Dominees en politiek

Blog van Tijs van den Brink

En toen, toen allerlei vluchtelingen- en hulporganisaties, artsen, oud-politici, tientallen gemeenten, CDA-afdelingen, kerken en niet te vergeten Bekende Nederlanders hadden gesproken, toen spraken zo’n negenhonderd voorgangers zich uit. Of de Tweede Kamerfracties van CDA en ChristenUnie ervoor kunnen zorgen dat vijfhonderd minderjarige vluchtelingen uit Griekenland opgevangen worden.

Ze kregen samen opvallend veel aandacht in de christelijke kranten Trouw, ND en RD. Kennelijk is het nieuws als voorgangers een brief aan politici schrijven. Initiatiefnemer Jan de Beer wilde meer aandacht voor de duizenden kinderen op de Griekse eilanden, zo zei hij. De christelijk-gereformeerde professor H. Peels legde in het Reformatorisch Dagblad uit dat hij bijna nooit zijn naam aan politieke manifesten verbindt, maar in dit geval is het anders: ‘Dit is een hartenkreet naar aanleiding van een concrete nood. Als het gaat om opvang van vluchtelingenkinderen, komt er weinig terecht van mooie politieke voornemens.’

Ik weet het niet zo goed, met dit soort initiatieven. Ze komen vast voort uit bewogenheid van de geestelijken, maar de argumenten overtuigen niet. Aandacht voor de duizenden kinderen was er namelijk volop en dat Nederland nauwelijks vluchtelingenkinderen opvangt, klopt gewoon niet (de afgelopen vijf jaar negenduizend, en dan heb ik het alleen nog maar over kinderen die hier zonder ouders arriveren). Voor alle helderheid: ik heb er geen enkel bezwaar tegen om vijfhonderd kinderen uit de Griekse kampen hierheen te halen. Dat kunnen we best aan met z’n allen. Maar het democratische proces heeft tot een andere uitkomst geleid: Nederland gaat opvang regelen en betalen op het Griekse vasteland, voor 48 kinderen, die binnen drie maanden verder geholpen (moeten) worden. Daarna kunnen nieuwe kinderen worden opgevangen in die tehuizen. En dat drie jaar lang, zodat uiteindelijk vijfhonderd kinderen door Nederland worden geholpen.

Is dat zo asociaal dat voorgangers hun ambt moeten gebruiken om de politiek aan te spreken, nadat vele anderen dat al hebben gedaan? Me dunkt dat voorgangers daar terughoudend mee dienen te zijn. Soms moet je misschien spreken om iets op de agenda te krijgen wat over het hoofd wordt gezien, maar daar is hier geen sprake van. De vijfhonderd vluchtelingenkinderen zijn onderdeel van een veel groter probleem: op de Griekse eilanden zitten maar liefst 42.000 mensen die een veilige plek zoeken. Al jaren. En het lukt maar niet om hen via een fatsoenlijke, snelle procedure daar te krijgen waar ze horen: óf hier in Europa, omdat ze thuis niet veilig zijn, óf terug naar huis, omdat ze geen recht hebben op verblijf in Europa. Misschien kunnen de voorgangers daar wat aan doen?

Tip voor de redactie?

Of heb je een foutje gezien? Mail ons