De oude kunst van het klagen

Je vragen bij God neerleggen

De Bijbel staat vol met jammerklachten. Het treuren richting God is een oude geestelijke oefening. Vertel je wanhoop en je verdriet aan God. Verder hoeft er niets.

Liever luisteren dan lezen?

Onderaan dit artikel vind je een luisterlinkje!

We zijn het gewend God te prijzen. En terecht. Niets en niemand is prijzenswaardiger dan God. God Zijn eer geven is daarmee als het ware deze kosmos herindelen. We kunnen van alles prioriteit geven boven God, maar Hem prijzen zet alles weer in de juiste volgorde – zet onszelf weer in de juiste volgorde.

Alle grote figuren in de Bijbel prijzen daarom God, zeker in zware tijden. De avond dat Hij werd gearresteerd en daarna doodgemarteld, zong Jezus de ‘hallel’-psalmen: een groepje psalmen, van 113 tot 118, die allemaal beginnen en eindigen met ‘Prijs God, halleluja’.

Maar toch… Jezus treurt ook. “Mijn God, mijn God, waarom heeft U mij verlaten,” huilt Hij aan het kruis, de eerste zin van Psalm 22. En Hij geeft op dat moment zelf geen antwoord. Er komt geen uitleg. Hij relativeert het niet. Die ervaring van intens verdriet, diepe eenzaamheid, die kan er gewoon zijn.

God kan ons wel aan

Alle grote figuren in de Bijbel beklagen zich bij God. Dat zijn we verleerd. Misschien omdat onze levens gemiddeld best goed zijn en ons lijden niet meer een gewoonte was maar een uitzondering? Misschien kunnen we in deze tijden kracht herontdekken van de oude geestelijke oefening van het klagen en treuren.
‘Geestelijk klagen’ is het volle verdriet aangaan en die bij God brengen. Het is transparant worden voor God. Je ‘hele hebben en houwen’ vertel je. Geen uitzonderingen. Geen duistere kant, geen twijfel, geen pijn laat je liggen. God mag alles zien, sterker nog: je wijst God alles aan. Kijk God, dat is verschrikkelijk. En dat. En dat. En dat.

Wees niet te voorzichtig

We hebben allerlei redenen om dat te vermijden. We vertellen onszelf dat we God daarmee niet hoeven lastig te vallen. Dat Hij zo heilig is, dat onze twijfels niet bij Hem passen. Dat ons ‘gezeur’ toch wel meevalt en niet zo belangrijk is. Dat we toch maar snel weer God moeten prijzen. Al die redenen zeggen meer over onszelf dan over God. Jezus stierf aan het kruis. Als God dat al heeft doorstaan en overwonnen, is er niets wat Hem nog van zijn stuk kan brengen. Dat was het dieptepunt. En God heeft nog veel meer meegemaakt en is alles doorgekomen. Onze ellende kan er met gemak bij. God kan wel tegen een stootje.
Laten we onze eigen aarzelingen niet op God plakken. Wijzelf vinden het lastig dat aan te gaan, maar God niet. Wij vermijden ons verdriet, maar Hij is al in de diepste diepten geweest.

Klagen richting God laat je stilstaan bij je wonden

Je wonden niet ontkennen

Alleen zo kunnen we genezen. Wonden die we niet volledig zien, gaan etteren. Verdriet waar we omheen lopen, wordt wanhoop, cynisme, rancune. “Wat niet wordt aangenomen, wordt niet gered,” zeiden de oude kerkvaders. God moest heel het menselijke leven aangaan, om heel het menselijke leven te redden. En dat geldt ook voor onszelf. Alleen als wij al onze ervaringen erkennen, kunnen al die ervaringen helen.
Klagen richting God is daarom genezend. Het laat je stilstaan bij je wonden. Je omzeilt ze niet, je moffelt ze niet meer weg, maar je erkent ze. Voor God. Want God was er altijd bij. En God begrijpt al die pijn.
Laten we niet te snel naar Pasen rennen. Eerst was het Goede Vrijdag. Voordat Jezus riep dat het volbracht was, huilde Hij dat God Hem had verlaten. Voordat alles werd ‘gered’, had Hij alles ‘aangenomen’. Alles was erkend en alleen zo kon alles aan herstel beginnen.

Rennen in de mist

Klagen als geestelijke oefening vertelt je ellende aan God. Sterker nog, Jezus beklaagt zich bij God zelf dat God Hem verlaten heeft! Wie ‘geestelijk klaagt’ ervaart niet de nabijheid van God, maar richt zich toch op God. De hemel voelt van koper, maar je hamert er evengoed op. Dat is de sprong die bij al het geloven hoort, maar in het klagen op z’n scherpst naar voren komt. We weten zo veel niet. We voelen zo veel niet. En toch springen we.
Geloven is een besluit om te vertrouwen. Als je je godverlaten voelt, voel je je écht godverlaten, en toch kun je je dan op God richten.

De verloren zoon in de mist

Soms stel ik me het verhaal van de verloren zoon anders voor dan we het kennen. Naarmate hij thuis nadert, wordt het mistiger. Hij herkent de weg niet meer. Ver weg hoort hij een stem, maar hij weet niet meer zeker of dat zijn Vader is. Hij roept terug, maar zijn woorden lijken in een leegte te verdwijnen.
Toch rent hij.

Dat is geestelijk klagen. Rennen in de mist richting God.

Praktisch advies

Er zijn veel klaagpsalmen, soms een individu die klaagt, soms de hele gemeenschap die klaagt. De traditie gebruikt onder andere de volgende psalmen veel als geestelijke oefening:

Psalm 13: ‘Hoe lang nog, Heer, zult U mij vergeten?’

Psalm 22: ‘Mijn God, mijn God, waarom heeft U mij verlaten?’

Psalm 44: ‘Dit is ons overkomen, maar wij zijn U niet vergeten.’

Psalm 74: ‘Sta op, God, verdedig Uw zaak.’

Psalm 79: ‘Toon erbarmen en haast U.’

Psalm 88: ‘Waarom, Heer, verbergt U voor mij Uw gelaat?’

Psalm 90: ‘U vaagt ons weg als slaap in de morgen.’

Beeld: Shutterstock

Tip voor de redactie?

Of heb je een foutje gezien? Mail ons