Laat je niet gek maken door het wereldnieuws

Levenslessen van Daniël

in Geloven

Levenslessen leer je in de praktijk van het leven, met vallen en opstaan. In het geval van Daniël is dat een lastige. Want de man valt niet. Van het begin tot het eind is hij onberispelijk. Altijd standvastig, diep- en diepgelovig. Hoe kan dat?

Les 1 • Een mens kan niet zonder vrienden

Ik was nog maar een tiener toen ik in Babylonië aan het hof kwam. Dat is best jong, hoor ik u denken. Maar och, dat heeft ook zo z’n voordelen. Want op die leeftijd kun je de wereld aan, hè. Noem het naïef, maar ik kwam daar en was vastbesloten mijn eigen geloof en cultuur niet te verloochenen. Uit liefde voor mijn vader en moeder en voor de rabbijnen van mijn school, besloot ik: ik blijf joods, wat er ook gebeurt. Tijdens de lange, barre tocht naar Babel maakte ik een afspraak met mijn vrienden Chananja, Misaël en Azarja om elkaar door dik en dun te steunen. Dat bleek mijn redding, want in mijn eentje had ik dat nooit gekund. Wat heb ik God vaak gedankt voor mijn vrienden. Samen met hen kon ik lachen om de namen die wij kregen (Daniël 1:7). Namen van nepgoden. Man, wat zielig. We hadden er ook om kunnen huilen, maar er een grap van maken en die goden uitlachen, vonden we beter. Zaadzak. Meelzak. Abel Eénoog. Zo noemde ik mijn vrienden vaak. Haha!

Les 2 • Laat God jouw rechter zijn

Varkensvlees en andere onreine dieren eten: ik kon het niet. Maar aan het hof van koning Nebukadnessar waar ik terechtkwam, moest dat wel. Wat nu? Als ik aan het hof wilde blijven, mocht ik niet weigeren. En een positie dicht bij de koning leek mij een kans: zo kon ik Nebukadnessar laten zien dat er maar één God is die regeert en dat alle andere goden dus nepgoden zijn. Naïef? Let maar op! En eerlijk is eerlijk: ik ben dol op wetenschap. Ik bestudeer graag alles wat er te ontdekken valt, en vreemde talen boeien mij mateloos. Het hof was echt een paradijs voor mij, dus ik besloot het erop te wagen: ik zou, samen met mijn vrienden, het onreine eten weigeren op hoop van zegen door de echte God. Wijn zouden we ook niet drinken, want het verdriet om het vreselijke lot van ons volk zat ons nog te hoog.

Het was eng om de kamerheer om toestemming te vragen. Maar ik dacht aan mijn naam. Ik dankte mijn ouders voor mijn naam. Daniël betekent: God is rechter. Ik dacht: laat ik Hem dan ook de kans geven rechter te zijn over mijn leven. En laat ik niet een of andere koning mijn leven laten bepalen. Mijn naam leerde mij op God te vertrouwen. Ik kon mij overgeven aan Hem, omdat ik wist: Hij regeert. Niet Nebukadnessar of wat voor koning dan ook. God was mij genadig: mijn vrienden en ik hoefden ons niet te bezondigen aan onrein voedsel.

Les 3 • Een mens leeft niet van brood alleen

Het besluit om God te gehoorzamen bracht ons veel. Natuurlijk moesten we afzien, want het eten van de koning en diens wijnen waren niet te versmaden. Wij moesten de dag doorbrengen met fruit, groente, water en wat noten en zaden. Maar daardoor kregen we meer energie en een helder hoofd. Zo raakten we meer gericht op God en dankzij onze opvoeding herinnerden we ons de wetten die Hij aan Mozes had gegeven. En zeker in een omgeving die bol stond van de verleidingen en foute keuzes, moesten we onszelf dwingen om telkens naar Gods Woord terug te keren. Om daar te lezen welke wonderdaden Hij aan ons volk had verricht. Dat hielp om te beseffen dat God dat in onze tijd ook nog steeds kon doen. En Hij heeft het gedaan.

‘Alle reuzen hebben lemen voeten’

Het volk Israël kreeg van God veertig jaar manna, tot het hun neus uitkwam. Maar Mozes zei later: het leven is niet alleen maar eten (Deut. 8:3). Het echte leven haal je uit wat de mond van de Heer voortbrengt. Het Woord van God bevat ontelbare rijkdommen en schatten aan wijsheid. Neem daar de tijd voor, elke dag, en je zult groeien. In geloof en in wijsheid.

Les 4 • Laat je niet gek maken door het wereldnieuws

De Heer schonk mij een gave: ik kon dromen uitleggen (Daniël 1:17). Dat heb ik als een bijzondere bevestiging ervaren. Een bevestiging van Zijn macht én een bevestiging van het feit dat Hij mij zag, daar aan het hof. Hierdoor kon ik diep vanuit mijn hart de koning helpen in zijn geestelijke nood en angst én hem laten zien wat ik hem altijd al wilde laten zien: de Heer regeert en niemand anders. Dat was de betekenis van de droom die Nebukadnessar kreeg: koninkrijken komen en koninkrijken gaan. Er is er maar Eén die met Zijn rijk eeuwig standhoudt (Daniël 2:36-45).

Ga maar na: de machtige koning Nebukadnessar ging ten onder, het Perzische rijk heeft maar twee eeuwen bestaan, de onoverwinnelijke Alexander de Grote stierf al op 33-jarige leeftijd en het machtige Romeinse Rijk heeft het ook niet gehouden. Ook Trump en Kim Jong-un hebben niet het eeuwige leven. Laat je dus niet gek maken door het wereldnieuws. Door de machthebbers van deze wereld. Alle reuzen hebben lemen voeten. Lees de krant met een open Bijbel en gevouwen handen. Zeg elke dag meerdere malen tegen jezelf: De Heer regeert.

Les 5 • Bid driemaal daags met de ramen open

Trouw blijven aan God op straffe van een gloeiend hete oven en een leeuwenkuil: mijn vrienden en ik hadden dat niet gekund zonder dit recept: driemaal daags bidden tot de ware God (Psalm 55:18). Juist in een rijk en een tijd waarin de afgoden voor het oprapen lagen en de verleidingen groot waren, konden wij niet zonder gebed. En ik zie – want ja, ik ben een ziener – dat dat ook voor jullie geldt: de verleidingen van de welvaart, van aanzien en carrière zijn groot. En afgoden zijn er vele. Ik zou eigenlijk een pleidooi willen houden voor discipline. Dat is niet zo’n populaire deugd in jullie dagen, maar ik heb er zo veel baat bij gehad. Lees je Bijbel, bid elke dag. Dwing jezelf ertoe. Dan kun je in tijden van nood en verdrukking tegen een stootje.

'Denk niet dat je gebeden niet verhoord worden'

Ik bid altijd met het raam open, gericht naar Jeruzalem (Daniël 6:11). De wijze koning Salomo had dat al voorzegd: ballingen zullen bidden met de ramen open (1 Kon. 8:48), gericht op de woonplaats van de Heer. Want de Geest moet kunnen waaien. Je wereld mag niet afgesloten zijn, je godsbeeld mag niet dichtgetimmerd zijn, je kerkelijke tunneltje mag niet te nauw worden. Hij is God en Hij is groter dan jouw beelden, theologie en tradities. Laat Hem waaien door je kamer en eigenlijk kan dat alleen door in je gebed ook een tijd lang helemaal stil te zijn. Want dan krijgt Hij ook eens de kans om wat te zeggen...

Les 6 • Wees niet bang, je bent geliefd

Koningen komen, koningen gaan. Ik heb in mijn lange leven aan het hof zo veel gezien. Zo veel ijdelheid, zo veel eerzucht en opgeblazenheid. En ondertussen liet de Heer mij zien wat Zijn plannen waren met al die koningen en machthebbers van deze wereld (Daniël 7-12). Stof zijn zij... Al die visioenen hebben mij diep geraakt. Wat moest mijn volk nog veel lijden. Wat zou het nog lang duren tot de redding zou komen... Ziek werd ik ervan, van wat ik zag. Dan kon ik dagen niet eten en was ik met stomheid geslagen. Om onze schuld, om onze grote, grote schuld. Ik besefte zo sterk de zonden van mijn volk. Hoe kon ik die wegnemen voor Zijn aangezicht?

Het was een grote troost voor mij toen er een engel bij mij kwam. Hij raakte mij aan, noemde mij ‘geliefde man’ (Daniël 10:11-21). Dat zei hij een paar keer. Ik was geliefd, ondanks mijn schuld en de zonden van mijn volk. Geliefd!  En wat de engel toen zei, moeten ook jullie nooit vergeten: mijn gebed was op het mo- ment dat ik het uitsprak verhoord. Dat zei hij. De engel had alleen drie weken nodig om bij mij te komen. Hij werd opgehouden door een geestelijke strijd. Denk daaraan, geliefden: onze God vecht voor ons. Denk niet dat je gebeden niet verhoord worden. Wacht gewoon geduldig af. De engel zei ook: ‘Wees niet bang, geliefde man, wees sterk, wees sterk!’ (Daniël 10:19)
Laten we dus maar volhouden. Eén tijd, een dubbele en een halve tijd (Daniël 12:7).

Tekst: Theanne Boer
Beeld: Unsplash

Tip voor de redactie?

Of heb je een foutje gezien? Mail ons