Moet alles wat kan?

Is de hashtag 'omdathetkan' een christelijke gedachte?

Op sociale media komt-ie bijna dagelijks voorbij: de hashtag 'omdat het kan'. Onder die noemer worden allerlei leuke, gezellige en soms luxebezigheden gedeeld. Redacteur Mirjam Hollebrandse vroeg zich af: móét alles wat kan? En is dat eigenlijk wel een christelijke gedachte? Of is dat zo’n typisch hedonistisch trekje dat er langzaam insluipt zonder dat we het goed en wel doorhebben?

Een groepje meiden dat lekker aan het zwembad hangt met een cocktailtje erbij, #omdathetkan. Midden in de winter lekker barbecueën in de buitenkeuken bij de terraskachel, #omdathetkan. Een weekendje met het vliegtuig naar Barcelona, #omdathetkan. Kortom, je doet iets wat eigenlijk wel een beetje luxe en decadent is – maar toch ook gewoon heel leuk – je maakt daar een foto van en deelt ’m op Facebook of Instagram. Die hashtag ‘omdat het kan’ heeft iets lekker nonchalants. ‘Wij doen dit gewoon.’ Omdat het kan. Omdat je maar één keer 40 wordt , omdat… Nou ja, vul zelf maar in.

Het leven is ingewikkeld genoeg

Op het gevaar af dat dit een zuur, belerend en moraliserend essay wordt, waag ik het toch er een paar kritische noten bij te kraken. Waarbij ik maar meteen zeg: antwoorden heb ik niet. Ik stel vooral vragen. Lastige vragen, waar ik eerst en vooral mezelf mee pijnig. Vragen die ik eigenlijk liever niet stel, want laten we wel wezen: het leven is al ingewikkeld genoeg. Dus ook ik denk soms: geniet vooral zo lang en zo vaak het kan.

Zwembadliefhebber

Mijn gedachten rond dit thema sluimeren al langer, en zijn een raar soort mengeling van latent schuldgevoel, oprechte verbazing en het verlangen eerlijk en bewust te leven. Het lampje ging opnieuw branden toen ik dit warme voorjaar de gedachte toeliet hoe weldadig het zou zijn om een eigen zwembad in de tuin te hebben. Ik ben sowieso een zwembadliefhebber en kan oneindig genieten van de aanblik van heerlijk helder water dat schittert boven een hemelsblauwe bodem. Mijn tuin is er groot genoeg voor, het beloofde een warme zomer te worden, ik werkte er hard voor – dus waarom niet?

Digitaal applaus en gejuich

Omdat ik niet alleen wat praktische vragen over het type zwembad had, maar ook wat ethische dilemma’s in mijn nek voelde hijgen, postte ik op Facebook een oproepje om met mij mee te denken over de aanschaf van zo’n ding.

Mijn grootste vraag was: is het in tijden van toenemende droogte verantwoord om een slordige vier- tot zesduizend liter (drink!)water in een privé-zwembad te gieten? Ergens voelde ik natuurlijk levensgroot aan: de vraag stellen, is hem beantwoorden.

Op Facebook regende het vervolgens reacties. Van digitaal applaus en gejuich – “Ik kom ’m graag samen met je inwijden!” – tot aarzeling en kritische noten.

Blijkbaar vinden we het volstrekt normaal dat je doet, koopt en geniet wat je wilt

Beetje chloor in de tuin

Toen ik uiteindelijk besloot géén zwembad te kopen, meende ik hier en daar wat meewarige blikken op te vangen. Want hoe erg was het als ik gewoon lekker in mijn eigen zwembad wilde liggen? En dat watertekort? Ach, dat ene badje van mij zorgde er heus niet voor dat er op termijn misschien niets meer uit de kraan zou komen. En van het chloor dat in mijn tuin zou belanden wanneer ik aan het eind van het seizoen het bad leeg zou kieperen, raakte ook niemand in paniek.

Eén muisklik

Ergens vond ik dat gek. Blijkbaar vinden we het volstrekt normaal dat je doet, koopt en geniet wat je wilt. En dankzij internetgiganten als Bol en AliExpress zijn we er maar één muisklik van verwijderd. Dus waarom niet? En dat blijkt: in een recent artikel in Trouw las ik dat 25 procent van de Nederlanders eind mei een opzetbad in de tuin had staan. En let op: er zijn baden waar maar liefst zes- tot achtduizend liter water in gaat. Dan staat je kraan dus acht uur lang open...! Ter vergelijking: het doorsnee waterverbruik van een Nederlands gezin is pakweg 110.000 liter per jaar.

Datzelfde geldt voor airco’s die deze zomer massaal werden aangeschaft. Voor vliegreizen die we in het precoronatijdperk maakten. Voor meubilair dat na twee jaar vervangen wordt omdat er iets hippers op de markt is. We doen het omdat het kan.

#omdathetkan

Achter de oren krabben

De vraag is alleen: kan het ook écht? En: is het wenselijk? Vliegreizen zijn enorm vervuilend – of ik het nou leuk vind om te horen of niet. Goedkope waar wordt vaak geproduceerd in landen waar de arbeidsomstandigheden miserabel zijn, en de kwaliteit ervan is navenant. Dat laatste heeft tot gevolg dat het binnen een mum van tijd op de vuilnisbelt belandt – en die ís al overvol.

En wat dat zwembad betreft? Als je gehoor geeft aan de oproep van waterleidingbedrijven om vooral géén zwembaden te vullen, is het antwoord op de vraag of zo’n ding wenselijk is: nee. Als je denkt aan het milieu – chloor dat bij je planten en vervolgens in het grondwater terechtkomt – zou ik me nog eens extra achter de oren krabben. Als je vervolgens nóg verder denkt – iedereen zijn eigen zwembad in de tuin, wakkert dat niet juist het individualisme aan? – gaan er bij mij ook een paar alarmbellen af.

Corona laat zien dat onze mogelijkheden eindig zijn

Uitkomst tijdens hittegolf

En natuurlijk: corona maakt alles anders. Met z’n allen naar het gemeentelijke zwembad gaan, kan nu even niet. En als je een gezin met een paar koters hebt, is zo’n bad een uitkomst tijdens een hittegolf. Maar corona laat nou juist óók zien dat niet alles kan. Dat onze mogelijkheden eindig zijn. Dat in onze eigen wensen en plannen soms bruut het mes wordt gezet.

‘Laten we het niet overdrijven’

Nog een voorbeeld: Nederland lijkt zich over te geven aan de aircogekte, schreef De Groene Amsterdammer half augustus. De hashtag omdathetkan zou hier prima bij passen, nietwaar?

Ik geef toe: tijdens de hittegolf van augustus heb ik bijzonder slecht geslapen vanwege de warme nachten. In de weinige uren dat ik sliep, droomde ik dat ik een koelkast had zo groot dat ik erin kon slapen. Maar moet ik voor die ene hete week per jaar een energieslurpend koelapparaat aanschaffen? “Om te beginnen moeten we stoppen met ons aan te stellen,” zegt Peter Luscuere, hoogleraar aan de faculteit bouwkunde van de TU Delft in hetzelfde artikel in De Groene.

'Om te beginnen moeten we stoppen met ons aan te stellen'

Even daarvoor wordt uitgelegd dat het gebruik van airco’s in feite een vicieuze cirkel is. “Omdat elektriciteit nog voor het overgrote deel wordt opgewekt met fossiele brandstoffen, leidt dat tot het verder opwarmen van de aarde. Daardoor krijgen we nog meer behoefte aan koeling.” Luscuere stelt: “Laten we het niet overdrijven. Als het ernaartoe gaat dat het een maand lang ’s avonds dertig graden is, ga ik er misschien anders over denken, maar op dit moment vind ik het eigenlijk belachelijk dat je in Nederlandse woningen elektrische koelinstallaties aanbrengt.”

Ik vond het een heerlijk ontnuchterend verhaal, dat me bovendien met de neus op de feiten drukte.

Offers brengen

Bedoelen we met #omdathetkan eigenlijk niet te zeggen: omdat ik vind dat ik mag genieten? Omdat het lekker goedkoop is? Omdat ik vind dat ik het verdiend heb? Omdat ik er recht op heb? En zit de crux niet juist in dat ik-gerichte? Kortom: wie een beetje verder denkt, ontdekt dat de gevolgen van zijn handelen niet beperkt blijven tot de eigen achtertuin. De keuzes die wij maken, hebben impact op de natuur en op menselijk welzijn. Wat mij betreft voluit christelijke thema’s. En ik vind het getuigen van volwassenheid als we op z’n minst onze rol daarin erkennen.

En ja, vaak treffen de directe gevolgen van ons handelen mensen ver weg. Of zijn de gevolgen er pas op lange termijn, of voor ons onzichtbaar. Juist dat maakt dat het soms zo verleidelijk is om gewoon lekker te genieten to the max van alles wat het leven ons te bieden heeft.

Ik hoorde onlangs iemand zich hardop afvragen: “Zijn we bereid individuele offers te brengen voor het grotere geheel?” Die vraag noteerde ik, knipte ik uit en hing ik boven mijn bureau.

Geschreven door:

Mirjam Hollebrandse

Tip voor de redactie?

Of heb je een foutje gezien? Mail ons