Lucas en Arthur Jussen: onafscheidelijke pianobroers

‘We proberen altijd als één pianist te klinken’

Met hun blonde haren, helblauwe ogen en virtuoze vingers zijn de pianobroers Lucas (26) en Arthur (23) Jussen al jarenlang geliefd op concertpodia in binnen- en buitenland. Vaak treden ze op als duo, met twee vleugels of vierhandig. “Wij hebben het geluk dat we elkaar zo makkelijk weten te vinden in het dubbelspel.”

Omdat ze met veel succes meedraaien in de hoogste regionen van het internatio- nale concertcircuit, zijn Lucas en Arthur drukbezette musici. De afspraak voor dit telefonische interview moest zelfs enkele keren worden verschoven vanwege repetities en andere verplichtingen. Via hun contactpersoon bij Universal Music is toegezegd dat ze op deze woensdag in februari om 10.15 uur zullen bellen. Op dat tijdstip volgt dit sms’je:

Hoi, dit is Arthur van de broertjes Jussen. We zijn tien minuten later, sorry! We bellen je om 10.30 uur!

En dat doen ze. Op de achtergrond klinken vage verkeersgeluiden.

Zo te horen zitten jullie in de auto?
Arthur: “Klopt; we zijn nu onderweg naar Antwerpen. We hebben – even kijken – donderdag, vrijdag en zaterdag concerten met het orkest daar, dus we gaan straks weer repeteren.”

Persoonlijke top 10

Lucas en Arthur Jussen
Arthur en Lucas Jussen 2019 Photo: Marco Borggreve

Waar staat Beethoven in jullie persoonlijke top 10, of is dat een onmogelijke vraag?
Lucas: “Beethoven is een van de aller- grootsten, dat staat buiten kijf. We zijn nu veel met hem bezig, en dan besef je iedere dag weer: wat is dit goed geschreven, hoe hééft hij het kunnen verzinnen? Maar op het moment dat we veel Schubert spelen, of Stravinsky, bekruipt ons vaak hetzelfde gevoel.”

Arthur: “Misschien een wat saai antwoord, maar het is voor ons niet te doen om écht een rangorde aan te geven.”
Lucas: “Laat ik het zo zeggen: als we een lijst van zes moesten maken, in willekeurige volgorde, zit Beethoven er absoluut bij.” Arthur: “Maar we vinden het dus moeilijk om te bepalen: hij staat op nummer zoveel.”

Een grote invloed

Geldt dat ook voor Bach, die centraal staat op jullie nieuwste cd en die volgens velen dé allergrootste is?
Lucas: “Hij staat ook op die willekeurige lijst, absoluut. Maar er is voor mij niet één componist die er, in z’n algemeenheid, helemaal bovenuit steekt. Het probleem is namelijk een beetje dit: Bach is een van de oudste componisten, dus had hij een grote invloed op degenen die na hem kwamen – van Mozart en Beethoven tot bijvoorbeeld de 20e-eeuwse componist Stravinsky. Om bij die laatste te blijven: natuurlijk heeft hij veel inspiratie geput uit wat anderen vóór hem hebben geschreven. Maar wat hij in zijn eigen tijd gecomponeerd heeft, vind ik op onderdelen minstens zo geniaal.”

Arthur, zit jij ondertussen hard te knikken bij dit antwoord?
Arthur: “Ja. Wij zeggen altijd: onze favoriete componist is degene die we nu spelen. Vandaag – straks in Antwerpen – is dat toevallig Poulenc. Binnenkort Beethoven, en in de weken erna misschien Messiaen, Ravel of Debussy. Er is enorm veel goede muziek geschreven; we vinden het geweldig dat wij dat allemaal een beetje kunnen doen.”

‘Soli Deo Gloria’

In het boekje van hun nieuwste cd vermel- den de broers dat Bach steevast Soli Deo Gloria onder zijn composities zette: alleen God de eer. Hun album sluit af met een pianobewerking van het geliefde ‘Jesus bleibet meine Freude’:

(Tekst loopt door onder de video)

Hebben jullie zelf iets met geloof, of staat die kant van Bach toch wat verder van jullie af?
Lucas: “Onze familie komt oorspronkelijk uit Limburg; sommigen niet-gelovig, anderen katholiek en enkelen ‘opportunistisch katholiek’. Deze laatsten zijn rond feesten en partijen heel gelovig, maar geen actieve kerkgangers. Arthur en ik groeiden op in Hilversum. We zaten op een christelijke basisschool, dus de Bijbelverhalen en de normen en waarden kennen we. Maar als je ons vraagt of we in God geloven, is het antwoord nee.”
Arthur: “En toch: als we Bach spelen, zijn we – indirect – wel constant met het geloof bezig. Want daar is hij inderdaad onlosmakelijk mee verbonden. De meeste muziek schreef hij voor de kerk. Goed om je daarvan bewust te zijn.”
Lucas: “En als je er goed naar luistert, zit daar ook vaak iets in wat mensen die geloven ‘God’ zullen noemen. Voor anderen is dat het onverklaarbare, het onbekende. Mozart heeft dat ook wel, trouwens. Neem zijn Requiem. Bij componisten die heel groot zijn, vóél je in sommige passages gewoon: dit gaat over meer dan alleen het alledaagse leven.”

Arthur en Lucas Jussen 2019 Photo: Marco Borggreve

Lucas, jij schreef ook in het cd-boekje dat je “de religieuze overgave” voelt in Bachs dubbelconcerten?
Lucas: “Klopt. Als voorbeeld nemen wij vaak één dubbelconcert, dat staat in C- majeur. Is het 1060 of 1061?”
Arthur: “1061.”
Lucas: “Daarvan het tweede deel. Geen orkest, alleen twee piano’s. Die muziek is zó verstild en in zekere zin zo abstract... helemaal terug naar de pure kern. Als je dat rationeel probeert te verklaren, merk je dat het onmogelijk is. Er zit zo’n enorme overgave in. Al geloof je zelf niet, je vóélt dat gewoon.”

Arthur?
“Eens. Met één aanvulling: ik denk dat het niet zo belangrijk is om te benoemen of je gelooft of niet. Er zijn heel veel mooie dingen voortgekomen uit het geloof, of een geloof. Maar of je dat nu ‘God’ noemt of – in ons geval – iets anders... Het is universeel: we voelen het allemaal. Dat zegt veel over de kracht en de inspiratie die in deze muziek zit.”

Spelen met een jetlag

Deel uitmaken van de absolute wereldtop heeft een prijskaartje. “Tien uur inhet vliegtuig naar Azië voor één concert, spelen met een jetlag en studeren voor het concert een dag later in Duitsland,” zei Lucas enkele jaren terug in een interview over hun bomvolle agenda.

Constant leven in de zesde versnelling, hoe houd je dat vol?
“De laatste twee, drie jaar is het af en toe wel geweest zoals in dat citaat, ja,” reageert Arthur als eerste. “Het heeft ermee te maken dat we nu heel veel kansen krijgen om ergens op te treden, vooral in het buitenland. Dan gebeurt het weleens dat we gewoon nog niet zo ver zijn dat we alles heel efficiënt kunnen plannen. Want hoe ze ook komen, we willen die kansen niet laten schieten.”
Lucas: “Het is een gezonde eigenschap, hogerop willen komen. We moeten wel oppassen dat we onszelf niet in de voet schieten. Dat is gelukkig nog niet gebeurd. We hebben het tot nu toe altijd kunnen opbrengen om fris te blijven, zowel fysiek als mentaal.”
Arthur: “We zien dit als een investering in de toekomst en hopen dat we over een aantal jaren een leven leiden waarin we optredens wél efficiënt kunnen inplannen.”

Wéér dat vliegtuig in, wéér urenlang repeteren, wéér leven uit de koffer: hebben jullie nooit een baaldag?
Lucas: “Soms, na zo’n lange reisdag waarop je voor je gevoel niks nuttigs kunt doen. Maar het hoort er nu gewoon bij. Iedereen heeft dat weleens, toch?”
Arthur: “Ik vind het eigenlijk niet eens noemenswaard. We genieten vooral enorm van wat we doen.”

Hoe ze ook komen, we willen die kansen niet laten schieten

‘Als een warm bad’

Op de vraag wat hij als de grootste kracht van broer Lucas achter de vleugel ziet, blijft Arthur eventjes stil. “In ieder geval de rust die hij altijd heeft in zijn spel. Dat is heel belangrijk. Ik kan, een beetje overdreven gezegd, soms wat onrustiger zijn. Maar ik kan nog veel meer dingen opnoemen, zoals Lucas’ techniek en zijn frasering.”

En omgekeerd, Lucas?
“Dan denk ik allereerst aan Arthurs voor- bereiding: geweldig. Je kunt als pianist soms een mindere of juist betere dag hebben; je presteert nooit constant precies op hetzelfde niveau. Maar er zit zó’n stabiele factor in zijn voorbereiding. Tegenover hem achter mijn vleugel zitten en hem achter zijn vleugel zien, is als een warm bad. Dat brengt een bepaalde rust met zich mee op het podium.”

Arthur en Lucas Jussen 2019 Photo: Marco Borggreve

“Hun grote kwaliteit is hun samenspel. Ze zijn zo goed op elkaar ingespeeld dat ze klinken als één superpianist,” zei componist Joey Roukenseind december in ‘Trouw’ over jullie.
Arthur: “Héél lief van hem. Lucas en ik spelen inmiddels al zo lang samen, dat we elkaar op een heel natuurlijke manier haarfijn aanvoelen. Dat is misschien wel ons geluk. Als we samen optreden, proberen we altijd als één pianist te klinken.”

Marco Riaskoff, impresario en organisator van de Meesterpianisten-serie in het Amsterdamse Concertgebouw, zei in datzelfde artikel: “Hoe goed ze solo ook zijn, ik vermoed dat het duo de basis van hun bestaan zal zijn. Want de symbiose tussen de jongens is uniek.”
Lucas: “Prachtig, ja... Solo spelen doen we met ongelofelijk veel plezier en dat kunnen we ook. Maar ik denk dat we in zekere zin geluk hebben hoe makkelijk we elkaar in dat dubbelspel weten te vinden en hoe vanzelf dat gaat. Er zijn niet veel muzikanten die elkaar zó goed aanvoelen. Het duo zal de komende jaren inderdaad onze basis blijven.”

(Tekst loopt door onder de video)

Arthur: “Ik moet ook zeggen dat het, vooral in het buitenland, erg fijn is dat we bijna altijd samen reizen of – zoals nu – onderweg zijn. Solomusici zijn wat dat betreft toch eenzamer. Voor ons is het óp de bühne gezellig, maar ook voor en na concerten. Want we hebben elkaar.”

Arthurandlucasjussen.com

Beeld: Marco Borggreve/Universal Music

Dit is de ingekorte versie van een groot interview in Visie nr. 11, 2020.

Tip voor de redactie?

Of heb je een foutje gezien? Mail ons