Reinier van den Berg: ‘Wist ik wie Jezus wás of wie Hij ís?'

Wat kreeg Reinier mee over God en het geloof en waar staat hij nu?

Reinier van den Berg

Weerman Reinier van den Berg groeide op in een christelijk gezin. Na zijn studie in Wageningen belandde het geloof echter op een zijspoor. Totdat God ingreep tijdens een tornadoreis in de Verenigde Staten. “Op Schiphol merkte mijn vrouw direct dat ik serieus veranderd was.”

Reinier van den Berg (1962) was tussen 1989 en 2018 vaste weerman bij RTL. Tegenwoordig is hij vooral duurzaam ondernemer en spreker, en richt hij zich met een startend bedrijf op het duurzaam verwerken van plastic afval.

Hij groeide als jongste van drie jongens op in een gezin dat naar de plaatselijke christelijk-gereformeerde kerk ging. “Als klein knulletje ging ik met mijn ouders twee keer mee naar de kerk: om tien en vijf uur. Ik vroeg natuurlijk wel: ‘Moet dat nou echt? Is één keer niet genoeg?’ Mijn ouders gingen daar op een wijze en liefdevolle manier mee om. Ze luisterden naar ons en vooral toen we tiener waren, lieten ze de teugels een béétje vieren en hoefden we niet altijd ’s middags. We gingen soms ook wel naar kerken die qua liedkeuze en preek wat losser waren.”

Genieten van de blijdschap

Reinier vertelt dat in zijn eigen gemeente het accent lag op het feit dat mensen zondaren zijn. “Nu is dat ook wel zo,” zegt hij. “Maar als je daar alle accent op legt, vergeet je te genieten van de blijdschap in het geloof die God je ook geeft.”

Toch kijkt hij allesbehalve met wrok terug op de kerk van zijn jonge jaren. “De jeugdvereniging was leuk. Daar dronken we ook een cola, aten we pinda’s en luisterden naar moderne muziek, soms met dans. Verder zongen we bij de gitaar liedjes als ‘Go, tell it on the mountain’. Op de jeugdvereniging heb ik mijn vrouw leren kennen. We hebben ook samen catechisatie gehad.”

Reinier van den Berg: "Wist ik wie Jezus wás of wie Hij ís? Voor mij gold het eerste. Jezus was voor mij verleden tijd geworden."

Op welke manier gaven jouw ouders de geloofsopvoeding vorm?
“Het geloof was verweven met hun dagelijks leven. In hun vrije tijd waren ze actief voor de kerk. Zo leefden ze ons het geloof voor. En zij hebben dat ook weer van hun ouders geleerd. Ik vind het mooi dat het geloof zo van generatie op generatie is overgeleverd. Al die gezinnen groeiden op in totaal andere tijden, maar bij elke generatie was het geloof een ankerpunt.

Mijn ouders waren wijze, belezen mensen. Ze geloofden niet alleen met het hart, maar ook met het verstand. Zo las mijn vader boeken over geloof en wetenschap en schepping en evolutie. Ik herinner me een boek van Arie van den Beukel: De dingen hebben hun geheim. Hij had een serieuze boekenkast vol theologische boeken, vooral ook over de schijnbare tegenstelling tussen geloof en wetenschap. Schijnbaar, want die twee kunnen prima samengaan. Toen ik op kamers woonde, sprak ik daar veel over met mijn vader. De Bijbel staat vol met geloofshelden die hun vragen afvuren op God. Ik had die vragen ook: hoe dan? Waarom dan?”

Kun je die vragen concreter maken?
“In Wageningen studeerde ik Milieukunde. Ik kreeg vakken als ecologie, gezondheidsleer en andere colleges over het ontstaan van het leven. Met een gelovige studievriend boomden we door over de ouderdom van de aarde en de rol van God daarin. Als ik in het weekend thuis was, ging ik daarover ook in gesprek met mijn vader.”

Oorsprong van het leven

De thema’s houden hem nog steeds bezig. Over de schepping en de rol van God kan hij ’s nachts wakker liggen. “Ja, letterlijk. Maar dat is niet erg. ’s Nachts kun je het meest geconcentreerd denken. Ik vind het heel interessant om over de oorsprong van het leven na te denken. De christelijke natuurkundige Cees Dekker schrijft er bijzondere boeken over; voor sommige christenen is dat een brug te ver, maar zelf deel ik de standpunten van Dekker.”

Hoe interessant hij de discussie ook vindt, Reinier blijft graag bescheiden. Hij verwijst naar de oudtestamentische figuur Job. “God vraagt hem: waar was jij eigenlijk toen Ik de aarde schiep? Kortom, we weten heel veel niet.”

Het is óók mooi als je gelooft met de volle breedte van je verstand

Heeft je geloof ook dieptepunten gekend?
“Na mijn afstuderen was het geloof voor mij moeilijk te combineren met m’n wetenschappelijke kennis; het werd een randverschijnsel in mijn leven. Tot 1996. Toen maakte ik met collega’s een tornadoreis door de Verenigde Staten. Tijdens die reis vroeg een man met het syndroom van Down twee keer aan mij of ik wist wie Jezus is. Dat zette me aan het denken. Wist ik wie Jezus wás of wie Hij ís? Voor mij gold op dat moment het eerste. Jezus was voor mij verleden tijd geworden. Samen met andere gebeurtenissen, zoals het vinden van een piepklein foldertje met de Bijbeltekst Romeinen 10:13 in een smoezelige toiletruimte langs de snelweg, bracht dat mij dichter bij God. Op Schiphol merkte mijn vrouw direct dat ik serieus veranderd was. Mijn uitstraling was anders; ik straalde iets van mijn teruggevonden geloof uit. Ik kreeg het van God, want het is niet je eigen verdienste als je het geloof ontvangt.”

Enorme lijdensweg

Toch betekende dit niet dat Reinier sindsdien nooit meer vragen of moeilijkheden op zijn pad kreeg. In 2001 werd bij zijn vrouw Vera borstkanker in een vergevorderd stadium ontdekt. Een intensief traject van behandelingen volgde. “Terugkijkend vraag ik me af hoe we erdoorheen zijn gekomen. Het was een enorme lijdensweg. Uiteraard in de eerste plaats voor mijn vrouw, met al die behandelingen – operaties, chemo en bestralingen – maar toch ook voor de rest van het gezin, onder wie onze zonen van destijds 4, 9 en 11 jaar. Achteraf begrijp ik niet hoe ik dat als jonge vader heb kunnen dragen. Ik had een veertigurige werkweek en nu kwam het huishouden ook op mijn schouders terecht. Gelukkig kregen we veel hulp uit de kerk.”

En jij presenteerde ’s avonds ogenschijnlijk vrolijk het weer?
“Jazeker – je moet wel. Ook in crisistijd is het je beroepsverantwoordelijkheid om je werk op een goede manier te doen. Ik ervaar mijn werk ook als een roeping waar ik zo goed en mooi mogelijk gehoor aan wil geven, ook als de omstandigheden zwaar zijn of ik niet heb geslapen. We hebben in die periode ervaren dat we door God zijn gedragen. Vera is volledig genezen, maar het had totaal anders kunnen aflopen. Dat het soms ook niet goed afloopt, zie ik ook om ons heen. Daar is even hard gebeden, maar toch sterven zij wel. Waarom is ons gebed wel verhoord en hun gebed niet? Daar kom je niet uit.”

Achteraf begrijp ik niet hoe ik dat als jonge vader heb kunnen dragen

Welke invloed heeft die periode gehad op je leven?
“Het heeft mijn leven veranderd. We maakten met elkaar een diepe ervaring door en maakten kennis met de kwetsbaarheid van het leven. We werden stilgezet, maar daarna gaat het leven ook wel weer door. Dan neem je afstand van die periode. Nu we het erover hebben, weet ik weer hoe groot de nood was. Maar ook in mijn jeugd hadden we te maken met veel ziekenhuistoestanden. Mijn moeder tobde met allergieën. Ze droeg het zo moedig mogelijk en probeerde een goede moeder te zijn. Ze kreeg de kracht om dat jaar in, jaar uit naar beste kunnen, op een liefdevolle manier, te doen. Door de steun die ze had aan haar geloof, kregen wij niet veel mee van haar ziekte.”

Weer naar de kerk

De afgelopen 25 jaar verzorgde Reinier lezingen en preken in kerkdiensten en op jeugdverenigingen. Inmiddels heeft hij behoefte aan meer rust in het weekend. Hij gaat graag naar de protestantse gemeente – “met een christocentrische prediking” – waar hij lid van is. “Toen onze eigen jongens opgroeiden, gingen we vaker naar evangelische gemeentes, omdat dat dichter bij hun beleving stond. Tegenwoordig zitten we elke zondag in onze eigen kerkbanken en worden we opgebouwd door een mooie preek, fijne liederen en na afloop koffie en iets lekkers. Dat laatste is een belangrijk onderdeel! Onze gemeente heeft een speciaal bakrooster, zodat er elke week iets lekkers is. Gelukkig kunnen we, na de lockdown, weer naar de kerk. Maar de derde helft, koffie met wat lekkers, kan nog even niet. Dat missen we wel.”

Verlang je weleens terug naar het kinderlijke geloof van vroeger?
“Nu je het me zo vraagt, is het inderdaad prettig als je heel makkelijk alle Bijbelverhalen als letterlijk kunt aannemen. Maar het is óók mooi als je gelooft met de volle breedte van je verstand en wetenschappelijke kennis kunt koppelen aan je geloof in God. Het geloof is geen statisch begrip, maar een weg die je gaat van kind, puber, adolescent tot volwassene. Halleluja-momenten en momenten van vragen en vertwijfeling kunnen elkaar afwisselen. Iedere weg is uniek. Dat is fantastisch om te zien en bovendien: God geeft ons die dynamiek en vrijheid. We hebben de vrijheid om zijpaadjes in te gaan en op onze bek te gaan. Dat zag je ook bij het volk Israël, dat vreemde goden aanbad, of bij het verhaal van de verloren zoon. Geen zonde is te erg; je kunt altijd bij God terugkomen, als je oprecht om vergeving vraagt!”

Je zei dat je het mooi vindt dat het geloof via de generaties heen door wordt gegeven. Hoe is dat gegaan bij jouw zoons?
“De oudste twee jongens zijn inmiddels zelf jonge vaders en gaan naar evangelische en baptistengemeentes. Mijn kleinzoon Levi is nu 2,5 jaar en toe aan verhalen over de ark van Noach. Mijn jongste zoon studeert in Delft Life Sciences en krijgt vakken als genetica en erfelijkheidsleer. Of hij zich ook aansluit bij een gemeente weet ik niet; ik hoop het wel. Nu is hij een zoekende student en het geloof een zijpaadje. Als hij thuis is, hebben we discussies over het ontstaan van het leven. Hij zit in de fase die ik in Wageningen zelf had. En net zoals mijn vader met mij in gesprek ging, doe ik dat nu met hem.”

Beeld: Ruben Timman

Tip voor de redactie?

Of heb je een foutje gezien? Mail ons