‘Improvisatie gaat over het vieren van fouten’

Redacteur Arianne stapt het podium op

Bij de groep 8-musical stond ze nog net niet als boom op het podium. Als totale toneelleek stapt redacteur Arianne Ramaker in de wereld van improvisatietheater. “Het is fascinerend waartoe onze fantasie in staat is.”

Op het podium staan niet meer dan drie stoelen. Het vijfhonderdkoppige publiek is onrustig van verwachting. Er breekt gejuich los: de improvisatielegendes Joe Bill en Heather Urquhart stappen lachend op het podium. Als de zaal weer stil is, stellen ze een simpele vraag: “What makes you feel blue?” “Regen!” roept iemand op de voorste rij. Dat ene woordje is genoeg voor een meeslepende scène op een bushaltebankje, waar twee oude bekenden elkaar in de stromende regen ontmoeten. Ze hebben nog wat rekeningen uit het verleden te vereffenen – Heather heeft ooit per ongeluk Joe’s been gebroken – en de spanning voelt om te snijden. Maar mijn mond valt pas echt open van verbazing als ze spontaan de blues beginnen te zingen. De pianist en drummer zetten in. Heather zingt eerst voorzichtig een paar zinnetjes, afgewisseld met Joe’s bariton. Maar eenmaal aangekomen bij het refrein zingen ze uit volle borst – tweestemmig zelfs. Alsof ze elkaars gedachten kunnen lezen.

Als een show eenmaal is opgevoerd, wordt­-ie nooit meer herhaald

Theater zonder script

Ik ben in het Amsterdamse Compagnietheater voor het IMPRO Amsterdam­-festival. “Improvisatie is live theater zonder script,” legt de festivalorganisatie uit op de website. “Alles wordt ter plekke door de acteurs op het podium verzonnen, vaak op basis van suggesties vanuit het publiek. Wat improvisatietheater zo uniek maakt? Als een show eenmaal is opgevoerd, wordt­-ie nooit meer herhaald. Het is letterlijk een once-in-a-lifetime­-ervaring.”

Improvisatiecoach Ted Rookard (midden) regisseert de acteurs door de scène (beeld: Mimi van Amerongen).

Vanavond bezoek ik een paar shows en reis ik van de ene fantasiewereld naar de andere. Ik krijg zelfs de kans mee te doen bij een openpodiumshow, maar dat laat ik nu nog even aan me voorbijgaan. Gelukkig zijn er genoeg andere dappere festival­ bezoekers: gretig en vol zelfvertrouwen springen ze het podium op. In een mum van tijd bevinden we ons op een vuurtoren, waar twee zonderlinge pijprokende vrouwen werken. Er is één probleem: de olie voor het licht is op. Dan flitsen we naar het schip dat hierdoor op de klippen is gevaren. Het publiek simuleert het onheilspellende geluid van wind en golven. Vlak voordat het schip zinkt, verklaren de kapitein en zijn maat elkaar de liefde. “Tot hier!” roept improvisatiecoach Ted Rookard – en we zijn weer terug in Amsterdam.

Theatersport

Een kleine week later stap ik theater De Geus in Hilversum binnen. Een tikkeltje nerveus, want nu moet ik zelf aan de bak. Ik mag meedoen met een improvisatieles voor gevorderden – de les voor beginners zat al vol. “Het probleem is voor jullie,” grapt docent Mathijs van Wingerden van ikwiltheater.nl tegen de andere zes cursisten. “Als ze een fout maakt, mogen jullie het oplossen.” Het maakt mijn zenuwen er bepaald niet minder op. Kun je ook fouten maken als je improviseert?! Maar als Mathijs de muziek aanzet en we gaan rekken en strekken (improvisatie noemen ze niet voor niets een ‘theatersport’), ebt de spanning weg.

Als ze een fout maakt, mogen jullie het oplossen

Fouten vieren

Al snel ervaar ik dat improvisatie juist gaat over het vieren van fouten. “Vorm samen een vierkant in vijf seconden!” roept Mathijs vanuit het niets. “Eén, twee, drie...” We rennen met z’n allen door de ruimte, die het midden houdt tussen een kleine theaterzaal en een klaslokaal. “... vier, vijf!” Met ingehouden adem en gestrekte armen lig ik op de grond. Ik kijk voorzichtig om me heen. Het lijkt wel of er een bom ontploft is. Verderop ligt cursist Rianne met haar benen en bovenlijf in een hoek van negentig graden. Naast me balanceert Patrick – een andere cursist – in ballethouding: z’n rechterbeen zweeft ergens achter hem in de lucht. “Een víérkant, jongens?” smaalt Mathijs. “Dit lijkt helemaal nergens op!” En iedereen barst in lachen uit. “Vooruit, iets makkelijker dan,” vervolgt hij. “Vorm een lijn in vijf seconden.” In een oogwenk staan we hand in hand op een rijtje – glimmend van trots. “Gelukkig! Dit kunnen jullie wél,” lacht Mathijs terwijl hij ons quasi­-bewonderend bekijkt. “Vorm een boom in vijf seconden!”

Het is een misvatting dat je bij improvisatie altijd origineel moet zijn, leert Mathijs me later. “Doe gewoon iemand na als je het even niet weet. Vaak ontstaat er juist iets als je exact hetzelfde doet als een ander.”

Zeg 'ja, en'

Tijd voor de volgende oefening. “Een belangrijke uitspraak in de improvisatie is ‘ja, en’,” legt Mathijs uit. “In het echte leven reageren we liever met ‘ja, maar’, maar in de improvisatie blokkeer je daarmee een scène. Dus als ik zeg dat er een papegaai op je schouder zit, dan ís dat ook zo. Het is waar, hij zit er écht. Accepteer het aanbod van je tegenspeler: zeg ‘ja’ tegen wat er is. En voeg er iets aan toe.”

Mathijs start de improvisatieoefening met een beginzin: “Toen Karel vanochtend wakker werd, voelde hij dat dit een andere dag was dan alle andere dagen.”
“Ja, en zijn vrouw was al van huis vertrokken,” vervolgt cursist Loes.
“Ja, en ze had ook geen lunchpakketje voor hem klaargemaakt, terwijl ze dat normaal wel doet,” vult de volgende aan.
Zin na zin ontstaat er een verhaal. “De kunst is om aan te voelen waar je je in het verhaal bevindt,” legt Mathijs na de oefening uit. “Ben je aan het begin, in het midden, of aan het eind?”

Doe gewoon iemand na als je het even niet weet

'Ik ben zwanger'

Met een twinkeling in zijn ogen haalt Mathijs een fietsbel tevoorschijn en zet hij vier stoelen midden in de ruimte. Hij grijnst naar de groep: “Ga maar zitten.” Ik kijk toch liever de kat uit de boom en laat vier andere cursisten voorgaan. “Elke keer als ik bel, heb je de keus om op te staan of te blijven zitten,” legt Mathijs uit, terwijl hij tegenover de cursisten plaatsneemt. “Samen met de andere mensen die zijn opgestaan, begin je een scène. Het mag over alles gaan. Als ik weer bel, stopt de scène en kies je opnieuw of je gaat zitten of blijft staan. Met de nieuwe groep begin je weer van voren af aan.”

Mathijs gaat op het puntje van zijn stoel zitten. Tring! Drie mensen staan op en kijken elkaar – heel even – verdwaasd aan. “Ik... ik ben zwanger,” begint Rianne schoorvoetend.
“Nou, wat leuk!” reageert Patrick overenthousiast. “Jorus, je wordt vader!”
Jorus schrikt op en fronst zijn wenkbrauwen. Hij opent zijn mond om iets te zeggen, maar Rianne is hem voor: “Ik weet niet van wie!” Tring! Iedereen gaat zitten, alleen Barbara staat op. Terwijl ze dromerig in de verte kijkt, slaakt ze een diepe zucht. Tring! “Laat die zucht niet gaan, maar houd de spanning erin,” tipt Mathijs.

Baksteen of kathedraal

De tweede ronde zet ik me over mijn podiumvrees heen. Voordat Mathijs belt, neem ik een situatie in gedachten: als ik opsta, bevind ik me op een middeleeuwse stadsmuur en zie ik een zandstorm naderen. Tring!

“Zie je dat? Daar, aan de horizon?” fluister ik samenzweerderig terwijl ik een hand boven mijn ogen houd.
“Ja, zó mooi!” glundert Stephanie. “Het noorderlicht!” Met een grote glimlach zet ze – zonder het te weten – een dikke streep door mijn voorbedachte scène. Poef! Weg zandstorm.
“Kom met een baksteen, niet met een kathedraal,” legt Mathijs na de oefening uit. “Begin met één idee, één regel of één emotie. En kijk hoe je tegenspeler reageert. Een kathedraal inbrengen heeft geen zin. Die ander kan je gedachten toch niet lezen? Een scène bouw je samen, steen voor steen.”

Een scène bouw je samen, steen voor steen

Op de Titanic

“Hoe vond je het?” vraagt Mathijs als de les voorbij is en de cursisten naar buiten lopen. Ik heb genoten. Ik heb op de Titanic gestaan, ik ben een duif geweest, ik heb het noorderlicht gezien en ik heb als Duitser op de vloer van een moskee gelegen (ja, echt!). Het is fascinerend waartoe onze fantasie in staat is. ‘Kom je de volgende keer weer?’ vragen cursisten Patrick en Stephanie als ik buiten sta. Wie weet. Zullen we dan een bezoekje aan de maan brengen?

Tv-tip: De Vloer Op

Een bekend tv­programma over improvisatie is De Vloer Op (HU­MAN). Vanaf vrijdag 3 april is het weer wekelijks te zien om 22.25 uur op NPO 3.

Beeld: Heather Urquhart en Joe Bill zingen de blues bij IMPRO Amsterdam. Fotograaf: Robin Straaijer.

Tip voor de redactie?

Of heb je een foutje gezien? Mail ons