naar de hemel, maar nu houdt het leven hierna mij minder bezig. Ik ga ervan uit dat het dan ook goed zal komen, want het is een goede plek als je dicht bij Jezus wilt zijn.”

Filosoferend over hoe dat zal zijn en waar het in het leven nu echt om gaat, komt Griëtte op het woord ‘liefhebben’ als een steeds belangrijker wordend thema in haar leven. “Het is een keuze om lief te hebben en ik merk dat dit meer en meer mijn verlangen wordt. Het is ook het grootste gebod, zegt Jezus. Pas als je liefhebt, kun je de ander zien zoals God hem of haar ziet. Het gaat om iets groters dan mijzelf.”  

Beeld: Ruben Timman

Tip voor de redactie?

Of heb je een foutje gezien? Mail ons