Recensie: Vindeling

Een onzichtbare hand

Verlies tekent het leven van Jutka Horvath, de hoofdpersoon van deze nieuwe roman van Vonne van der Meer. Als jong meisje vlucht ze met haar moeder vanuit Hongarije naar Nederland. Daarmee neemt ze halsoverkop afscheid van haar familie, haar taal en haar vader. Jutka, die een bochel heeft, hunkert naar liefde. Die lijkt ze soms te vinden, maar nooit voor lang.

Door haar verlieservaringen heeft Jutka een scherp oog ontwikkeld voor wat mensen zijn kwijtgeraakt. Zoals een naamloze priester, die ze op een dag zijn kwijtgeraakte hostiedoosje terugbrengt. Hun ontmoeting is een sleutelpassage. Neem deze rake observatie van de geestelijke: “Een gevallen engel, dacht ik, anders geworden dan oorspronkelijk bedoeld – zoals wij allemaal –, alleen bij haar is het zichtbaar.” Over zichzelf, en waarschijnlijk ten diepste ook over de gebochelde Jutka, zegt diezelfde priester: “De kans dat genade nog eens als een onzichtbare hand langs mijn wang zal strijken, houdt me gaande.”

In een later hoofdstuk maakt Jutka’s vader precies die handbeweging als zij eindelijk weer een poosje samen optrekken. Alsof Van der Meer wil zeggen: jazeker, er ís genade in deze wereld vol gebrokenheid. Datzelfde proef je tegen het einde, als Jutka samen met hem een badhuis in Boedapest bezoekt (in Vindeling is water een belangrijk motief ).
Deze bij vlagen ontroerende roman deed me meer dan eens denken aan het werk van Shusaku Endo en Graham Greene.

Vindeling

Vonne van der Meer, Atlas Contact, 238 blz., € 19,99

Tip voor de redactie?

Of heb je een foutje gezien? Mail ons