Margje Fikse: ‘Als nakomertje hing ik overal een beetje tussenin’

Wat kreeg Margje mee over God en het geloof en waar staat ze nu?

De vader van EO-presentator Margje Fikse praatte veel over zijn geloof. Na zijn plotselinge overlijden vond ze een briefje met zijn persoonlijke geloofsbelijdenis. “Hij preekte niet, maar liet de mensen zelf praten.”

Margje Fikse (1975) is “een enorm nakomertje” in een gezin van vijf kinderen, zegt ze in haar boerderijtje aan de bosrand in Hattem; ze woonde er tussen haar 12e en 18e ook. Haar vader – boer, paardenfokker en hengstenhouder – was toen al met pensioen. Daarvoor had hij op een andere plek in Hattem zijn gemengd bedrijf, waar het gezin ook woonde. Niet gek dus dat Margje nog altijd van dieren houdt; ze heeft – als hobby – een paard en een pony. “En een hond en een kat en twee konijnen en drie kinderen van 7, 10 en 11 jaar,” voegt ze toe.

Margje werkt sinds 1998 bij de EO. Momenteel presenteert ze de NPO Radio 1-programma’s Dit is de Dag en Langs de Lijn en Omstreken. Ook was ze in de zomer op tv te zien, toen ze met Kefah Allush de talkshow Op1 presenteerde. Verder is ze regisseur van de EO-reisseries Van Nineve naar Nazareth, Van Atlas naar Arabië en Oases in de Oriënt.

En je maakt nu ook een podcast over Joodse Nederlanders, de ‘Jodcast’. Heeft deze podcast invloed op jouw geloofsleven?

“Of ik nu praat met iemand die niets meer met religie heeft of in gesprek ben met een rabbijn, alle gesprekken hebben invloed op mijn geloof. Omdat ze altijd nieuwe inzichten of een verbreding van kennis bieden. Ik ben machtig geïnteresseerd in het jodendom, dus het is geweldig om deze gesprekken te mogen voeren. Overigens denken mensen soms dat ik zelf Joods ben, vanwege mijn uiterlijk. In de oorlog werd van mijn vader weleens gedacht dat hij een Jood was. Voor zijn opleiding was hij een tijdje in de kost bij een familie. Dan vroegen de buren waarom ze die ‘ondergedoken Jood’ zomaar over straat lieten lopen. Maar we zijn niet Joods. Voor de podcast interview ik mensen die er minder Joods uitzien dan ik.”

De Jodcast

Deze EO-podcast is voor iedereen met interesse voor de Joodse wereld en het land Israël. In de ‘Jodcast’ maken Margje Fikse en David Kamsteeg een serie portretten van bekende en minder bekende Joodse Nederlanders. De podcast is te beluisteren via de website van NPO Radio 5 en de bekende streamingdiensten.

Ging het thuis weleens over God?

“Jazeker! Mijn vader zat regelmatig met klanten aan de koffie met ontbijtkoek in de keuken. Hij praatte met iedereen over het geloof, het maakte hem niet uit wie het waren: boeren, burgers en ook chique buitenlui die hun edele dier wilden laten dekken. Zijn eerste vraag aan klanten was: ‘Woar kommie vandoan?’ Hij was heel geïnteresseerd in ze en daarom was hij ook benieuwd of ze God kenden, of ze iets met geloof hadden. Dat ging heel ontspannen. Een gesprek over de afstamming van een paard of over het zaagsel kon ineens ook zomaar over God gaan.”

Klein papiertje

Net als zijn Margje nu zelf doet als interviewer, stelde pa Fikse vooral vragen aan mensen. “Hij preekte niet, maar liet de mensen zelf praten.” Ze vertelt over het plotselinge overlijden van haar vader, nu twintig jaar geleden. Nadat hij was thuisgekomen van een feestje, viel hij van de trap. Hij overleed kort daarna. Niet lang daarvoor had hij tegen Margjes moeder gezegd dat er in de bureaula een brief lag voor als hij er niet meer zou zijn. “Wij dachten dat het een heel epistel zou zijn, waarin hij ons misschien opdrachten voor het leven zou nalaten. We waren vol verwachting. Maar het bleek een heel klein papiertje te zijn, gescheurd uit een agenda, waarop alleen maar stond: ‘Zonder God red ik het niet; zonder God red jij het niet.’”

Wat vond je daarvan?

“Geweldig! Kort en krachtig. We waren erg onder de indruk. En tijdens de uitvaartdienst zat de kerk bomvol, met Jan en alleman. Zij luisterden maar mooi naar de woorden die hij op het briefje had gezet.”

Zonder God red ik het niet, zonder God red jij het niet

Kun je die woorden van je vader voor jezelf nazeggen?

“Het is dubbel. Er zijn genoeg mensen die het zonder God redden of willen redden. Maar als je ervan uitgaat dat God de basis van alles is, is het leven überhaupt niet mogelijk zonder Hem. Maar goed, of mijn vader het zo bedoelde, is de vraag. Hij had God nodig in zijn leven. En ik ook. Je kunt het ook andersom stellen: ook al leef je zonder Hem, Hij leeft niet zonder jou.”

Heb je dat besef altijd al gehad?

“Ik heb lang getwijfeld of God bestaat, of de Bijbel wel klopt en hoe het allemaal zit. Mijn kinderen hebben dat misschien wel van mij overgenomen. Mijn dochter van 7 vroeg zich pas af hoe het zit met de eeuwigheid van God, hoe kan het dat er geen begin aan God zit. Als je daar te lang over nadenkt, gaat het je duizelen. Zulke vragen had ik als kind ook. Ik werd er gek van. Maar nu heb ik een zekere rust gevonden door me erbij neer te leggen dat niemand het ultieme bewijs heeft en dat het geloof uiteindelijk een mysterie is. Dat is gewoon oké.”

Johan de Heer

Het gezin waarin Margje opgroeide, was lid van de hervormde kerk in Hattem, hoewel haar vader opgroeide in een evangelische gemeente waar veel van Johan de Heer gezongen werd. “Johan de Heer kwam weleens bij mijn grootouders thuis logeren als hij voorging. Mijn moeder kwam uit een hervormd gezin. Toen mijn vader en moeder trouwden en in Hattem gingen wonen, gingen ze hier naar de hervormde kerk. Dat vond hij dikke prima.”

Wat vond jij van de kerk?

“Vanwege het bedrijf van mijn ouders was de zondag niet alleen maar een rustdag die in het teken van de kerk stond. Er moest gemolken en gevoerd worden, of er kon een kalf of veulen geboren worden. Het boerenbedrijf ging ook op zondag door. Soms gingen mijn ouders ’s avonds naar de kerk en ging ik ’s ochtends alleen naar de zondagsschool. Ik vond de diensten vrij suf. De psalmen en gezangen en de zondagsschool waren bloedeloos saai. Ik ging ook naar catechisatie, maar daarvan werd ik door de dominee weggestuurd, waarschijnlijk omdat ik allemaal moeilijke vragen stelde.”

Omdat je moeilijke vragen stelde, moest je vertrekken?

“Nou, ik stelde die vragen misschien met te weinig ontzag. Ik was voor hem waarschijnlijk een irritant kind dat alles onderuit probeerde te halen.” Ze imiteert zichzelf als drammerige puber: “‘Wat nou als God niet bestaat? Waarom laat God het leed op de wereld toe?’ Mijn moeder was niet boos op me en vond het vooral belachelijk dat de dominee mij in mijn eentje in het donker naar huis liet gaan.”

Nu heb ik een zekere rust gevonden

Alles was saai en suf. Hoe kan het dat je jezelf nu gelovig noemt?

“Wat veel indruk op me maakte, is dat ik als tiener een keer bij mijn – oudere – zus en zwager op bezoek was. Aan tafel dankten ze God dat Margje er ook was. Dat kende ik niet van thuis. Hoewel mijn vader met iedereen over het geloof praatte, deed hij dat niet zozeer met mij. Mijn moeder was al helemaal niet praterig. Zij ‘deed’ het geloof vooral, door praktische inzet voor anderen. Maar door dat gebed bij mijn zus besefte ik: God heeft kennelijk iets met Margje te maken. Ik mocht er kennelijk zijn; het deed er kennelijk toe dat ik er was. Vergeet niet, als nakomertje hing ik overal een beetje tussenin en voelde ik me niet heel erg gezien. Iedereen was ouder, ik dreutelde erachteraan. Toen ik kleuter was, vond iedereen dat nog leuk. Maar toen ik tiener was, hadden mijn broers en zussen hun gezinnetjes al. En mijn ouders waren oud.” Grinnikt: “Dan zat ik daar alleen met hen in de keuken. Ik hoorde de klok tikken en m’n vader smakken en dacht: wanneer kan ik hier weg?”

Is dat gebed bij je zus aan tafel van invloed geweest op je verdere geloofsleven?

“Ja, want ik ging ook weleens mee naar haar kerk, een baptistengemeente. Daar zongen we Opwekking, niet met een kerkorgel, maar met gitaren. Wauw. Met mijn zwager had ik goede gesprekken; hij was echt geïnteresseerd in me en vroeg me wat ik wilde met mijn leven. Zo leerde ik het evangelische wereldje kennen. Ik bezocht praise-avonden en weekenden van de EO, die inspireerden me. Vanaf dat moment ging ik ook wat klusjes doen voor de EO en ben ik er blijven hangen.”

Doop

Margje heeft een paar depressies gehad en heeft nu al jaren veel baat bij antidepressiva. Na haar studententijd beleefde ze een donkere periode waarin ze “God heel erg nodig” had. Om dat te markeren, liet ze zich dopen in de kerk Crossroads in Amsterdam. “Ik was als kind al gedoopt, maar deze doop kwam uit mijn eigen hart.”

En nu woon je weer in je ouderlijk huis.

“Ja, en zo ben ik weer in de hervormde kerk gekomen. Het mooie is dat ik hier goede, inhoudelijke preken hoor. Ik vind het mooi om naar de kerk te gaan waar ik als kind zat. Vroeger keek ik altijd naar het prachtige plafond en de muurschilderingen, met mijn moeder naast me. Nu kijk ik weer naar dat plafond en die muren en zit mijn moeder weer naast me, al is zij nu een oude dame. En in dezelfde kerkbanken waar ik zat te etteren, zitten nu mijn eigen kinderen te etteren. De cirkel is rond.”

Wat mooi.

“Ja, het zou een happy end van een goed verhaal geweest kunnen zijn. Maar dat ik daar nu met mijn eigen kinderen zit, betekent ook: ze vinden er, net als ik vroeger, niet veel aan. Daar worstel ik mee. Ik hoop dat ze hun eigen weg met geloof en God gaan vinden. Ook vraag ik me af hoe ik het geloof concreter kan maken. Hoe ik het geloof kan ‘doen’, zoals mijn moeder dat ook deed.”

Beeld: Ruben Timman

Tip voor de redactie?

Of heb je een foutje gezien? Mail ons