Jaap Willemstein was voetbalhooligan

‘Ik had makkelijk iemand dood kunnen slaan’

Rellen schoppen met zijn vriendengroep ‘The Warriors’ en op de vuist gaan met de ME was voor Jaap Willemstein zijn lust en zijn leven. Tot die ene oudejaarsavond, bijna dertig jaar geleden. Jaap besloot voor het stappen nog even met zijn ouders naar de kerk te gaan. “Gewoon, om hun een plezier te doen.”

Jaap Willemstein (56) leefde van het ene weekend naar het andere. Als boomlange Feyenoordhooligan stond hij altijd vooraan bij de gevechten. “De band tussen de harde kern hooligans was zo sterk, ik kon er voor honderd procent van op aan dat we elkaar niet in de steek lieten,” vertelt hij in zijn woonplaats Waddinxveen.
Jaap, die uit een gereformeerd nest komt, doet zijn verhaal in EO-programma De Verandering. Jaap is direct enthousiast als hij hoort dat Visie hem wil interviewen aan de hand van de Tien Geboden. “Kom maar op; die heb ik vroeger uit den treure gehoord.”

1. Ik ben de Heer, uw God, die u uit Egypte, uit de slavernij, heeft bevrijd

“Op oudejaarsavond in 1990 besloot ik nog even met mijn ouders naar de kerk te gaan, voor het stappen. Gewoon, om hun een plezier te doen. De dominee stelde voor om het zondaarsgebed te bidden en ik bad in mezelf mee. Op dat moment besefte ik dat ik het offer weggooide dat Jezus ook voor mij had gebracht. Zoiets waardevols zette ik zomaar bij het grofvuil. Ik wilde mijn leven voortaan op God richten en beloofde Hem nooit meer in De Kuip te komen.
Toch gaf dat me niet per se een gevoel van bevrijding. Sterker nog: ik miste het leven als hooligan enorm. Zoals ex-rokers en -drinkers niets liever willen dan roken en drinken, zo moest ik ook afkicken van die adrenalinestoot die ik telkens kreeg. Ruim drie jaar duurde die crisis. Ik kon niks meer, terwijl ik voor die tijd de hele wereld aankon. Nu zie ik dat ik inderdaad in de slavernij zat.”

2. Vereer naast Mij geen andere goden

“Feyenoord zou je zo’n andere god kunnen noemen. Met drugs of drank hield ik me verder niet bezig – het stuitte me juist tegen de borst dat mijn vrienden blowden. Ik dronk alleen in het weekend. Echt lekker vond ik het niet eens. Nu drink ik nog geen kratje per jaar. Snoepen, dat is wel een gevaar. In 2014 heb ik een tijdje gevast voor die drie Israëlische jongens die toen vermist waren en uiteindelijk vermoord bleken te zijn. Toen zette ik suiker aan de kant. Van ‘geen drank’ zou ik geen centje pijn hebben gehad.”

Op 25 juli doet Jaap Willemstein zijn verhaal in 'De Verandering' (herhaling).

3. Misbruik de naam van de Heer, uw God, niet

“Ik heb wel gevloekt in mijn hooligantijd. Niet met ‘gvd’ of ‘kanker’, dat deed ik gewoon niet. Ik kan me herinneren dat de vrouw van Louis van Gaal leed aan die ziekte en dat er steeds maar ‘Kanker Van Gaal’ gescandeerd werd. Je zag aan hem dat hij het er moeilijk mee had.
Achteraf voel ik me medeschuldig voor spreekkoren vol Jodenhaat, zelfs al deed ik er toen niet aan mee. Ik stond ertussen. Ze noemden me wel de Feyenoordjood, omdat ik van huis uit en vooral dankzij mijn oom, heel Israël-minded ben. Ik vind het een stoer volk. Ze gaan niet opzij, ze vechten terug als het moet. Met hulp van de Eeuwige, zeg ik nu.”

4. Houd de sabbat in ere, het is een heilige dag

“De zondagen thuis waren geen pretje. Mijn ouders waren lid van de Gereformeerde Gemeenten en dat betekende dat ik twee keer naar de kerk moest en tussendoor naar de zondagsschool. Ik mocht op zondag niet buiten het tuinhekje komen, we gingen hooguit een rondje wandelen en altijd op de fiets naar de kerk. Autorijden op zondag was uit den boze.
Twee jaar na mijn bekering heb ik me op een zondag laten dopen. Ik kwam niet als een duifje uit het water hoor, het was meer een daad van gehoorzaamheid. Wat ik me nog wel herinner: ik had stekels in die tijd en toen ik boven water kwam, zwiepte ik die naar achteren. ‘Lekker, Jaap, ik zie niks meer,’ zei de dominee. Haha, zijn bril was helemaal nat.”

5. Toon eerbied voor uw vader en moeder

“Wat ik – door de depressie waar mijn vader aan leed – het meest gemist heb in mijn jeugd is zijn betrokkenheid op mij. Ik zeg dat achteraf; als kind ben je je daar niet bewust van. Hij kon daar natuurlijk niks aan doen. Naar anderen – de klanten aan de benzinepomp waar hij werkte, de buren – was hij allervriendelijkst. Bandjes oppompen, olie bijvullen, ruiten wassen, hij deed het allemaal. Thuis viel dat masker af en dat irriteerde mij mateloos.
Inmiddels is alles anders. Mijn vader zit na een attack in een rolstoel en is verhuisd naar een zorginstelling. Daar ga ik elke zaterdagavond met hem yahtzeeën – supergezellig! Hij is nog heel pienter en ontzettend zachtaardig naar mij en mijn twee zussen en twee broers.
Ik kom niet uit een praatfamilie. Praten deed je vroeger sowieso minder. Inmiddels zeggen we wel dat we van elkaar houden. Niet op een sentimentele manier hoor, maar gewoon tussen de bedrijven door. Ik heb dat moeten leren – mán, wat vond ik dat ingewikkeld. Je mist iets bij je ouders en vervolgens doe je het zelf niet bij je kinderen. Gelukkig kun je fouten herstellen.”

6. Pleeg geen moord

“Tijdens die gevechten met andere hooligans had ik makkelijk iemand dood kunnen slaan. Ik was geen stenengooier of sloper, maar onlangs hoorde ik van een jongen die met zijn hoofd tegen een stoeprand kwam en daaraan overleed. Dat had mij ook kunnen gebeuren. Ik heb zó hard gevochten.”

7. Pleeg geen overspel

“Inmiddels ben ik 31 jaar getrouwd met Inge, en zijn we al zo’n 36 jaar samen. Het was liefde op het eerste gezicht en we hebben zelden ruzie. Als we het hadden, lag het aan mij, dat durf ik wel te zeggen. Inge is wijs. Ze is geen professor of zo, maar ze gaat wijs met mij en onze drie kinderen om.
Het recept voor een goed huwelijk? Ik zeg tegen mijn kinderen altijd: ‘Sta niet te snel in brand.’ Gewoon tot drie tellen voordat je reageert. Niet te fel zijn. Dat vind ik ook zo prettig aan Inge: ze gooit nooit olie op het vuur door mijn fouten er nog eens bij mij in te wrijven.”

8. Steel niet

“Iedereen heeft weleens gestolen. Snoepjes uit de pot bij je moeder, bijvoorbeeld. Maar verder ben ik daarvoor bewaard. Ik geef liever, want geven is beter dan nemen.”

9. Leg over een ander geen vals getuigenis af

“De waarheid voer ik altijd hoog in het vaandel, en dat heeft me weleens wat conflicten opgeleverd. Zo heb ik een rechtszaak aangespannen tegen een werkgever die mij de laan uitstuurde. Ik vond dat zó onterecht, want ik had veel geld voor hem verdiend. Tijdens de rechtszaak kreeg ik mijn gelijk, maar mijn baan en collega’s kreeg ik daarmee niet terug. Een paar jaar geleden besloot ik kort voor oud en nieuw om die baas vergeving te vragen. Ik voelde me zo opgelucht na dat telefoontje. Je hoeft geen vrienden te worden, als er maar niks tussen staat.”

10. Zet uw zinnen niet op de bezittingen van een ander

“Jaloers worden ligt niet zo in mijn aard… Hoewel; een Israëlisch paspoort zou ik wel heel graag willen hebben! Wat zou ik graag wonen in dat land. Gelukkig kom ik er regelmatig, onder meer om soldaten te bemoedigen via een stichting van een Israëlische vriend. Ik voel me thuis in Israël.
Ik moet denken aan dat moment dat ik met mijn familie op de Olijfberg zat. Dat ik een Israëlvriend ben, heb ik al duidelijk gemaakt, maar ik heb ook oog voor de Palestijnen die net zo goed naar vrede verlangen. We zaten daar dus op die berg en er kwamen twee Arabische vrouwen met een grote pizza naast ons zitten. Ik zei zoiets als: ‘Dat ziet er lekker uit.’ Meteen scheurden ze hem doormidden en ondanks ons gesputter móésten we de helft opeten. Zo zie je maar: er zijn fanatici in het voetbal, in de politiek; maar je hebt nog meer mensen die alleen maar in vrede samen willen leven.”

Beeld: Miss Jack

De Verandering

Zaterdag 25 juli, 19.10 uur, NPO 2

Tip voor de redactie?

Of heb je een foutje gezien? Mail ons