Sara van Oordt: 'Ik hoop dat de Messias snel komt'

En andere uitspraken over Israël

Ze heeft de neiging snel uitgekeken te zijn op dingen, maar haar baan bij Christenen voor Israël verveelt haar na zestien jaar nog steeds niet. Sara van Oordt-Jonckheere geeft deze week in Visie een inkijkje in haar leven. Vijf prikkelende uitspraken uit dit interview.

‘Kijk uit om iets antisemitisme te noemen’

Met gepaste trots laat Sara het Israëlcentrum in Nijkerk zien. In het magazijn staan de producten die het centrum verkoopt opgestapeld in hoge stellages. Ook de wijn die recent stof deed opwaaien kun je er kopen. Over de zin ‘Afkomstig uit Israël’ is nu een etiketje geplakt met: ‘Afkomstig uit een Israëlisch dorp in Judea en Samaria’. De Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) is ook hier nog niet tevreden mee, vertelt Sara. Ze praat er rustig over. Zonder boosheid of zelfs maar de kleinste irritatie in haar stem. “Er gaat veel tijd overheen. Ik heb het idee dat de NVWA niet blij is met dit gedoe. Zij gaan over voedselveiligheid, maar door een handtekeningenactie krijgt het nu een politieke lading.”
Of we het dan over antisemitisme hebben? “Daar moet je mee uitkijken. Ik zal niet zeggen dat protest tegen deze formulering antisemitisch is of dat de mensen die er vragen bij stellen antisemitisch zijn. Frappant is wel dat er zo veel bezette gebieden zijn op de wereld waar zonder problemen producten van op de Nederlandse markt komen. Neem bijvoorbeeld de sardientjes die John West vangt voor de kust van de Westelijke Sahara, dat bezet wordt door Marokko.”

‘Ik had het idee dat ik alles zelf op moest lossen’

Haar voltijdbaan als hoofd media en communicatie bij Christenen voor Israël (CvI) combineert Sara met het werk als presentator bij de christelijke tv-zender Family 7. Ze geniet erg van het Bijbelstudieprogramma dat ze met Henk Binnendijk maakt, vertelt ze. En van het actualiteitenprogramma Uitgelicht. “Een paar jaar geleden ben ik drie maanden overspannen geweest. Ik had het idee dat ik problemen op het werk allemaal zelf moest oplossen, maar dat maakte me doodmoe. De bedrijfsmaatschappelijk werker gaf me een verrassend inzicht: het gaf me óók een fijn gevoel om dingen op te lossen. Het ging pas mis toen het te veel werd. Een maandlang sliep ik zestien uur per dag. Dóódmoe. Zo kende ik mezelf niet. Sindsdien zeg ik niet overal meer zomaar ‘ja’ op.”

'Het gaf mij een comfortabel gevoel dat ik anders ben'

Sara van Oordt-Jonckheere. Beeld: Ruben Timman

Sara groeide op in een katholiek-apostolisch gezin. “Dat moet ik altijd even toelichten. Zowel mijn Zwitserse moeder als mijn Nederlands-Belgische vader hoorde bij deze gemeente, niet te verwarren met het Apostolisch Genootschap. De Katholiek-Apostolische Gemeente bidt voor de eenheid van de kerk. Je kunt het eerder een gebedsbeweging dan een aparte kerk noemen. Sterk gericht op verootmoediging, tegen verdeeldheid, verlangend naar Jezus’ spoedige wederkomst. Elke zondagochtend bezochten wij een protestantse kerk, soms ook een rooms-katholieke. Dat doen alle katholiek-apostolischen, omdat het hypocriet is als je zo om eenheid bidt en je die vervolgens zelf niet zoekt. Ik zat op school met rooms-katholieke kinderen, die ook allemaal katholiek godsdienstonderwijs kregen en hun eerste communie deden. Voor mij kwam er speciaal een protestantse juffrouw om mij een-op-een onderwijs te geven. Ik ben altijd anders geweest. Niemand in mijn klas ging elke zondag naar de kerk. Het gaf mij een comfortabel gevoel dat ik anders ben. Ik ben de jongste van zes kinderen. Dat vond iedereen al bizar, zo’n groot gezin. En dan ook nog elke zondag naar de kerk. Het maakte mij extra bewust van het feit dat je keuzes moet maken in het leven. Niets was vanzelfsprekend.”

‘En dan kwamen de tranen weer’

“De dood van mijn vader in mijn tienerjaren had natuurlijk een enorme impact op mijn leven, maar ik ben nooit aan mijn geloof in God gaan twijfelen. Mijn vader stierf na een kort ziekbed van drie maanden – hij had alvleesklierkanker. Mijn moeder moest het ineens in haar eentje doen, met nog vijf kinderen thuis. Ik heb niet zwaar gepuberd en was behulpzaam in huis. Ondertussen moest ik het verlies verwerken.
Ik weet dat ik in de eerste jaren na het overlijden van mijn vader heel bewust rouwde. Van mijn 15e tot mijn 19e, ongeveer. Toen hij stierf, was ik thuis met twee broers. Vanuit het ziekenhuis kreeg ik het telefoontje dat hij overleden was. Dat moment heb ik later heel vaak bewust teruggehaald. En dan kwamen de tranen weer. Kennelijk is dat mijn manier geweest om vrede te krijgen met dat heftige moment. Niet dat ik het rationeel bedacht, maar ik deed het gewoon en het bleek goed te werken.”

'Ik hoop dat de Messias snel komt'

“Ik hoop dat de Messias snel komt. En ik hoop dat de Joden Hem herkennen en dat Hij dezelfde Messias als de onze blijkt te zijn. Ik verwacht het wel. Toen ik opgroeide, zeiden mijn ouders vaak dat we klaar moesten zijn voor Jezus’ komst, want die zou spoedig zijn. Nu wordt dat nog steeds gezegd, en het werd honderd jaar geleden ook al gezegd. Ik relativeer dat dus wat voor mezelf, maar tegelijk verlang ik ernaar dat het snel zal gebeuren. In dat spanningsveld doe ik mijn werk, kochten we een pup –Frenkie – waar ik dol op ben, en blijf ik bereid om alles uit m’n handen te laten vallen als Jezus terugkomt.”

Beeld: Ruben Timman

Lees in Visie 41-42 het complete interview met Sara van Oordt.

Tip voor de redactie?

Of heb je een foutje gezien? Mail ons