‘We hebben elkaar meer dan ooit nodig in deze coronatijd'

Marleen Stelling herontdekt de waarde van gebed

in Geloven

Veel plekken waar we anderen normaal gesproken ontmoeten, zijn onbereikbaar. Hoe blijven we elkaar desondanks vasthouden? EO-presentator Marleen Stelling zoekt naar mogelijkheden en herontdekt de waarde van gebed.

Aan de radio gekluisterd op maandagochtend drong het opnieuw tot me door: mensen snakken naar ontmoetingen buitenshuis. Ik hoorde over kinderen die thuis niet veilig zijn, door seksueel misbruik of huiselijk geweld. Dagelijkse schoolgang is voor hen een paar uurtjes bevrijding uit een situatie die op alle manieren afbreuk doet aan wie ze zijn. Voor hen is een plotselinge periode vrij eerder een doemscenario dan een onverwacht, opgewekt avontuur. 

De Dag van Nationaal Gebed

Woensdag 18 maart presenteert Marleen Stelling de livestream van de Dag van Nationaal Gebed, een initiatief van ChristenUnie, EO, Groot Nieuws Radio, MissieNederland en de Raad van Kerken in Nederland naar aanleiding van de wereldwijde coronacrisis.
Op Nationaalgebed.nl start om 9.00 uur een livestream die tot 19.00 uur duurt.
 

Ook voor veel ouderen is quarantaine een onvermijdelijk schrikbeeld. Hun woonkamer verandert in een gevangenis, een plek waar ze voorheen alleen uit konden ontsnappen dankzij een familielid dat af en toe langskwam.
Onze vanzelfsprekende sociale lijnen worden overal doorgeknipt. Huisartsen cancelen hun fysieke spreekuur. Misschien staat de kassière straks ook niet meer garant voor het dagelijkse babbeltje.

'Let een beetje op elkaar'

Niet voor niets facetimen predikanten zich deze dagen suf om hun gemeenteleden toch de benodigde zorg te blijven bieden. De nood is aan de man, een virus houdt huis en niemand weet hoe dodelijk het voor het individu uitpakt, ook niet als je gezond bent. Logisch dus dat er maatregelen komen, die desalniettemin veel van een samenleving vragen. Iedereen voelt dit. Logisch dus ook dat minister Bruins de persconferentie van zondag afsloot met een wat moralistische opmerking: “Nederlanders, let een beetje op elkaar.”

Een aanmoediging die op z’n plaats was, maar ook schraal aanvoelde. We hebben elkaar meer dan ooit nodig. Ook op plekken waar – voor ons vaak anonieme – mensen lijden. Ik denk aan kamp Moria op Lesbos, waar de situatie toch al rampzalig was, en waar mensen straks massaal ziek worden. Waar wij nog teleurgesteld de drogist kunnen verlaten zonder antibacteriële zeep, delen zij met ruim duizend vrouwen, mannen en kinderen een kraan en slapen ze op karton.

Snoeihard individualisme

We gaan elkaar nog behoorlijk nodig hebben, meer dan we nu al kunnen voorzien. Dat onze ogen lang niet altijd op elkaar zijn gericht, blijkt wel uit de geplunderde schappen in de supermarkt. Ik stond met stomheid geslagen voor het lege vak van de bruine bonen, maar nam zelf net zo goed een extra pak pasta mee. Doe ik dit echt? Is dit waar alle mooie woorden en de eeuwen van beschaving toe hebben geleid: als míjn gezin maar te eten heeft?

Misschien is de waanzin waar ik op stuit, vooral de erfenis van onontkoombare secularisatie en snoeihard individualisme. Hoe dan ook zullen deze dagen, weken en waarschijnlijk maanden de geschiedenisboeken ingaan. ‘Nederland in quarantaine in strijd tegen het coronavirus’, zou zomaar een titel kunnen zijn die over enkele jaren verschijnt. Hoe zorgen we er nu voor dat de ondertitel niet gaat over stompzinnig eigenbelang, over ouderen die in quarantaine ongezien zijn gestorven, over bijstandsmoeders die hun kinderen moesten voeden met lege voedselpakketten? 

Doe wat extra’s voor de mensen

Misschien is het simpeler dan ik denk. Doe wat extra’s voor de mensen die je ziet. Zorg dat je in die buurtapp zit en weet waar de nood is in de wijk. Doe een briefje door de bus bij een oudere buurman met het aanbod om boodschappen te doen. Haal wat extra boodschappen en breng ze naar de voedselbank. Maak geld over naar goede initiatieven. De oplossing is dichtbij, maar om langere tijd de koppen bij elkaar te houden en de schouders eronder te steken, is meer nodig. 

Liefde en hoop

Ik liep naar huis, met een lijntje naar de hemel waar ik naar verlangde. Bij de drogist had ik een paar minuten eerder een mevrouw zien niezen en hoesten voor lege rekken waar normaal oneindig veel doosjes paracetamol liggen. Wegwezen, dacht ik, besmettingsgevaar. Maar biddend met Boven besefte ik dat ik niet had moeten weglopen. Had ik haar niet – op gepaste afstand – kunnen aanbieden de komende week haar boodschappen te doen?         

In gebed zoek ik, soms wanhopig, naar kernwaarden om op terug te vallen. Verantwoordelijkheid, liefde, hoop. Ik blijf het doen, en ik wens het ons allemaal toe. Juist als ook in mijn hoofd mijn eigen belang zegeviert. Dat we mogen zien waar het verdriet is dat nu nog aan ons zicht onttrokken is. 

Tekst: Marleen Stelling

Tip voor de redactie?

Of heb je een foutje gezien? Mail ons