Raakt Jezus’ kruisdood ons nog?

‘Een lijdende God is geen makkelijk verhaal’

Kruisdood Jezus

Om je nek, op een toren, in inkt op een arm, aan de muur, in een logo: het kruis is voor ons een vanzelfsprekend, bijna afgezaagd symbool van het christelijk geloof geworden. Terwijl het ons een bizarre God laat zien.

In de negentiende eeuw onderzocht een groep archeologen de Palatijnse heuvel in Rome, waar ooit het paleis van de Romeinse keizers stond. In een van de bediendenvertrekken stuitten ze op een wonderbaarlijke tekening. Op een van de oudste, religieuze spotprenten die we kennen, staat een ruw gekraste afbeelding van een gekruisigd figuur met een ezelskop. Ernaast staat een net zo primitief gekrast figuur en in hanenpoten is erbij geschreven: ‘Alexamenos aanbidt zijn God’.

We weten helemaal niets van deze Alexamenos. De tekening kan uit de eerste, tweede of derde eeuw na Christus stammen, en hoewel het vanzelfsprekend over de aanbidding van Jezus lijkt te gaan, is zelfs dat niet zeker. Maar bijna iedereen gaat daarvan uit. Het is een beledigende spotprent, gericht op iemand die Jezus aanbidt.

Gekruisigde ezel

De tekening is beledigend, omdat de persoon aan het kruis een ezelskop heeft. Maar de belediging zat ’m voor mensen in die tijd een laag dieper: het ging om het afbeelden van dat kruis. Christenen deden dat niet – ze beeldden Jezus bijna niet af en het kruis al helemaal niet. Want de kruisdood was een dood voor mensen uit een lage klasse die een ernstige misdaad hadden begaan.

Ezel
'Je zou deze karikatuur dus als een belediging voor de christenen kunnen zien. Zo is-ie waarschijnlijk ook bedoeld. Maar wat nu als deze spotprent het hart van God laat zien?'

Je zou deze karikatuur dus als een belediging voor de christenen kunnen zien. Zo is-ie waarschijnlijk ook bedoeld. Maar wat nu als deze spotprent het hart van God laat zien? Wat als het een theologische voltreffer was? De fantastische, eigenzinnige theoloog Bram van de Beek schrijft zoiets in zijn boek Jezus Kurios: ‘Deze krassen zonder enige kunstzinnige waarde zijn voor mij het symbool voor Gods aanwezigheid in de wereld. Het is nooit helemaal duidelijk of het wel over Hem gaat. En als het over Hem gaat, is Hij bespottelijk. Hij is een zwakke God die zich aan het kruis laat doden. Dat is geen God, maar een ezel. En wie Hem aanbidt, is Hem gelijk. Die dwaasheid is de verkondiging van de christelijke gemeente.’

Gestorven god

Met een gekruisigde Christus aanbidden we een God die zich kapot liet maken. Een God die zich liet bespotten. Een God die bespuugd, gegeseld, uitgelachen, gemarteld en gedood werd. En die dat niet als verliezen zag, maar als overwinning. In Johannes heeft Jezus het vijf keer over ‘verhoogd worden’, en al die keren duidt Hij op Zijn dood aan het kruis.

In Christus aan het kruis zien we een God die lijdt

Voor ons is de kruisiging vaak een soort noodzakelijk kwaad, een lastige maar onomkoopbare hobbel naar de opstanding; er moest geleden worden voor de zonden. Maar wat als we in dat lijden recht in het gezicht van God kijken? Wat als Jezus hier het hart van God laat zien; een gewonde God? Een gestorven God? Een God die zich te kijk laat zetten?

'Trap maar'

Die gedachte is al op veel plekken beschreven en verkend. Misschien wel het sterkst in de onvergetelijke roman Stilte van Shusaku Endo. In dat boek worden christenen in Japan gruwelijk vervolgd. Ze moeten hun geloof verloochenen door op een koperen afbeelding van de gekruisigde Jezus te trappen. Ook de hoofdpersoon, een Portugese priester, wordt gepakt. Als hij onder grote druk klaarstaat om zijn voet op zo’n koperen plaatje te zetten, schrijft Endo de volgende indrukwekkende woorden: ‘De priester hief zijn voet. Hij voelde een doffe, zware pijn in die voet. Het was niet louter een formaliteit. Hij zou nu trappen op wat hij als het mooiste in zijn leven had beschouwd, het allerheiligste waar hij in had geloofd, op degene die het meeste beantwoordde aan de idealen en dromen van de mensen. De pijn die hij in zijn voet voelde! Op dat ogenblik sprak de Man op de koperen plaat tot de priester: “Trap maar. Trap maar. Ik ken de pijn in je voet het allerbeste. Trap maar. Ik ben in deze wereld geboren om door jullie vertrapt te worden. Om in jullie pijn te delen, heb Ik het kruis op mijn rug gedragen.”’

Hij is in thuisisolatie, want Hij kent de diepste eenzaamheid

Hier draait Endo de wereld op z’n kop. God is niet allereerst de Heer die door ons verhoogd wordt. Hij is degene die door ons vertrapt wordt – en dat is precies waarvoor Hij gekomen is. Dat is het hart van wie Hij is. Dat is een spannende gedachte.

Aanfluiting

In Christus aan het kruis zien we een God die lijdt. Die een ezel wordt, dwaasheid, een schande, een aanfluiting. En die daarmee ons perspectief op deze wereld en op God grondig op z’n kop zet. De Tsjechische priester Tomáš Halík wijdt een heel boek aan dit thema: Raak de wonden aan. Hij schrijft daarin: ‘Ik geloof niet in goden en religies die vrolijk in deze wereld rondspringen zonder geraakt te worden door haar wonden – zonder schrammen, littekens of brandwonden – en zo op de hedendaagse religieuze markt alleen hun blinkende charme tentoonstellen.’

Coronavirus

Juist in deze rare tijden, waarin we zo direct geconfronteerd worden met ziekte en lijden, is dat een zegen. God zweeft er niet boven als een onpersoonlijke macht die er wel of niet voor kiest in te grijpen. God is ook niet een uitvlucht uit de onzekerheid en de pijn. God is allereerst in het lijden. Hij is een God die vertrouwd is met ziekte, zoals Jesaja schrijft over ‘de knecht des Heeren’. We komen Hem tegen als we de zieken bezoeken, als we de getroffenen zien, als we zélf getroffen zijn. Het is goed om te bidden voor een snelle oplossing voor het coronavirus; het is belangrijk om de ellende waar we mee geconfronteerd worden niet te bagatelliseren. Maar het zou een misvatting zijn om te denken dat God alleen de God van genezing is. Hij is ook de God van het lijden. Ook de God van de eenzaamheid, van het alleen thuis zitten. We ontmoeten Hem niet alleen in de oplossing, maar juist ook midden in het lijden.

Pijn en wonden

Onze God is er, dat zit in Zijn naam. Hij is in thuisisolatie, want Hij kent de diepste eenzaamheid. Hij is in diepe pijn, want Hij is een gewonde God. Hij is er tot in de dood, want Hij was dood. Hij is er als woorden tekortschieten, want Hij heeft gezwegen in Zijn lijden. Als we naar het kruis kijken, zien we God.

Het kruis is niet het eind. Jezus is opgestaan. Het lijden heeft niet het laatste woord, God dank. Maar wat een rijkdom dat we in de gekruisigde Jezus een God ontmoeten die de minste wordt. Die ons voorgaat in het lijden. Een God die zich niet in glimmende perfectie of bulderende macht laat zien, maar in pijn en wonden.

Stotteren

Dat wringt. Die God is niet altijd eenvoudig te behappen. Een lijdende God is geen makkelijk verhaal, en iedere preek over Jezus die koning wordt aan een kruis voelt als stotteren. Maar tegelijkertijd is er geen dieper houvast. God ging dieper dan wij ooit kunnen gaan, werd bespottelijker dan wij ooit zullen zijn, zodat Hij ons kan dragen als wij onszelf kwijtraken.

De archeologen die in 1857 de spotprent van Jezus vonden, ontdekten een vertrek verder nog een opvallende tekst in de muur gekrast: ‘Alexamenos fidelis’. ‘Alexamenos blijft trouw’. Trouw aan de God die zich als een ezel liet kruisigen. Omdat Hij ons leven is.

Beeld: Jedi Noordegraaf

Tip voor de redactie?

Of heb je een foutje gezien? Mail ons