Mark Hage schreef een boek over Jezus en improvisatie

'Ik mag improviseren in Gods verhaal'

Portret Mark Hage - improvisatietheater

Op zijn 21e werd hij gegrepen door Jezus en op zijn 28e door improvisatietheater. Mark Hage (34), tot voor kort voorganger van de Vineyard-gemeente in Amsterdam, ontdekte dat deze twee liefdes alles met elkaar te maken hebben. “Iemand die het leven volop aangaat, weerspiegelt iets van Gods heerlijkheid.”

De gele deur zwiept open. Tl­-balken knippen aan. Met een rustige tred loopt Mark Hage de grote zaal van het Amsterdamse theater De Cameleon binnen – de plek waar zijn liefde voor improvisatie ontvlamde. Hij wijst: “Zes jaar geleden zat ik hier voor mijn eerste improvisatieles. Of ik het spannend vond? Doodeng. Én geweldig. De woensdagavond was voortaan mijn wekelijkse lichtpuntje. Als ik hier kwam, viel alles van me af.” Hij snuift de muffe geur van oude apparatuur en zware gordijnen op. Na een korte stilte: “Mijn vrouw Inez lag meestal al op bed als ik na zo’n lesavond thuiskwam. Helemaal hyper was ik dan. Ik kon niet stoppen met vertellen: ‘Inez, ik was een officier in het leger! Zomaar, uit het niets!’” Hij lacht: “Fas-ci-nerend vond ik het. Elke improvi­satieavond ontstonden de meest briljante scènes, simpelweg door te spelen.”

Doelbewust

Echtgenote Inez – een dramadocent – was degene die hem in 2014 aanmoedigde improvisatielessen te gaan volgen. Mark: “Tijdens mijn studie theologie was improvisatie een van de aanbevelingen in mijn scriptie en ik wilde er een prekenserie over houden in de Vineyard­gemeente in Amsterdam, waar ik voorganger was. Maar Inez zei: ‘Je schrijft er wel leuk over, maar improvisatie moet je dóén.’

Vaak associëren mensen improvisatie met aanrommelen. Ten onrechte, vindt Mark. “Voor mij is het doelbewust iets aangaan. Je weet niet waar het heen gaat, maar tóch ga je het aan.” Marks blik dwaalt naar een groot schilderij aan de donkerrode muur, waar een gestreepte kameleon ons vanaf een wolk dromerig toekijkt. Hij vervolgt: “Na een improvisatieles zit ik heel anders in de metro. Wat nu als ik die persoon naast me – in improvisatietermen – niet blokkeer, maar accepteer? Fixeer ik me op mijn mobieltje of richt ik mijn aandacht op wie er naast me zit en ga ik het contact aan?”

Mark Hage in metro
“Na een improvisatieles zit ik heel anders in de metro. Wat nu als ik mijn aandacht richt op wie er naast me zit?"

Wijsheden

“Ik durf zelfs te zeggen dat het hele leven improviseren is,” vervolgt Mark met een twinkeling in zijn ogen. Thuis, op het werk, in de metro: je hebt nooit een script. Improvisatie zit vol wijsheden die ik kan doorvertalen naar het leven buiten het theater. Mijn grootste ontdekking? Als je de Bijbel leest door een improvisatiebril, blijkt Jezus een improvisator pur sang.

Hij beschouwt niets als verloren, maar Hij ‘overaccepteert’ het leven: Hij maakt het zich eigen én door voor ons te sterven, brengt Hij het op een hoger plan. Ook het feit dat Hij opstaat is een vorm van overacceptatie. Je zou het zo kunnen uitspelen op de theatervloer: ‘Hé, Ik ben er weer!’”

‘Toen ging het rap’

In de lente van 2018 kan Mark zijn ontdekkingen niet langer voor zichzelf houden: hij stapt op uitgeverij Buijten & Schipperheijn af en krijgt meteen groen licht voor een boek. Mark: “Nog diezelfde zomer heb ik me teruggetrokken in de studeerkamer. Elke dag zat ik daar van 9.00 tot 22.00 uur; ik kwam alleen naar buiten om te eten. En toen ging het rap: in drie weken stond het hele verhaal op papier.” Mark zwiept zijn armen van links naar rechts: “Het kwam er allemaal in één keer uit. Vier jaar hield het me al bezig.”

Jezus blijkt een improvisator pur sang

Onaangeroerd

Een paar maanden later rolt het boek Spelenderwijs van de drukpers. Maar een spetterende lancering van het boek blijft uit. De stapels gedrukte boeken liggen zelfs een jaar lang in de loods van de Amster­damse uitgeverij – onaangeroerd. Mark: “Ik had alles stilgelegd. Ik beleefde een heftige tijd. Het voelde niet integer om dan even ‘leuk’ een boek te presenteren.” Mark tuurt de theaterzaal in. “Of het schrijven van het boek iets getriggerd heeft? Deels. Het zat al onder de oppervlakte, maar het boek was een extra uitnodiging om fundamentele vragen nu eens áán te gaan. Vragen die ik al vanaf mijn jeugd meedraag: ben ik wel genoeg? Heb ik genoeg? Kan ik genoeg?”

Diepe put

Marks existentiële vragen maken dat hij vastloopt. Hij legt zijn werk voor Vineyard en zijn boek stil, en begint noodgedwongen aan een sabbatical. “Ik had tien jaar aan één stuk gewerkt: steeds weer door, door, door. Dit werd een jaar van intense bewustwording. Het was alsof ik afdaalde in een diepe put, met emoties waar ik lie­ver geen aandacht aan besteedde. Ik had gevoelens van schaamte, woede en angst. Jarenlang had ik ze weggedrukt. Maar dat is als een bal die je onder water duwt, en die dan – floep! – toch weer naar boven schiet. Eenmaal op de bodem van de put ontdekte ik de rijkdom van het afdalen: er bleek überhaupt een bodem te zijn. En daar lagen schatten, waarvan ik bovenaan de put nooit had kunnen dromen.

Ik ben gevoelig en ontvankelijk – twee eigenschappen die ik voor het eerst heb ontmoet én aanvaard. Als die de overhand krijgen, gaat het mis. Dus ik heb moeten leren hoe ik goed naar die eigenschappen luister – zonder ze te laten overheersen. Het heeft gemaakt dat ik nog veel meer een mens uit één stuk ben geworden.”

Het was alsof ik afdaalde in een diepe put

'Ik bén al iemand'

Inmiddels is Mark beroepsimprovisator en wil hij met zijn onderneming Improv the World inzichten aanreiken uit het theater en de theologie. “Meerdere keren ben ik zó geraakt door Gods liefde,” zegt hij. “Afgelopen jaar had ik ook zo’n moment – midden in de nacht. Ik werd overspoeld door Zijn liefde, op zo’n manier dat al je angsten als sneeuw voor de zon verdwijnen. Wat dat met mij doet? Ik hoef niets te bewijzen, ik hoef niemand te worden, want ik bén al iemand en ik ben door en door geliefd. Ik kan me ontspannen en loslaten, omdat Gods nieuwe wereld uiteindelijk niet komt vanwege mijn harde werken. Ik mag improviseren in Gods verhaal.”

Mark Hage met toeristen in Amsterdam
"Ik hoef niets te bewijzen, ik hoef niemand te worden, want ik bén al iemand en ik ben door en door geliefd."

Zou ook de kerk meer kunnen improviseren?
“John Wimber, een van de oprichters van de Vineyard-­beweging, deed de uitspraak: ‘Everyone gets to play.’ Niemand is buitengesloten de dingen te doen die Jezus deed. Mijn grote vraag is: lukt het als kerk om daadwerkelijk iedereen in beweging te krijgen? Is de kerk een plek waar mensen niet voor even, maar duurzaam veranderen?” Mark schuifelt ongemakkelijk op zijn stoel. “Volgens mij... niet. Het lukt de kerk niet. Het is echt een kunst om te bewegen en te veranderen als mens, en daar vervolgens iets duurzaams van te maken.”

Hoe zou een improviserende kerk eruitzien?
Na een lange stilte: “Neem de zeven improvisatiespelregels uit mijn boek: een daarvan is ‘dien het verhaal’. Om goed te kunnen improviseren, moet je eerst weten in welk verhaal je je bevindt. En waar je bent in het verhaal: of je er nu net aan be­gint, er middenin valt of al naar een einde werkt. Wat is jouw verhaal, wat geloof je? Het verbaast mij altijd dat mensen – al zitten ze jaren in de kerk – beginnen te stotteren als ik dit aan ze vraag. Snappen we als christenen in welk verhaal we ons bewegen? Geloven we het wel, of gelóven we het? Begrijp me goed: ik probeer hier geen waardeoordeel te vellen over christe­nen, maar dit is fundamenteel.”

'Laat het vliegen'

“Een andere improvisatieregel is ‘accep­teer het aanbod’.” Mark houdt zijn armen gestrekt, zijn handen in een kommetje. “Kijk, ik geef jou een cadeautje. Is het een muisje? Of toch een bal? De moeilijkheid zit ’m in het ontdekken wat het cadeautje is. Het kan heel frustrerend werken als er maar één antwoord goed is. De truc is niet om indrukwekkende cadeaus te geven, maar om wat gegéven is zo boeiend mogelijk te maken. Ga ermee aan de haal, laat het vliegen, zet het op je arm. Je voelt ’m al: een improvisatie­-mindset is niet: wat zou het moeten zijn?, maar: wat zou het kúnnen zijn? Dan wordt het leuker, véél leuker. Een kerk die alleen maar bezig is met moeten, is een kerk die uiteindelijk vastloopt.”

Beeld: Ruben Timman

Dit is een ingekort artikel uit het magazine van Visie. Vaker dit soort verhalen lezen? Bestel dan eens een (gratis) proefnummer of word abonnee. ​​​​​​​

Tip voor de redactie?

Of heb je een foutje gezien? Mail ons