Margriet Helder over doorleven na een zelfdoding

‘De Geest leerde mij lopen op het water’

Margriet Helder portretfoto

Het “blije geloof” dat Margriet Helder-Scholma als 19-jarige had, werd met een daverende klap omvergekegeld toen haar drie jaar oudere broer suïcide pleegde. “Als Gods Geest – de Ruach – mij niet de kracht had gegeven om door te gaan, was ik ingestort. Absoluut.”

Daar zitten ze, in de tuin van het ouderlijk huis in Alphen aan den Rijn. Roel (22) en Margriet (19) genieten samen eventjes van het ontluikende voorjaar. Het is een zonnige aprilmorgen in 1982. Hun vader werkt buitenshuis, hun moeder bezoekt een vriendin. Margriet staat op en zegt haar broer gedag: ze heeft zo nog één lesuur Nederlands, voordat morgen de examens van vwo 6 beginnen. Roel, die op dat moment niet studeert of werkt, blijft alleen thuis.

Nooit meer

Als ze terugkomt, staat haar wereld plotseling stil. In die korte tijd dat ze weg was, heeft Roel zichzelf van het leven beroofd.
Margriet doet een wanhopige poging hem te reanimeren. Ondertussen bidt ze vurig of God op de een of andere manier wil ingrijpen. Maar het hart van haar jongste broer zal nooit meer kloppen.

Een beetje vreemd

Foto van Roel, de broer van Margriet Helder
Een foto van Roel, de broer van Margriet.

Het 19-jarige meisje van toen is vandaag, bijna vier decennia later, een 57-jarige vrouw. Getrouwd met jeugdliefde Jaap, moeder van een 28-jarige tweeling én oma van een 3-jarig meisje. We ontmoeten elkaar, met inachtneming van de coronarichtlijnen, bij haar thuis in het centrum van Alphen aan den Rijn.

En ja, het lijkt vreemd: een gesprek over (doorleven na) suïcide voor het pinksternummer van Visie. Maar zonder de Geest zou ze nooit ‘publiekelijk’ over Roel en de impact van zijn dood op haar leven kunnen praten.

Wat is je mooiste herinnering aan Roel?
Het blijft lang stil in de woonkamer. Margriet kijkt naar de vloer. Dan tilt ze haar hoofd op en zegt zacht: “Dat vind ik moeilijk. Het is ook al 38 jaar geleden… Er komen alleen maar verdrietige herinneringen boven. Gemis.”

Had je een goede band met Roel?
“Ja. Wat betreft leeftijd lagen we het dichtst bij elkaar; we scheelden drie jaar. Mijn zus is vier jaar ouder, mijn oudste broer – hij is ook al overleden – zes jaar.”

Wat was Roel voor kind?
“De meest artistieke in ons gezin. En het grootste zorgenkind, denk ik. Als jongen was hij een stotteraar, herinner ik me. Hij was vaak… somber. In zijn tienerjaren worstelde hij met alcohol en drugs. Een vlucht voor de werkelijkheid. Die was voor hem beangstigend.”

Laagje stof

Schilderij van Roel, de broer van Margriet
Het schilderij dat Roel een jaar voor zijn sterven maakte.

Margriet staat op van de bank en loopt langs de haard, waarop een mantelklok de tijd hoorbaar wegtikt. Voorzichtig haalt ze een ingelijst kunstwerk van de muur. “Kijk,” zegt ze terwijl ze het stof van de bovenrand veegt. “Dit heeft Roel gemaakt, een jaar voor zijn dood.” Met een glimlach: “Dit is nog een van zijn meest kleurrijke tekeningen, met wat lichtblauw en roze.”
Achter het weerspiegelende glas zijn twee donkere boomvormen te zien. Zonder blad. Onder de grond zijn de wortels zichtbaar, reikend naar de zwarte grondlaag.

Waren er al eerder signalen dat hij misschien zelfs een einde aan zijn leven wilde maken?
“Hij heeft een aantal pogingen gedaan, voordat het lukte. Drugs en alcohol waren een heel groot probleem. Dat heb ik altijd als een vlucht gezien.”

Was je, na zijn eerdere pogingen, bang dat je Roel echt kwijt zou raken?
“Nee, helemaal niet. Ik ben die dag, 20 april, ook niet met een of ander voorgevoel weggegaan. Juist niet. Want hij zei ’s ochtends nog tegen me dat het goed ging. Dat was mijn indruk ook. Hij klonk zelfs opgewekt. Maar achteraf wist ik: hij heeft toen zijn besluit genomen. Want hij was veel rustiger dan anders.” Bijna onmerkbaar haalt ze haar schouders op. “Maar wat weet je ervan, als kind? Ik was 19.”

Rondom die beelden van zijn dood heb ik als het ware een bunker gebouwd

Een bunker

Over waar en hoe ze hem precies aantrof en wat ze heeft gedaan om hem te reanimeren, praat Margriet liever niet.
“Rondom die beelden van zijn dood heb ik als het ware een bunker gebouwd. Omdat ze té traumatisch zijn en ik er anders niet mee zou kunnen leven."



Wat deed je toen je eenmaal ophield met reanimeren?
Margriet staart even naar buiten. “Ik heb allereerst de politie gebeld. Ik weet nog dat ik op de bank bij het voorraam op de uitkijk stond: komen ze al? Voor mijn gevoel duurde het eindeloos lang. Er zal ook een ambulance zijn gekomen, maar ik kan me alleen de politie herinneren. In mijn wanhoop heb ik – tegen beter weten in – zitten bidden. ‘Breng hem alstublieft tot leven,’ of ‘Laat hem alleen maar bewusteloos blijken te zijn…’ Dat beeld van hoe hij eruitzag, ben ik in al die 38 jaar niet kwijtgeraakt. Het staat op mijn netvlies gebrand. Maar daar praat ik niet veel over.”

Ook niet met familie of goede vrienden?
“Nee. Ik heb het beeld zorgvuldig opgeborgen op een speciale plek. Een bunker.”

Als een manier om te overleven?
Met een hoofdknik: “Het is niet nuttig om het iedere keer uit te kauwen. Wat helpt dat? Het beeld gaat er niet door weg. En het zadelt anderen alleen maar op met mijn beelden. Dat hoeft niet.”

Heb je, na de politie, ook je ouders gebeld?
“Mijn moeder heb ik kunnen bereiken, bij die vriendin.” Stilte. “Ik weet nog dat ze de trap afkwamen met de brancard. We zaten thuis aan tafel; achter mijn moeder langs werd mijn broer uit huis weggedragen. Zij heeft Roel zelf niet meer gezien. Op datzelfde moment ben ik weggelopen om koffie te gaan zetten. Handen uit de mouwen. Waarschijnlijk als een soort afweer.”

Begrafenis in besloten kring

Margriet Helder, buiten met licht

De begrafenis vond op donderdag 22 april plaats. “In besloten kring. Misschien een man of twintig, op de Oosterbegraafplaats, hier in Alphen.”

Wie heeft de dienst en de begrafenis geleid?
“Er was geen dienst. Dat mocht wel, maar mijn ouders wilden dat niet. Er rustte, zeker in die tijd, een enorm taboe op zelfdoding. Ds. Waagmeester, destijds de consulent van onze Nederlands-gereformeerde kerk, leidde de begrafenis en hield een korte overdenking bij het graf.”

Ze laat een kopietje van de rouwadvertentie zien. Erboven staan woorden uit Psalm 103: ‘De sterveling, zijn dagen zijn als het gras…’

Een goed moment

“Mijn ouders,” zegt ze wat verderop in het gesprek, “waren heel gesloten wanneer het om Roels overlijden ging. Het heeft ook niet voor niets zo lang geduurd voordat ik hier überhaupt over kon praten. Dat heeft vooral met mijn respect voor hun geslotenheid te maken. Net nadat mijn moeder was overleden, kwam uitvaartbegeleider Wouter de Jonge in 2014 met de vraag of ik wilde meewerken aan het boek Leven met zelfdoding. Hij vroeg me een brief te schrijven aan mensen die, net als ik, zijn geconfronteerd met een suïcide. Dat was een goed moment.”

In welke zin goed?
“Als mijn moeder nog zou hebben geleefd, had ik het niet gedaan. Mijn vader verbleef destijds in het verpleeghuis; hij had de ziekte van Parkinson. Ik heb hem wel verteld van de brief voor dit boek en van een interview in Opbouw, dat nu Onderweg heet, naar aanleiding van mijn brief. Ik heb de tekst laten zien en wilde eruit voorlezen, maar hij hield de boot af.” Ze schudt haar hoofd. “Hij kon het niet aan.”

Ik was bang dat zij zouden breken zodra ik erover begon

‘Dat was die generatie’

Ze pakt het boek van Sinds 1883 Uitgevers erbij, dat in 2014 uitkwam. ‘Zestig brieven van nabestaanden,’ luidt de ondertitel. In haar brief schreef Margriet onder andere dit:


Ik had al vrij jong belijdenis gedaan, mijn hand in Gods uitgestoken hand gelegd, maar Roel vertelde in zijn diepste depressie dat hij zo veel fout gedaan had met drugs en alcohol dat hij dat niet kon.

Nu kan ik zijn dood meestal zien als een vlucht, veroorzaakt door wat tegenwoordig waarschijnlijk borderline genoemd wordt. Hij kon op dat moment God niet bereiken en niet ervaren, dat God naar hem zou komen.

“Volgens mij,” vervolgt ze, “hebben mijn ouders nooit zo veel met elkaar kunnen praten als Jaap en ik nu doen. Dat was die generatie, hè?”

Hoe was dat voor jou, zo’n muur van stilzwijgen na Roels suïcide?
“Ik heb het altijd geaccepteerd. Zij kónden niet over hun gevoelens praten. En ze maakten zich erg zorgen om mij.”

Heb je er zelf wel over gesproken?
Aarzelend: “Niet veel. Om mijn ouders te beschermen. Pas veel later heb ik dat alsnog geprobeerd. Ik was bang dat zij zouden breken zodra ik erover begon.”

Je liep dus voortdurend op eieren?
“Ja. Weet je wat mijn moeder herhaaldelijk zei? Ik hoor het haar nóg zeggen: ‘Als ik eenmaal begin te huilen, houd ik niet meer op.’ Dat vergeet ik nooit. En ondanks – of misschien moet ik zeggen dankzij – dat hebben mijn ouders allebei zó veel betekend voor anderen, zowel in onze kerk als daarbuiten. Ze zullen misschien nooit met andere mensen over hun eigen verdriet gepraat hebben, maar ze zullen wel verdriet hebben herkend en gevoeld.”

Heb je ooit gedacht: was ik maar niet degene die hem gevonden heeft?
Beslist: “Nee, daar ben ik eigenlijk wel blij om. Zo heb ik mijn moeder hiervoor kunnen beschermen. Want anders was zij het geweest.”

Een diepe put

Margriet Helder bij een hek

Niet alleen haar ouders maakten zich grote zorgen om Margriet. Haar oudste broer en haar zus vonden dat ze naar een psycholoog moest gaan, vertelt ze.

Omdat jij Roel had gevonden, of vanwege de impact die zijn overlijden op jou had?
“Het laatste. Ik was – zo voor het oog – altijd vrolijk en ging altijd door. De anderen hadden zoiets van: je stort vroeg of laat een keer in; wees je ervan bewust dat je in een diepe put kunt raken.”

Is dat ooit gebeurd?
Direct: “Nee. Nee. Door het interview in Opbouw ben ik over deze vraag gaan nadenken: hoe kan het dat ik niet in de put ben geraakt? Want ik ben sinds Roels overlijden bijvoorbeeld helemaal niet goed in bidden. Zo kwam ik op Ruach uit. Dit Hebreeuwse woord kun je vertalen met wind, adem en Geest. Omdat ik logopedist ben, vind ik adem het mooist. Het is de basis van mijn werk: op adem praat je. In het Nieuwe Testament wordt Ruach weergegeven als Geest. Die link tussen adem en de heilige Geest vond en vind ik zó mooi. Opeens realiseerde ik me: de Géést geeft me kracht om door te gaan.”

Kun je het wat meer woorden geven: hoe helpt Gods Geest jou?
“Ken je Opwekking 789, ‘Lopen op het water’? Dat is de Nederlandse vertaling van Hillsongs ‘Oceans’, met de woorden ‘Geest van God, leer mij te gaan over de golven’. Dat is mijn lijflied, nu.” Stilte. “Ik vind het zó mooi dat God mij Zijn scheppende adem – de Ruach – heeft gegeven. Vanochtend kreeg ik spontaan ‘catechisatie’ van onze vroegere voorganger, die zomaar even langskwam. ‘Als je niet kunt bidden,’ zei hij, ‘is dat niet erg. Want de Geest zelf bidt voor ons met een onuitsprekelijk zuchten, schrijft Paulus in de Romeinenbrief.’”

Kun je daar wat mee?
“Zeker!” Peinzend: “Misschien is Ruach wel mijn vervangend gebed geworden.”

Het besef dat de Geest voor je bidt?
“Dat geeft mij lucht. Letterlijk.”

Hangt jouw moeite met bidden samen met het feit dat Roel – ondanks jouw smeekbeden – is overleden?
“Ja. Zijn dood heeft zo’n impact op mij gehad. Jaap en ik hadden allebei jong belijdenis gedaan, samen. Ik denk dat ik 16 was. Toen Roel overleed, was ik 19…” – ze glimlacht – “… en een blije gelovige.”

Jouw blijdschap werd met één klap weggevaagd.
“Volledig.”

Is die blijdschap, misschien schoorvoetend, ooit teruggekeerd?
“Die komt terug als ik Romeinen 8 echt tot me laat doordringen. Dan merk ik dat ik niet alleen ben in mijn twijfels, verdriet en verlangens. Dan proef ik soms toch weer iets van blijdschap. Maar vooral wat er in het begin van Romeinen 8 staat, het verlangen naar de nieuwe hemel en de nieuwe aarde, dat is bij mij – al jaren – heel sterk aanwezig.”

(Tekst loopt door onder de video)

Je noemde net dit zinnetje: ‘Geest van God, leer mij te gaan over de golven.’ Wat symboliseren die golven, voor jou?
Ze denkt even na. “Dat kleur ik eigenlijk ‘oudtestamentisch’ in. Water staat – ook in Genesis 1, waar de Ruach voor het eerst wordt genoemd – voor dreiging, chaos, dood. Ik denk aan al het verdriet, de onzekerheid. De mogelijkheid dat je kunt vallen… en wegzinken in de golven.”

Als je dit lied zingt, is dat toch ook een vorm van bidden?
Lachend: “Je wilt mij niet horen zingen, hoor! Dus ik luister ernaar. Maar het is inderdaad een gebed. Zoals ik zei: iedereen om me heen was bang dat ik in een diepe put zou vallen.”

Dat had gekund.
“Ja. Daarom: ‘Leer mij lopen op het water.’ Dat geeft me het vertrouwen om over de golven te lopen en niet de diepte in te zakken. Ik zou absoluut zijn ingestort als de Ruach mij niet de kracht had gegeven om door te leven, en te leren lopen op het water. Ik krijg letterlijk de adem om door te gaan. Adem is een basale levensbehoefte, hoor – je kunt niet zonder.”

Beleef je Pinksteren anders, sinds jij je zo bewust bent geworden van de cruciale rol van de Geest in je leven?
Ze veert overeind. “Díé vraag had ik verwacht: néé! Ik heb geen spirituele ervaringen of zo. Ik voel geen vlammetjes, spreek niet in tongen, heb geen goddelijke openbaringen of dromen…”

… maar je hebt wél de ‘Ruach’.
“Gelukkig wel. Met Pinksteren hebben we de Geest ontvangen. En voor mij voelt dat als adem. Adem om door te gaan.”

De Geest wordt in sommige Bijbelvertalingen aangeduid als ‘de Trooster’. Ervaar je dat Hij je troost?
Direct: “Nee. Want ik blijf nog steeds hangen in het verlangen naar de dag dat ik niet meer getroost hoef te worden. Na dit leven, of na Jezus’ wederkomst. Jaap zegt weleens: ‘Ik ken niemand in mijn héle omgeving die zo vurig naar de nieuwe hemel en de nieuwe aarde verlangt als jij.’ Maar léés Romeinen 8. Daar schrijft Paulus over datzelfde verlangen. Jazeker, ik kan echt genieten van bijvoorbeeld onze kinderen, en ons kleinkind. Maar dát verlangen stijgt boven alles uit. Want dan zijn die rouw, het verdriet en al mijn vragen voorbij. Voorgoed.”

Denkt u aan zelfdoding of maakt u zich zorgen om iemand anders? Neem contact op met 113 Zelfmoordpreventie via 113.nl of 0900-0113.

Beeld: Ruben Timman

Tip voor de redactie?

Of heb je een foutje gezien? Mail ons