Arts Gor Khatchikyan staat graag aan het front

'En ik ben bereid daar een prijs voor te betalen’

Als spoedeisendehulparts staat Gor Khatchikyan (33) dagelijks in de frontlinie van de corona-oorlog, zoals hij de huidige crisis noemt. Bang is hij niet. “Als we écht overtuigd zijn van wat de Bijbel zegt, moeten we ons niet krampachtig vasthouden aan dit leven.”

Hij wordt deze weken overspoeld met interviewverzoeken. Ook van bladen en kranten waar hij nog nooit van heeft gehoord. Hij houdt ze een beetje af, onder meer omdat hij onlangs een nare ervaring had. “Soms gaan ze met je citaten aan de haal. Om lezers te trekken.” Daar wil hij niet aan meedoen.
Hij gaat akkoord met een interview in Visie, “maar dan ga ik natuurlijk wel voor het coververhaal,” lacht hij uitdagend. “Als je het doet, moet je het goed doen.” Die houding typeert hem. Gaan tot het uiterste om zijn roeping gestalte te geven.

Ik heb voortdurend het gevoel dat er iets of iemand achter me aan zit

Continu op scherp

“Momenteel ben ik gewoon een werkpaard, dat alleen maar diensten draait,” zegt hij op de bank in zijn woonkamer in Utrecht. Zodra hij wakker wordt, staat hij aan. Een soort hoogste staat van paraatheid, continu op scherp. “Ik heb voortdurend het gevoel dat er iets of iemand achter me aan zit. Dat is niet per se vervelend, meer een gevoel van: er is strijd en we zitten er middenin.”

Oorlog?
“Ja, het is gewoon oorlog. En we lijden verliezen. Maar ik zeg het zo: sommige veldslagen verliezen we, maar de oorlog gaan we winnen. Dat houd ik voor ogen.”

‘Dit wordt echt groot’

Wakker ligt hij niet van corona. Niet meer. Wel in de aanloop ernaartoe, toen er opgeschaald moest worden en langzaam het besef indaalde hoe ernstig het zou kunnen worden. “Toen moest ik even slikken. Dit wordt echt groot, dacht ik. Dat vond ik spannend.”

Wie is Gor Khatchikyan?

Gor Khatchikyan (1987) werkt als spoedeisendehulparts in het Sint Antonius-ziekenhuis in Nieuwegein. Op zijn twaalfde vluchtte hij met zijn ouders van zijn geboorteland Armenië naar Nederland, waar hij in diverse azc’s verbleef en tot geloof kwam.
Aanvankelijk was hij uitgeprocedeerd, maar in 2007 mocht hij dankzij het generaal pardon toch in Nederland blijven.
Gor kreeg in 2012 landelijke bekendheid toen hij het VPRO-programma Premier gezocht won. Hij was hoofdspreker tijdens Opwekking 2017 en spreekt in verschillende kerken en gemeenten.
Gor schreef diverse boeken, waaronder Gelukzoeker, van generaal pardon tot Premier gezocht en Gastarbeider, verhalen van hoop op de spoed. Tijdens deze coronacrisis is hij regelmatig te gast in de talkshow Op1 en vlogt hij voor het programma Frontberichten van BNNVARA.

Capaciteit verviervoudigd

Over het aantal coronapatiënten in ‘zijn’ ziekenhuis – het Sint Antonius in Nieuwegein – mag hij niets zeggen. Wel vertelt hij dat de capaciteit is verviervoudigd. De ic is uitgebreid naar gangen en operatieruimten, op de spoedeisende hulp zijn extra kamers ingericht en er is extra personeel nodig. Buiten op het parkeerterrein staat een grote zogenaamde triagetent, waar coronaverdachten worden binnengebracht. Gor rouleert tussen de triagetent, de shockroom – waar patiënten binnenkomen die echt kritiek ziek zijn – en de cohort, de zaal waar mensen liggen die uit de triagetent komen.

Bijna stikken

Wat hem vooral opvalt, is hoe snel veel patiënten achteruitgaan. De huisarts meldt ze aan als stabiel, maar komen ze een half uur later in het ziekenhuis, dan zijn ze soms al doodziek. “Dat is vrij uniek in de geneeskunde. De meeste ziekten ontwikkelen zich langzaam.”
Veel patiënten die Gor ziet, zijn aanspreekbaar. Sommigen zijn verward, de meesten vooral heel erg benauwd. “Ik ben natuurlijk wel wat gewend, maar voor de patiënt zelf en voor iemand die dat nog nooit gezien heeft, is het heftig. Je ziet iemand die bijna aan het stikken is.”

Gevaar van afstompen

In de medische wereld, waar ziekte, pijn en dood dagelijkse kost zijn, ligt het gevaar op de loer afgestompt te raken. Gor waakt daar bewust voor. Hij wil de mens achter de patiënt blijven zien en zich steeds opnieuw laten raken door de persoonlijke verhalen. “Ik wil de menselijkheid behouden. Een patiënt is iemands kind, iemands moeder of broer.”
Gor vraagt daarom “bewust en nadrukkelijk” of mensen bang zijn. “Uit zichzelf zeggen patiënten dat niet zo snel, maar ze houden wel je hand vast en zijn vaak heel stil. Ik vraag ernaar omdat ik dan de patiënt laat zien dat ik weet wat er in hem omgaat.

Als iemand zijn angst kan uiten, weet hij dat hij gehoord en gezien wordt. Je geeft zo iemand het gevoel: het is niet erg om bang te zijn, de dokter snapt dat.”

Kun je dan ook iets van je geloof kwijt?
“Die vraag krijg ik vaak. Kijk, mijn werk is geen evangelisatieproject. Maar ik ben christen in de kerk en in mijn werk. Daarin zie ik geen verschil. Dus ja, als ik merk dat iemand openstaat voor wat er nog meer is tussen hemel en aarde, kan ik volop praten over mijn geloof. Als een patiënt dat niets vindt, of een ander geloof aanhangt, is het niet altijd wijs om over mijn geloof te praten.”

Onderkoning worden

In 2015 zei Gor in een interview met Visie dat hij vaak bidt of hij een Jozef mag zijn, zodat hij iets voor dit land mag betekenen. Voelt hij zich nu die Jozef? “Nou, ik ben nog geen onderkoning,” reageert hij lachend. “Als er een dag komt dat ik minister ben en het land behoed voor hongersnood, mag je langskomen op het ministerie en die vraag nog een keer stellen.”

Liggen je ambities in de politiek?
“Het woord ambitie suggereert dat ik er nu mee bezig ben om minister te worden. Dat is niet zo. Ik houd de optie open en als er zich tijden aandienen dat ik nodig ben, wil ik er zijn. Maar het enige wat ik nu wil doen, is goed voor de patiënten zorgen en een betrouwbare medewerker zijn.
Om terug te komen op Jozef: wat ik het mooiste vind aan hem, is zijn trouw aan en verbondenheid met God in de gevangenis en bij Potifar. Daarin is hij mijn grote voorbeeld, en daar bid ik ook om: ‘Laat mij in deze crisistijd betrouwbaar zijn en Uw dienstknecht zijn naar mijn vermogen.’ Bovendien, toen Jozef onderkoning werd, werd hij niet een verbitterde, strenge leider die zijn broers die hem verraden hadden eens even een lesje leerde. Menselijk gezien had hij daar alle recht toe en alle mogelijkheden voor. Maar hij bleef zachtmoedig. Dat is fantastisch. Zo wil ik zijn.”

​​​​​​​Verhalen van de frontlinie

Om de verhalen van coronapatiënten een gezicht te geven, schrijft Gor momenteel een boek. Eind mei, “als de coronacrisis hopelijk over haar hoogtepunt heen is”, verschijnt het onder de titel De coronacrisis, verhalen van de frontlinie.

​​​​​​​Gelukzoeker.eu​​​​​​​

Geen ontkomen aan

Hoeveel collega’s inmiddels zelf corona hebben opgelopen, houdt Gor liever voor zich. “Tientallen,” zegt hij. Bang zelf het virus op te lopen, is hij niet. Wel houdt hij er “ernstig rekening” mee. “Er is eigenlijk geen ontkomen aan. Dat maakt me soms onzeker, omdat ik niet weet hoe ik de ziekte verdraag. Maar het houdt me niet tegen en maakt niet dat ik lang twijfel over de vraag of ik in de frontlinie wil staan. Ik ben iemand die aan het front wil staan. Als anderen ergens vandaan rennen, wil ik er juist naartoe. Ik hoef niet dood, maar ik doe wat mijn roeping is. En ik ben bereid daar een prijs voor te betalen.”

Sterven voor Christus

“Daar komt bij,” zegt hij even later, “dat ik me ontzettend gedragen voel door God. Ik weet dat Hij nog steeds de controle heeft en ik wil gehoorzaam zijn in het vertrouwen dat Hij voor mij zorgt. God heeft een plan met mijn leven. En als dat hier eindigt, dan is dat zo. Paulus zei: ‘Ik leef graag, maar sterven voor Christus zou een gewin zijn.’ Dat predik en dat geloof ik. Het zou niet kloppen als ik me dan krampachtig vasthoud aan dit leven. Ik zou bovendien doodongelukkig worden als ik voor een stukje veiligheid of vanwege angst mijn drive zou verloochenen. Dan zou ik mezelf niet meer in de spiegel kunnen aankijken.”

Kunst- en vliegwerk

Waar Gor zich over verbaast, is dat christenen zich zo aan het leven op aarde vastklampen. Het zou juist andersom moeten zijn, vindt hij. “Als je belijdt dat Christus je Heiland is en dat je Hem gaat ontmoeten, dan wil je toch niet eerst nog drie maanden wegkwijnen op een ic voordat je Hem ontmoet? Natuurlijk, ook ik houd van het leven. Maar het is ook heel eindig en kwetsbaar. Als het je tijd is, ga je. Dan is er geen ic die je redt. Dat moeten mensen beseffen. En we moeten leren het leven los te laten als het zover is.
Dus als gelovigen van deze hele situatie bang worden, moeten ze zichzelf afvragen hoe het dan zit met hun vertrouwen op God. Dat is een vraag, geen oordeel. Want het feit dat de omstandigheden je zo kunnen beangstigen, zegt iets over je onderliggende vertrouwensrelatie met God. En daar moet je aan werken. Maak het goed met God, en verwacht niet van ons, dokters, dat we je nog met veel kunst- en vliegwerk een dag extra hier op aarde houden. Snap je dat, of ben ik nu heel gemeen? Goud wordt puur als het heet wordt. Dat is de enige manier om te groeien en vrucht te dragen. Dus deze tijd is bij uitstek het moment om onszelf te reinigen.”

Er zijn weinig dokters die dit in hun carrière meemaken

Unieke situatie

Hoe ernstig Gor het coronavirus ook neemt – “er sterven dagelijks mensen onder mijn handen” – medisch gezien is deze periode voor hem een uitdaging. “Er zijn weinig dokters die dit in hun carrière meemaken. In die zin is deze situatie uniek. Twee, drie keer per jaar oefenen we droog met opschalen en rampengeneeskunde, maar dit gaat veel verder dan alle oefeningen die we gedaan hebben. Als ik kan meehelpen deze crisis te bestrijden, doe ik dat graag. Ik ben blij dat ik nu hier sta.”

In 2012 won je het tv-programma ‘Premier gezocht’. Was je nu niet liever minister-president geweest?
Na een korte stilte: “Nou, premier zijn in zo’n enorme crisis is ook gaaf. Ik zou graag de beslissingen willen nemen, ik houd van aanpakken. Maar ik denk dat wat ik nu doe, mooier is. Het is heel hard werken, maar hiervoor ben ik wel het vak in gegaan.”

Hoe vind je dat Mark Rutte het doet?
“Goed. Hij doet het natuurlijk niet alleen, er staat een heel crisisteam om hem heen en samen werken ze hard. Het is belangrijk om te beseffen dat zij met beperkte informatie snelle beslissingen moeten nemen. Achteraf is het altijd makkelijk praten. Maar nu doen ze het prima.”

Rutte noemt mensen in de zorg helden. Zie je jezelf zo?
“Ik zie mezelf niet per se als held. Ik doe gewoon mijn werk, net als iedereen. Ik ben wel superblij met de verpleegkundigen. Eigenlijk hebben zij het zwaarder dan dokters, want de verpleeglast is groter dan ooit. Zij moeten echt lang doorgaan en volhouden, en dat doen ze voortreffelijk.”

De slijtage slaat toe, ik word echt moe

Nul vermoeidheid

“Hoelang ik dit nog volhoud? De eerste twee weken stuiterde ik alle kanten op en voelde ik nul vermoeidheid. Die adrenaline is nu een beetje aan het wegebben, de slijtage slaat toe. Ik word echt moe, ook fysiek. Maar ik houd dit nog heel lang vol. Omdat ik weet dat dit een roeping is. Ik doe het voor God en voor de patiënten.”

Beangstigend

De Bijbeltekst die Gor in deze periode op de been houdt, is een tekst die hij ooit als jonge tiener in het asielzoekerscentrum kreeg. Het geplastificeerde kaartje droeg hij maandenlang in zijn portemonnee. “Zat er toch nog wat in,” lacht hij nu. Jesaja 41 vers 10 stond erop: ‘Wees niet bang, want Ik ben bij je, kijk niet angstig om je heen, want Ik ben je God, Ik zal je helpen, Ik zal je sterken, Ik zal je overeind houden met Mijn rechterhand.’ “‘Kijk niet angstig om je heen’, hoe actueel is dat! Als ik om me heen kijk, zie ik al die zieke mensen liggen. En dat kan best beangstigend zijn. Maar God geeft ook een reden waarom we niet bang hoeven zijn: ‘Ik ben je God.’ Ik weet wie Hij is en wat Hij kan.”

(Tekst loopt door onder de foto.)

Wie of wat is je uitlaatklep?
“Ik rijd rondjes op mijn motor. Superleuk. Lekker racen. Veilig, maar zo hard mogelijk.”

Je mag nog maar 100, hè?
“Klopt.” Lachend: “Alles is relatief.”

Je bent single. Mis je bij thuiskomst een luisterend oor?
“Zeker. Aan de andere kant: het voordeel van alleen zijn is dat ik met niemand rekening hoef te houden. Ik ben overal inzetbaar. Dus voor het werk is het fijn. Maar ja, voor ieder mens is het beter om thuis te komen in een warm huis.”

Aan wie kun je dan je verhaal kwijt?
Hij schiet in de lach: “Aan heel Nederland, ’s avonds in het programma Op1. Nee, ik heb heel goed contact met mijn ouders en mijn broer. Zij zijn de eersten die ik weer ga knuffelen als deze crisis voorbij is. Ook heb ik goede vrienden die dicht bij me staan. Dus geen gebrek aan sociale contacten. Dat is niet zoals een liefdespartner, maar het is niet anders.”

Even later biecht hij op: “Ik krijg wel veel brieven van vrouwen.”

Vertel?
“Ik krijg veel Facebook-berichten. Tientallen.” Hij leunt naar achteren: “Ja, natuurlijk streelt dat me.”

Je straalt zelfs een beetje.
“Het is leuk om aandacht te krijgen van vrouwen, dat geef ik toe. Tegelijkertijd ontleen ik er mijn identiteit niet aan. Ik ben er ook niet naar op zoek, dus ik bedank ze en ga er verder niet op in. Sta ik er dan niet voor open? Dan lijkt het alsof ik liever alleen wil blijven, dat is niet zo. Maar als je dat gaat opschrijven, krijg ik nog meer brieven. Daar zit ik niet per se op te wachten.”

Lees ook: Gor Khatchikyan: 'Het is mijn droom in dit land gelukbrenger te zijn'

Beeld: Ruben Timman

Geschreven door:

Mirjam Hollebrandse

Tip voor de redactie?

Of heb je een foutje gezien? Mail ons