'Ik ben een schim van wie ik was'

Jurjen van Houwelingen en Tom van Dongen: vrienden door dik en dun

Jurjen van Houwelingen en Tom van Dongen

In groep 2 waren Jurjen van Houwelingen (37) en Tom van Dongen (36) al vrienden. Hun vriendschap verdiepte zich met de jaren. Toen Jurjen eind 2017 door een herseninfarct plotseling gehandicapt raakte, bleef de band met Tom. “Ik ben een schim van wie ik was.”

‘Dagbesteding. De term alleen al doet al mijn nekharen overeind staan. Maar dat is mijn leven nu. Dat ik hier tussen de oudjes zit die aan het kletsen zijn over het weer en over vakanties, en ik heb ook helemaal geen zin om mee te doen met de gesprekken. Ik haat dit leven. Ik haat deze plek. Ik haat alles. Dat kan ik alleen maar denken. Ik ben beroofd van een leven dat me zo dierbaar was. Dat realiseer ik mij nu pas, hoe kostbaar het leven was dat ik mocht leven voor mijn hersenletsel. Hoe vanzelfsprekend het was dat ik gezond was en mijn bedrijf runde en 50 uur werkte per week en daarnaast nog regelmatig sprak in kerken en voor groepen mensen. Dat is allemaal uit mijn handen geslagen.’ (Uit een blog van Jurjen, december 2019)

Helemaal wazig

Een regenachtige woensdagavond in Badhoevedorp. We hebben om 20.00 uur afgesproken bij Jurjen thuis met zijn beste vriend Tom, maar die is er nog niet. Terwijl Jurjen alvast cappuccino zet, legt hij uit hoe weinig hij nog ziet. Hij strekt zijn rechterarm uit en balt zijn vuist. “Als ik naar mijn hand kijk, is alles eromheen helemaal wazig. En van mijn hand zie ik pakweg de helft.”

Zwaar beschadigd

Jurjen van Houwelingen en Tom van Dongen staand
Jurjen (links) en Tom.

Jurjen – getrouwd met Stefanie en vader van drie kinderen – was jarenlang mede-eigenaar van internetbedrijf Gopublic, en daarnaast blogger en spreker: in 2014 was hij hoofdspreker op de EO-Jongerendag. Een goedaardig gezwel in zijn hoofd, dat op 5 december 2017 een herseninfarct veroorzaakte, veranderde alles. Zoals het er nu naar uitziet, zal Jurjen de rest van zijn leven gehandicapt blijven: zijn zicht, oriëntatievermogen én zijn kortetermijngeheugen zijn zwaar beschadigd. Intensieve revalidatie, onder andere twee maanden in Jeruzalem, bracht nauwelijks verbetering.

'Bel Tom'

“Ik ga nu één dag per week naar een dagbesteding in Haarlem, en één dag per week naar een soort atelier, ook in Haarlem,” vertelt hij. “Dan word ik met een busje opgehaald en thuisgebracht.” Want werken voor Gopublic, dat gaat met zijn beperkingen gewoonweg niet meer. En zeven dagen per week thuiszitten, is geen optie.
De minuten verstrijken en Tom – een vrijgezelle docent Frans, die in Rotterdam woont – is er nog steeds niet. “Ik hoop maar dat hij het niet vergeten is,” zegt Jurjen. “Voor de zekerheid bel ik hem eventjes.” Hij vist een smartphone uit zijn spijkerbroek. Via een spraakopdracht (“Bel Tom”) legt hij contact. Met opgetrokken wenkbrauwen: “Vergeten?” Grijnzend: “En ík ben hier degene met hersenletsel! Kun je nog wel komen? Mooi. Tot straks.”

Drukke dagen

Een klein uurtje later stapt de goedlachse Tom binnen. “Excuses!” zegt hij meteen. “Het waren nogal hectische dagen op school en ik deed na het eten even een dutje op de bank. Gelukkig stond mijn telefoon aan. Ik werd diep in het Achtuurjournaal wakker, geloof ik.” Hij zakt neer op de bank naast Jurjen, die snel koffie voor hem heeft gezet.

Jullie kennen elkaar al vanaf de basisschool?
Tom: “In groep 1 zat ik nog op een andere school. Ik denk dat ik halverwege groep 2 bij Jurjen in de klas kwam.”
Jurjen: “Wij zaten op een vrijgemaakte school, De Triangel in Capelle aan den IJssel. Op de basisschool waren we nog niet echt dikke matties, toch?”
Tom: “We kwamen wel op elkaars partijtjes en zo. Maar echte matties? Dat is wel meer vanaf de middelbare school inderdaad.”
Jurjen: “De GSR Rotterdam, waar Tom nu docent Frans is. We deden allebei de havo en zaten – vooral in de 4e en de 5e – bij allerlei vakken bij elkaar in de klas.”

En toen werd het dus serieuzer, de vriendschap?
Tom: “De vriendschap wel, ja. Wijzelf niet, haha.”

Vijf jaar huisgenoten

Na de havo kozen ze voor dezelfde hbo-studie: commerciële economie in Rotterdam. Tom: “We werden beiden lid van de christelijke studentenvereniging NSR, en zijn daar op kamers gaan wonen, met twee andere gasten. We waren vijf jaar lang huisgenoten. Toch?”
Jurjen: “Ja, dat moet wel. Want ik heb vijf jaar gestudeerd en heb daar vijf jaar samen met jullie gewoond. Ik was wel als eerste weg, omdat ik ging trouwen met Stefanie.”

Waarom nou 200 gram biefstuk per persoon?

Extreem gezellig

“Het was extreem gezellig,” antwoordt Tom op de vraag wat voor huishouden het was. “We aten altijd samen; Jurjen was echt een goede kok – onze Jamie Oliver – en heeft mij ook een beetje leren koken. We hebben zelfs niet één keer groente uit blik gegeten.” Hij schiet in de lach. “Als studiegenoten bij ons kwamen eten, vroegen ze weleens bezorgd: ‘Moeten jullie niet een beetje voorzichtig doen met jullie uitgaven? Waarom nou 200 gram biefstuk per persoon?”
Jurjen, breeduit lachend: “Wij dachten: we draaien de leenkraan open – het goede leven. Mijn studieschuld is trouwens helemaal kwijtgescholden, vanwege deze hele situatie. Nog zo’n vijftienduizend euro. Daar heeft mijn schoonvader werk van gemaakt.”

‘Zo zorgeloos’

Jurjen van Houwelingen en Tom van Dongen in een tunnel

“Ons studentenhuis was een zoete inval,” zegt Tom even later. “Er kwamen allerlei soorten mensen over de vloer. Levendig, laat ik het zo zeggen. We hebben echt hónderden anekdotes. Is er iets wat er voor jou als een mooi verhaal uitschiet, Jur?”
Jurjen: “Ik kan me allerlei situaties herinneren. Mijn langetermijngeheugen is gelukkig minder aangetast. Het was een dolle boel, vaak. Echt een mooie tijd. Misschien wel de mooiste tijd van mijn leven. Zo zorgeloos.”
Tom, enthousiast: “Weet je nog dat we een enorme muur hadden? Op den duur hingen daar tientallen Bas van der Heijden-vlaggen. We hadden rare gewoontes, hoor, bijvoorbeeld om ’s nachts supermarktvlaggen te jatten. Er hingen iedere keer weer nieuwe, dus… Losbandig is niet het goede woord, maar we waren wel allemaal… heel losjes. Maar Jurjen bezocht allerlei conferenties van de Navigators en zo, en kwam – als eerste – echt tot geloof. Toen brak er een fase aan dat ik me soms wat schuldig voelde ten opzichte van hem.”

Heel bijzonder

Wanneer bijvoorbeeld?
“Nou, we zaten soms te blowen en dan kwam Jurjen binnen: ‘Gast, wat is dít nou weer?’ Door Jurjen ben ik ook naar conferenties gegaan en kreeg ik veel meer met geloven en met God. Uit een soort schuldgevoel zijn we alles netjes gaan terugbrengen wat we ooit hadden gejat.”

Ook al die supermarktvlaggen?
Tom, grinnikend: “Ja; bij de supermarkt wisten ze ook niet wat ze daarmee aan moesten.”
Jurjen: “En stomerijvlaggen. En tig mokken.”

Zijn jullie ooit verliefd geweest op hetzelfde meisje?
Jurjen: “Nooit. Toch?”
Tom: “Had gekund, maar dat is aan ons voorbijgegaan.”

Jurjen trouwde op zijn 22e met Stefanie. Heeft dat jullie vriendschap veranderd?
Jurjen: “Stefanie werd ook al snel een goede vriendin van Tom. Of het onze vriendschap heeft veranderd, weet ik eigenlijk niet.”
Tom: “Nauwelijks, denk ik. Stefanie hoorde er gewoon helemaal bij; ze kwam al zo’n drie jaar bij ons over de vloer. Ik was getuige op jullie bruiloft, heel bijzonder.”

'Ook met de kinderen is het heftig'

De Jurjen met wie je ooit bevriend bent geraakt, is – in zekere zin – sinds zijn herseninfarct wel een andere dan de Jurjen die nu naast je op de bank zit.
(Jurjen knikt) Tom: “Je zegt het goed: in zekere zin. Soms vergeet ik het even.” Tegen Jurjen: “Het gekke is dat we ontzettend veel dingen kunnen ophalen over onze studententijd en andere dingen die samenhangen met jouw langetermijngeheugen. Daar kunnen we ook echt weer even om lachen.”
Jurjen: “Gelukkig maar.”
Tom: “Maar als je nu bij mij thuis bent en naar het toilet moet, dan denk ik: o ja, ik moet je wel even de richting wijzen. Dan kan ik zomaar bruut overvallen worden door… de realiteit. Aan de ene kant is hij echt nog helemaal Jurjen, dus ik zit hier in principe naast dezelfde Jurjen. Hoewel het vollédig anders is, natuurlijk.”
Jurjen: “Het leven heeft z’n glans verloren, zeggen Stefanie en ik weleens tegen elkaar. Ook met de kinderen is het heftig. Onze jongste is 3, de middelste 5 en de oudste 8. Ze zijn volop in ontwikkeling; Stefanie moet nu alles alleen regelen; ook voor haar is het heel zwaar. Mijn rol is zó totaal anders geworden, als echtgenoot en als vader. Ik ben een schim van wie ik was.”

Wat zég je tegen elkaar als je de rauwe werkelijkheid bespreekt?

'Vrij stabiel niet denderend'

Kan het per dag verschillen hoe jij je voelt, Jurjen?
“Nou, het is vrij stabiel niet denderend.”

Dat lijkt me een fors understatement?
“Klopt. Er zitten trouwens wel betere dagen tussen, gelukkig. Maar ik ben me er pijnlijk van bewust dat ik echt iemand anders bén. Dat ik zo veel minder kan dan voorheen, vind ik ontzettend moeilijk. We gaan één keer per jaar een weekendje weg met Tom en nog drie vrienden uit onze studententijd, onder wie mijn oud-compagnon van Gopublic. Ergens vind ik die weekenden nog steeds heel fijn. Tegelijk word ik daar zó geconfronteerd met mijn beperkingen.” Tegen Tom: “Wat ik heel tof vind, is dat jullie je heel goed aan mijn nieuwe situatie aanpassen.”

Niet te veel biertjes

Tom: “Ik denk dat we al sinds 2008 of 2009 zo’n vriendenweekend hebben. In ieder geval al meer dan tien jaar.”
Jurjen: “Wat ik confronterend vind, is dat jullie rekening moeten houden met het feit dat ik moet rusten, niet te veel biertjes moet drinken, enzovoort.”
Tom: “Voor ons is het ook lastig. Je weet vanuit het thuisfront wel zo’n beetje wat de gevolgen zijn als jij over je grenzen zou gaan. Dan moet je daarna echt een week herstellen. Het is moeilijk om dan – tegen een volwassen vriend – te zeggen: ‘Hé Jur, het is bijna middernacht – wat denk je ervan?’ Je kunt geen normale toon vinden om zoiets te zeggen.”
Jurjen: “Moet je ook niet doen. Uiteindelijk ben ik zelf verantwoordelijk.”

Daar voel ik me vaak schuldig over

'Net als in een huwelijk'

Wat is volgens jullie cruciaal voor een hechte vriendschap?
Tom, peinzend: “Het is net als in een huwelijk: je moet ervoor kiezen om erin te blijven investeren. Trouw vind ik wel een kernwoord.”
Jurjen, zacht: “Mooi…”
Tom: “Maar waarom zeg ik dat? Omdat ik het zelf een van de moeilijkste dingen vind, initiatief nemen. Bijna al mijn vriendschappen worden gekenmerkt door het feit dat de ander wat initiatiefrijker is. Daar voel ik me vaak schuldig over. Bij deze situatie ook; daar denk ik zo af en toe echt wel over na: hoe initiatiefrijk ben ik zélf?” Na een korte stilte: “Ik vind het belangrijk om óók te spreken over de diepere, lastigere dingen van het leven. Maar dat vraagt – ook in heel goede vriendschappen – wel dat je je best moet doen om daar te komen. Dat is voor mij een andere voorwaarde in een vriendschap: de oppervlakte ontstijgen.”

'Het is oké'

Jurjen kijkt op en zegt: “Dat ben ik van harte met je eens. Een belangrijke voorwaarde is tijd voor elkaar vrijmaken. Soms vraag ik me af: waarom lukt het me niet zo makkelijk om met nieuwe vrienden dezelfde vertrouwdheid te hebben als die ik met Tom heb? Kennelijk is dat toch die geschiedenis die je samen hebt. Daardoor stap je meteen in op zo’n relaxed niveau van: ik hoef niks, het is oké. Wij kunnen elkaar bij wijze van spreken een jaar niet spreken, en daarna toch direct weer dat relaxte gevoel hebben. Het is dan nooit ongemakkelijk of zo. Nooit moeizaam tussen ons.”

Jullie vriendschap is door de jaren heen gerijpt?
Tom, lachend: “En het rijpingsproces gaat nog door! Weet je wat trouwens ook wel helpt? Dat we allebei geloven. Ik denk dat je als christen misschien wel op een diepere manier een band met elkaar kunt ontwikkelen. Ik heb een paar niet-christelijke vrienden, met wie ik toch bepaalde dingen niet kan delen.”
Jurjen: “Eens.”
Tom: “Hoewel het, juist in deze situatie, soms ook heel moeilijk is. Ik overdrijf misschien met ‘heel moeilijk’, maar het is… precair. Misschien mijd ik het onderwerp weleens. Dan is het makkelijker om wat grappen te gaan zitten maken.”

'Was ik maar dood'

Jurjen van Houwelingen en Tom van Dongen, lachend

In Jurjens jongste blogbericht, geschreven na de eerste keer dat hij de dagbesteding bezocht, gaf hij expliciet aan dat hij vaak dacht: was ik maar dood. Hoe is het voor Tom om dat te lezen? “Heftig,” zegt hij. “Ik denk eigenlijk wel elke dag aan Jurjen, en aan deze situatie. Maar op een gegeven moment weet je ook niet zo heel goed wat je ermee kunt, of moet. Als ik zo’n blog lees, denk ik: dit is zo rauw… Ik vind het ook weleens lastig. Stel dat je bijvoorbeeld belt. Als je gewoon voelt dat de ander in duistere en deprimerende toestanden zit. Waar ga je het over hebben?”

Dan is de drempel hoog?
Tom, na een korte hoofdknik: “Soms wel.”
Jurjen: “Omdat je bang bent voor het antwoord op de vraag: ‘Hoe gaat het?’”
Tom: “Dat, ja. En omdat je na al die tijd toch met een mond vol tanden blijft staan. Wat zég je tegen elkaar als je de rauwe werkelijkheid bespreekt? Welke woorden vind je?” Opnieuw stilte. “Jouw leven is zó anders geworden, op alle fronten. Als christen denk ik vaak: alles dient een hoger doel; het leven heeft op een bepaalde manier altijd perspectief en zin…”

Blijf je gewoon bruut om genezing bidden?

Een genezingsdienst

Maar dan lees je zo’n blog met ‘Was ik maar dood’.
Jurjen: “Met dat gevoel word ik soms nog wel wakker, hoor. Dat ik denk: ik heb er geen zin meer in.”
Tom, na een lange stilte: “In het begin zijn we twee keer naar een genezingsdienst geweest. En er zijn gebedsdiensten gehouden, hier thuis, met een hele club mensen. Daarbij hebben we heel intens voor genezing gebeden, ook ziekenzalving toegepast. Ik voel een bepaald ongemak: blijf je gewoon bruut om genezing bidden?”

Doet het pijn als je Jurjen bijvoorbeeld bij jou thuis de weg moet wijzen?
Tom: “Absoluut. Dan word je als het ware weer even wakker geschud: de werkelijkheid is helemaal anders geworden. Toen ik hem begin januari 2018 voor het eerst opzocht in het ziekenhuis, heb ik – later – voor het eerst van mijn leven keihard zitten janken.”

Een belangrijke voorwaarde is tijd voor elkaar vrijmaken

Ook door vriendschap

Jurjen, biedt vriendschap op de een of andere manier troost als je een dag – of periodes – hebt waarin je denkt: ik wil dood?
“Poeh, dat is een héél lastige vraag. Want op dat moment ben ik eigenlijk heel egoïstisch, zelfgericht. Zo van: ik ben alleen maar tot last; het wordt voor iedereen makkelijker als ik er een einde aan maak – zelfs daar zou ik trouwens nog hulp bij nodig hebben. Maar dat is natuurlijk onzin. Wat mij wel weer uit de put haalt, is bewust dankbaarheid beoefenen. Mezelf voorhouden: kijk naar Stefanie en je kinderen, Tom en andere vrienden; er staan zo veel mensen om je heen die van je houden en er is nog zo veel om dankbaar voor te zijn. Dus ja, ook door vriendschap kan er weer perspectief ontstaan. Ik voelde me vaak zo waardeloos: ik heb níks meer te geven. Maar ik mag er zijn, en ben geliefd – door God, en door mensen om me heen. Bij alle vragen die er zijn, wil ik dat omarmen.”

Zien jullie deze vriendschap als een Godsgeschenk?
Tom en Jurjen kijken elkaar lang in de ogen. Na tien seconden neemt Tom als eerste het woord: “Ik denk niet dat je toevallig op elkaars levensweg komt. Maar het is voor mij nieuw om er zó over na te denken.”
Jurjen: “Dat geldt ook voor mij. Ik denk wel dat het een Godsgeschenk is.”
Tom: “Ik ook. We moeten vaker samen geïnterviewd worden, Jur – ik ga nu toch opeens heel anders naar je kijken!”

Jurjenvanhouwelingen.nl

Beeld: Ruben Timman

Tip voor de redactie?

Of heb je een foutje gezien? Mail ons