Reyer van Drongelen raakte overspannen

‘Deze periode is een keiharde les’

“Een leven zonder muziek? Gruwelijk,” zegt aanbiddingsleider en singer-songwriter Reyer. Toch moest hij eind vorig jaar al zijn muziekactiviteiten neerleggen. Zwaar overspannen belandde hij thuis op de bank. Hij leerde desondanks waardevolle lessen. “Intimiteit met God is de grootste schat op aarde.”

Eigenlijk was het niet verwonderlijk, die zware overspannenheid van hem. Actief als aanbiddingsleider, songwriter, producer, arrangeur en dj – en niet te beroerd voor hier en daar een tekenklus – was hij een ware duizendpoot. ‘Man, wat ben jij druk,’ zeiden mensen regelmatig tegen hem. En zelfs toen het echt niet meer ging en hij bij een coach belandde, dacht hij nog: geef maar wat huiswerk mee, dan ben ik er zo weer bovenop.
Tot hij paniekaanvallen kreeg. Toen wist hij: dit wordt een lange weg.

Wie is Reyer?

Reyer van Drongelen werd geboren in 1989 in Ede. Na de havo volgde hij in 2011 een opleiding tot grafisch vormgever, waarna hij zich volop in de muziek stortte. Zijn eerste album – Eeuwig licht – verscheen in 2014 en kreeg een jaar later een Zilveren Duif Award. Hij maakte deel uit van de BEAM worshipband en stond in 2019 als artiest op de EO Jongerendag en op het podium van Opwekking. In 2018 verscheen zijn jongste album, Hoop in mij. Prins van Vrede (2019) is zijn nieuwste single. In 2019 werd Jezus overwinnaar, het lied dat hij samen met Kees Kraayenoord en Eline Bakker schreef, toegevoegd aan de Opwekkingsbundel.

Flesje water

Zes maanden later zit hij opgewekt op de grijze bank in zijn woonkamer in Arnhem – flesje water binnen handbereik. De zon werpt haar warme stralen door het grote achterraam en halverwege het gesprek zoemt een bij via de openstaande tuindeur nieuwsgierig naar binnen. Hoe heftig de coronacrisis ook is, voor Reyer zit er een positieve kant aan: doordat alles stilligt, komt hij echt tot rust.

De eerste dagen voelde het als lopen in de mist

Geen geintjes

Met zijn gezondheid gaat het de goede kant op, al is het niet één steile weg omhoog, zegt hij. “Het gaat met vallen en opstaan. De eerste weken nadat ik mijn werkzaamheden had stopgezet, voelde het als lopen in de mist. Ik kon elk moment tegen een paaltje knallen, waarna ik weer dagen uitgeput was. Mijn hele systeem was in de war; ik was na twee telefoongesprekken zo moe dat ik een paar uur moest bijkomen. Tv-kijken en radio luisteren was te intensief. Boodschappen doen? Te veel prikkels. Autorijden lukte niet, en nog steeds kan ik nauwelijks een half uurtje rijden zonder benauwd te zijn. Als het even wat beter ging, dacht ik: kijk, we komen ergens. Maar dan werd ik te enthousiast en kwam ik mezelf weer tegen. Dus het is een keiharde les. Je lichaam maakt geen geintjes.”

Geen grenzen

“Als ik nu terugkijk op hoe mijn dagen er de afgelopen jaren uitzagen, denk ik: hoe heb ik dat allemaal kunnen bolwerken?! Overdag een clipshoot, ’s avonds een optreden, de volgende dag met het vliegtuig naar Zwitserland voor een workshop... Ik kende geen grenzen, kneep mezelf meerdere keren in mijn arm: dat ik dit mag doen!”

Adventstour afzeggen

Natuurlijk waren de signalen er al eerder. Minder goed slapen. Duizeligheid. Onrust in z’n lijf. Na een autorit eerst even moeten bijkomen. Zweten. Een zware ademhaling. Zelfs op het podium had hij een keer het idee dat hij door z’n knieën zou zakken. “Ik verbond daar nog geen conclusies aan, al merkte ik wel dat er wat aan de hand was. Ik wist alleen niet precies wat.”

Wanneer bereikte je voor je gevoel de bodem?
“Ik had al veel dingen afgezegd, maar wilde nog heel graag de adventstour met Lars Gerfen doen.
Want ja, alles was gepland: de posters waren gedrukt, locaties geboekt, mensen hadden tickets gereserveerd. Eigenlijk leefde ik toen nog in de ontkenning. Voor mij was het dieptepunt in december 2019, toen ik ook deze tour moest afzeggen. Dat vond ik fysiek en mentaal heel zwaar.”

Viel je jezelf tegen?
“Ik schrok er vooral van. En ja, het is heel confronterend om te ontdekken dat je alles wat je deed, niet meer kunt... Zelfs op het moment dat ik ziek thuiszat, was ik voortdurend bezig met de vraag ‘wanneer kan ik weer beginnen?’ Ik heb ontdekt dat genezing pas begint op het moment dat je accepteert dat je niets meer kunt en dat je de rust verwelkomt. Vanaf toen dacht ik: oké, ik moet hierdoorheen.”

Roekeloos

Reyer leerde in deze periode een paar belangrijke lessen. De grootste les is misschien wel dat hij “te roekeloos” is geweest met zijn talenten. “In de Bijbel staat dat je zuinig moet zijn op je talenten. Let op waar je ze voor gebruikt. Ik leer nu eerlijker te kijken naar mezelf: wat wil ik? Ik denk dat het tijd is om te ontdekken hoe ik mijn energie op een nieuwe manier kan verdelen. Wat heeft echt mijn hart en wat kan ook prima door iemand anders gedaan worden?”

‘Je bent een handige jongen’

Afgelopen januari dacht Reyer na over de vraag hoe hij wilde dat zijn leven er straks uit zou zien. Hij schreef op een vel papier allerlei activiteiten: muziek maken, aanbidding leiden, producen, dj’en, remixen... “Ik had er een soort mindmap van gemaakt, waarbij er nog één vlak over was. Ineens dacht ik: daar schrijf ik ‘vriendschap met God’. Want daar komen al die activiteiten uit voort. Op dat moment was die mindmap ineens af. Ik raakte er zelfs geëmotioneerd onder, omdat het leek alsof God zelf het opschreef. Alsof ik werd teruggeroepen: het gaat om vriendschap met God, intimiteit met je Vader, met je Maker. Dáár komt alles uit voort. Intimiteit met God is de grootste schat op aarde.
‘Je bent een handige jongen,’ hoor ik mensen vaak zeggen. En ja, mensen kunnen onder de indruk raken van je talent. Maar als het niet voortkomt uit een echt en eerlijk hart dat afhankelijk is van God, zal het weinig vrucht dragen.”

Is ‘intimiteit met God’ voor jou aanbidding?
“Daar is het wel onlosmakelijk mee verbonden. Een van mijn nieuwe liedjes heet ‘Offer van mijn hart’, naar aanleiding van Hosea 6:6. Daar staat: ‘Want liefde wil Ik, geen offer.’ Het gaat God niet puur om mensen die zich onderdanig buigen, maar dat Zijn liefde beantwoord wordt. Dat is, denk ik, aanbidding. Een liedje zingen is makkelijk. Toch wordt het pas waardevol als je hart erbij betrokken is.”

Is echte aanbidding moeilijk als het tegelijk je broodwinning is?
“Ik heb daar inderdaad zeker in het begin veel mee geworsteld. Ik was gewend om aanbidding te leiden in de kerk. Toen was ik gewoon dat jochie uit het aanbiddingsteam. Maar toen ik optredens ging doen, merkte ik: hé, mensen komen voor Reyer. En dan krijg je fans. En signeersessies...
Kijk, ik vind het heel fijn om muziek te maken. En ja, dan hoop ik wel dat die muziek goed gevonden wordt, laten we eerlijk zijn. Natuurlijk ben ik er gevoelig voor als de halve zaal leeg zou lopen. Toch heb ik keer op keer geleerd wat God van mij vraagt: niet dat ik die populaire artiest ben, maar dat ik mijn hart aan Hem geef en Hem dien. Het is een bediening en zo moet ik er ook mee omgaan. Al gaat dat niet automatisch zo, nee.”

Trots hoeft geen vies woord te zijn

De artiest uitgehangen

Even later: “Ik heb meegemaakt dat ik de hele zaal meekreeg – en dat is wat je als artiest stiekem wilt, maar dat ik me helemaal niet verzadigd voelde omdat ik heel erg de artiest had uitgehangen. Er zijn ook keren geweest dat ik Gods aanwezigheid zo in de zaal voelde, terwijl de helft van de zaal bleef zitten.
Wat ik daarvan leer? Dat de kick voor korte tijd heel fijn kan voelen, maar dat het ook snel onverzadigbaar is. Want dan ga je zó zoeken naar erkenning voor wat je kunt, dat je vergeet waar het om gaat. Als ik met een lied God wil dienen, en ik krijg daar een compliment voor, dan kan ik dat compliment ook echt ontvangen. Misschien wel juist omdat ik het niet per se nodig heb.”

Geen podiumbeest

Achter Reyer hangt een enorme foto aan de muur. Een groot podium, daarvóór duizenden mensen, rechts in de hoek Reyer achter een keyboard. De plaat is geschoten tijdens de Jongerendag van 2019, in Ahoy Rotterdam. Is hij trots op dat beeld? “Ja, natuurlijk is dat een genietmomentje. Ik heb niet voor niets die foto hier hangen. Het is ook gewoon een heel mooie foto. Ik sta daar niet met het gevoel van ‘kijk mij eens’. Ik denk dat oprecht niet. Later, als ik de foto’s en de filmpjes van zo’n optreden zie, denk ik wel: hé, ik heb daar best lekker gezongen. Dan hoeft trots geen vies woord te zijn; je mag blij zijn met wat je hebt gedaan. Er zijn ook genoeg momenten waarvan ik denk: die had ik liever niet gehad.” Hij schiet in de lach: “Een uithaal die niet werkte, bijvoorbeeld.
Bovendien, voor alles wat ik nu doe, ben ik gevraagd. Ik wil daarmee niet vromer lijken dan ik ben, maar ik heb nooit gedacht: ik moet zorgen dat ik daar kom. Ik ben geen podiumbeest.”

Zou je met hetzelfde gemak seculiere muziek kunnen maken?
“Produceren wel, denk ik. Dat is een kwestie van muziek maken in de studio. Ik heb me ook weleens afgevraagd of ik niet eens een liedje zal maken dat niet gaat over God. Maar nee, daar heb ik geen enkele behoefte aan. Om heel eerlijk te zijn: ik heb nooit artiest willen worden. Ik denk niet dat ik in de muziek zou zitten als ik niet door mijn geloof geïnspireerd zou worden. Dus producen? Ja, omdat het een heel leuk, creatief proces is. Als uitvoerend artiest? Nee.”

Ik heb nooit artiest willen worden

Stiekem oefenen

Hoewel Reyer uit een zeer muzikaal gezin komt – zijn vader was muziekdocent en speelde piano, zijn moeder speelde cello, zijn zus dwarsfluit en zijn broer drumde – wilde hij aanvankelijk striptekenaar worden. Ironisch genoeg pakt hij die hobby nu weer op, met inktpot en al. En heel af en toe doet hij een commerciële tekenklus. Reyer herinnert zich hoe hij in zijn kindertijd, als zijn ouders op woensdagavond naar Bijbelkring gingen, achter de piano kroop en stiekem ging zingen. “Mijn eerst liedje was Opwekking 549: ‘Ik kniel neer en belijd’. Na verloop van tijd ging ik dat steeds minder stiekem oefenen en toen mijn ouders dat hoorden, vonden ze het best goed. Vervolgens ging ik in de tienerdienst meezingen en heb ik in mijn eigen gemeente veel vlieguren gemaakt.”

Krakkemikkig

Van zijn vader kreeg hij op een goed moment een keyboard en via de tienergroep van zijn kerk leerde Reyer gitaar spelen. Zo leerde hij zichzelf de tune van James Bond en hits uit de top 40 aan. Toen hem werd gevraagd de aanbidding te leiden tijdens een jeugdreis naar Kroatië, rolde hij van het een in het ander. “Eerst ging het nog heel krakkemikkig, hoor. Maar zeker de laatste tien jaar heb ik echt geïnvesteerd in spelen en zingen. Al heb ik nooit een businessplan gehad. Pas toen ik een cd wilde uitbrengen, ging het heel snel. In 2014 kwam mijn eerste cd uit – Eeuwig licht – en toen volgden een Zilveren Duif Award, de Jongerendag en Opwekking. Eigenlijk hangt mijn carrière van toevalligheden aan elkaar. Aan de ene kant vóélt het ook random en toevallig. Aan de andere kant kun je zeggen: het is precies wat bij mij past.”

Denk je nooit: had ik maar een vak geleerd?
“Haha, nee. Al komt dat ook doordat ik prima kan leven van de muziek. Dat had ik nooit gedacht. Ik heb trouwens in 2011 wel een opleiding tot grafisch vormgever gevolgd. En op dringend advies van mijn ouders

heb ik twee keer auditie gedaan voor het conservatorium. Zo zijn ouders, die willen graag dat je een papiertje haalt. Beide keren was mijn speeltechniek overigens niet toereikend, zo luidde het oordeel.”

Wereldpubliek

Inmiddels kan hij zich een leven zonder muziek niet meer voorstellen. “Dat zou echt gruwelijk zijn. Dan kan ik ook geen radio meer luisteren.”

Je hebt als een van de weinige christelijke artiesten in Nederland veel streams op YouTube en Spotify. Wat is het geheim daarvan?
“Ik ben op een gegeven moment begonnen met het remixen van worshipliedjes. Dat slaat erg aan, ook omdat het wereldberoemde worshipliedjes zijn. Die hebben een wereldpubliek. Een andere ‘succesfactor’ is het feit dat steeds meer mensen mijn worship ontdekken. Ik ben er dankbaar voor.”

Nog steeds single

Als aan het eind van het gesprek de onvermijdelijke vraag komt waarom een populaire artiest als Reyer nog steeds single is, schiet hij onbedaarlijk in de lach. “Gaan we daar ook nog heen? Welja!” Dan serieus: “Misschien omdat ik gewoon te druk ben geweest, de afgelopen tijd. En ik moet eerlijk zeggen: ik vind mijn vrijheid ook wel heel erg fijn. Natuurlijk zie ik echt wel een toekomst voor me met een gezin. Ik ben nu 31, dus ik moet er geen jaren meer mee wachten, maar ik geloof dat het wel goed komt. Bovendien wil ik dit serieus aanpakken, niet te gehaast. Verder zit ik er niet zo over in.”

Nieuw album

Liever heeft hij het over zijn nieuwe album dat in de maak is en een nieuwe single die waarschijnlijk deze zomer nog uitkomt. “Mijn nieuwe album is het meest persoonlijk, het meest rauw van allemaal. Twee weken voordat ik uitviel, ben ik nog met de band weggeweest om hier nummers voor te schrijven. De titel? Waarschijnlijk wordt het ‘Ik ben’. Zie het maar als een soort autobiografische cd.”

Beeld: Eljee

Geschreven door:

Mirjam Hollebrandse

Tip voor de redactie?

Of heb je een foutje gezien? Mail ons