Zonder opstanding geen christendom

Blog van Andries Knevel

Ooit schreef ik een artikel voor de Volkskrant onder de titel ‘De Heer is waarlijk opgestaan’. Het mocht een lang artikel worden, ruim een halve pagina in het oude formaat van de krant.

In de drukproef kreeg ik de kop terug met aanhalingstekens: ‘De Heer is waarlijk opgestaan’. Ik mailde terug met het verzoek of de aanhalingstekens weg konden. Want die suggereerden dat het een mening of uitspraak van mijzelf was, terwijl ik had betoogd dat er veel aanwijzingen zijn voor de betrouwbaarheid van de verhalen over de opstanding. Het is een (heils)feit dat Hij is opgestaan. En zie: de Volkskrant haalde de aanhalingstekens weg. Ik heb het artikel nog eens nagelezen, want ik las deze zomer een boek waarin stond: ‘zonder opstanding geen christendom’.

Nu zult u zeggen: wat is er nieuw aan? Al tweeduizend jaar belijdt de kerk dat Jezus uit de dood is opgestaan. Dat klopt. Sterker nog: het staat ook in de Bijbel. En Paulus zegt dat ons geloof waardeloos is als Jezus niet uit de dood is opgestaan. Simpel gezegd: dan moeten we kappen met geloven. Dat zijn sterke woorden van Paulus. Tegelijkertijd laten de evangeliën iets van het mysterie van de opstanding zien. Jezus heeft een lichaam, dat verschijnt en verdwijnt. Hij gaat door deuren en eet een visje. Hij is er en Hij gaat weer weg.

De opstanding is daarom een heilsfeit dat beleden en geloofd mag worden, maar waarvan we ook het ongrijpbare mogen laten staan. We kunnen de opstanding nauwelijks in mensenwoorden vatten. Daarom zegt de kerk: we geloven en belijden. Is dat nodig in onze tijd?

Sinds de 17e eeuw worden er ook binnen het christendom met regelmaat vraagtekens gezet achter dit wonder. Dus ja, het is goed als theologen van zich laten horen. Je zou haast zeggen: daar zijn ze voor. Met dank.

Tip voor de redactie?

Of heb je een foutje gezien? Mail ons