Deze zeven lekkernijen vind je gewoon in het bos!

Wildplukcursus voor beginners

in Geloven

De herfst is hét seizoen om het bos in te gaan. Niet alleen om je ogen de kost te geven en te genieten van alle oranjerode kleuren en met dauw bedekte spinnenwebben. Want terwijl je door de natuur wandelt, kun je ook een bosmaaltijd bij elkaar scharrelen!

Een beetje wildplukker komt na een boswandeling gegarandeerd met gevulde zakken thuis.Maar dit vraagt veel kennis over de natuur. Want waaraan herken je eetbare vondsten? Hoe zie je of iets giftig is of niet? Om de wildplukker in de dop op weg te helpen, zocht Visie-redacteur Lukas ten Napel naar de volgende zeven eetbare schatten waarmee je tijdens de winderige, koude dagen een lekker maaltje kunt maken.

1. Boleten

Wie een keer iets anders wil dan champignons uit de supermarkt, vindt in deze paddenstoelen wellicht een mooie vervanger. Boleten herken je aan de dikke hoed met een onderkant die op een spons lijkt. In deze zogenaamde buisjes maken boleten zaadjes aan. Hierdoor onderscheidt deze paddenstoel zich van giftige soorten. De keuze is reuze, want Nederland kent wel 65 soorten uit deze paddenstoelenfamilie. Het bekendste familielid, eekhoorntjesbrood, heeft een nootachtige smaak. Maar concurrentie ligt op de loer, want met name naaktslakken richten hun vizier vaak op eetbare paddenstoelen. Helaas ook op de enige boleten die ik onderweg tegenkwam.

2. Tamme kastanjes

Je kunt ze niet alleen verzamelen voor herfstknutselwerkjes van de kinderen, maar ook poffen in de oven of er je eigen (glutenvrije) kastanjemeel van maken. Tamme kastanjes verschillen van wilde kastanjes. Voel eens voorzichtig aan de stekels van het hulsje om de kastanje. Zijn de stekels scherp? Dan heb je een eetbare, tamme kastanje in handen. Een wilde kastanje heeft stompe puntjes en kun je zonder problemen vasthouden, maar niet zonder problemen eten. Deze bittere kastanjesoort levert namelijk maagproblemen op. De tamme kastanje zelf is in tegenstelling tot de wilde kastanje druppelvormig en niet helemaal rond. Let op, de tamme soort bederft snel. Daarom stop ik mijn jaszakken niet al te vol met deze, vrij eenvoudig te vinden, kastanjes.

3. Hazelnoten

Als je een rustgevende wandeling door het bos maakt, kijk dan vooral of je hazelnoten ziet liggen. Deze bevatten namelijk antioxidanten, stoffen die het lichaam beschermen tegen de negatieve effecten van stress. Deze stoffen helpen ook het cholesterolgehalte te verlagen, wat goed nieuws is voor je hart. Ook verkleinen ze de kans op verschillende soorten kanker. De hazelaar, de struik waaraan hazelnoten groeien, herken je aan hartvormige blaadjes met een ‘gezaagde’ rand. Je kunt de noten ter plekke kraken en opeten, maar met cacaopoeder, kokosolie en dadels maak je van hazelnoten ook een lekkere pasta. Dat wordt alsnog een ritje naar de supermarkt voor de overige ingrediënten, al betwijfel ik of ik wel genoeg hazelnoten heb voor een lekker potje hazelnootpasta.

4. Veldkers

Liefhebbers van pesto kunnen tijdens een boswandeling op zoek naar veldkers, een kruid met een pittige smaak. De plant herken je aan de geveerde blaadjes – ze lijken dus op vogelveren – en de witte bloemetjes die aan de steel groeien. Wanneer je veldkers fijnsnippert, vormt ze een lekkere toevoeging aan pesto, salade of broodje gezond. Mocht je in de herfst geen tijd hebben om het bos in te gaan: in de winter, mits het niet vriest of sneeuwt, is dit kruid ook te vinden. Jammer dat al die kruiden voor een beginner zo op elkaar lijken. Geen succesvolle veldkerszoektocht voor mij dus. Ik ga verder en schrik even van een opspringend kikkertje dat zich in het gras verborg en aan de zool van mijn laars ontsnapt.

5. Nagelkruid

We blijven in de wereld van kruiden en gaan op zoek naar nagelkruid, herkenbaar aan de oranjerode bloem die eraan groeit. Deze plant vind je al vroeg in de herfst. De wortels van dit kruid smaken en ruiken naar – hoe kan het ook anders – kruidnagel. Wanneer je de wortels droogt en tot poeder vermaalt, heb je een specerij om je maaltijd iets pittiger te maken. Door de wortels op suikerwater te zetten, maak je er nagelkruidsiroop van. Oogst niet te veel, want zonder wortel groeit er geen nieuwe plant. Helaas heb ik geen oranjerode bloemen gespot, dus ook geen pittige maaltijd uit het bos voor mij.

6. Eikels

Waar ik ook keek, vrijwel overal in het bos waren eikels te vinden. Ik zou er een heel pakhuis mee kunnen vullen. Eikels zijn erg voedzaam. Ze bevatten veel gezonde calorieën en eiwitten. In de Verenigde Staten zijn eikelkoekjes populaire tussendoortjes in de supermarkt. Maar je kunt ze niet terloops in je holle kies steken, dus het is geen geschikt tussendoortje voor tijdens de boswandeling. Eerst moet je eikels namelijk goed ontdoen van de zogenaamde looistoffen, die de nieren beschadigen. Hoe dat moet? Wie de ambitie heeft eikelkoekjes te maken en zijn of haar gezonde nieren wil behouden, adviseer ik een kijkje te nemen op de website van De Wilde School

7. Beukennootjes

Beukennootjes behoren tot de noten die je, in tegenstelling tot eikels, direct kunt verorberen. Deze driehoekige vruchtjes vind je niet zomaar. Het kost tijd om een groter aantal beukennoten te vinden, maar dan heb je ook een bron van gezonde voedingsstoffen – waaronder eiwitten en ijzer – te pakken. Je kunt ze roosteren, maar de zoetekauwen onder ons verwerken ze wellicht liever in een beukennootjestaart. Het lukt mij helaas niet genoeg beukennootjes te vinden voor een complete taart, al zou een stukje gebak er nu wel ingaan.

Terwijl ik door het vochtige, hoge gras loop, bekijk ik de buit. Mijn zakken zijn gevuld met kastanjes en eikels. Daar komen nog een paar verdwaalde hazel- en beukennoten bij. Voor de echte bosliefhebbers is het vinden van alle zeven voorwerpen uit dit lijstje een mooie uitdaging. Wie meer wil leren over wildplukken of extra goed voorbereid op pad wil gaan, kan het beste deelnemen aan een georganiseerde wildpluktocht. Met oranjerode bladeren die aan mijn laarzen vastplakken en spinnenwebben die in mijn haar blijven haken, loop ik naar huis. Denkend over de bestemming van de kastanjes in mijn jaszak: mijn maag of misschien toch het knutselwerkje van mijn neefjes.

Tekst: Lukas ten Napel

Beeld: Shutterstock

Tip voor de redactie?

Of heb je een foutje gezien? Mail ons