Waarom zou je een hulpverlener in elkaar slaan?

'We zijn bang voor het goede'

in Geloven

Zinloos geweld is verkeerd: daarover is iedereen het eens. EO-eindredacteur Geert Jan Blanken geeft antwoord op de vraag waarom het dan toch gebeurt. “Als je bang bent voor het goede, is het pijn willen doen daarvan zo gek nog niet.”

Ik was 19 en studeerde net in Amsterdam. Op weg door de stad was ik getuige van een tafereeltje dat me verbaasde en waar ik, ruim veertig jaar later, nog steeds niet over uitgedacht raak. Vlak voor me liep iemand die ik – we delen de mensheid nu eenmaal graag op in categorieën – als ‘dakloos’ inschatte. Iemand die aan ongeveer dezelfde criteria voldeed, liep ons tegemoet, maar niets wees erop dat ze elkaar kenden. Er was minstens een meter ruimte tussen de man voor mij en de tegenligger, maar die laatste kwam nadrukkelijk dichterbij en stootte mijn voorloper hard met zijn schouder aan, om vervolgens zwaar beledigd te roepen: “Hé man, wat moet je van me?! Als je wilt vechten, kan dat hoor!”

Verdedigen

Ik liep geschrokken door, maar was ook aardig in de war. Wat was hier gebeurd? Was dit een aanval uit het niets, moest hier iets verdedigd worden? Maar als je niet bedreigd wordt, kun je dan wel spreken van verdedigen? Of werd er wel iets bedreigd? Iets wat aan de oppervlakte onzichtbaar bleef? Is veel van het geweld dat dagelijks plaatsvindt en dat we zinloos noemen, misschien toch een verdediging? Maar dan tegen iets in ons, in de dader zelf?

Alleen in een kamer

Er zijn boeken vol geschreven over het kwaad, en er zijn eindeloos veel theorieën die het proberen te verklaren. De filosoof Pascal heeft in 1654 een vrij kernachtige opmerking genoteerd over het kwaad: ‘Alle menselijke ellende komt voort uit het feit dat een mens niet rustig, alleen met zichzelf, in een kamer kan zitten.’ Dit kan weleens heel erg raak zijn. Maar in de eeuwen na Pascal hebben we zijn woorden niet goed tot ons laten doordringen en zijn we externe factoren meer gaan zien als oorzaak van onze problemen. Omstandigheden moeten de verklaring leveren voor onbegrijpelijk en schijnbaar zinloos geweld. Maar zit de kern niet veel dieper dan dat?

Wetenschappelijk

Trouwens: voor degenen die meer houden van wetenschappelijke bewijzen dan van filosofische wijsheden: in 2014 is er in de Verenigde Staten een onderzoek gedaan waaruit blijkt dat een groot deel van de mensen aan wie gevraagd wordt tien tot twintig minuten alleen in een kamer te zitten en echt niets te doen, uiteindelijk toch een telefoon pakt of zelfs een knop indrukt waarvan ze weten dat ze daardoor een onprettige elektrische schok gaan krijgen. Waarvan akte.

‘De afleiding die we zoeken, kan allerlei vormen aannemen’

'Neiging tot alle kwaad'

Alleen in die kamer worden we – na verloop van niet al te lange tijd – met onszelf geconfronteerd, en dan worden de vragen die ons onrustig maken onontkoombaar. Zoals wie we zijn en waarom we er zijn. Om die onrust te lijf te gaan, zoeken we afleiding, want de verveling slaat toe. Maar wat we verveling noemen, is misschien wel ongemak met het ‘er zomaar mogen zijn’. Onze ‘neiging tot alle kwaad’ komt dan niet zozeer voort uit de aantrekkingskracht van het kwaad op zich, maar uit de afstotingsreactie die het goede in ons oproept.

Pervers soort logica

In 'Het begrip angst', een indertijd nauwelijks verkocht, maar inmiddels wereldberoemd boek uit 1844, besteedt filosoof Søren Kierkegaard (1813-1855) acht keer zo veel pagina’s aan ‘de angst voor het goede’ dan aan ‘de angst voor het kwade’. We zijn bang voor het goede; misschien wel meer dan voor het kwaad. Waarom? Omdat we er niks mee kunnen dat we zomaar, om niet, het leven hebben gekregen; dat we er zomaar, om niet, zijn en daarvan mogen genieten. De afleiding die we zoeken, kan allerlei vormen aannemen. Tot en met het bedreigen en in elkaar slaan van onschuldige mensen, zoals hulpverleners. Daar zit zelfs een pervers soort logica in: als je bang bent voor het goede, is het pijn willen doen daarvan zo gek nog niet.

Pure genade

Maar laten we het onszelf niet te makkelijk maken door alleen maar naar de plegers van zinloos geweld te kijken. Alsof wij niet hetzelfde basisprobleem hebben. Alsof wij het niet moeilijk vinden ons bestaan als pure genade te ontvangen en ervan te genieten. Alsof wij liefde-om-niet zomaar omarmen.

Stemmetje

Nette, zeg maar ‘ons soort’, mensen hebben een beproefde manier om onder de Liefde die ons onvoorwaardelijk wordt aangeboden uit te komen: we gaan het recht van ons bestaan verdienen. En wel door ons leven als moreel project te zien. We betreden zo nu en dan braaf de stille kamer, en we proberen op zulke momenten wel te luisteren naar onszelf, maar horen vooral een stemmetje dat zegt wat we moeten doen en laten. Een stemmetje dat uitblinkt in het opsommen van wat we verknald of zelfs nog helemaal niet gedaan hebben. En voor we er goed en wel erg in hebben, rennen we de kamer weer uit om het beter te gaan doen.

‘Irritante man, die Paulus’

Grondig fout

Begrijp me goed: ik hoop dat het werken aan een betere wereld door meer en meer mensen wordt opgepakt. Maar als het in onszelf de rol gaat vervullen van een project dat moet dienen ons het gevoel te geven ‘goed genoeg’ te zijn, dan gaat er iets grondig fout. En wat er misgaat, heeft vast iets te maken met wat Paulus in 1 Korintiërs 13 zegt over van alles doen en weggeven, maar de Liefde niet hebben.

Paulus

Dachten we net iets goeds gedaan te hebben, moeten we misschien toch anders naar onszelf kijken. Irritante man, die Paulus. Bijna net zo irritant als de Man die hij verkondigt en navolgt. Want zelfs als een ander geen splinter, maar een hele balk in zijn oog heeft, zou Jezus ongetwijfeld zeggen dat we met dat ding in ons eigen oog moeten beginnen. In de verontwaardiging over geweld dat anderen wordt aangedaan – zeker als het zo zinloos en extreem is als dat tegen hulpverleners – zijn we snel geneigd onszelf aan de kant van het goede te plaatsen. En dan vergeten we dat er minder dan niets zit tussen dat gedrag en onze eigen onmacht van genade te leven.

Eeuwigheidswaarde

Kijk eens goed naar de lelie en de vogel, zegt Jezus. Ze maken zich geen zorgen voor de dag van morgen, ze stellen geen doelen en ontwerpen geen projecten die hun leven groots en betekenisvol moeten maken. Maar verveling kennen ze niet, ze zijn wie ze zijn. Daardoor stroomt ieder moment over van betekenis en krijgen de kleinste dingen eeuwigheidswaarde. Voor Kierkegaard kan het niet anders of God is daarvan de bron: 
‘Want wie in de wereld zonder God leeft, krijgt al snel genoeg van zichzelf, wat hij dan op een voorname manier tot uitdrukking brengt door genoeg te hebben van heel het leven. Maar wie in het gezelschap van God verkeert, leeft met iemand samen wiens aanwezigheid zelfs het onbeduidendste een oneindige betekenis geeft.’

'Het is goed zo'

Laten we doen wat er gedaan moet worden. Actievoeren als het nodig is, of narcissen uitdelen aan hulpverleners. Maar laat de rechterhand waarmee we die bloemen weggeven zich alsjeblieft stilhouden tegen onze linker. Laten we onze stem verheffen, en daarna weer snel de stilte van die kamer opzoeken. Waar we met onszelf alleen zijn, maar niet eenzaam. Want als we echt tot zwijgen komen en durven luisteren, is er altijd weer die Stem die ons toefluistert: ‘Het is goed zo. Het is goed dat jij er bent.’

Tekst: Geert Jan Blanken
Beeld: ANP

Tip voor de redactie?

Of heb je een foutje gezien? Mail ons