Mirjam Bouwman: 'Dit weet ik voor eeuwig'

Wat kreeg Mirjam mee over God en het geloof en waar staat ze nu?

“Mijn ouders hebben een stukje hart van Jezus – liefdevol en zonder oordeel. En dat geef ik door.” Als het over haar ouders en haar geloofsopvoeding gaat, lijkt Mirjam Bouwman haar geluk niet op te kunnen. Om nog maar te zwijgen over haar grootouders. “Oma’s, het doet ertoe wat je zegt!”

De kindernevendienst in het gebouw tegenover de Grote Kerk in Heerde, waar Mirjam opgroeide en nog steeds woont, kan de EO-presentator zich zó voor de geest halen. En niet omdat ze er zo veel plezier aan beleefde. “Ik vond dat als 7-jarige zo eng, dat je voor allemaal mensen langs de bank uit moest, en dan de kerk door, naar buiten. Kon ik mijn ouders nog wel terugvinden straks? Vreselijk. Op een gegeven moment was ik iets te laat en stond ik tussen de kerk en dat gebouw. Ik wist niet wat ik moest doen. Zo naar. Kinderen uit de klas zag ik er ook niet, en ik was heel verlegen. Dat hielp allemaal niet. Nu sta ik met plezier voor 10.000 mensen, maar toen durfde ik in de kerk nog geen gedichtje voor te dragen.”

‘Niet streng’

EO-lid waren ze in die tijd bij Mirjam thuis nog niet. “Mijn ouders waren lid van de NCRV, en dat zijn ze nog steeds.” Lachend: “Maar ze steunen nu ook de EO en zijn trots op wat ik doe. Mooi toch?
We waren thuis niet streng. We baden wel voor het eten, maar gingen niet elke week naar de kerk. Ook omdat ik zo’n moeite had met die kindernevendienst, denk ik. Mijn vader kwam als onderwijzer vanuit Drenthe naar Heerde en mijn ouders werden automatisch overgeschreven naar deze gemeente.”

Zelf had Mirjam altijd een lijntje met God, zoals ze zelf zegt. “Hij bestond. Maar wel ver weg, hoog in de lucht. Ik stond er niet elke dag mee op, maar het was een weten. Als ik daar in de buurt met andere kinderen over praatte, zei ik dat ook altijd: ‘God bestaat hoor, daar geloof ik in.’ Mijn ouders hadden dat ook. Mijn moeder volgde bijvoorbeeld een cursus theologie. Het wás er.”

‘Oma’s, vertel het’

Haar oma overtuigde Mirjam nog eens extra van Gods aanwezigheid. “Ik herinner me dat ik als jong meisje van haar hoorde hoe ze in de auto in slaap dreigde te vallen en ineens een koele windvlaag voelde. Dat deed God, zei ze. Ik had echt zoiets van: wow! Het sprak enorm tot mijn verbeelding.
Nu denk ik vaak: oma’s, vertel het allemaal maar aan je kleinkinderen! Ook als je denkt dat het niks doet.’ Weet je wat ze me ook eens zei? ‘Als je in de hemel komt, stop je de eerste twee dagen niet met glimlachen.’ Zo stelde zij zich dat voor. Ik vond dat zo indrukwekkend en probeerde dan ook heel lang te glimlachen, maar dat lukte me natuurlijk nooit twee dagen. Ik zie mezelf daar nog over nadenken. Het is zoiets groots – niet stoppen met gelukkig zijn.”

Heb je het nu met je ouders nog weleens over die tijd en over je geloofsopvoeding?
“Niet echt. Ze weten dat ik de nevendienst spannend vond, maar verder was het allemaal heel relaxed en vrij. Ik zat bijvoorbeeld op catechisatie in de kantlijn van mijn schrift dingen te tekenen. De leidinggevende werd daar heel boos om en zei dat ik het maar eens aan mijn ouders moest laten zien. Maar zij vonden dat helemaal niet zo erg.”

Hoofdbrekens

In haar puberteit moet Mirjam haar ouders hoofdbrekens hebben bezorgd, denkt ze. “Ik zeg nog weleens sorry over die tijd, maar daar wil mijn moeder echt niks van horen. Ze wil het bij me wegnemen. Zo zijn mijn ouders. Ze lieten me ook weten dat ik áltijd bij hen terug mocht komen, wat ik ook maar deed, hoe erg het ook was. Mijn vader haalde mij overal op als het nodig was. Dat zouden ze nu nog doen.”
Na haar tienerjaren vertrok Mirjam naar Amsterdam om te studeren aan de dansacademie. Ze probeerde een tv-carrière op te bouwen, presenteerde belspellen en had “een rolletje” in Goede Tijden, Slechte Tijden. Ondertussen ging ze op zoek naar God. “Ik had al een tattoo van een kruisje op mijn enkel laten zetten, in de wetenschap dat het geloof altijd bij me zou blijven. Maar ik wilde die Bijbel ook gewoon eens echt lezen.”

‘Alles viel op z’n plek’

Mirjam Bouwman.

Tot drie keer toe begon ze in Genesis. Met telkens weer een teleurstellende afloop. “Ik gooide hem huilend dicht. Ik las precies de ‘verkeerde’ hoofdstukken en kon die niet in een groter verband plaatsen. Zo kan God toch niet zijn, dacht ik. Het glipte me tussen de vingers door, en ik wilde het juist niet verliezen. Er werd iets verschoven onder mij. Ik ging erover in gesprek met een vriend. Hij had het maar over loslaten en over Jezus. Ik snapte er niks van. ‘Begin eens in het Nieuwe Testament,’ zei hij. Vrijwel direct werd ik gegrepen door de Bergrede. Alles viel op z’n plek. ‘Wie Mij gezien heeft, heeft de Vader gezien, wie Mij kent, kent God.’ Die boodschap kwam binnen. Zo liet God zien wie Hij was, en hoe Zijn karakter was. Die onvoorwaardelijke liefde gaf mij zo veel rust. Het landde gewoon allemaal.”

Had je het idee dat God tegen je sprak?
Direct: “Absoluut! Ik ging bidden op een bankje in mijn kamer. Het was meteen anders. Echter. Intenser. Toen ik een keer uit de tram stapte na een gesprek over God met mijn vriendin, viel er een gelukzalig gevoel over mij. Echt zo ‘flats’. Ik sloeg mijn handen voor m’n gezicht, zo overweldigend was het. Sindsdien weet ik een beetje hoe de hemel eruitziet. De aanraking, de intense blijdschap, ik kan het niet beschrijven. Ik wil het dolgraag nog eens voelen, maar tegelijk weet ik dat dat ene moment genoeg was. Dit weet ik voor eeuwig. Het leek op het geluksgevoel dat je hebt als je naar je kind kijkt, en dan keer honderd en nog eens keer honderd.”

Merkte je omgeving iets aan je?
“Zeker, want ik ging andere keuzes maken. Ik stopte met televisie en begon theologie te studeren. Na een half jaar kwam de EO om de hoek, en daar kwam alles samen. Ik zie dat echt als een godsgeschenk. Ik had mijn tv-ambities losgelaten en kreeg er iets veel inhoudelijkers en waardevollers, óp tv, voor terug.
Mijn vrienden merkten ook dat ik rustiger was geworden. Het zal voor mijn ouders wel wennen zijn geweest, maar ze lieten me vrij. Ik wilde twee keer naar de kerk op zondag. ‘Prima, dan wachten we op je met eten,’ reageerden ze.”

Ik hoopte op een teken van God. Op een aanwijzing

Gideonskleedje

Heeft jouw verandering je ouders ook veranderd?
Na wat nadenken: “Mijn moeder ging al wel naar de vrije evangelische gemeente waar wij nu ook lid zijn. Maar het zit hem natuurlijk niet in die kerk.”
Weer wacht Mirjam even. Dan: “Mijn ouders zijn mensen zonder oordeel. Mijn vader zei altijd, als het over mensen ging op een verjaardag bijvoorbeeld: ‘Je weet niet hoe het werkelijk zit, dus oordeel er maar niet over.’ Heel liefdevol en vrij. Dat vind ik ook wel belangrijk om door te geven: je bent vrij. Jezus was dat ook. Hij keek niet naar hokjes en vakjes, maar Hij leefde met Zijn Vader in volkomen vrijheid. Wij willen elkaar vaak vastleggen op onze dogma’s, maar ik ben daar niet zo van. Ik overleg zulke dingen gewoon met God en heb er geen vaste mening over. Hij kijkt naar mijn hart. Hij weet het wel.”
Tijdens die ‘overlegjes met God’ heeft Mirjam regelmatig een gideonskleedje uitgelegd, vertelt ze. “Mijn man Rick en ik hebben vijf jaar gewacht op onze dochter Sare. Die machteloosheid kan ik zo weer terughalen. Je krijgt niet alles waarvoor je bidt. Het voelde alsof ik in een wachtkamer zat. Ik hoopte op een teken van God. Op een aanwijzing. Maar het bleef stil.”

Engel op bezoek

Toen ze acht jaar geleden met advent naar de kerk ging, legde Mirjam opnieuw een kleedje uit. “Het ging over vrouwen in de Bijbel die lang moesten wachten op een kind. Sara, Hanna, Elisabet. Sommigen kregen een engel op bezoek. De kinderen hadden daarom een engeltje geknutseld bij de nevendienst. Toen ze daarmee terugkwamen, bad ik: ‘Heer, als ik van een van deze kinderen een engel krijg, zie ik dat als een teken.’ Ondertussen probeerde ik geen oogcontact te maken met een van de kinderen, om het niet zelf uit te lokken. Er gebeurde niets. We praatten nog wat na, gingen naar buiten, en telkens dacht ik: het kan nog. Ineens kwam er een dochter van mijn vriendin naar me toe. ‘Deze is voor jou.’ Ik heb haar zó geknuffeld en bedankt! Ze zal wel gedacht hebben. De volgende dag ging ik een zwangerschapstest halen en bleek ik zwanger te zijn van Saar. Zij is ons enige kind en ook echt een engel. Ze heeft zo’n goed hart. Ik probeer haar de vrijheid mee te geven die ik ook heb ervaren in mijn jeugd. Gewoon vrij bidden, ook als er een vriendinnetje op bezoek is, zulke dingen.”

Ervaar je weleens strijd met God?
“Niet met God, wel met het leed in de wereld. Ik kan Hem zó intens smeken om daar iets aan te doen. En dat doet Hij ook, dat weet ik zeker. Maar als ik dan denk aan Afrikaanse albinokinderen die de wildernis in worden gestuurd, dan bloedt mijn hart van verdriet. Ik denk weleens dat dat het stukje hart is dat ik van God gekregen heb. En van mijn ouders, een liefdevol hart voor de mensen om mij heen.”

Beeld: Ruben Timman

Tip voor de redactie?

Of heb je een foutje gezien? Mail ons