‘Mijn tieners vinden dat ik loop te ‘preken’’

9 tips voor 'prekerige' ouders

Preken tegen je tieners

Mijn twee tieners willen niet over het geloof praten. Ik probeer dit wel, maar dan zeggen ze dat ik niet zo moet ‘preken’. Ze zijn niet antigeloof, want ze gaan mee naar de kerk en bezoeken regelmatig de club van de kerk. Hoe kan ik ze toch prikkelen? Of moet ik dit gewoon niet willen?

Bij sommige (christelijke) tieners hangt er een bordje op het voorhoofd: ‘Wegens interne verbouwing gesloten’. Ze zijn erg met zichzelf bezig en hun lichaam verandert. Seksualiteit, vriendschappen en een druk leven slokken hen op. Sommige tieners zijn daarom gewoon niet zo bezig met het geloof.

Maar dat wil niet zeggen dat je helemaal niets kunt doen. Een Hebreeuws woord dat met ‘leren’ te maken heeft, is ‘jarah’. Het betekent naast ‘richting geven’ ook zoveel als ‘water werpen’ of ‘planten begieten’. Misschien probeer je nu soms te grote emmers ‘water’ te geven aan je tieners. Dat is niet handig. Want als je te veel water geeft, verzuipen de plantjes. Wie weet kun je er juist door het geven van kleine scheutjes water voor zorgen dat je tieners niet ‘droog’ komen te staan.

Tips

  1. Stel je kwetsbaar op en vraag je tieners waardoor de ‘preekfactor’ ontstaat in jouw spreken. Respecteer hun feedback, kijk of je er iets mee kunt. Durf ook te ontspannen; je kinderen zullen je goede intenties echt wel proeven, ondanks het gepreek.
     
  2. Kies niet voor woorden, maar voor een activiteit. Bezoek eens een synagoge, moskee of kerk die geheel afwijkt van jullie gemeente. Het onbekende zal vanzelf leiden tot een gesprek over geloofsbeleving.
     
  3. Al gaan je tieners geen geloofsgesprek met je aan, realiseer je dat jij de Bijbel bent die ‘gelezen’ wordt door hen. Laat zien dat geloven voor jou belangrijk is.
     
  4. Durf te vertrouwen op de dingen die je in een eerder stadium al hebt doorgegeven aan je tieners; er zit al flink wat bagage in hun geestelijke rugtas.
     
  5. Vraag eens aan de jeugdleiders hoe het op de club met je kinderen gaat. Hoe kijken zij aan tegen de geestelijke ontwikkeling van je tiener?
     
  6. Welke andere zinvolle relaties met gelovigen heeft je tiener? Kunnen opa en oma hun geloof prikkelen? Met welke mensen in de kerk hebben je tieners contact?
     
  7. Iemand zei eens: ‘Je kunt een ezel niet dwingen water te drinken, maar je kunt de ezel wel zout eten voeren.’ Met andere woorden: zijn er andere manieren waarop je met je tiener over zinvolle dingen kunt spreken? Denk aan donorschap, muziekteksten, geluk of duurzaamheid.
     
  8. Probeer momenten te creëren waarop je een-op-een contact hebt zonder dat je elkaar hoeft aan te kijken. Bijvoorbeeld tijdens een wandeling of een autorit in het donker.
     
  9. Heb geduld. Er komen ‘scharniermomenten’ in het leven waarop het geloof weer in beeld komt. Door tegenslagen, verwondering of nieuwe ontmoetingen.

Tip voor de redactie?

Of heb je een foutje gezien? Mail ons