Een week aan boord van een Urker viskotter

‘Voordat we op zee gaan, gaat de Bijbel open’

Al generaties lang zorgen families uit Nederlandse vissersdorpen wekelijks voor verse vis. Hoe is het leven op zee? Visie-hoofdredacteur Marco van der Straten stapt voor vijf dagen aan boord van viskotter UK225 ‘Auke Senior’.

Met een paar flinke rukken aan het touw opent het net aan de achterkant van viskotter UK225 zich. Een berg vis valt in een roestvrijstalen stortbak en verdwijnt naar het ruim eronder. Vanuit de stuurhut kijkt schipper Tromp van Slooten (48) toe. “Lijkt het wat, Arie?” roept hij door het open raam naar zijn zoon op het achterdek. Een zuinig knikje van Arie geeft aan dat de vangst van deze trek redelijk is.

Urker snelweg

Twaalf uur eerder springt Tromp achter het stuur van zijn zilvergrijze werkbus. Achterin liggen een flinke zak aardappelen en de bagage van de bemanning, die zich even daarvoor heeft verzameld in de schuur, zoals Urkers hun loods noemen. Als iedereen is ingestapt, rijdt Tromp een beetje gehaast weg naar de Groningse Eemshaven: daar ligt zijn kotter aan de wal. Op dit tijdstip – de zondag is net een kwartier voorbij – lijkt de A7 wel een Urker snelweg. Het ene na het andere vissersbusje zoeft voorbij. Als Tromp een grote vrachtwagen inhaalt, toeteren ze naar elkaar. “Da’s een broeder uit onze gemeente,” lacht hij. Na ongeveer vijf kwartier rijdt Tromp door het ogenschijnlijk verlaten havengebied naar een gedeelte waar een paar viskotters liggen aangemeerd.

Bidden

De werklampen van de UK225 springen aan en alle bagage wordt aan boord gezet. De mannen verzamelen zich in de kombuis van het schip en Tromp pakt een grote bijbel met rode hoes uit een houten vak aan de muur. “We beginnen de week met een stukje Bijbellezen en gebed, daarna gaan we naar zee,” zegt Tromp. Hij leest over de genezing van een blinde man bij Betsaïda en vouwt zijn handen. De schipper vraagt om een zegen over de week, een veilige reis en een goede vangst. Ook bidt hij voor de gezinnen die achterblijven op het vasteland. Zodra Tromp ‘amen’ zegt – het is dan iets na 2.00 uur – springen de jongens meteen van hun plek: “We gaan los!”

Zonen aan boord

Tromp van Slooten is een ervaren visserman. Hij groeide op in een Urker vissersgezin, en dus was de gang naar zee voor hem een logische stap. Sinds een jaar vaart hij op een gloednieuwe, groengeverfde viskotter. Het schip oogt met zijn strakke lijnen en bescheiden lengte van dertig meter niet direct als een vissersschip. Het is dan ook een unieke boot, die wordt aangedreven door een dieselelektromotor. Een generator voor in het ruim wekt stroom op voor de elektrische motoren achter in het schip die de schroef aandrijven. Deze week bestaat de overige bemanning uit Simon (32), zwager Pieter (34), machinist Michiel (23) en twee zonen van Tromp, die in de vakantieperiode meewerken: Arie (17) en Auke (15). Voordat de netten uitgezet kunnen worden, moet de kotter eerst een uur of tien varen. Voor de kust van Denemarken wachten de visgronden.

Auke en Michiel werken aan een net

Pulsvissen

“Samen met mijn broers en een compagnon heb ik een van de grootste boomkorkotters van Urk gehad. Daar heb ik tien jaar mee gevaren,” vervolgt Tromp terwijl we verder de zee op varen. Bij dit type vissersschepen worden de netten aan de zijkanten van het schip uitgezet. Een ijzeren pijp met kettingen eraan sleept over de grond en doet de platvis opschrikken, die daardoor in het net zwemt. In 2013 startten de broers op twee van hun schepen met een milieuvriendelijker methode: pulsvissen. Daarbij sleept er niets meer over de grond, maar zorgen kleine elektrische stroomprikkels vlak boven de zeebodem ervoor dat de vis opschrikt. Dit is minder belastend voor de bodem en het scheelt veel brandstof. “Maar nu ligt de hele pulsuitrusting ongebruikt op de werf, omdat Europa deze manier van vissen verbood.”

Schipper Tromp van Slooten

Competitiegevoel

“Ik ben net drie weken thuis geweest voor vakantie,” vertelt Tromp. “In die tijd verlang ik ernaar om weer te vissen. Ik heb een soort competitiegevoel: wat gaan we deze week vangen?” Met een lach voegt hij eraan toe: “En op vrijdag verlang ik er net zo naar om naar huis te gaan, naar mijn gezin.” Tromp en zijn vrouw Anneke hebben zeven kinderen, van wie de oudste twee dochters al zijn getrouwd. Een derde kleinkind is op komst. Zou een van zijn dochters ook aan boord kunnen meewerken? “Het leven op zee is niets voor een vrouw,” vindt Tromp. “Het is lichamelijk zwaar. En een Urks spreekwoord luidt: ‘Een vrouw op zee brengt ongeluk.’ Ik zou ook niet weten hoe we dat moesten organiseren, met de krappe slaapruimtes aan boord.”

Vanuit een comfortabele stoel in de stuurhut overziet hij de tientallen beeldschermen voor zich, met daarop twee radars en elektronische zeekaarten. Terwijl de UK225 de Waddenzee op vaart, drukt Tromp op een paar digitale knoppen om de buitenlichten te doven. “We are just leaving Eemshaven,” meldt hij via de boordradio. “From Eemshaven to sea, have a good catch,” klinkt het antwoord.

Het leven op zee is niets voor een vrouw

Besparing

“Onbegrijpelijk,” vindt Tromp. Ze investeerden er zeven ton in. “Het is onze regering niet gelukt om deze vorm te behouden. Daarom besloten we een ander schip te laten bouwen, met duurzaamheid als uitgangspunt. Want vanuit mijn geloof in God wil ik de vis zo milieuvriendelijk mogelijk uit zee halen. Wij zijn rentmeesters van deze aarde.” En nu vaart Tromp op de UK225, een schip dat gebruikmaakt van elektrotechniek. “In een visweek gebruiken wij gemiddeld maar 9000 liter brandstof, terwijl een traditionele kotter wel 35.000 liter verstookt. Dat is dus een enorme besparing en levert milieuwinst op.”

Het is al ver in de nacht als de bemanning haar kooien opzoekt voor een paar uur slaap. Bij toerbeurt houden ze deze week de wacht in de stuurhut. De Auke Senior stoomt met een gangetje van elf knopen (zo’n twintig kilometer per uur) de nacht in.

Harde sirene

De volgende ochtend gaan de netten uit. Vanaf dat moment vissen de mannen doorlopend. Na elke vier uur takelen ze de netten aan boord en verwerken ze de vangst. Daarna is er telkens even rust, maar dat duurt nooit lang. Er klinkt een harde sirene door het schip. Een beetje slaapdronken komen bemanningsleden de verschillende slaapruimtes uit. In het werkruim schieten ze in hun laarzen en trekken ze een dikke oliebroek met bretels omhoog. Een compact zwemvest en knaloranje veiligheidshelm maken de uitrusting compleet. Het is inmiddels dinsdagnacht, net na 0.00 uur. De UK225 vist volgens de zogeheten ‘twinrig’-methode: twee lange netten worden aan de achterzijde van het schip voortgetrokken. Aan de zijkanten zorgen scheerborden er onder water voor dat de netten tot een breedte van 225 meter worden opengetrokken. Achter in de stuurhut staat Tromp al klaar achter de hendels. Hij schakelt de lieren op het achterdek in, waarna dikke kabels om de grote nettenrollen draaien. In totaal halen ze 600 meter aan netten binnen. Midden op het achterdek geeft Auke zijn oudere broer een tik op de helm. Die wordt beantwoord met een flinke tik terug. Tromp ziet het grijnzend aan: “Ze zijn soms net Laurel en Hardy.”

Pitstop

Met een klap belanden de scheerborden weer aan de zijkanten van het dek. Schipper Tromp ziet dat het net aan de ene kant van het schip voller zit dan het andere. “Pieter, even een nieuwe zak aan de andere kant,” roept hij door de omroepinstallatie over het dek. Auke steekt zijn duim omhoog en Pieter klimt door een luik naar het nettenruim. Ook Tromp vliegt naar buiten, en haast zich op zijn zwarte werkklompen langs het trappetje naar het achterdek. Alsof het een mini-mierenkolonie betreft, werkt iedereen rond het net om het achterdeel (‘de zak’) zo vlug en goed mogelijk te vervangen door een net met een iets kleinere afstand tussen de mazen. Dit netten knopen (‘boeten’) is een ambacht en kost veel tijd. Zoals de Formule 1-wagen van Max Verstappen in hoog tempo weer wordt klaargemaakt voor een nieuwe ronde, zo snel werken Tromp en zijn mannen door om de netten zo vlug mogelijk terug in zee te hebben.

Vis schoonmaken direct na de vangst

Snelle mesbeweging

Een groep meeuwen volgt het schip verwachtingsvol en in het ruim ligt een flinke bak vol met vis te wachten om verwerkt te worden. Simon start de lopende band en begint met sorteren, de andere jongens sluiten aan zodra het werk aan dek klaar is. Voordat de vis wordt gespoeld en tussen het ijs in kratten verdwijnt, halen ze met een snelle mesbeweging de ingewanden eruit: strippen. De schol wordt voor een groot deel door een stripmachine schoongemaakt. Naast veel schol en wat scharretjes, vangen ze ook tarbot. Deze vis is wat ronder en donkerder dan schol en levert op de visafslag meer geld op. Als bijvangst komt ook geregeld afval naar boven: een olieblik, stukken plastic, een set oorbeschermers die is begroeid met schelpdiertjes... Het afval verdwijnt in een bigbag en wordt later in de haven van boord getakeld. Als de vis per kist is gewogen en geregistreerd, ziet Tromp in de stuurhut op de computer meteen wat en hoeveel er gevangen is. “Als er nou ook nog een mooi beetje tarbot bij zit, was dit een goede trek,” stelt hij vast.

Voor mij is het geloof meer gaan leven

Wederkomst

Met windkracht drie en een bescheiden zonnetje is de zee rustig. In de moderne stuurhut leunt Tromp – korte broek, T-shirt, Birkenstock-slippers – ontspannen met zijn armen op de leuningen van de schippersstoel. Hij zet de muziek wat harder: ‘Heerlijke stad, woonplaats van God...’ “Moet je horen, die bovenstem... Dit is de toekomst, hè. Het is misschien gek, maar hoe ouder ik word, hoe meer ik ernaar verlang dat er een einde aan komt. Als ik tien jaar vooruit probeer te kijken... Eerlijk gezegd denk ik dat we dan op een andere plek zijn. Als je kijkt wat er nu in de wereld gebeurt en je leest Openbaring, kan de wederkomst niet lang meer op zich laten wachten.”

Veel religie

De schipper zat zijn hele leven in de Gereformeerde Kerk vrijgemaakt, tot hij zich vorig jaar liet dopen bij de Reformatorische Baptisten. “Daar herkennen we ons in wat mannen als Luther en Calvijn leerden, maar tegelijk proberen we dat heel persoonlijk toe te passen. De tekst Johannes 8:36 vind ik erg mooi: ‘Wanneer de Zoon u vrij zal maken, zult u werkelijk vrij zijn.’ Er is op Urk veel religie: mensen die naar de kerk gaan omdat het hoort, liefst met een zwart pak aan en een hoge hoed op. Ik wil die mensen niet veroordelen, want ze zijn zo grootgebracht. Alleen voor mij is het geloof meer gaan leven.”

Tromps gezicht straalt als hij erover praat. Tijdens bijna elk gesprek aan boord weet hij op een geloofsonderwerp uit te komen. “Maar tot de wederkomst aanbreekt, moeten we gewoon ons werk doen en hoop ik dat Arie hier op een dag aan het roer staat.”

Koffiepauze in de kombuis

Het is moeilijk om dit vol te houden

Uitdagingen

“Het mooiste moment van de dag is als ik om een uur of 5.00 in de stuurhut zit,” vertelt Tromp. “Helemaal alleen, verder ligt iedereen op bed. En dan een muziekje aan, vers kopje koffie erbij en genieten van het ochtendgloren.” Maar hij wil het vissersbestaan niet romantiseren. “Als vissers staan we voor veel uitdagingen, dus ik hoop dat we die overleven. Ik vind het een mooi beroep en heb er altijd mijn brood mee kunnen verdienen. Maar ik ga niet voor de lol elke zondagnacht tot vrijdagavond met een ploeg jongens de zee op.” Zeker dit jaar zit er vanwege de coronacrisis veel tegen. “We hebben vijf weken aan wal gelegen. En doordat restaurants lange tijd moesten sluiten, daalden de visprijzen. Wat we vangen, wordt nauwelijks lokaal gegeten, terwijl de schol zo goed van kwaliteit is, nog lekkerder dan tong. Mensen kopen tegenwoordig vooral kant-en-klare kibbeling. Morgen maakt Pieter scholrolletjes klaar. Als mensen dát zouden proeven... Een probleem is nu ook dat het duurzaam vissen niet wordt gestimuleerd. We hebben flink in dit schip moeten investeren, maar onze schol levert net zo veel op als de vis van een boot die niet duurzaam vist. Dat maakt het moeilijk vol te houden.”

Broers Auke en Arie

Geen twijfel

Een dag later zitten broers Arie en Auke samen met oom Pieter in de stuurhut. Muziek van de Dire Straits klinkt uit de speakers. Arie kijkt naar de gouden gloed van de ondergaande zon die over het water strijkt: “Het gevoel van vrijheid dat bij dit leven hoort, is zo mooi. Alles wat op het vasteland gebeurt, laat je achter je.” De jongens weten wat het is als je vader niet bij verjaardagen en de musical van groep 8 kan zijn. Tromp heeft ze dan ook aangeraden een baan aan de wal te zoeken, ook omdat de toekomst van de visserij onzeker is. Maar bij Arie bestaat er geen twijfel over: hij vindt het té mooi om bij zijn vader op het schip te werken. Auke: “Vader zei over dit schip: ‘Dit doe ik voor jullie, dan kunnen jullie er later mee doorvaren.’ Als vader stopt met varen, zal eerst oom Pieter wel een paar jaar schipper worden en dan Arie.”

“Mijn vader laat altijd wel merken wat hij ergens van vindt,” vertelt Arie. “Hij is heel enthousiast, maar kan ook echt tekeergaan. Dat is de laatste twee jaar trouwens wel minder geworden, door de baptisten. Vader noemt het zelf zijn bekering, maar hij was altijd al gelovig. Hij praat er nu wel altijd over. Waar het hart vol van is...” Auke knikt instemmend: “Ik word er soms wel moe van, het gaat altijd over het geloof. Soms wil je ook even over zomaar wat praten.”

Littekens na scheepsongeval

Omgekomen

De zee geeft, maar neemt soms ook. Bijna iedere vissersfamilie is op zee wel iemand verloren. Iedereen aan boord kent verhalen van vissermannen die zwaargewond raakten of omkwamen tijdens het vissen. Bemanningslid Simon kwam in 2013 op een ander schip met zijn arm tussen een draaiende loslier terecht; zijn arm lag er bijna af en kon maar net worden gered. Duidelijke littekens herinneren aan het ongeval en de lange revalidatie die volgde. Tromp: “Zes jaar geleden is een oom van mijn vrouw verdronken in het Kanaal. De boot waarop hij voer, sloeg om. Ook mijn overgrootvader, naar wie ik vernoemd ben, is op zee omgekomen.” Het is voor Tromp extra reden streng toe te zien op de veiligheidsmaatregelen aan boord. Als Arie ’s nachts een keer zonder helm aan dek verschijnt, wordt hij direct teruggestuurd om er een te halen.

Naar huis

Het is vrijdagochtend en bijna tijd voor de laatste trek; nog een aantal oranje kisten worden gevuld met vis. Daarna vaart de boot weer een uur of tien richting de Eemshaven. Tromp: “Dat vind ik ook altijd een mooi moment: met een schip vis de haven instomen en lekker naar huis gaan.” Vannacht zullen de mannen rond 1.30 uur Urk weer binnenrijden. “Vroeger keken ze er thuis naar uit dat ik thuiskwam, nu is mijn vrouw vooral blij als ze de jongens weer ziet,” lacht Tromp met een knipoog. Met een druk op de knop laat hij de sirene nog een keer klinken door het schip. “Maar ze is ook blij als ze mij weer ziet, hoor!”

Fotografie: Nathalie van der Straten-Folkersma

Reformatorische Baptisten

Er zijn drie Reformatorische Baptistengemeenten in Nederland: op Urk, in Goor en in Overberg. Deze stroming erkent de stellingen die in de tijd van de Reformatie tot stand gekomen zijn en kiest voor de geloofsdoop door onderdompeling.

Tip voor de redactie?

Of heb je een foutje gezien? Mail ons