Wat kreeg Hans Maat van huis uit mee over God?

‘Ik was opgevoed met God de Vader, de Zoon en de heilige Schrift’

in Geloven

Hij bracht zijn kerkelijke jeugd in eerste instantie door in een middenorthodoxe ‘Liedboek-kerk’. Toen die vrijzinnig werd, namen zijn ouders Hans Maat (51) mee naar een Gereformeerde Bondskerk. Weg van de vertwijfeling, naar de zekerheid. Een protestant is hij nog steeds, maar inmiddels stroomt er ook iets charismatisch door zijn bloed.

De bezoeken aan zijn tante – “een protestantse non met een wit kapje” – in het Zendingsdiaconessenhuis in Amerongen maken al vroeg diepe indruk op Hans. “Daar heerste een klimaat van vrede en rust. Ik voelde dat dit iets van God moest zijn.” Hans’ tante had haar leven gewijd aan Christus en aan het zorgen voor anderen, maar was allesbehalve wereldvreemd. “Ze keek eerst met ons naar een voetbalwedstrijd van Ajax en vertelde je daarna over Jezus. Een op-en-top Jezus-fan.”

Liedboek-kerk

Hans groeit op in Vlaardingen, onder de rook van Rotterdam. Op de christelijke basisschool hoort hij iedere dag een Bijbelverhaal en wordt er gezongen uit het Liedboek voor de Kerken. “Mijn ouders namen me mee naar een middenorthodoxe hervormde kerk, een echte Liedboek-kerk. Liturgie was belangrijk en we zongen vaak ‘Heer, ontferm U’.”

Voelde je je thuis in die kerk?
“Eerlijk gezegd vond ik de kerkdiensten saai. Er was ook kindernevendienst en jeugdkerk, maar die waren inhoudelijk niet zo sterk. Het ging daar over sociale gerechtigheid, de oneerlijke verdeling tussen arm en rijk en over de atoombom. Geen theologie waar je je in kunt vastbijten.”

Hoe zou je het geloof van je ouders omschrijven?
“Mijn vader was hervormd, maar niet heel christelijk opgevoed. Mijn moeder was van huis uit synodaal gereformeerd. Zij kon de hele catechismus opzeggen, het Kort Begrip en de Drie Formulieren van Enigheid. Ze had dus een heel klassieke geloofsbeleving.” Hans leerde van zijn ouders te bidden voor het eten en voor het slapengaan. “Die ik-ga-slapen-ik-ben-moe geloofsopvoeding deed mij goed. Ik merkte aan mijn ouders dat ze het meenden, het was écht.”

'Die ik-ga-slapen-ik-ben-moe geloofsopvoeding deed mij goed'

Twijfel

“In de jaren ’80 veranderde er iets in onze kerk. Jezus had plotseling niet meer echt op het water gelopen, dat was symbolisch. En naar de ark op de Ararat hoefde je niet meer te zoeken, want ook dat was slechts een mooi verhaal.” Het gezin Maat voelt zich niet thuis bij deze liberale interpretatie van de Bijbel en stapt over naar een hervormde gemeente binnen de Gereformeerde Bond.

Als Hans 14 jaar is, belandt hij zodoende in een kerk waar de Statenvertaling en de 150 psalmen de boventoon voeren. Het strikte reformatorische klimaat is even wennen, maar al snel bloeit hij op in de jonge gemeente. “Die kerk was een waar eldorado voor kinderen, tieners en jongeren. Er was ontzettend veel jeugdwerk en een sterke gemeenschap. Ik voelde me deel van ‘de kerk’.”

Moderne theologie

Niet alleen in de kerk, ook op de middelbare school wordt Hans geconfronteerd met twijfel. “Mijn godsdienstdocenten waren ongelofelijk fanatiek en droegen als ware evangelisten de moderne theologie uit. Die theologie was heel liberaal, je mocht vrij met de Bijbel omgaan. Maar wat betekent het als je alles symbolisch moet lezen? Is er dan nog iets als waarheid? Kun je dan nog ergens op terugvallen?”

Kleine apologeet

Hans voelt zich in het nauw gedreven. Regelmatig gaat hij de discussie aan met zijn docenten en medeleerlingen. “De klas voelde als het hol van de leeuw waar ik, als kleine apologeet, het geloof van mijn moeder stond uit te dragen. Ik probeerde ze wakker te schudden. Als Jezus geen God meer is, waar zijn jullie dan mee bezig?” Aan de andere kant wrong het massieve geloof van de gereformeerden. “Al die vormen, regels en vanzelfsprekendheden vond ik ingewikkeld. Ik heb veel boeken moeten lezen om mijn weg daarin te vinden.”

Heilige frustratie

Na zijn studententijd aan de pabo gaat Hans eerst werken in het onderwijs en later bij de Hervormd Gereformeerde Jeugd Bond. “Als adviseur voor kerken reisde ik het hele land door om ruimte te maken voor jongeren. Die hervormde jongeren hadden mijn hart. Het was een mooie groep en ze hadden veel Bijbelkennis, maar mochten weinig in de vorm. In de gemiddelde hervormde kerk van toen mocht er nog geen liedje gespeeld worden. Dat riep zo’n heilige frustratie bij me op.”

Veertien jaar lang probeert Hans hervormde kerken te helpen los te komen van religieuze vormen, zonder het hart van het geloof te verliezen. “Het werk paste bij mij. Ik ben een vernieuwer, een creatieveling. Maar op mijn veertigste was ik doodop van al die kerken die moeite hadden met vernieuwing. Toen zei ik tegen God: ‘Ik trek dit niet meer. Als dit de kerk is die U weerspiegelt, houd ik het niet tot mijn tachtigste vol.”

Gevaarlijk gebed

Een nieuw hoofdstuk in het geloofsleven van Hans dient zich aan. “Ik was opgevoed met God de Vader, de Zoon en de heilige Schrift, in plaats van de heilige Geest. Toen ik met Kerst eens besloot de evangeliën door te lezen, viel me opeens op dat op elke bladzijde bijzondere dingen gebeuren: wonderen, genezingen, bevrijdingen. Ik zei: ‘Heer, ik geef al zo lang les in U, maar deze ongewone dingen komen niet voor in mijn bestaan. Ik wil dat ook.’”

“God is toen tot mij gaan spreken op een manier die ik nog niet kende, heel direct. En dat is nooit meer opgehouden. Vanaf dat moment kwamen de woorden van God zo naar me toe, ik wíst wat ik moest zeggen. Het effect van mijn spreken werd groter. Mensen vroegen om gebed, er begonnen wonderen te gebeuren en genezingen. Ik ontdekte steeds meer van de kracht van de heilige Geest.”

Luisteren naar de Geest

Hans legt uit dat hij als calvinist vooral hard leerde werken voor God. “Pas veel later leerde ik om door de heilige Geest naar God te luisteren. Ik realiseerde
me dat God door mij werkt en dat mijn gedachten weleens Zijn gedachten konden zijn. De heilige Geest is krachtig en kan ons leven veranderen. Als directeur van het Evangelisch Werkverband wil ik dat in de hervormde kerk benadrukken. Niet als iemand die radicaliseert, maar als een gelovige die praktiseert wat hij gelooft.”

“Het is vaak hard zoeken naar een manier om charismatische elementen, zoals het luisteren naar de Geest en het genezen en bevrijden van mensen, in de hervormde wereld te brengen. Mensen vinden het moeilijk als je hun systeem verandert, de kaders wellicht wat oprekt. Ik heb ontdekt dat je daar niet bang voor hoeft te zijn. God wordt alleen maar groter, Hij is ook aanwezig buiten jouw bubbel.”

Eigen weg vinden

“Mijn vrouw Elly en ik hebben onze vier kinderen een geloofsopvoeding gegeven die lijkt op de geloofsopvoeding die ik kreeg. Christelijke scholen, hervormde kerk, tienerclub, EO-Jongerendagen, gospelmuziek, noem maar op. Wij vinden het vooral belangrijk dat onze kinderen een relatie krijgen met God en Hem ervaren. Ik merk dat het geloof voor hen eerst vooral iets was van de cultuur – we wonen op de Biblebelt – maar dat ze nu hun eigen weg proberen te vinden. Ik bid dat ze de Bijbel niet zullen loslaten en dat ze een leuke gemeenschap vinden die hun de ruimte geeft om hun talenten in te zetten. Of dat binnen de Gereformeerde Bond is of in de evangelische hoek maakt me niet zoveel uit.”

‘Ik vraag niet snel aan mijn zoon: ‘Heb je al uit de Bijbel gelezen vandaag?’

Goede voorbeeld

Hans is even stil. Dan: “Als vader maak je veel fouten. Soms twijfel ik aan mezelf: geef ik wel het goede voorbeeld? Ik denk dat mijn kinderen aan mij en mijn vrouw kunnen merken dat we veel praten met God en dat God ons veel geeft. Toch vind ik het lastig om daarover te praten. Ik vraag niet snel aan mijn zoon van 20: ‘Joh, heb je al uit je Bijbel gelezen vandaag? Heb je de Heer al gesproken?’ Terwijl dat wel precies is wat we hopen en voorleven.”

Waar eindigt jouw geloofsreis?
“Ik weet dat God mij blijft vasthouden. Hij heeft Zijn naam met mij verbonden en daarom kan ik niet los van Hem komen.”

Zekerheid

Hans glimlacht. “Dat is verbondsdenken, heel calvinistisch. Mijn plek is verzekerd in de hemel en hier op aarde.” Geloofstwijfel verwacht Hans niet. “Bij het kruis vind ik steeds weer een nieuwe kans om door te gaan. Ik heb nooit begrepen waarom je keer op keer tranen zou moeten plengen over je zonden. Als je oprecht gelooft, is het genoeg. Je kunt je hart ook twintig keer te veel aan God geven, één keer is genoeg. Die zekerheid is het werk van de heilige Geest in mij. Hij verzekert me ervan dat ik geliefd ben in de ogen van God. Ik heb hard gewerkt in m’n leven en geprobeerd om alles en iedereen te veranderen. Nu weet ik dat ik een ontspannen kind van Hem mag zijn.”

Jezus centraal

Dat betekent niet dat Hans stil gaat zitten. “Ik denk dat God mij gaat leren om meer mensen tot geloof te brengen. Evangelisatie is hard nodig. Om me heen zie ik kerken krimpen, terwijl ik geloof in een kerk die groeit. Mijn verlangen is dat meer en meer mensen Jezus centraal gaan stellen in hun leven en Hem zullen navolgen in de kracht van de Geest. Want als we dat gaan doen, kunnen we de wereld veranderen.”

Tip voor de redactie?

Of heb je een foutje gezien? Mail ons