‘Ik wil muziek maken tot eer van God'

Jazzpianist Jan Willem van Delft over zijn passie voor jazz

Bijna elke Nederlandse christen heeft – bewust of onbewust – weleens genoten van de muzikaliteit van jazzpianist Jan Willem van Delft (41). Maar wie is hij eigenlijk en wat drijft hem? “Ik hoop dat mensen de vrijheid proeven die je bij jazz kunt ervaren.”

“Zes pagina’s over mij?!” Jan Willem van Delft kan zijn verbazing niet verbergen als hij hoort dat Visie hem wil portretteren. Hij vindt het verrassend, maar toch doet hij graag mee. Het typeert zijn bescheidenheid én enthousiasme. “Ik vind het niet vervelend om in het middelpunt te staan, maar het is wel buiten mijn comfortzone,” legt hij een week later uit in zijn woonkamer in Veenendaal. “Ik zit sinds kort op voetbal met een goede vriend. Als ik mijn werk als pianist vergelijkt met voetbal, ben ik het liefst degene die de splijtende voorzet geeft aan de spits, zodat-ie kan scoren. Dat vind ik het leukste om te doen, ook in de muziek.” Hij gniffelt: “Al lukt dat zelden op het veld, want zo goed ben ik helemaal niet.”

Boerenschuur

Wie weleens de Nederland Zingt Dag of de Open Doors Dag bezoekt, heeft de pianoklanken van Jan Willem sowieso gehoord. Maar hij doet nog veel meer. Zo begeleidde hij de tv-kerkdiensten van de EO tijdens de lockdown van maart tot eind juni. En afgelopen juli speelde hij op het Malieveld in Den Haag tijdens de gebedsmanifestatie, een initiatief van de evangelist Wim Hoddenbagh. “Wim had een visioen van een Malieveld vol biddende mensen, maar ik had een héél ander visioen: eentje met een veld vol ME’ers,” lacht Jan Willem. “Ik zag mezelf al met mijn Nord-piano onder de arm van het Malieveld af rennen!” Het artistieke hart van de jazzpianist gaat vooral sneller kloppen als de muziek hem uitdaagt. “Ik zit ook in de band De Oden van Salomo, ken je die? Ze schrijven Nederlandstalige muziek met veel folk-, pop- en jazzinvloeden – met gekke maatsoorten bijvoorbeeld. Daar kan ik mijn ei helemaal in kwijt. Ook speel ik al twintig jaar bij het koor Gospel Boulevard, met dirigent André Bijleveld. Prachtig, die blackgospelmuziek.”

Bij jazz speel je juist wat er níét op papier staat

Hoewel Jan Willem met veel plezier speelt op evenementen, ligt zijn grootste liefde toch bij de kleinschalige concerten. “Het eerste concert dat ik na de lockdown weer met fysiek publiek speelde, was met zangeres Janine Beens in een boerenschuur. Dat was goud.”

Hoe belangrijk is écht publiek voor je?

“Heel belangrijk. Het is een wereld van verschil.”

Waar zit dat verschil in?

“Bij een liveconcert kan ik mensen in de ogen kijken, de sfeer aanvoelen. Muziek is toch echt communicatie. En dat luistert nauw in een livesetting: als mensen enthousiast gaan klappen, reageer ik daar weer op. Soms wordt m’n spel introverter, andere keren probeer ik mensen aan het swingen te krijgen. Het ziet er misschien uit alsof het publiek passief is, maar in werkelijkheid is het een wisselwerking, een conversatie. Daar ben ik als speler wel gevoelig voor.”

Je bent zzp’er. Hoe ben je de coronaperiode tot nu toe doorgekomen?

“In het begin viel er natuurlijk van alles weg. Tourtjes met Janine Beens en de Oden van Salomo-band en een reis met een jazzband naar Israël: dat ging allemaal niet door. Maar ik kreeg er ook veel voor in de plaats. Zoals de wekelijkse EO-kerkdienst en opnames vanuit de Utrechtse Metaalkathedraal voor het KRO-NCRV-programma Met hart en ziel. Twee zeer welkome klussen in die periode. Ik had vast werk en maandenlang een stabiel inkomen! Dat heb ik in mijn zzp-carrière nog niet eerder meegemaakt.”
Na een korte stilte: “En toch… De dingen die ik zo graag doe, mocht ik niet meer doen: mijn muzikale passie delen met publiek. Voor een goed doel heb ik wel een paar keer een concert gegeven via een livestream. Ik speelde op verzoek en dat viel bij luisteraars in goede aarde.”

Dozendrumstel

Toen Jan Willem 7 was, wilde hij het liefst op drumles. Met de platenspeler van zijn vader draaide hij nummers van The Beatles en Herman van Veen, terwijl hij meesloeg op een zelfgebouwd dozendrumstel. Maar in de gezinswoning – een gehorig rijtjeshuis uit 1900 op een dijk in Bleiswijk – paste geen volwaardig drumstel. Er stond al wel een piano, dus ging de jonge Jan Willem op pianoles. “Achteraf ben ik daar heel blij mee, want ik denk dat ik me op een piano toch beter kan uiten,” blikt Jan Willem terug. “Ritmiek is nog steeds ontzettend belangrijk voor me. Maar het feit dat ik óók met melodieën en harmonieën aan de slag kan, geeft me zo veel mogelijkheden.”

Het maakt me blij als anderen beter gaan klinken

Jan Willem volgde de “standaardroute” bij een traditionele pianolerares: “Na vier jaar zei ze: ‘Ik kan je niet verder helpen, want je wilt eigenlijk blues en jazz leren.’”

Dat wist je toen al?

“Ik had al heel vroeg een voorliefde voor die muziekstijl. Het is aangeboren, vermoed ik. Mijn ouders hadden een brede smaak en luisterden allerlei soorten muziek – van Elly en Rikkert tot Paul Simon. Dat probeer ik mijn kinderen nu ook mee te geven. Ik laat ze kennismaken met diverse muziekstijlen. Zo dans ik met mijn 9-jarige dochter op Stevie Wonder en rock-’n-roll-muziek, maar ook op Avicii. En mijn 12-jarige zoon is wél op drumles gegaan en dat gaat hem goed af – hoewel elke ouder dat natuurlijk zou beweren. We geven regelmatig samen concerten. Zo geef ik de liefde voor de muziek weer door. Wat ze er verder mee doen, is aan hen. In mijn geval heeft de ritmiek van jazz van jongs af aan mijn interesse gehad.”

Wat fascineert je zo aan jazz?

“Jazz is akoestische muziek bij uitstek – de piano, contrabas, drums en saxofoon: het zijn stuk voor stuk akoestische instrumenten. Ik geniet van de vrijheid in ritmiek, harmonieën en melodieën. Bij jazz speel je juist wat er níét op papier staat: het is vooral luisteren en improviseren, inspelen op het moment. Jazz heeft een ritmische hartslag waar ik me in de kerkelijke muziek graag hard voor maak. Hoe kun je zorgen dat iets swingt? Hoe kun je zo spelen dat iedereen meteen zin heeft om te gaan dansen? Dat is iets waar wij in het Westen – en zeker in de Nederlandse kerkelijke cultuur – gigantisch in achterlopen. Daar valt nog een hele hoop te winnen.”

Dat klinkt als een missie.

“Zo kun je dat wel noemen, ja. Ik hoop dat mensen de vrijheid proeven die je bij jazz kunt ervaren. Ik ben ook pianocoach en heb zo’n tien tot vijftien leerlingen – ervaren pianisten die regelmatig bij me langskomen. Ze spelen vaak al in een kerk of band, maar willen specifiek jazz in combinatie met christelijke muziek leren. Voor de buitenwereld kunnen ze natuurlijk vaak al heel goed spelen, maar het gaat juist om die finesses in ritmiek en harmonie. Want begrijp me goed: jazz is echt niet altijd ‘lang leve de vrijheid’. Het heeft duidelijke kaders, anders herken je het niet meer als jazzmuziek. Je kunt pas grenzen verleggen als je weet waar de kaders liggen. Daarom moet je eerst die duidelijke structuren leren, om daarna de vrijheid in te kunnen.”

Zó mooi

Een van de mensen die geregeld langskomen in huize Van Delft, is Adrian Roest – de pianist van Sela. “Hij komt hier altijd een sessie doen voordat ze een nieuwe cd opnemen,” legt Jan Willem uit. “Dan komt hij hier met de pianostukken en dan gaan we die samen helemaal uitpluizen: wat zou hier goed werken op de piano? Er zijn een paar Sela-liederen waarbij ik ontzettend trots ben op hoe Adrian dat gespeeld heeft. Omdat ik weet: dat hebben we samen uitgedokterd. Neem bijvoorbeeld het lied ‘Een weg naar U’, dat hij nog samen met zangeres Kinga Bán heeft opgenomen. Dat klinkt zó mooi!” 

God raakt me vaak juist door muziek

Met een glimlach: “Zijn pianopartij zit vol subtiele vondsten. Ik hoor dingen die ik hem nog nooit eerder had horen spelen. Later vertelde Adrian dat hij ook op het moment zelf geïnspireerd raakte. Vergelijk het met de splijtende voorzet bij voetbal: een ander scoort, maar ik heb hem geholpen om daar te komen. Het maakt me blij als anderen beter gaan klinken.”

Hart

Muziek spiegelt je ziel: daarvan is Jan Willem overtuigd. Zijn pianolessen ontaarden daarom geregeld in persoonlijke gesprekken. “Het gaat áltijd verder dan alleen de drieklankjes,” legt hij uit. “Kun je je hart delen door je muziek? Als ik een improvisatie speel, doe ik dat het liefst zonder bladmuziek en uit mijn hoofd. Of zoals de Engelsen zo mooi zeggen: by heart. Want er zit al zo veel in ons hoofd en hart.”

“Weet je wat ik zo’n mooi idee vind? God raakt me vaak juist door muziek,” vervolgt Jan Willem. “Bijvoorbeeld door het lied ‘In Christ Alone’. De melodie en tekstbeleving komen hier zó dicht bij elkaar. Ik kan het bijna nooit met droge ogen spelen, zeker niet als ik de tekst voor me heb.
Volgens mijn grote voorbeeld Bach had muziek twee doelen: tot Gods eer en tot ontspanning van het gemoed. Dat is wat me drijft: ik wil muziek maken tot eer van God. Daarbij wil ik kwalitatief hoogstaande muziek leveren; voor mij is dat een manier om mijn geloof uit te leven.”

Droefheid

Jan Willem staat op van de eettafel. In een paar stappen is hij bij de piano en ploft hij op de pianokruk. Zodra zijn handen de toetsen raken, begint hij te spelen – uit zijn hoofd. Melancholische mineurklanken vullen de woonkamer. 
“Moeilijke periodes geven diepte aan je pianospel,” zegt hij later. “Ik speel nu anders dan tien jaar geleden. De noten zijn hetzelfde, maar er zit een geschiedenis aan vast.” Na een korte stilte: “Dit stuk, ‘Before You Leave’, speelde ik in 2011 op het Christian Artists Seminar, een conferentie voor christelijke artiesten. Het was een moeilijke tijd, waarin ik worstelde met depressiviteit. De cellist met wie ik samenspeelde, voelde het haarfijn aan. ‘Ik hoor een droefheid in je spel,’ zei hij, ‘we moeten praten.’ Tot dan toe had ik er met niemand over gepraat, ik schaamde me kapot. Bij hem voelde ik eindelijk de openheid en veiligheid om erover te praten. Ik vond mezelf niet genoeg waard om lief te hebben, maar kon daardoor ook weinig liefde geven. Ik dacht er zelfs over om te scheiden. Onzin natuurlijk: je neemt jezelf mee.”

Jezus had het lijden gedragen, wat ik al die tijd zelf droeg

Hij vervolgt: “Eenmaal thuis zat ik op mijn bed en las ik Jesaja 53. Het zinnetje ‘Hij was het die ons lijden op zich nam’ raakte me diep. Jezus had het lijden gedragen, wat ik al die tijd zelf droeg. Ik denk dat daar – in de slaapkamer – een wonder gebeurd is. Geen groot fysiek wonder, maar wel een verandering vanbinnen: ik liep niet meer leeg. Het is moeilijk uit te leggen. Vanaf dat moment vóélde ik dat ik niet meer tekort hoefde te komen. Ik heb ook nooit meer aan mijn liefde voor mijn vrouw Gerdien getwijfeld.”

Traag water

We vertrekken naar Rhenen, zo’n twintig minuten rijden vanaf Veenendaal. Toen de fotograaf vroeg waar hij geportretteerd wilde worden, wist Jan Willem het meteen: bij de rivier. Sinds hij anderhalf jaar geleden zijn woonplaats Hilversum voor Veenendaal inwisselde, is hij vaak bij de Nederrijn te vinden. Terwijl we de grote rieten stoel aan de oever tussen het riet stationeren, begint het filosoferen. “Waarom de rivier me altijd emotioneert, weet ik niet precies,” mijmert Jan Willem. “Ken je de podcast Rivierverhalen? Daar komen mensen aan het woord die iets met de rivier hebben. Een Syrische vluchteling vertrouwde bijvoorbeeld zijn zielenroerselen toe aan de IJssel – daar voelde hij zich veilig. Prachtig toch?”

Hij kijkt verrukt rond, haalt zijn mobiel uit zijn broekzak en maakt een foto. “Ik heb al ontiegelijk veel van dit soort foto’s van het water. Die wolkenluchten, met daaronder die weilanden… Hollandser krijg je het niet!” Fotograaf Eljee knikt instemmend terwijl hij zijn camera klaarmaakt: “Ik vind de rivier een prachtige metafoor voor Gods liefde: knetterovervloedig, niet tegen te houden.” “Precies!” reageert Jan Willem enthousiast. Dan, bedachtzaam: “Ik heb veel minder met watervallen of razende rivieren. Juist dit trage, slepende, altijd aanwezige water geeft me een gevoel van thuiskomen. Het stroomt maar door, was er allang voor mij en zal er ook na mij zijn. Dat vind ik een troostende gedachte.”

Personalia

• Jan Willem van Delft (41) groeide op in Bleiswijk met twee jongere zussen. Vanaf zijn 7e kreeg hij pianoles. Na de brugklas op een reguliere middelbare school, vervolgde hij zijn schoolperiode op de Havo voor Muziek en Dans in Rotterdam. In 2002 studeerde hij af als jazzpianist aan het Koninklijk Conservatorium in Den Haag.

• Jan Willem is de oprichter van het Jan Willem van Delft Trio, waarmee hij gospel en jazz mixt. Naast zijn soloprojecten werkt Jan Willem graag samen met diverse zangers en bands, onder wie Rob Favier, Janine Beens, blackgospelkoor Gospel Boulevard en De Oden van Salomo. Ook is hij pianocoach van ervaren pianisten. 

• Jan Willem is getrouwd met Gerdien, met wie hij een zoon en een dochter heeft.

Beeld: Eljee

Tip voor de redactie?

Of heb je een foutje gezien? Mail ons