Cabaretier Roué Verveer over The Passion en Pasen

'Ik dacht: het is Goede Vrijdag. Waarom werk ik eigenlijk?'

Cabaretier Roué Verveer

Roué Verveer, cabaretier en christen, zou dit jaar Pilatus vertolken bij de tiende editie van The Passion, maar door de aangepaste versie zonder publiek vervalt zijn rol. Evengoed legt Visie hem de zeven kruiswoorden voor. “In de kerk mag ik zíjn, aan de andere kant van het podium.”

The Passion gaat door zonder publiek

In tijden van angst juist het verhaal van hoop vertellen. Dat willen de omroepen EO en KRO-NCRV & producent Mediawater. Daarom komen ze op Witte Donderdag met een actuele en aangepaste versie van The Passion. Zonder live band en zonder publiek. Maar met een online processie, een live vertelling afgewisseld met indrukwekkende scenes en liedjes uit de afgelopen negen edities en het bekende Passion-kruis.

Witte Donderdag 9 april, 20.35 uur, NPO 1 en NPO Start en 18.00 uur, NPO Radio 2

“‘Eloï, Eloï, lema sabachtani’, ik hoor het de dominee nog zeggen,” mijmert Roué Verveer (47). De cabaretier groeide op in de Surinaamse hoofdstad Paramaribo en in zijn jeugd hoorde hij dit kruiswoord elke Goede Vrijdag in de kerk: “Als de dominee deze zin uitsprak, knielden we. Terwijl je binnen een speld kon horen vallen, klonk buiten het gebeier van de kerkklokken. Deng-deng, deng-deng: een moment vol dramatiek.”

1. Vader, vergeef hun, want ze weten niet wat ze doen

(Lucas 23:34)
“Ik ben altijd blij en vrolijk. Waar ik kom, krijg ik volop aandacht, want ik maak mensen aan het lachen. Maar vergis je niet: dat betekent niet dat iedereen van me houdt. Ik krijg ook te maken met jaloezie en afgunst. Als ik negatieve dingen over mijzelf lees – op Instagram of waar dan ook – vraag ik me af: kent deze persoon mij écht? Is dit iemand uit mijn directe omgeving tegen wie ik sorry moet zeggen? Zo niet, dan komt het niet eens bij me binnen. Ik kan me niet kwaad maken over iedereen die vanachter een computer iets over me schrijft.

Ik wil zonder haakjes door het leven gaan

Ik wil zo snel mogelijk het goede doen. Dus als ik sorry kan zeggen of vergeven, doe ik dat. Mijn leven moet zo leuk en makkelijk mogelijk blijven.” Roué trekt aan een draadje van zijn gebreide trui: “Ik wil zonder haakjes door het leven gaan. Alle kleine dingen die blijven haken als je ergens loopt, moeten zo snel mogelijk afgehandeld worden. Snel vergeven, snel sorry zeggen, en weer door.”

2. Ik verzeker je: nog vandaag zul je met Mij in het paradijs zijn

(Lucas 23:43)
“O man, nog nooit kwam iemand terug uit het paradijs, volgens mij is het daar zó leuk! Mensen die door een bijna-dood- ervaring de hemel hebben gezien, willen vaak weer terug: zo mooi vonden ze het.

Maar of het er echt zo prachtig uitziet? Geen idee. Misschien zaten al die hemelse beelden al in hun onderbewuste, omdat ze ermee zijn opgevoed. Maar als christen zeg ik dat het daar goed is. Ik geloof dat mijn vader – die veertien jaar geleden overleed aan kanker – daar nu met al zijn vrienden een gezellig feestje heeft. En ik zeg erbij: als ik straks doodga en de hemel blijkt er totaal niet te zijn, dan heeft het geloof me in mijn léven in ieder geval gesterkt. Het idee dat overleden geliefden niet zomaar ergens begraven liggen, maar nog leven, geeft me hoop en rust.

Niet dat ik uit balans was, ik ben altijd in balans

Toen ik twintig jaar geleden van Suriname naar Nederland verhuisde, stopte ik een tijdje met naar de kerk gaan. Ik begon carrière te maken, en vergat het geloof. Tot in 2011 – toen ik langzaamaan doorbrak in de cabaretwereld. Na de shows kwamen mensen naar me toe. ‘Je bent geweldig!’ zeiden ze dan. Ze wilden met me op de foto. Als ik mijn arm op hun schouder legde, voelde ik hoe ze trilden. Doe normaal, dacht ik. Ik ben niet geweldig. Ik doe iets wat mij bekend maakt, maar niet iets wat mij een beter mens maakt.

Op een avond zat ik met mijn chauffeur in de auto. Ik verzuchtte tegen hem: ‘Mensen herkennen me op straat, ze willen met me op de foto en na de show zeggen ze hoe geweldig ze me vinden. Maar ik weet wie ik ben: niet geweldig. Ik doe gewoon wat ik leuk vind. En dat staat toevallig in the picture.’ En zomaar dacht ik: ik heb iets nodig. Niet dat ik uit balans was, ik ben altijd in balans. Maar toch besloot ik weer eens naar de kerk te gaan.

Die zondag ging ik naar Wi Eegi Kerki, een Surinaamse Evangelische Broedergemeente (EBG) in Amsterdam-Zuidoost. Het voelde meteen vertrouwd. Misschien niet eens door wat de dominee over God en de Bijbel zei. Maar vooral omdat ik daar mocht zíjn, aan de andere kant van het podium. Samen luisteren, samen zingen. Sindsdien ga ik elke week. Dinsdag-, woensdag-, donder- dag-, vrijdag- en zaterdagavond hoor ik hoe geweldig ik ben. En op zondagochtend zit ik ergens waar ik niet geweldig ben.”

Cabaretier Roué Verveer
Cabaretier Roué Verveer: 'Op zondagochtend zit ik ergens waar ik niet geweldig ben.'

3. Dat is uw zoon. (...) Dat is je moeder

(Johannes 19:26-27)
“Mijn moeder is er trots op dat ik in The Passion speel. Als íémand gelooft, is het mijn moeder wel. Door haar ben ik in de EBG beland. Ze heeft me laten dopen toen ik nog niet kon praten en heeft me het geloof meegegeven. Door haar geloof in God kon ze weer verder leven na het verlies van mijn vader. Ze woont al veertien jaar alleen en heeft het gewoon goed.” Roué wijst naar boven en glundert: “Omdat ze nooit alleen is.”

Als íémand gelooft, is het mijn moeder wel

“Ik groeide op in de jaren 80 – midden in de crisis van Suriname,” vervolgt Roué. “Een tijd van schaarste, in de rij staan voor eten en voedselbonnen. Eén keer per maand kregen we een doos toegestuurd van onze familie in Nederland. Daar zat dan bijvoorbeeld een kaas in. Eerst sneed mijn moeder ’m in tweeën – de andere helft bracht ze naar de buurvrouw. Zoiets hield je niet voor jezelf. En op zondag kregen we een broodje kaas. Mijn moeder gaf ons elk een plakje op een boterham. Heerlijk! Hier in Nederland noemen we het ‘gewoon’ kaas – in Suriname heet het een lekkernij."

4. Mijn God, Mijn God, waarom hebt u Mij verlaten?

(Marcus 15:34)

“Gek hè, dat soort uitspraken vergeet je nooit meer. Ik hoor het de dominee nog zeggen: ‘Eloï, eloï, lema sabachtani.’ Op Goede Vrijdag heeft heel Suriname een nationale vrije dag. Wij woonden in een EBG-buurt in Paramaribo. Om 13.30 uur zag je de hele buurt uitlopen – volledig in het wit gekleed. Een half uur later begon de kerkdienst en om 15.00 uur knielden we terwijl de dominee deze woorden voorlas. Daarna gingen we weer naar huis. De rest van de dag brachten we ingetogen door: buitenspelen mocht wel, maar zonder al te veel kabaal.

Nederlanders spreken nauwelijks over Goede Vrijdag – in Suriname kon je er niet omheen. Al op dinsdag buitelden de radioreclames van restaurants over elkaar heen met hun Goede Vrijdag-menu: met vis, want je mocht geen vlees eten op Goede Vrijdag. Toen ik eenmaal in Nederland woonde, moest mijn moeder me er überhaupt aan herinneren. Dan belde ze me: ‘Vergeet niet dat je geen vlees mag vandaag!’

Ik weet nog goed dat ik jaren geleden naar een show reed en dacht: het is Goede Vrijdag. Waarom werk ik eigenlijk? Ik heb meteen mijn management gebeld: ‘Luister, de rest van mijn leven wil ik vrij zijn op Goede Vrijdag en Pasen.’ In Suriname werd het voor me bepaald, in Nederland heb ik geleerd dat ik zelf bewuste keuzes moet maken. Anders verlies ik me in die grote, snelle wereld.”

5. Ik heb dorst

(Johannes 19:28)
“Ik kan niet leven zonder grappen en optimisme – zonder lach. Of ik nu een begrafenis bijwoon, of waar dan ook: uiteindelijk moeten mensen om me heen gaan lachen. Ik geloof zelfs dat het precies past in Gods plan met mijn leven. Overal ter wereld heeft Hij mensen nodig die anderen inspireren en vrolijk maken, die zonder enige moeite een lach op iemands gezicht kunnen toveren. En daar wijd ik mijn leven aan. Ik reis het hele land door om mensen blij te maken. Soms krijg ik mailtjes van mensen die bijvoorbeeld een operatie of chemo hebben gehad: ‘Ik had het zo hard nodig. Ik kon niets meer, maar jouw filmpjes hebben mij weer plezier gegeven.’ Dus wil je weten waar ik van droom? Nog heel lang mensen laten lachen. Punt. Als dat me ooit nog naar een uitverkochte Arena brengt, zou dat natuurlijk leuk zijn. Maar in eerste instantie wil ik gewoon langs theaters touren en vrolijkheid brengen.”

6. Het is volbracht

(Johannes 19:30)

“In Suriname gingen we op paasochtend altijd om 6.00 uur naar de begraafplaats achter de kerk. Daar las de dominee de namen van alle leden die we tussen de twee ‘opstandingen’ hadden verloren en begraven. Vervolgens liepen we in optocht weer terug naar de kerk – met een omweg door de wijk, terwijl we onder begeleiding van een trombone vrolijke paasliedjes zongen. In de kerk aten we samen paasbrood. ‘De Heer is opgestaan,’ zeiden we dan tegen elkaar. Precies dat zinnetje app ik nog steeds ieder jaar naar mijn Surinaamse vrienden uit die tijd. Zij reageren dan met: ‘Ja, Hij is waarlijk opgestaan.’ Typisch zo’n traditie... Als een van ons overlijdt, zou ik dát de eerstvolgende Pasen missen.”

Het gaat fout als je van vooroordelen de waarheid maakt

7. Vader, in Uw handen leg Ik Mijn geest

(Lucas 23:46)
“In de oorspronkelijke versie van The Passion zou ik de rol van Pilatus spelen, de man die besliste over Jezus’ leven en dood. Wat ik van mezelf in Pilatus herken? Het eerlijke oordeel. Hij durft gewoon te zeggen: ‘Ik zie geen schuld in deze man. Jullie zeggen het wel, maar ik zie het niet.’ Zo ben ik ook. Ik ga niet mee in hypes. Ik zeg liever: ‘Wacht even, ik zie het nog niet. Ik moet eerst meer feiten hebben.’ Natuurlijk, ook ik heb mijn vooroordelen – ik ben een mens. Maar het gaat fout als je van vooroordelen de waarheid maakt. Ik laat altijd een optie open. Een donkere jongen in een dure auto: vast een drugsdealer – maar misschien ook niet. Dat ik het denk en wantrouw is één, maar daarna maak ik altijd die tweede stap door mezelf te corrigeren: maar misschien ook niet. Ik ga tegen mijn eigen vooroordelen in, want ik ken het verhaal niet.

Dus dat Pilatus zich uiteindelijk toch laat ompraten, daar kan ik niet over oordelen. Ik leef niet in die tijd. Politiek speelt ook een rol, en onderschat groepsdruk niet. Ik zou niet weten wat ik had gedaan.”

Cabaretier Roué Verveer
'Wil je weten waar ik van droom. Nog heel lang mensen laten lachen. Punt.'

Beeld: Ruben Timman

Tip voor de redactie?

Of heb je een foutje gezien? Mail ons