Reinier Sonneveld: Jij kunt 'verspieder' worden

Zo word je een spion van het goede leven

Met welke ogen kijk je naar jezelf? Hoe oordeel je over de mensen die je ontmoet? De Bijbel kan je helpen je blik te vormen. Je kunt ‘verspieder’ worden...

Hoe wordt de Bijbel actueel voor je? Wat heeft zo’n oud boek met je leven nu te maken? Want het is nogal een andere wereld, die bijna als fantasy kan overkomen, met die kamelen, die wapendragers, die mantels, die keizers, die voerbakken... Die kom ik niet bepaald dagelijks tegen en spelen geen rol in mijn leven.

Alle vrouwen hoofddoekjes

Soms wordt er opeens iets actueel, als je bijvoorbeeld beseft dat alle vrouwen in de Bijbel hoofddoekjes droegen en dat die tegenwoordig ook meer het straatbeeld bepalen, of als er een grote epidemie woedt die overeenkomsten vertoont met melaatsheid. Maar per generatie wordt de afstand tot de Bijbel weer iets groter. Mijn grootouders reisden in hun jeugd nog regelmatig met paard-en-wagen en zagen dagelijks voerbakken. Mijn ouders kenden het nog dat men de linkerhand en onvruchtbaarheid met iets slechts associeerde. Maar ook die kleine linkjes naar de Bijbel zijn voor mij verdwenen.

Per generatie nijpender

Dus ja, de vraag wordt per generatie nijpender. Hoe gaan we nog iets in de Bijbel herkennen? Het kan helpen je verwachtingen wat te relativeren. De schrijvers van de Bijbel hadden niet onze cultuur in gedachten, maar hun tijdgenoten. Een heel select groepje tijdgenoten, de paar procent die kon lezen en het dan in gesprekken en toespraken doorgaf.

Samenvattingen

De Bijbel is niet geschreven om in je eentje in stilte te lezen, maar om vóór te lezen in een synagoge of huiskerkje en er daarna met elkaar over door te praten. Dat is een van de redenen dat de verhalen zo beknopt zijn: het zijn samenvattingen die dienden als geheugensteuntjes om er daarna over te discussiëren en te preken.
Nogal logisch dat als je tweeduizend jaar verder bent, je er weinig bij beleeft als je ze zelf leest. Zeker als je, zoals wij, in een belevingscultuur opgroeit en onuitgesproken verwacht dat je bij alles iets moet ervaren. En je kunt ook wel iets voelen bij de Bijbel, prima natuurlijk, maar met dat doel zijn de verhalen niet geschreven.

Exemplarische prediking

Een van de manieren om de Bijbel dichterbij te brengen, is wat de theologen van mijn jeugd ‘exemplarische prediking’ noemden. Bijbelse personages zijn dan voorbeelden, ‘exempels’ voor ons. Abra- ham ging heel gelovig naar een onbekend land en zo, broeders en zusters, moet u ook elke onbekende situatie tegemoet treden. Bent u wel genoeg als Abraham, lieve gemeente? Och, wees toch meer als Abraham.

'De Bijbel is niet geschreven om in je eentje in stilte te lezen'

Een truc

Bij ieder verhaal is dan telkens de vraag: ja, ik moet een beetje meer als die persoon zijn (of een beetje minder, als het een slechterik was). Het is een truc die ik nog steeds regelmatig hoor en als je die eenmaal doorhebt, is het gekmakend saai. De theologen van mijn jeugd hadden dus wel een punt toen ze hier zo kritisch op waren. Ze stelden zelf vervolgens ‘heilshistorische prediking’ voor. De methode is dan telkens de lijn richting Jezus te laten zien. Kijk, Abraham is de verre voorvader van David en die is de verre voorvader van Jezus. En hij gedraagt zich ook al een beetje als Jezus, die immers ook uit een ver land – de hemel – naar ons moest reizen en alles moest geven. Ook dit kan natuurlijk weer een trucje worden, waarbij je als toehoorder denkt: jaja, en nu komt het lijntje naar Jezus...
Bij beide vormen hangt er veel af van hoe diep de voorganger of dominee in de tekst duikt. Hoe minder hij of zij doorvraagt, hoe eerder de toehoorders hem of haar doorhebben en zelfs – een ramp voor elke prediker – vóór zijn.

Als je God ontmoet

Laat ik een derde manier voorstellen om de Bijbel dichterbij te laten komen. Je kunt dit ‘presentie-prediking’ of ‘presentie-lezen’ noemen. Je gaat er dan van uit dat God altijd en overal dezelfde is en altijd en overal aanwezig is, ‘present’.  De God die bijvoorbeeld Abraham ont moet, ontmoet Abraham natuurlijk als uniek persoon in een unieke situatie, en dat levert een unieke ontmoeting op, maar die God is precies dezelfde God die hier nu mijn kamer vult en die op dit moment in jouw hart woont. Een oneindig complexe en rijke God, van wie je hooguit een schaduw van een echo kunt kennen, maar niettemin, dezelfde.

De vraag die je dan telkens aan de Bijbel stelt, is: wat vertelt dit verhaal over de God die nu hier bij mij deze ruimte vult? Want daarvoor is de Bijbel geschreven: om door te geven wat er gebeurt als je God ontmoet.

Het verhaal van de zondeval

Om een voorbeeld te geven, het verhaal van de zondeval. Wie is God hier? Hoe gaat Hij met mensen om? Hij maakt een veilige omgeving voor mensen, waar Hij wandelt en naar ons op zoek gaat. En dan kan ik nadenken over welke veilige ruimte God voor mij op dit moment maakt en hoe Hij met mij meewandelt. Waar is hier en nu een soort paradijs? Nou, ik kan mijn leven wel zo ervaren, als iets van uitbundige schoonheid, waar overal God kan ‘wandelen’.

Paradijs

Maar het vreemde is natuurlijk dat God ook een zeker risico toelaat in dat paradijs: de boom van het bepalen van goed en kwaad (zoals de beste vertaling luidt). Wat is dat voor een God, die ook mensen de mogelijkheid geeft aan Hem te ontsnappen? De God die hier nu bij mij is, is blijkbaar een God die mij niet omknelt, maar ook kan laten vluchten. Als ik zelf ga bepalen wat goed en kwaad is, als ik ga oordelen over anderen, dan verwijder ik mij uit alles wat er nog paradijselijk is aan dit leven.

Verspieders

Laat ik dit ‘presentie-lezen’ eens toepassen op het thema van deze Visie: je blik op deze wereld. Want je vormt je blik door van alles, maar ook door het lezen van de Bijbel en dan met Gods blik naar jezelf en je omgeving te gaan kijken. Een mooi verhaal daarbij is dat van de twaalf verspieders in Kanaän (Numeri 13 en 14). Want misschien stuurt God ons wel weer als verspieders op weg...

'Zij hebben God niet. God zal ons helpen.'

Beloofde Land

Het verhaal begint ermee dat God de Israëlieten uit de slavernij heeft bevrijd en ze staan op de grens van het Beloofde Land. Zo is God blijkbaar, een God die mij en jou op dit moment uit onze onvrijheden wil losweken. En soms staan we op de grens van een ‘Beloofd Land’, een nieuwe situatie die veel belooft, waar we kunnen bloeien, waar we vrij zijn, waar het anders gaat dan we gewend zijn.
Maar natuurlijk, we huiveren. Dus we willen eerst op verkenning uit. Mozes stuurt in het verhaal twaalf spionnen (‘verspieders’ in oudere vertalingen) Kanaän in. Zo’n groepje van twaalf mannen die door Israël trekken, dat doet natuurlijk denken aan de twaalf leerlingen van Jezus. Zij waren spionnen die het ware Beloofde Land verkenden, Gods rijk. Jezus heette in Zijn eigen taal dan ook ‘Jozua’, naar een van de twaalf eerdere spionnen.

Ervaringen van verspieden

In jouw leven kun je ‘spioneren’ in Gods rijk, in Gods bedoelingen hier op aarde. Dat gebeurt misschien als je muziek hoort die iets van een andere wereld laat doorschijnen. Als iemand een prachtig compliment aan je geeft of als jij dat aan een ander geeft. Als je iemand ziet functioneren op een manier dat je denkt: ja, dat wil ik ook, zo wijs en kalm... Het zijn allemaal ervaringen van ‘verspieden’. Je leert nieuwe mogelijkheden, je wordt een beetje vrijer, je laat ‘Egypte’ weer iets verder achter je.

Veertig dagen

In het verhaal komen de spionnen na veertig dagen terug. Veertig dagen, dat hebben we ook bepaald vaker gehoord, bijvoorbeeld bij Jezus’ verzoeking in de woestijn. Misschien was Hij toen ook wel aan het ‘verspieden’, Gods rijk aan het onderzoeken. In elk geval, tien van de verspieders zijn nogal sceptisch geworden. Ja, dat Beloofde Land is prachtig, de druiventrossen zijn zo groot dat je die per stuk met z’n tweeën moet tillen. Maar. De mensen daar zijn ook nogal fors. Alsof er Pokon in de grond zit. We worden afgeslacht als we daar proberen te gaan wonen. Nee, zeggen de twee resterende spionnen, maar zij hebben God niet. God zal ons helpen. We kunnen dat Beloofde Land in.

Belemmeringen

En dat herken ik wel. Ik weet dat ik op allerlei manieren kan groeien en verder kan komen. Gods rijk gebeurt nu al. Maar ja, er zijn belemmeringen. En natuurlijk lijken die onoverkomelijk. Als die niet zo groot leken, waren we allang daar in het Beloofde Land en was het hier een paradijs. En dan gaat het erom dat ik weer besef dat wat ik zie, maar een fractie is van wat er werkelijk gaande is.

Volgende generaties

God is erbij, en ‘de hele aarde is vervuld van de majesteit van God’, zegt God zelf in juist dit verhaal. En het staat nogal op scherp, want het hele volk heeft de tien sceptische spionnen geloofd en ze moeten nu veertig jaar dwalen voordat hun kinderen pas het Beloofde Land in mogen. Zij hebben, denk ik weleens, zo’n ‘slachtofferhouding’ aangeleerd in Egypte, dat deze alleen met hen kan sterven en pas de volgende generatie werkelijk anders kan leven.

God van alle eeuwen

Zo gaat God blijkbaar met ons om. Het hoeft niet allemaal in mijn leven te gebeuren, vóór mijn dood. Dat kan misschien niet eens. Ik kan dingen hebben aangeleerd die ik nooit meer afleer. Mijn blik kan zo vertroebeld zijn, dat pas mensen met een andere geschiedenis de dingen scherp kunnen zien. Dat geeft hoop. Ons zoontje – en al die andere kinderen die nu opgroeien – gaat dingen zien die wij nooit konden zien. Zij gaan aspecten van God ontdekken die voor ons ver weg waren. Ik ben maar een klein onderdeeltje en mijn blik is oneindig beperkt, maar God is van alle eeuwen en elke eeuw ontdekt weer meer van Hem.

Tip voor de redactie?

Of heb je een foutje gezien? Mail ons