Wat Hosea’s huwelijk ons leert over God

‘Mijn hart gaat naar hen uit’

Het huwelijk tussen de profeet Hosea en zijn overspelige vrouw Gomer is wel de meest bizarre echtverbintenis in de Bijbel. Deze relatie, die tot mislukken gedoemd lijkt, geeft ons een mooi inkijkje in Gods hart.

Het blijft een wonderlijk verhaal. Als je het boek Hosea opzoekt in de Bijbel, begint het er meteen mee. Geen introductie of mooi opgebouwde spanningsboog, maar direct is daar God die Hosea de opdracht geeft: “Trouw een overspelige vrouw.” Met de deur in huis vallen is ook een goede manier om je lezers te boeien. “Trouw een overspelige vrouw en verwek kinderen bij haar.” Je zult het maar te horen krijgen.

Afgoden

Hosea is een profeet met een flinke staat van dienst: hij profeteerde waarschijnlijk zestig jaar lang. Hij begon zijn werk in de tijd van koning Jerobeam II (tussen 787 en 747 voor Christus). Zijn ‘gemeente’ was het tienstammenrijk, dat het in die jaren economisch voor de wind ging. Het lijkt van alle tijden te zijn, want juist in die welvarende jaren raakte het volk God kwijt. De Israëlieten begonnen afgoden te dienen.

Overspel

Omdat Gods hart blijft kloppen voor Zijn volk, moet Hosea in actie komen. En niet zomaar tijdens kantoortijden van 9.00 tot 17.00 uur. “Trouw met een overspelige vrouw.” Of, volgens sommige Bijbelvertalers: “Trouw met een vrouw van de hoererijen.” Met een hoer dus. Een overspelige vrouw kan nog lastig te vinden zijn, maar naar een hoer hoef je minder omslachtig te zoeken. Je vindt haar bij de rode lichtjes en langs de tippelzones. Had Hosea vandaag deze opdracht van God gekregen, dan kon hij simpelweg een paar apps downloaden.

Handige vrucht

Hosea vond Gomer, de dochter van Diblaïm. Haar afkomst wordt in de Bijbel gewoon genoemd, dus heel omfloerst hoeft Hosea blijkbaar niet te doen van zijn Opdrachtgever. De naam Diblaïm betekent ‘twee vijgenkoeken’. Op het eerste gezicht niet zo’n verheffende naam, al weet je dat nooit zeker wanneer het om Bijbelse namen gaat. Een zoektochtje naar de betekenis van vijgen is waarschijnlijk geen overbodige luxe. Vijgen komen regelmatig voor in de Bijbel. Het begint al in Genesis, als Adam en Eva kleding maken van vijgenbladeren. De vijg is een ‘handige’ vrucht, want je kunt haar vers en gedroogd eten en dus ook lang bewaren. De vijgenboom geeft ook nog eens twee keer per jaar vruchten, in juni én in augustus. Uitgerekend in het boek Hosea komt de vijg nog eens aan de orde. In Hosea 9:10 zegt God tegen de Israëlieten dat ze voor Hem bij hun uittocht uit Egypte net zo bijzonder waren als de eerste vijg aan een vijgenboom.

Makkelijk te veroveren

Over vijgen niets dan goeds? Zo makkelijk gaat het nu ook weer niet. In Nahum 3:12 worden de steden van de Assyriërs vergeleken met een vijgenboom; ze zijn net zo makkelijk te veroveren als vijgen die van een vijgenboom vallen als je er even aan schudt. En in Openbaring 6:13 ziet Johannes de sterren van de hemel vallen als vijgen die door een storm uit de boom worden geschud. De vijg staat bekend als een meegaand vruchtje. Zo bekeken lijkt Gomer op haar vader, of heeft ze in ieder geval iets weg van zijn naam.

Alsnog gestraft

Hosea trouwt met Gomer. Tegen wil en dank? Vol afgrijzen misschien zelfs? Of simpelweg gehoorzaam aan de God die hem dat vraagt? Het stel krijgt al snel drie kinderen, met bijzondere namen. De eerste heet Jizreël, “want binnenkort zal Ik het koningshuis van Jehu ter verantwoording roepen voor de moorden bij Jizreël en een einde maken aan het koningschap in Israël”. Jehu vermoordde bij Jizreël het koningshuis van Achab. God beloonde hem daarvoor door zijn nakomelingen tot in de vierde generatie over Israël koning te laten zijn. Hoe kan het nu dat Jehu’s nageslacht alsnog wordt gestraft?

Opspattend bloed

De moord op Achabs familie was vrij bruut en vond grotendeels plaats in de strijdvlakte bij Jizreël. Koning Joram en zijn moeder koningin Izebel vonden hier de dood. Het is zo’n verhaal dat je in groep acht met rode oren aanhoort. Izebel, die zich boven in haar paleis opmaakt en vervolgens Jehu uit het raam uitdagend toeroept: “Gaat het goed met je, koningsmoordenaar?” Jehu overtroeft haar door te roepen: “Is daar niemand die aan mijn kant staat?” Waarna drie eunuchen Izebel op zijn bevel uit het raam gooien zodat ‘haar bloed tegen de stadsmuur en de paarden opspatte’.
Is het nu zo dat God hiervoor vergelding zoekt? Nee, volgens 2 Koningen 10:30 keurt Hij Jehu’s daad juist goed. Het probleem is dat Jehu niet brak met de zonde van Jerobeam I. De gouden stierkalveren in Bethel en Dan bleven staan. En daarvoor waarschuwt Hosea door zijn oudste zoon Jizreël te noemen.

Oude leven

Er komen nog een dochter en een zoon ter wereld: Lo-Ruchama, wat ‘geen ontferming’ betekent, en Lo-Ammi: ‘niet Mijn volk’. Dit zijn waarschuwingen aan het tienstammenrijk die geen uitleg behoeven. Een huwelijk met een overspelige, kinderen met afschuwelijke namen: je verwacht wellicht dat de boodschap nu wel duidelijk is. God heeft zich in Zijn hart laten kijken en geeft aan hoe groot Zijn liefde voor Israël is en wat hun te wachten staat als ze niet leven volgens Zijn geboden. Maar het grootste drama komt nog. Gomer begint haar oude leven weer op te pakken. ‘Tja, Hosea, je wist waar je aan begon,’ hoor je zijn omgeving zeggen. ‘We hebben je nog zo gewaarschuwd.’

Prijs van een slaaf

Wat zegt dit over Gods hart? Wie is Hij, die in dit Bijbelboek dan weer woedend is en dan weer vol verlangen zingt over de band met Zijn volk? Je vraagt je haast af of Hij zelf wel weet wat Hij wil. Wie is Hij, die Hosea de opdracht geeft om opnieuw achter een overspelige vrouw aan te gaan en haar zelfs vrij te kopen ‘voor de prijs van vijftien sjekel zilver en anderhalve ezelslast gerst’ – de prijs van een slaaf?
Kennelijk is Gomer in handen geraakt van foute jongens tijdens haar wilde uitspattingen. Wat Hosea’s God ermee van doen heeft? Hij ziet het gebeuren, staat het toe, blijft erbij, en tegelijk blijft Hij de Andere. Degene die niet in problemen, maar in oplossingen denkt, zonder daarbij Zijn ziel aan de duivel te verkopen.

Huisarrest

Hosea vertelt ons namelijk hoe het ging toen Gomer thuiskwam: “Ik zei tegen haar: ‘Je zult geruime tijd in huis moeten blijven, je zult geen overspel kunnen plegen en je met geen man inlaten. Ook ik zal niet met je slapen.’ Zo zullen de Israëlieten geruime tijd verstoken blijven van koning en leiders, van offers en gewijde stenen, van orakels en huisgoden.”

Geen infarcten

Een huwelijk dat eigenlijk geen huwelijk meer is, een vrouw die vreemd blijft gaan – Hosea treft het niet. En toch blijft hij woorden van God doorgeven en geloven in een goede afloop. Omdat God zelf erin gelooft. Het laatste hoofdstuk van Hosea (hoofdstuk 14) is er vol van. Na waarschuwingen en liefdesverklaringen mondt het uit in een bloemrijk gedicht dat je écht moet lezen als je wilt weten hoe Gods hart klopt. “Mijn hart gaat naar hen uit,” klinkt het. Een hart dat geen infarcten kent.

Beeld: Shutterstock

Tip voor de redactie?

Of heb je een foutje gezien? Mail ons