Staatssecretaris Paul Blokhuis:

'Ik laat mijn geloof niet thuis aan de kapstok hangen'

‘Iedereen moet de kans hebben om mee te doen’ – vanuit die gedachte doet CU-politicus Paul Blokhuis zijn werk. Dat het geloof zijn belangrijkste drijfveer is, weet iedereen in Den Haag. Voor de staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) is geloven iets natuurlijks. “Het zit in me.”

“Ik voel me vereerd,” begint Paul Blokhuis met een vriendelijk knikje het gesprek. Hij schuift zijn stoel nog wat dichter bij de grote ovale vergadertafel in zijn werkkamer op de vijfde verdieping van ‘zijn’ ministerie. Een interview in een Visie waarin we hulpverleners in het zonnetje willen zetten, vindt hij een mooie kans óók te benadrukken dat we in Nederland gezegend zijn met veel gemotiveerde mensen die klaarstaan voor anderen. “Ik blijf het bijzonder vinden om te zien dat een op de zeven werknemers een baan heeft in de zorg. Op die professionals moeten we zuinig zijn. Zeker als je weet dat de vergrijzing – of de verzilvering, dat klinkt wat mooier – onze bevolkingspiramide op den duur scheeftrekt. Als we de zorg in de toekomst blijven organiseren zoals we dat nu doen, zou een op de vier werknemers in de zorg moeten werken.”

Hart onder de riem

Na nog geen twee minuten aan tafel heeft de vlot sprekende staatssecretaris zijn punt al volop gemaakt: mensen die in de zorg werken, zijn helden, en je blijft van hulpverleners af. “De aanleiding voor de ‘hart-onder-de-riemactie’ in Visie was het geweld tegen hulpverleners rond oud en nieuw. Ik ben blij dat het kabinet al een paar stoere besluiten genomen heeft in reactie op dat geweld. Onlangs zat ik aan tafel bij Op1 en daar vonden sommigen het maar overdreven om knalvuurwerk aan banden te leggen. Maar als dat vuurwerk uitmondt in agressie tegen hulpverleners, vind ik het zeker gerechtvaardigd.”

Waar maakt u zich kwaad over?
“Al bijna twee jaar wind ik me erover op dat ‘we’ – en daar sluit ik mijzelf bij in – in dit land niet in staat zijn dak- en thuislozen goed te helpen.” Naar een bord in de hoek van de kamer wijzend: “Kijk, daar staat het: 12.400 jongeren onder de 30 jaar hebben zo veel wissels gemist dat ze geen thuis of helemaal geen dak boven hun hoofd hebben. En dat gebeurt ondanks al onze technische en medische kennis, ondanks al het geld dat we met elkaar hebben. Ik maak me daar zorgen over, ben er kwaad om, en voel me er persoonlijk verantwoordelijk voor.

Wat doet u eraan?
“Ik kan niet garanderen dat er geen enkele dakloze meer zal zijn in Nederland, maar we willen organiseren dat mensen die op straat komen binnen drie maanden vanuit een opvang weer in een eigen huis kunnen. Jarenlang zetten we in Nederland mensen met een huurachterstand het huis uit, en vervolgens moest er een nieuwe woning voor hen gezocht worden. We spanden dus eigenlijk het paard achter de wagen. Het oplossen van dergelijke problemen kost veel tijd en geld. En je zit hier in Den Haag op een vierkante kilometer waar een heleboel tegengestelde belangen meespelen. Als we woningen willen bouwen voor deze doelgroep, botst dat bijvoorbeeld met de ouderenhuisvesting. Om nog maar te zwijgen over de wegvallende aardgasmiljarden, het milieu, de stikstofproblematiek. Dat maakt het spannend.”

Is uw geloof weleens een sta-in-de-weg? Of anders gezegd: hebt u last van vooroordelen?
“Geloven wordt een sta-in-de-weg als je je ervoor schaamt. Christen-zijn, kind van God zijn, is voor mij iets natuurlijks. Ik loop hier niet zingend en Bijbelteksten roepend door de gangen, maar iedereen weet dat ik vanuit mijn christen-zijn handel. Ik laat mijn geloof niet thuis aan de kapstok hangen, het zit in me. Vooroordelen kom ik zeker tegen. Ik ben verantwoordelijk voor het alcoholpreventiebeleid en voor de campagne tegen roken. Dan krijg ik weleens te horen: ‘O, jij bent natuurlijk zo’n steile gereformeerde van wie niks mag.’ Nou, integendeel. Ik sta versteld van hoeveel God ons geeft om van te genieten. Maar je gaat de tempel van de Geest toch niet uitroken?

Welke Bijbeltekst inspireert u bij uw werk?
“1 Johannes 4:10: ‘Het wezenlijke van de liefde is niet dat wij God hebben liefgehad, maar dat Hij ons heeft liefgehad en Zijn Zoon heeft gezonden om verzoening te brengen voor onze zonden.’ Dat vind ik een mooi uitgangspunt. God heeft ons uitgekozen. Het hangt niet van ons af. Natuurlijk doet het ertoe welke keuzes je maakt, en of je je inzet voor de mensen om je heen. Maar het geloof van Jezus maakt de weg naar de Vader open. Niet mijn eigen geloof. Dat is genade én het geeft spanning.”

‘Je weet dat je dit verdriet tot je dood moet meedragen’

Op 1 januari twitterde u een foto van uw dochter Julia, die die dag 20 jaar zou zijn geworden, maar twee jaar geleden plotseling overleed. Uw tweet leverde veel reacties op van mensen die een vergelijkbaar verlies meemaakten.
“Op een paar momenten in het jaar kies ik ervoor onze liefde voor Julia aan de wereld te laten zien. Ik vind het fijn om dat te doen, want tijdens elk gesprek van de dag denk ik aan haar. Ik wil haar naam heel vaak blijven noemen. Verder vind ik het enorm vertroostend dat er zo veel lieve mensen zijn die intens met ons meeleven.”

Verandert het verdriet om uw dochter?
“Ida, mijn vrouw, zei pas: ‘Het wordt erger, want het gemis wordt sterker.’ Elke dag die ik leef, is er eentje dichter bij het weerzien met Julia. Dat is mijn rotsvaste geloof. Je hoort weleens dat de rauwe randen eraf gaan, maar je weet dat je dit verdriet tot je dood moet meedragen. Dat is een zwaar vooruitzicht. Als je je ouders verliest, gaat de rouw weg. Soms komt het gemis even naar boven, maar op een andere manier. Bijvoorbeeld toen ik in januari met de koning naar Jeruzalem ging voor de Holocaustherdenking in Yad Vashem. Wat zouden mijn ouders dat geweldig gevonden hebben.” Lachend: “Ik denk dat ze dat ergens aan het vieren zijn.”

Het kabinet zit nog ruim een jaar, als het goed is. Hebt u al plannen voor na die tijd? 
“Absoluut niet. Ik ben geen carrièreplanner. Dat ik hier zit, heb ik niet bedacht. Ik vind het mooi werk en voel me bevoorrecht, maar als dit ophoudt, sta ik weer voor nieuwe dingen open. Op veel andere plekken kan ik God en mijn naaste dienen.”

Personalia

- Geboren in 1963 te Zuidhorn.
- Groeide op in Wezep, in een gereformeerd predikantsgezin met acht kinderen.
- Studeerde geschiedenis in Leiden.
- Was voorzitter van de RPF-jongeren.
- Werkte in de politiek in de provincie Gelderland en in zijn woonplaats Apeldoorn.
- Is sinds oktober 2017 staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (WVS)
  in het kabinet-Rutte III.
- Is getrouwd met Ida, met wie hij vier dochters kreeg.
   De jongste overleed begin 2018 aan een zeldzame auto- immuunziekte.

Een uitgebreide versie van dit interview staat in Visie 10. 

Beeld: Jacqueline de Haas

Tip voor de redactie?

Of heb je een foutje gezien? Mail ons