Memento Mori en Carpe Diem gaan met elkaar in gesprek

Wat als ‘gedenk te sterven’ en ‘pluk de dag’ vrienden waren?

geïllustreerde personen in gesprek

Wat als Memento Mori en Carpe Diem twee personen waren die met elkaar in gesprek gingen? Als ‘gedenk te sterven’ en ‘pluk de dag’ vrienden waren? Met die gedachte ontstond deze licht filosofische dialoog.

Als Memento Mori de deur opendoet, ziet hij tot zijn verrassing zijn vriend staan. Ze hebben elkaar al jaren niet gezien. Maar nu staan ze weer tegenover elkaar. Memento kijkt zijn vriend aan. Diens ogen staan uitgeblust in een bleek gezicht, met donkere wallen eronder; de lijnen rond zijn mond lijken dieper geworden. Carpe zucht: “Ik heb je nodig.” “Kom binnen,” antwoordt Memento.

Carpe Diem en Memento Mori een sterk koppel

Jarenlang trokken ze samen op. Vaak werden ze in één adem genoemd; ze werden dan ook in dezelfde tijd en in dezelfde kringen geboren. Carpe Diem kwam uit een Romeinse poëtenfamilie, zo’n beetje in het begin van onze jaartelling. Memento Mori had een praktischer achtergrond; naar verluidt was het zijn taak geweest om tijdens triomftochten de keizer in het oor te fluisteren: “Je bent maar een mens. Bedenk dat je eens moet sterven.” Hoewel ze beiden uit een denkersfamilie kwamen, maakten hun verschillen hen juist zo’n sterk koppel. Carpe Diem was de levenslustige veelgenieter; hij dronk de dagen in als een dorstige woestijnreiziger. Hij verstond de kunst om iedere dag bijzonder te maken. En Memento Mori was zijn wat nuchtere tegenhanger. Hij kende de kunst van het relativeren. Als Carpe zich dreigde te verliezen in een lyrische bui, wist Memento met één goedgeplaatste opmerking zijn vriend weer op de grond te laten landen. “Rustig aan, je bent maar een stofje aan de weegschaal,” zei hij dan. En andersom wees Carpe zijn vriend vaak op de schoonheid van het leven. “Ja, het is tijdelijk,” gaf hij toe, “maar kijk eens hoe rijk, mooi en schoon deze dag is!”

Carpe Diem de held van de samenleving

Af en toe verloren ze elkaar uit het oog. Zo halverwege de middeleeuwen bijvoorbeeld. In die periode was Memento erg succesvol. Mensen hingen aan zijn lippen, hij werd veel gevraagd als wijsheidsleraar en was zelfs beschermheer van een kloosterorde geworden. Dankzij zijn invloed werden zinnen als ‘het leven, dat toch niets anders is dan een gedurig sterven’ gemeengoed. Carpe had het in die tijd veel lastiger. Maar na verloop van tijd merkte Memento dat hij het tegenwicht van zijn vriend miste. Zijn nadruk op het tijdelijke, op het lege van dit bestaan – bedenk dat je sterfelijk bent! – werd beklemmend zonder de levenslust van Carpe. Dus zocht Memento zijn gezelschap weer op, en trokken de twee weer een tijd gebroederlijk op. Totdat Carpe Diem populairder werd, in de tweede helft van de vorige eeuw, en Memento Mori een beetje in de vergetelheid raakte. Met de groei van de welvaart, de verbetering van de gezondheidszorg en de schijnbare controle die mensen kregen over hun leven, werd Carpe de held van de samenleving. De dood verdween uit beeld, en daarmee de boodschap van zijn partner.

De vermoeidheid groeit

Maar nu ontmoeten ze elkaar weer; Carpe met hangende schouders en kringen rond zijn ogen, Memento vol verbazing. Samen lopen ze naar binnen. In de gang sluit Memento zijn vriend in de armen. Een tijdje staan ze daar zo. Dan hangt Carpe zijn jas op en lopen ze naar binnen. “Koffie?” vraagt Memento. Zijn vriend knikt en loopt hem achterna naar de keuken.“Ik ben moe, Memento,” zegt Carpe, geleund tegen het aanrecht. “Ik zie het,” antwoordt zijn vriend. Even zwijgen ze. Dan vraagt hij: “Hoe kom je zo moe?” Carpe haalt zijn schouders op, schudt zijn hoofd en staart naar een onbestemd punt op de keukenvloer. Dan begint hij te praten. Hij vertelt over de eerste jaren van zijn populariteit. Hoe hij ervan genoot mensen bewust te maken van het goede van het leven. Hoe iedere dag opnieuw een cadeau was. Hoe uitdrukkingen als ‘leven in het nu’ gemeengoed werden. Hij vertelt over de momenten dat het hem lukte iemand uit de zorgen voor morgen te halen door hem te laten kijken naar de schoonheid van een moment. Hoe het hem lukte om mensen los te krijgen van de last van het verleden door ze te laten ontdekken dat iedere dag genoeg heeft aan zijn eigen kwaad – en zijn eigen pracht. Maar in de loop van de jaren begon de vermoeidheid te groeien. “Ik leefde voortdurend op het scherpst van de snede,” omschrijft Carpe aan Memento. “Ieder moment was het waard om geleefd te worden, iedere kans om genomen te worden. Ik wilde telkens alles uit iedere dag halen. En ik werd er langzamerhand doodmoe van.”

De hele maatschappij is er moe van geworden

Hij lijkt even naar woorden te zoeken. In stilte lopen ze naar de woonkamer, ploffen naast elkaar neer op de bank en nemen een slok van hun koffie. “Moe, Memento. Doodmoe,” vervolgt Carpe zijn betoog. “Moe van iedere dag weer moeten genieten. Moe van leven op zo’n hoog tempo, moe van ‘grijp je kans’, van ‘no limit’, van ‘yolo’. En als ik om me heen kijk, zie ik een hele maatschappij die er moe van is geworden. We willen dat alles maakbaar is, maar gaan kapot van het er telkens maar iets van moeten maken.” Hij kijkt opzij naar zijn vriend, die tot dan toe geen woord heeft gezegd. “En toen dacht ik aan jou. Kun jij me helpen?” “Ik heb je gemist,” is het eerste antwoord van Memento. Dan kijkt hij zijn vriend ernstig aan. “Je gaat dood. Weet je dat?” Carpe glimlacht onbewust en antwoordt: “Ja, daarom wil ik het uiterste uit de dag halen! Je leeft maar één keer!” Nu glimlacht ook Memento. “Dat bedoel ik niet helemaal. Kijk eens naar de bloemen op tafel. Ze beginnen te verleppen, ze gaan dood. Wat ga ik dan met ze doen?” Carpe: “Je gooit ze weg, neem ik aan. Ze zijn nutteloos geworden.” “Ja en nee. Ja, ik gooi ze weg. Maar ze gaan op de composthoop. Ze zullen over een paar maanden mijn tuin verrijken.”

De enige die niet sterfelijk is

Memento gaat rechtop zitten. “Kijken naar je eigen sterfelijkheid kan twee reacties opleveren: of je gaat je focussen op het leven van nu, of je gaat voorbij je eigen leven kijken.” Carpe schudt niet-begrijpend zijn hoofd. Memento legt uit: “Je gaat dood, Carpe. Iedereen sterft een keer. Dat besef laat zien dat jij maar beperkt bent. Je bent er even, en dan niet meer. Of je nu je dagen geplukt hebt of niet.” “Dus eigenlijk maakt het niks uit hoe je leeft,” concludeert Carpe. Memento zucht: “Nee, juist niet. Jij bent zelf niet zo belangrijk als je denkt, maar je bent wel onderdeel van een grotere wereld. Wat laat je achter? Wat kun jij betekenen? Dat soort vragen stel ik me. Zoals mijn bloemen na hun dood mijn tuin leven geven, hoop ik dat ook ík leven achterlaat. Nu, maar ook als ik er niet meer ben. En...” even pauzeert hij, “mijn sterfelijkheid bepaalt me ook bij het enige wat nooit voorbijgaat. Of beter gezegd: de enige die niet sterfelijk is.” “God,” concludeert Carpe. Memento: “Het geeft me eindeloos veel rust en ruimte om te weten dat mijn leven ingebed is in het Grote Verhaal van God en de wereld. Dat Hij doorgaat, ook als ik stop. En dat Hij straks, na mijn dood, het laatste woord heeft.”

Logeren bij Memento Mori

Carpe neemt een slok van zijn koffie en schiet in de lach. “Zulke smerige koffie kan alleen jij zetten.” Zwijgend drinken de twee hun beker leeg. Dan vraagt Carpe Diem zijn vriend Memento Mori: “Mag ik een tijdje bij je komen logeren?”

Beeld: Tineke Verhoeff

Tip voor de redactie?

Of heb je een foutje gezien? Mail ons