250 jaar Beethoven: wie was deze dove componist?

‘Prinsen zijn er bij duizenden, er is slechts één Beethoven’

Illustratie Beethoven

We gaan van herdenkingsjaar naar herdenkingsjaar. Dit jaar is het de beurt aan Beethoven, die in december postuum 250 wordt. Hoog tijd voor een iets nadere kennismaking.

Van veel grote Duitse componisten is het vrij duidelijk wat het geloof voor hen betekende. Bach ondertekende zijn stukken standaard met SDG: Soli Deo Gloria, aan God alleen de eer. Mozart stond bekend als devoot katholiek. Maar hoe Beethoven nu precies in het leven stond en wat hij geloofde, is behoorlijk raadselachtig. Een verkenning in zeven sleutelmomenten.

Eerst wat context

Wie Beethoven wil begrijpen, moet natuurlijk kijken naar zijn context. Zijn familie komt uit Mechelen, vandaar dat hij ‘van Beethoven’ heet. In de 17e eeuw wordt zijn betovergrootmoeder daar als heks verbrand. Zij is een vrijgevochten vrouw, en volgens Beethoven-biograaf Jan Caeyers stempelt dit de Van Beethovens: “Een Van Beethoven heeft een heilig geloof in de eigen overtuigingen en idealen. Dat is men aan de stammoeder verplicht.” Die bijna stijfkoppige zelfverzekerdheid kenmerkt Ludwig van Beethoven in ieder geval.

Dan zijn tijd: het eind van de 18e en begin van de 19e eeuw. De Verlichting bepaalt het denken; er is veel aandacht voor de rede, het verstand, deugdzaamheid is een groot goed en de ontwikkeling van het individu wordt steeds belangrijker. Het is de tijd van de Franse revolutie, die zowel ongekende emancipatie als ongekend geweld met zich meebrengt. En met name het begin van de 19e eeuw is ook de geboortetijd van de romantiek, met veel aandacht voor natuur, gevoel en mystiek. Al die elementen spelen in Beethovens leven en werk een rol.

1770: doop

Wanneer Beethoven precies geboren is, weten we niet; wel wanneer hij gedoopt is: op 17 december 1770 in de Sint-Remigiuskerk te Bonn. En aangezien kinderen toen zo snel mogelijk na hun geboorte werden gedoopt, gaat men ervan uit dat hij op 16 december geboren is. Beethovens moeder, Maria Magdalena Keverich, is katholiek. Beethoven heeft altijd met veel liefde over haar geschreven. Ze is een serieuze, teruggetrokken en wat ziekelijke vrouw; er zijn bronnen die aangeven dat ze nooit lacht, en de jonge Beethovens staan erom bekend dat ze er slordig bijlopen.

Dat kan ook aan de vader van het huis liggen. Die wordt over het algemeen als een boeman afgeschilderd; een half gesjeesde hofmusicus, een dronkenlap die zijn zoon midden in de nacht uit bed trommelt om hem voor vrienden te laten musiceren, een opportunist die op strenge wijze een wonderkind wil maken van zijn zoon. Hoewel er wat valt af te dingen op dat beeld, staat vast dat Beethoven verzot is op zijn moeder. Zij sterft als hij 17 is.

1779: belangrijkste leraar

Over vader Johann van Beethoven valt veel naars te melden, maar hij heeft zelf gelukkig al vrij snel door dat zijn muzikale en pedagogische talenten tekortschieten om zijn zoon een grote toekomst te geven. Dus trekt hij leraren aan, van wie componist Christian Gottlob Neefe de belangrijkste is. Niet alleen vanwege het muzikale onderricht; Neefe neemt ook de verantwoordelijkheid voor de intellectuele kant van Ludwigs onderwijs, hoewel spelling en rekenen nooit sterke kanten van Beethoven zullen worden.

Neefe is een typisch kind van zijn tijd; een intellectueel, vrijmetselaar en zelfs een van de leiders van de plaatselijke Illuminatie, een progressief onderdeel van de vrijmetselaars. Deze groep wil de mens verheffen om uiteindelijk een ontwikkelde, vrije en volmaakte samenleving te creëren. Beethoven is duidelijk gevormd door Neefe. Onder diens leiding ontwikkelt hij liefde voor bepaalde Duitse dichters en literatuur, de oude klassieken en een sterke, theoretische, muzikale basis. Maar ook zijn manier van spreken over ‘het goddelijke’, ‘de voorzienigheid’ en zijn theorieën over de verhouding mens en het hogere kun je hier gedeeltelijk op terugvoeren.

Of Beethoven zelf ooit vrijmetselaar is geweest, weten we niet; wel dat hij nogal wat vrienden had die het zijn. Als de vrijmetselarij wordt verboden, zetten de leden hun activiteiten voort in het zogenaamde Lesegesellschaft te Bonn, een club elitaire, progressieve en intellectuele aanhangers van de Verlichting. Ook daar is Beethoven op zijn minst nauw bij betrokken. In Wenen, waar hij in 1792 gaat wonen, heeft hij eveneens veel vrienden die vrijmetselaar zijn.

1802: depressie

Halverwege 1801 krijgen we de eerste aanwijzing van Beethovens doofheid, in een lange brief aan een vriend. Hij vertelt dat hij al ruime tijd last heeft van een achteruitgaand gehoor. Een jaar later zien we hoe diep die doofheid ingrijpt. Op doktersadvies trekt hij zich een tijdje terug in het dorpje Heiligenstadt. Daar belandt hij in een forse depressie en schrijft hij een brief aan zijn broers: het zogenaamde Heiligenstädter Testament.

Laat nog eenmaal een reine dag van vreugde voor mij lichten

Deze zeer intieme brief geeft een kijkje in Beethovens ziel. Hij schrijft erin dat met name het sociale aspect van doofheid hem zwaar valt. Hij haat het om het te moeten verbergen, geen normale gesprekken meer te kunnen voeren, niet te kunnen reageren als hij door de natuur wandelt en men hem wijst op een fluitend vogeltje.

Maar net zo boeiend is wat Beethoven over zijn geloof in God schrijft. In diepe wanhoop noteert hij als laatste toevoeging: “O, Voorzienigheid! Laat nog eenmaal een reine dag van vreugde voor mij lichten. Te lang al is de innige weergalm der ware vreugde mij vreemd. Ach! Wanneer, wanneer, o Godheid, zal ik in de tempel van de natuur en van de mensen haar weer voelen! Nimmer? Nee! O, het is te hard!” Hoewel Beethoven later in zijn leven nurks werd, zijn er geen tekenen dat hij nogmaals in zo’n depressie is gekomen. Zoals hij in zijn brief schrijft, zijn het de natuur en vooral de kunst die hem de levenslust weer hebben gegeven.

1806: logeerpartij

Hoewel er historici zijn die dit verhaal betwisten, is het te mooi om te laten liggen; het zegt veel over Beethovens waarden.
In de nazomer van 1806 logeert Beethoven in het zomerkasteel van een van zijn beschermheren, de man die hem in Wenen heeft ‘geadopteerd’: prins Lichnowski. Juist in die tijd trekken de Fransen het landgoed binnen. De prins vraagt Beethoven iets te spelen voor de Fransen, maar Beethoven weigert. Hoewel hij eerst een groot aanhanger van de Franse revolutie was (vrijheid, gelijkheid en broederschap), maakt de Franse oorlogszucht hem behoorlijk anti-Frans. Prins Lichnowski dringt aan, en beveelt hem uiteindelijk zelfs te spelen. Beethoven weigert echter resoluut, sluit zich op in zijn kamer en verlaat later die avond in de stromende regen het kasteel. Hij stuurt zijn beschermheer het volgende briefje: “Prins, wat u bent, dat bent u toevallig. Wat ik ben, dat heb ik zelf bereikt. Prinsen zijn er nog bij duizenden. Er is slechts één Beethoven.” De twee hebben het later overigens bijgelegd.

1808: Pastorale

Er zijn talloze beschrijvingen van de natuurwandelingen van Beethoven, en de natuur speelt een centrale rol in zijn werk. Misschien wel het sterkste voorbeeld daarvan is Symfonie nummer 6, die ‘Pastorale’ is gaan heten, en vrijwel volledig bestaat uit natuurbeschrijvingen. Hij schetst de basis voor deel 2 van die symfonie een paar maanden na zijn depressie in zijn schetsboekje, waarschijnlijk tijdens of na zo’n wandeling, onder de titel ‘Das Murmeln des Baches’ (het fluisteren van de beek).

Beethoven wordt gezien als de figuur die de overgang van de klassieke naar de romantische muziek vertegenwoordigt. Heel plat, wat te simpel gezegd: van muziek als wetenschap naar muziek als uiting van gevoel, en van muziek die wetten volgt naar muziek die de natuur weergeeft.

Dat betekent in het geval van Beethoven veel meer experimenteerdrang, veel meer dynamiek en veel sterkere climaxen dan de wereld daarvoor kende.

Een deel van de symfonie schreef Beethoven in zijn schetsboekje, waarschijnlijk tijdens of na zo’n natuurwandeling, onder de titel ‘Das Murmeln des Baches’ (het fluisteren van de beek).

1824: Missa Solemnis

Dat Beethoven veel ophad met de Verlichting, betekent niet dat hij niet gelovig was. Uit zijn brieven blijken diepe, religieuze gevoelens. Er zijn prachtige religieuze werken van hem bewaard; luister rond Pasen bijvoorbeeld eens naar ‘Christus am Ölberge’, het prachtige ‘passiewerk’ van Beethoven over Jezus op de Olijfberg. Maar zijn religieuze magnum opus is ongetwijfeld de ‘Missa Solemnis’. Die zou hij eigenlijk schrijven voor de aanstelling van zijn leerling en beschermheer Rudolf van Oostenrijk als aartsbisschop van Olmütz. Maar, en dat is typisch Beethoven, hij krijgt hem lang niet op tijd af. Volgens een brief die Beethoven schreef, komt dat door geld- en tijdgebrek, maar dat zijn eigenlijk smoesjes: Beethoven heeft vaker niet dan wel iets op tijd af vanwege zijn perfectionisme. In dit geval wil hij de oeroude Latijnse teksten op een nieuwe, revolutionaire manier weergeven. En het zich verdiepen in de teksten en die op muziek zetten, kostte hem veel tijd. Uiteindelijk komt de mis niet in 1819, maar pas in 1824 klaar. Hij wordt tijdens Beethovens leven slechts één keer uitgevoerd, in Sint-Petersburg. Het is ergens zowel zijn muzikale als religieuze testament; groots, meeslepend en zeer complex. Of, in de woorden van dirigent John Eliot Gardiner: “Het koorzangersequivalent van het beklimmen van de Mount Everest, maar dan zonder zuurstofmasker.”

Van muziek als wetenschap naar muziek als uiting van gevoel

1827: zijn begrafenis

Eerst een longontsteking, dan geelzucht, waterzucht, een volledig kapotte lever (Beethoven dronk stevig): Beethoven sterft op 26 maart 1827 na een maandenlang ziekbed.

Hij is de laatste jaren een eenzelvige man geworden; waar hij eerder voortdurend verliefd was en zich graag onder de mensen mengde, stond hij nu bekend als chagrijnig en eenzaam.

Toch is zijn begrafenis, drie dagen na zijn dood, ongekend. Een menigte van twintigduizend mensen verzamelt zich; het leger is nodig om de menigte in bedwang te houden. De kist wordt gedragen door beroemde musici, waaronder Franz Schubert en tijdens de dienst wordt het requiem van Mozart gespeeld. Korte tijd later vindt er nog een herdenkingsdienst plaats, en in beide gevallen moet een deel van de menigte buiten blijven omdat de kerken te klein zijn.

Het zegt veel over Beethoven. Niet te plaatsen, eigenzinnig, revolutionair; een kind van zijn tijd en zijn tijd ver vooruit, maar vooral iemand die al tijdens zijn leven als genie werd gezien.

Beeld: Gerdien van Delft-Rebel

Tip voor de redactie?

Of heb je een foutje gezien? Mail ons