Rietje Bakker maakt schilderijen mét betekenis

'Er is nog zoveel wat ik wil doen'

In haar huiskamer siert een grote foto van haarzelf een muur: cadeautje voor haar 67e verjaardag. Kunstenaar Rietje Bakker voelt dat met het klimmen van de jaren haar tijd schaars begint te worden. “Ik denk steeds vaker: het is nu of nooit.”

Het ruikt naar verf in de tuin van het vrijstaande huis waar Rietje Bakker woont. Niet háár verf, maar die van de huisschilders die de buitenboel weer even een grondige lik geven. Binnen wijst ze naar de foto op canvas; het cadeau was van haar man, Andries Knevel. “Hij maakte tijdens de zomervakantie talloze foto’s van me en heeft deze op canvas laten afdrukken. Hij is zo trots op me, dat hij me deze cadeau heeft gedaan,” zegt ze stralend.

Een extra laag

Vijf jaar wonen ze hier nu, vertelt ze in haar atelier in de omgebouwde garage in de tuin, waar háár verfgeur goed te ruiken is. Haar werken hangen aan de muren, tubes verf in alle kleuren zijn handig opgeborgen in kasten die ooit cd’s bewaarden. Ze is autodidact, maar schilderde ook veel samen met haar in 2011 overleden vriendin Christa Rosier.

“Ik werk abstract, figuratief en intuïtief,” zegt ze bij een kop koffie. “Ik probeer een extra laag in mijn werk te leggen, zodat het niet alleen ‘mooi’ is, maar ook een onderliggende gedachte heeft.”

Ze loopt door de tuin terug naar de woonkamer om een schilderij op te halen. “Kijk,” zegt ze als ze weer in haar atelier staat. “De tekst bij dit schilderij is: ‘His mercies are new everyday.’ Zie je die goudlijntjes? Die symboliseren de genade die neerkomt.”

Bemoedigen en troosten

Rietje volgde in het verleden een creatieve opleiding, waarna ze in de jaren zeventig een aantal jaar bezigheidstherapie gaf in ziekenhuizen en verpleeghuizen. “Wat me in dat werk aansprak, was dat mensen door creatief bezig te zijn, hun ziek-zijn vergaten.”

Maar nu, zegt ze, heeft ze de vrijheid om te doen wat ze wil. “De behoefte om mezelf te uiten is nu ook groter dan destijds. In mijn werk laat ik me graag inspireren door een regel uit een lied of een psalm, maar ook kloosters en abdijen, wolken en de natuur inspireren me. Soms ben je verbaasd als een schilderij emoties bij anderen losmaakt. Zo werd iemand bij een werk met de tekst ‘Your love goes on’ heel emotioneel. Dat kunst kan bemoedigen en troosten, is een mooi aspect van mijn werk.”

Ook de actualiteit, zoals de situatie van bootvluchtelingen, kan een inspiratiebron zijn. Voor Stichting Bootvluchteling maakte ze een groot schilderij met als thema ‘De zee zal niet meer zijn’. “Op het doek schilderde ik in de zee een venster naar die nieuwe tijd. Dat hangt nu op hun kantoor.”

Een blauw afdekzeiltje

Schrijnende actualiteit en schilderkunst wil ze ook combineren als vrijwilliger voor International Justice Mission (IJM). Deze internationale organisatie zet zich in voor de bestrijding van mensenhandel. Ze coördineert de campagne ‘Expressions for Justice’, waarvoor ze contact zoekt met kunstenaars, muzikanten, fotografen en schrijvers die ‘meestrijden tegen onrecht’. Die kunst zet zij met name op social media in om aandacht voor het werk van IJM te vragen.

Moet betrokkenheid niet méér pijn doen?

“Kunst kan een emotie zó verbeelden dat het mensen raakt en tot nadenken stemt,” zegt Rietje, die vier jaar geleden op uitnodiging van IJM in India was om moderne slavernij met eigen ogen te zien. “Dat was héél confronterend,” blikt ze terug. “De mensenmassa’s, de drukte, de herrie, de rotzooi en mensen die alleen maar onder een blauw afdekzeiltje wonen… Toen ik terugkwam, geneerde ik me voor mijn eigen huis…”

‘Waar staat je wieg?’

Ze kijkt beschaamd. “Waar staat je wieg? En wat doe ik met het feit dat míjn wieg in Nederland stond? Die vraag is een belangrijk thema voor mij. Ik ben niet anders dan die persoon onder het blauwe zeiltje. De vraag die ik mezelf blijvend stel, is: hoe wil jij betrokken zijn om verandering te brengen? We zijn niet drastisch genoeg in onze keuzes. Natuurlijk, we steunen goededoelenorganisaties… Maar we leven ook gewoon ons comfortabele leven. Moet betrokkenheid niet méér pijn doen?”

En?

“Ja, dat denk ik wel. Maar het is zoeken naar balans, want je mag ook genieten van wat je krijgt. Ik wil het niet te zwaar maken, maar bid wel: ‘Heer, hoe ziet U dat?’ Het blijft een open vraag, die me aanspoort nog meer van mezelf weg te geven.”

Was je bezoek aan India hierin voor jou een omslagpunt?

“Nee, want ik ben ook voor Dorcas Hulp in Rusland geweest en zag ook daar de armoede. Ik zag situaties waarvan je denkt: hoe kán dit? Ik probeer me dan voor te stellen dat deze mensen op de stoep voor de Albert Heijn zitten en ik niet weg kán kijken. Het is makkelijk om te denken: ze wonen ver weg, ik hoef er niets mee. Nee, je moet in actie komen, ook al wonen ze ver weg.”

Geld doneren is een makkelijke, technische transactie. Is dat een probleem?

“Het is technisch, maar wel effectief. Je kunt immers niet met z’n allen naar al die landen toe. Het gaat mij om een combinatie van gebed, betrokkenheid en het delen van je ervaringen. Toen ik in India was, ontmoette ik mensen die als slaaf werken in de steenindustrie. Ook ontmoette ik meisjes die in de prostitutie zaten. Zij waren een jaar of 17, maar ik weet dat er in de Filipijnen ook baby’s voor de webcam misbruikt worden. Afschuwelijk! De hulpverleners van IJM lopen een extra mijl om iedereen die in slavernij vastzit op te sporen.”

‘Meneer Verkade’

Rietje groeide op in een middenstandsgezin, dat naar een christelijk-gereformeerde kerk ging. Van haar ouders kreeg ze mee hoe het geloof voor hen een steun was. “Mijn vader kon daar vrijmoedig over spreken, hij was vol van de genade. Sommige gemeenteleden vroegen zich af of het evangelie wel voor hen was, of God hen wel uitverkoren had. Ze gingen dan niet aan het avondmaal. Maar mijn ouders gingen – heel vrijmoedig – wél aan.”

Ik voel me jonger dan anderen mij zien

Met een twinkeling in haar ogen vertelt Rietje dat haar vader, winkelier in lekkernijen, wel ‘meneer Verkade’ werd genoemd omdat hij veel koek en chocolade van Verkade verkocht. “Ja, heerlijk voor een kind om een vader met een snoepwinkel te hebben. Af en toe pikten we wat tumtum uit de bakken.”

Meisje van 12

Toch kampte het gezin ook met zorgen. Haar ouders waren beiden regelmatig ziek. Als moeder in het ziekenhuis lag en vader in de wijk klanten bezocht, stond zij als meisje van 12 alleen in de winkel. “Achteraf klinkt dat vreemd, maar je wist niet beter. Ik heb er niet onder geleden. Ik heb nu een kleindochter van 12. Ik kan me niet voorstellen dat ze alleen in een winkel zou moeten staan! Maar vergeet niet: het is al vijftig jaar geleden.”

Het gekke aan ouder worden is, zegt ze, dat je het over dingen kunt hebben die vijftig jaar geleden plaatsvonden. “Maar ik voel me jonger dan anderen mij zien. Dat is een rare gewaarwording,” lacht ze. “Voor anderen ben ik een ouder iemand. Steeds meer mensen blijven u tegen me zeggen, ook als ik zeg dat het niet hoeft.”

Drie weken in coma

Negen jaar geleden stopte Rietje met werken als coördinator in de psychiatrie, om meer tijd te kunnen besteden aan mantelzorgtaken. Van dichtbij in de familie weet ze welke impact een echtscheiding kan hebben; als grootouder past ze met veel plezier veel op de kleinkinderen, evenals Andries. Hij zal later tijdens het gesprek dan ook even zijn hoofd om de deur van het atelier steken om te vragen of de kaiserbroodjes op de keukentafel ook meegenomen moeten worden naar de kleinzonen die hij uit school gaat halen.

Bijna niemand wist dat we getrouwd waren

Rietje: “Het lastige aan ouder worden is dat je je nog bewuster bent van de eindigheid van het leven. Het roept vragen op als: waar wil ik de tijd die ik nog heb aan besteden? Welke keuzes maak ik? Er is nog zo veel wat ik wil doen!”

In 2016 was Andries ernstig ziek nadat hij in Bolivia legionellabesmetting had opgelopen. Heeft zijn ziekte dit besef van eindigheid vergroot?

“Dat besef hadden we al. Zijn zus is op jonge leeftijd overleden, evenals mijn vriendin Christa Rosier. Dat het leven niet maakbaar was, wisten we dus al. Toen Andries ziek werd, dachten we niet: waarom overkomt óns dit? We raakten er niet van in paniek. Natuurlijk was het wel schrikken toen hij op een maandagochtend uit Bolivia ziek thuiskwam. Die middag zou ik naar Rusland gaan. Hij wilde dat ik gewoon zou gaan omdat ik er voor Dorcas Amerika promotiefilms zou opnemen. Zelf wilde ik niet weg. We gingen samen naar de huisarts. Die zei dat ik prima weg zou kunnen gaan, zolang er ’s nachts maar iemand bij Andries in de buurt zou blijven. Een van onze kinderen was bij hem en ik vloog naar Rusland. Een dag later keek een van de andere kinderen nog even bij Andries. Hij vond hem; het bleek helemaal mis en hij werd naar de ic gebracht. Zodra ik dat hoorde, ben ik spoorslags teruggekomen. Hij heeft drie weken in coma op de ic gelegen. Dat is niet mis – simpel zat. Maar we voelden ons rustig en gedragen.”

Hij werkt nog twee dagen per week voor de EO. Hebben jullie nu meer tijd om samen door te brengen?

“We zijn nog allebei best druk, maar genieten samen enorm van onze kinderen en kleinkinderen. We vormen een warm en open gezin; we gaan nog ieder jaar met z’n allen op vakantie. In Andries trof ik een echtgenoot die me enorm gestimuleerd heeft om mezelf te ontwikkelen. Er was een tijd dat als we samen ergens kwamen, alle aandacht meteen naar hem uitging. Iedereen zag Andries staan, en mij niet. Maar hij betrok me altijd bij ieder gesprek. En ook thuis laat hij dagelijks zijn waardering voor mij blijken. Dat heeft bijgedragen aan mijn zelfvertrouwen. Vorig jaar heeft hij een vriendinnendag voor mijn verjaardag georganiseerd, met een rondleiding in een museum en een lunch. Ook vroeg hij de kinderen tijdens het diner een soort Ted Talk over mij te houden. Heel bijzonder. Andries is echt hartstikke attent.”

Tekst loopt door onder de foto

Vond je het niet irritant dat alle aandacht naar hem uitging en niet naar jou?

“In een bepaalde fase van zijn werk was het onvermijdelijk. Ik heb er niet mee gezeten en bovendien: het zegt meer over die mensen dan over mij. Wel gebruik ik, op advies van Andries, mijn meisjesnaam Bakker. Als ik Knevel zei, kreeg ik steevast – negatief of positief – opmerkingen over de EO of over Andries. Ik pluk er de vruchten van om onder mijn eigen naam te werken. Alles wat ik opgebouwd heb, heb ik zelf bereikt. Tijdens mijn afscheidsreceptie op mijn werk waren veel collega’s verbaasd toen Andries daar ineens rondliep. Bijna niemand wist dat we getrouwd waren.” Lachend: “Wat doet híj hier, vroegen veel collega’s zich af.”

Meerwaarde voor je leven

Jarenlang ging Rietje met haar gezin naar een christelijk-gereformeerde kerk. Rietje leidde er Bijbelstudies en de zondagsschool. Wat dreef haar? “Het delen van het evangelie. Dat heeft meerwaarde voor je leven. Ik moet er toch niet aan denken dat dit aardse leven het enige zou zijn! Denk aan de mensen in India die ik ontmoette. Het is voor hen een troost dat het beste nog moet komen.”

Terugkijkend op haar tijd in de Christelijke Gereformeerde Kerken, constateert Rietje dat het gezin er te lang lid is gebleven. De kinderen vonden geen aansluiting in hun sterk vergrijsde gemeente. “Vanuit verantwoordelijkheidsgevoel wilden we het zinkende schip niet verlaten. We hebben veel gebeden wat de juiste weg was en besloten te blijven. Maar achteraf hebben we er spijt van dat we niet meer voor de kinderen hebben gekozen.”

Rietjes kinderen zijn – al dan niet op hun eigen manier – gelovig en niet allemaal even kerkelijk betrokken. Veel wil ze er niet over kwijt, maar haar ogen verraden dat dit onderwerp haar raakt.

“Gods oog rust op hen, daarvan ben ik overtuigd. En tegen jongere mensen zeggen we nu: kies in je kerkkeuze niet voor jezelf, maar voor je kind! Zorg dat zij gevoed worden. En als die kerk jou als ouder minder aanspreekt, zorg dan voor extra voeding door je te verdiepen in goede boeken of sites.”

Staand zingen

Inmiddels gaan Rietje en Andries al twintig jaar naar de internationale gemeente Crossroads, waar zij zes jaar lang haar levenservaring gebruikte als ouderling. “Ik kijk niet negatief terug op mijn tijd in de Christelijke Gereformeerde Kerken, want daar is een stevige basis gelegd. Maar in Crossroads kreeg ik de geloofsbloei. In wezen hoorde ik hetzelfde verhaal, maar op een andere manier. Je leert ook van christenen die uit verschillende culturen komen. De nadruk ligt er meer op je persoonlijke relatie met God. Hoe Hij je alles aanreikt en dat je dat vrijmoedig mag aannemen en daaruit kunt leven. Ook de worship draagt bij aan die bloei. Ik kan niet meer zittend in een kerkbank zingen nu ik gewend ben staand te zingen. Soms gaan daarbij ook mijn handen de lucht in, als uiting van wat in mijn binnenste leeft. Dat was ik niet gewend. Sterker nog, dat werkte wat vervreemdend als ik het bij anderen zag.”

Ik denk steeds vaker: het is nu of nooit

Intussen zoekt Rietje op haar iPhone naar een lied dat haar de afgelopen tijd bemoedigd heeft. Het gaat om ‘New Name Written Down In Glory’. “Een fantastisch lied,” vindt ze. “Het gaat erover dat je in God de Ontwerper van je leven ontmoet. “He’s mine” zingen ze ook: Hij is de mijne. Dat klinkt misschien wat aanmatigend, maar zo ervaar ik het wel. Dat ik in mijn geloofsleven ben gegroeid, heeft mijn zelfvertrouwen versterkt.”

Er is nog zo veel wat je wilt doen, zei je net. Maak je een soort bucketlist?

“Nee, dat niet. Maar ik kies wel waar ik me wel en niet meer voor wil inzetten. Ik kies ervoor om actief te zijn voor gerechtigheid, zoals het werk voor IJM. En mijn kunst is belangrijk; ik wil er vol voor gaan. Er waren altijd wel redenen dat het op een tweede plan kwam. Maar nu doe ik dat niet meer, want de tijd wordt schaarser. Ik denk steeds vaker: het is nu of nooit.”

Beeld: Jacqueline de Haas

Tip voor de redactie?

Of heb je een foutje gezien? Mail ons