Schilder Egbert Modderman maakt snel furore

‘Ik hoef er absoluut niet rijk van te worden’

Egbert Modderman schildert Maria Magdalena

In de Groningse Martinikerk zijn – permanent – Bijbelse schilderijen van Egbert Modderman (30) te bewonderen. Wie deze levensgrote en realistische kunstwerken bekijkt, kan maar moeilijk geloven dat Egbert pas vier jaar professioneel schildert. “Als kind tekende ik niet eens zo gek veel.”

Zodra je Egberts ruime atelier-woonkamer in Groningen betreedt, trekt een jonge vrouw in een helwitte jurk je aandacht. Wat onderuitgezakt zit ze op een pronkstoel in de hoek. Ze heeft ravenzwart haar, donkere ogen en kijkt je aan met een moeilijk te peilen blik. Haar blote voeten rusten op de parketvloer. Ze is een vrouw van verf, maar levensecht. “Maria Magdalena,” stelt Egbert zijn jongste kunstproject voor. “Het model was een studente uit Duitsland, die hier een tijdlang heeft gestudeerd voordat ze weer terugging.”

‘Pas één serieus schilderij’

Geen enkele andere kunstenaar in Nederland doet wat Egbert doet: hij maakt Bijbels-realistische kunst. Dat heeft alles met zijn christelijke achtergrond te maken, en met zijn fascinatie voor mensen en hun emoties. Dat een jonge schilder voor Bijbelse onderwerpen kiest, is opmerkelijk. Datzelfde geldt voor de vliegende start van zijn carrière: hij was nog maar kort en goed begonnen als professioneel schilder, toen zijn werk al internationaal in de belangstelling kwam.

Het begon allemaal in 2016, met een verrassend telefoontje?
“Klopt. Het bestuur van de Martinikerk belde me op: of ik kans zag een zomerexpositie te verzorgen. Heel bijzonder, want ik had pas één serieus schilderij gemaakt, van Sint Martinus, naar wie de kerk is vernoemd. Een soldaat die volgens een oudchristelijke legende de helft van zijn mantel aan een bedelaar schonk. Dat werk had ik voor hen geschilderd toen ik de kerk wilde huren voor een eigen gelegenheid. Daar waren ze erg van gecharmeerd. Door die eerste solo-expositie, De schoonheid van religie, ben ik eigenlijk pas echt gaan schilderen.”

Waarom zei je, met amper ervaring, ja tegen deze uitdaging?
“Omdat dit een droomkans is voor een startende schilder. Een solo-expositie op zo’n plek? Mooier krijg je het niet! Op die zomerexposities komen jaarlijks tien- tot vijftienduizend bezoekers af. Vóór mij had Henk Helmantel er geëxposeerd.”

Natuurlijk kun je zeggen: hoe belangrijk is een schilderij?

Opeens moest je keihard aan de bak?
Lachend: “Dat kun je wel zeggen, want ik had nog maar zes maanden tot de deadline! En ik wilde minimaal twaalf schilderijen maken, dus twee per maand.” Hij wijst naar het paneel van Maria Magdalena. “Het waren schilderijen van ongeveer dit formaat en groter. Ik heb mezelf opgesloten in mijn atelier en constant keihard doorgewerkt. Maar na zo’n vier maanden liep ik tegen mijn fysieke grenzen aan.”

Eerste grote expositie

Brandend maagzuur brak Egbert zozeer op, dat hij naar zijn huisarts stapte. Zij informeerde hoe hij sliep. “Ik vertelde dat ik meestal nog wel anderhalf tot twee uur wakker lag. ‘Waar denk je dan aan?’ vroeg ze. ‘Je werk?’ Daar dacht ik inderdaad constant over na, omdat het mijn eerste grote expositie was. Zouden die schilderijen niet beter kunnen? Is dit wel zo’n slimme zet? Ga ik überhaupt iets verkopen? ‘De fysieke uitwerking van stress,’ concludeerde mijn huisarts. ‘Als je geen maagzuurremmers wilt blijven slikken, moet je met jezelf afspreken dat je vanaf bijvoorbeeld 20.00 uur niet meer over schilderen nadenkt.’ Ben ik gaan doen: hielp fantastisch.”

(Tekst loopt door na afbeelding)

“Maria Magdalena,” stelt Egbert Modderman zijn jongste kunstproject voor. “Het model was een studente uit Duitsland, die hier een tijdlang heeft gestudeerd voordat ze weer terugging.”

Daverend succes

De klachten ebden weg. Egbert, destijds nog maar 26 jaar oud, klaarde de klus: de zomerexpositie kwam er en werd een daverend succes. Alle schilderijen werden verkocht. Publiek en kerkbestuur reageerden zo enthousiast op de solo-expositie, dat de Martinikerk hem in 2017 vroeg de zeven werken van barmhartigheid uit te beelden. Het is de bedoeling dat deze kunstwerken zelfs lang na Egberts overlijden nog te bewonderen zullen zijn in de kooromgang. De grote schilderijen – ze zijn drie meter breed – moeten de komende eeuwen een plek krijgen in de kerk. Hij heeft er tot nu toe drie afgerond.

Als ik op deze manier kan doorgaan, ben ik dik tevreden

En dat terwijl je pas in 2016 serieus begon met schilderen, en vóór die tijd onder meer winkelinterieurs ontwierp.
“Inderdaad. Ik tekende als kind ook niet eens zo gek veel, al heb ik wel altijd van kunst gehouden en het gevoel gehad dat schilderijen interessant en belangrijk zijn. Maar ik heb nooit serieus aan een kunstopleiding gedacht. Ik redeneerde: als je later een fatsoenlijke baan wilt krijgen, moet je een studie doen die daarbij helpt. Ik koos voor Vormgeving Ruimtelijk Ontwerp aan de Academie Minerva. Daarna begon ik als ontwerper bij een soort architectenbureau. Toen begon het toch te kriebelen: dit is het dus, de komende veertig, vijftig jaar...”

Je werd niet gelukkig van wat je deed?
“Nee. Het probleem was dat ik dacht: hoe belangrijk is het nu echt wat ik doe? Wat heeft de wereld eraan gehad als ik er morgen mee stop? Dat is geen arrogant waardeoordeel. Er zijn veel mensen met datzelfde type werk die het wél belangrijk vinden. Maar ik keek altijd met een scheef oog naar politieagenten of brandweermannen, die iedere dag beseffen dat hun werk er echt toe doet. Natuurlijk kun je zeggen: hoe belangrijk is een schilderij? Een met pigment versierd stuk hout of doek, dat ergens aan een muur komt te hangen om een ruimte wat mooier te maken. Meer niet. Veredelde decoratie, bijna.”

En toch...?
“... had ik van jongs af aan het gevoel: het is wél belangrijk. Ook om een bepaald soort schilderijen te maken, in mijn geval Bijbelse voorstellingen.”

Emotie zie ik als de essentie van mijn werk – niet evangelisatie

Wat is het belang ervan?
Hij vouwt zijn handen achter z’n nek. “Dat is een héél moeilijke vraag. In essentie is het veel meer een gevoel dan iets rationeels.” Na een korte stilte: “Als ik iets maak, heb ik daar een bepaald gevoel bij. Ook als het af is. En als ik anderen ernaar zie kijken, voel ik daar opnieuw van alles bij. Maar wát dat gevoel is, kan ik ontzettend moeilijk onder woorden brengen.”

Zou je het toch nog eens willen proberen, misschien aan de hand van jouw Maria Magdalena?
“Haha, we gaan de diepte in!” Egberts blik glijdt naar het grote paneel in de hoek. “Voor mij komt alles hier samen. Namelijk dat ik van specifieke kleuren houd, gefascineerd ben door gezichten en emoties, en een bepaald soort ruimtelijkheid waardeer. Alsof mijn hersens geprogrammeerd zijn om specifiek één taakje goed te kunnen. Dat is het gevoel tijdens het maken. Als anderen ernaar kijken, hoop ik dat ze iets van dat gevoel herkennen. En dat het verhaal dat ik afbeeld hen ook raakt.”

Gevoel is het sleutelwoord?
“Emotie en gevoel.” Grinnikend: “Eigenlijk nogal gek, want verder ben ik een zeer rationeel persoon.”

Wat spreekt je zo aan in die Bijbelse verhalen?
“Vooral de aandacht voor zwakke, kwetsbare mensen. De Bijbel verbloemt onze zwakheid en gebrokenheid niet. We zijn allemaal kwetsbare, feilbare mensen, met moeiten, verdriet en twijfel.”

Je legt graag ‘drama’ in je werk?
“Als je daarmee emotie bedoelt: ja. En binnen het brede spectrum van emotie vind ik vooral de ‘zwaardere’, zoals verdriet, sterker binnenkomen. Daarom zijn die interessant voor mijn Bijbelse schilderijen. En ik schilder menselijke figuren bij voorkeur op ware grootte. Iets in onze hersens zorgt er namelijk voor dat we ze dan sneller als levensecht ervaren.”

Authentieke emoties

In de Martinikerk hangt onder meer Egberts schilderij van een jonge vrouw die net haar enige kind heeft verloren: de weduwe van Naïn. Ze draagt zwarte rouwkleding en houdt een hand op de kleine kist, die door oude mannen wordt gedragen. Zij is de enige die je – indringend – aankijkt.

Hoewel ze volledig uit verf bestaat, voel je haar verdriet als je naar dit schilderij kijkt.
“Ik merk inderdaad dat mensen, juist omdat zij je aankijkt, een bepaalde heftigheid ervaren. Dat is – ook voor mijzelf – iets ongrijpbaars. Ik ga af op mijn intuïtie, en besef dat het een spannend spel is. Is het een oprechte poging om authentieke emoties te schilderen, of een cliché? Die scheidslijn is dun. Ik lees zo’n Bijbelverhaal en voel daar een bepaalde emotie in. Die wil ik op een mooie, eerlijke manier verbeelden. Zodat jij als kijker een soort oprecht medelijden met haar voelt.”

Weduwe van Naïn door Egbert Modderman
Egbert: "Ik lees zo’n Bijbelverhaal en voel daar een bepaalde emotie in. Die wil ik op een mooie, eerlijke manier verbeelden. Zodat jij als kijker een soort oprecht medelijden met haar voelt.”

Had je als kind al een groot inlevingsvermogen?
“Ik kom uit een vrijgemaakt nest. Als mijn ouders aan tafel uit de Bijbel lazen, voelde ik altijd hoeveel drama – emotie – er in die verhalen zit. Dat inlevingsvermogen komt bij het schilderen natuurlijk heel goed van pas.”

Abraham

Hoe dat werkt, legt hij uit aan de hand van het schilderij ‘Vertrouwen’: een groot, verticaal werk met daarop de oude Abraham. Die kreeg van God de onbevattelijke opdracht om Isaak, zijn enige zoon, te offeren. Egbert schilderde een grijsaard met een gelooid gezicht, die je recht aankijkt – gebukt onder een bult afgesneden takken.

Waarom koos je niet voor de dramatische ontknoping: Abraham die het mes heft en op het laatste moment wordt tegengehouden?
“Toen ik me ging inleven in dit Bijbelverhaal, bleef ik hangen bij een bijzinnetje. Er staat dat hij ’s ochtends vroeg opstaat om alles voor te bereiden. Een bijna nietszeggend zinnetje, voordat ‘het echte drama’ zich gaat voltrekken, dat al zo vaak is geschilderd. Toch zit er enorm veel in. Stel je eens voor... Een oude man wordt wakker, terwijl iedereen nog slaapt. Met krakende gewrichten komt hij overeind, kijkt wellicht naar zijn nog slapende en onwetende zoon, loopt naar buiten. In de ochtendschemering gaat hij takken rapen. Meer dan de gebruikelijke hoeveelheid, want er moet een méns worden geofferd. Elke tak brengt hem dichter bij het onvermijdelijke... In zo’n scène zit voor mij zo veel emotie. Als je een schilderij ziet van de ontknoping, zegt niemand: ‘Dat is een voor mij herkenbare emotie.’ De kracht van het drama van dit verhaal zit ’m voor mij veel meer in het gezicht, waarop je moeite en twijfel kunt aflezen. Zo kies ik bij elk verhaal een bepaald moment.”

(Tekst loopt door na afbeelding)

Abraham door Egbert Modderman
Egbert over Abraham: "In de ochtendschemering gaat hij takken rapen. Meer dan de gebruikelijke hoeveelheid, want er moet een méns worden geofferd. Elke tak brengt hem dichter bij het onvermijdelijke... In zo’n scène zit voor mij zo veel emotie."

Kun jij zelf zien dat iets echt goed is wat je hebt gemaakt?
Direct: “Nee, dat lukt nooit. Het hoogst haalbare? Dat je denkt: het wordt niet beter als ik er nog meer tijd in stop. Tot die tijd blijf ik eraan sleutelen. Maar een stabiel gevoel van ‘dit is goed’? Onmogelijk. Als ik in de Martinikerk kom en iemand voor een schilderij zie staan met een blik van ‘Klopt dit allemaal wel?’ dan denk ik direct: inderdaad, een prutstuk.”

Je zegt het met een lach, maar kan dat gevoel je echt bespringen?
“Jazeker. Dan denk ik: hoe goed is het nu écht?” Hij komt wat overeind. “Maar – grappig – als een halfuur later iemand voor datzelfde werk staat en zegt: ‘Wauw, echt goed!’ dan denk ik: inderdaad, echt een topstuk.”

‘Een provinciaal schildertje’

In een Volkskrant-interview omschreef Egbert zichzelf als “een provinciaal schildertje in Groningen”. Citaat: “Het laatste wat ik moet doen, is uitspraken als: wat ik doe, is belangrijk voor de wereld.”

Waarom benadruk je dit?
“Dat zit ’m vooral in hoe mensen naar kunst kijken. Als ik zeg: ‘Ik maak kunst’ of ‘Ik ben kunstenaar’, denken ze al snel dat ik bijzonder ben, een bijzonder beroep en dus een bijzonder verhaal heb.” Lachend: “Ik ben een leuke vent, maar niet anders. Daarom zeg ik: ‘Ik ben een schilder; ik maak schilderijen.’ Niet: ‘Ik ben kunstenaar.'"

Mijn inlevingsvermogen komt bij het schilderen heel goed van pas

Je ziet jezelf vooral als een ambachtsman?
Met een hoofdknik: “Gewoon iemand uit Groningen die z’n best doet om iets moois te maken. Zoals anderen dat in hún beroep doen. Er is in die zin geen verschil.”

Beeld: Eljee

Tip voor de redactie?

Of heb je een foutje gezien? Mail ons