Prinses Laurentien: ‘Ik leef niet zo in vakjes van werk en privé’

Verbinden is een sleutelwoord

Armoede, schulden, laaggeletterdheid – het zijn thema’s die prinses Laurentien na aan het hart liggen. Verbinden is een sleutelwoord; ze doet er alles aan om het gesprek tussen mensen op gang te brengen. “Ik sta altijd aan.”

I left my ego
And my pride
On this bench
At Number Five

De tekst op het blauwe bankje naast de voordeur van de Number 5 Foundation spreekt duidelijke taal: je ego en je trots moet je buiten laten.
De trap in de hal met eikenhouten lambrisering leidt naar de bovenverdieping van dit pand op nummer 5 in de Haagse wijk Benoordenhout. Ons gesprek vindt plaats in een zaal met oranje wanden. Prinses Laurentien, gekleed in een bordeauxrode outfit, komt binnen met een kort klopje op de deur. Ze heeft zin in het gesprek, zegt ze. “We hebben een waaier aan onderwerpen en jullie blad heeft een prachtig bereik.”

Nieuwe oplossingen

Een compliment over het mooie pand beantwoordt de prinses op zachte toon: “Ik heb het zelf ingericht.” Medio 2017 kocht ze het met haar man prins Constantijn om van hieruit “verschillende sociale innovatie-initiatieven voor verschillende maatschappelijke vraagstukken te ontwikkelen.”

Wat gebeurt hier allemaal?
“Dit is een plek waar we allerlei maatschappelijke vraagstukken met verschillende mensen helpen ontrafelen en waar we nieuwe oplossingen bedenken. Het draait hierbij om drie grote thema’s: kindontwikkeling, welzijn en sociale waarden. Bij kindontwikkeling speelt bijvoorbeeld taalontwikkeling een belangrijke rol. Bij welzijn draait het onder meer om eenzaamheid, armoede en schulden. Maar ook om jongeren met stress, en digitaal welzijn. Het onderwerp sociale waarden gaat over mensen in de samenleving aan wie nu vaak een stigma hangt. Als je de dialoog met elkaar aangaat, ga je op een andere manier naar elkaar kijken. Dan wordt het een win-winsituatie voor iedereen. Op deze plek denken we voortdurend na over de vraag: wat willen we met elkaar bereiken?”

Hoe heeft dat vorm gekregen in de afgelopen anderhalf jaar?
“Er liggen een heleboel dwarsverbanden tussen de onderwerpen; mijn werk rond laaggeletterdheid heeft bijvoorbeeld alles met welzijn en kindontwikkeling te maken. Veel van de onderwerpen waarmee ik de laatste twintig jaar bezig ben geweest, komen hier samen. Het draait bij de Number 5 Foundation om het samenbrengen van verschillende spelers rond bepaalde thema’s, het opstellen van een gedeelde, grote ambitie en het verwezenlijken daarvan.
Aan ons de taak om zowel de beleidsmaker als bijvoorbeeld mensen die te maken hebben met schulden, armoede of laaggeletterdheid, zich hier thuis te laten voelen. Daarom creëren we een huiselijke sfeer. We noemen onszelf ook wel the living room of the unexpected many, de woonkamer van onverwacht velen, in plaats van the ivory tower of the happy few, de ivoren toren van een paar gelukkigen.”

Over de huiselijke sfeer gesproken; kunt u werk en privé goed scheiden?
“Ik leef niet zo in vakjes van werk en privé. Alles wat ik doe, heeft met de samenleving te maken en daarvan maak ik zelf ook deel uit. Dus als ik thuis de krant lees, staan er altijd wel een paar artikelen in die betrekking hebben op onderwerpen waar we hier mee bezig zijn. Ik sta constant aan. Dat is geen trucje; het komt door de dialogen die we hier en ook thuis voeren. Het gaat heel organisch en dat past goed bij mij.”

Ik kwam terecht in een soort Babylonische spraakverwarring

U bracht als tiener een paar jaar in Japan door vanwege uw vaders werk. Hoe confronterend was het voor u om de taal daar niet machtig te zijn?
“Ik kwam in een soort Babylonische spraakverwarring terecht. Dan zie je wat taal doet. Je kunt de betekenis van een bepaald woord kennen, maar dan kan het alsnog misgaan in de communicatie. Het Japanse woord voor ‘ja’ is hai. Voor ons betekent ‘ja’ vaak dat iemand in actie komt. Zo vroeg ik in Japan eens aan een winkelbediende of hij een bepaald product had. Zijn antwoord was hai, dus ik verwachtte dat hij het voor me zou gaan halen. Maar als iemand hai zegt in Japan, bedoelt hij: ‘Ik heb je wens gehoord.’ Hij bleef dus gewoon staan.”

Absorberen

Op een Franse school in Japan – die ze zelf uitkoos – kwam prinses Laurentien in eenzelfde isolement terecht. “Ik sprak een beetje schoolfrans, maar niet ratelend. Ik had de woorden niet om mezelf uit te drukken. Dat duurde ongeveer twee maanden.”

Wat deed dat met uw zelfvertrouwen?
“Dat krijgt natuurlijk een enorme knauw als je een 16-jarige zoekende puber bent. Je komt in een omgeving van totale verwarring en onbegrip. Hoe ga je daarmee om? Het is dan mooi om te zien hoe ons brein werkt. Na twee maanden absorberen, kon ik ineens in mooie Franse volzinnen reageren. Het verraste mij volledig.”

Hoe heeft taal en het leren van andere talen uw leven verrijkt?
“Ik ben opgegroeid in een talig gezin. Er werd bij ons thuis veel gelezen en gepraat. Dat is trouwens nog wel iets om straks over door te praten: de taalontwikkeling van kinderen van 0 tot 4 jaar. Alles draait om taal en in onze samenleving vaak om geschreven taal. Als je de verhalen van laaggeletterden hoort, besef je pas hoe ontluisterend het voor iemand is om niet goed te kunnen lezen en schrijven. Maar ook als je wel kunt lezen en schrijven blijft taal een leertraject. En daar word je humble van. Humble vind ik een mooi woord. ‘It is a humbling experience’, zeg je in het Engels. In het Nederlands kun je dat niet zo zeggen. ‘Het maakt me bescheiden’, klinkt raar. Interessant hè? Taal zegt ook veel over de mensen in een bepaald land.”

Misvattingen

De vraag of we de goede woorden gebruiken om dingen op te lossen, is volgens de prinses essentieel. “Neem het woord ‘betrekken’ – het betrekken van mensen bij vraagstukken of projecten. Voor de een betekent dat participatie, terwijl ik betrekken meer zie als iemand erbij halen als je zelf al iets bedacht hebt. Zo’n beteke­ nisverschil kan zomaar tot misvattingen leiden.”

Kindinclusie, een thema waarvoor de door u opgerichte Missing Chapter Foundation zich inzet, heeft alles met betrekken te maken. Wat houdt kindinclusie precies in?
Met een glimlach: “Daar kom ik weer met het thema taal, want voor mij gaat het over drie woorden: inclusie, participatie en emancipatie. Ik spreek liever over kind­ emancipatie en ik zal uitleggen waarom. Inclusie betekent: ‘Ik nodig jou uit op mijn feestje.’ Zo van: ‘Kom erbij, jouw perspec­tief is interessant.’ Dus, bij kindinclusie: ‘Kom als kind bij deze groep volwassenen.’ Het feestje blijft echter precies hetzelfde. Participatie houdt in: ‘We gaan dansen. Doe mee, kom met me dansen.’ Jij doet mee, maar het kan nog steeds mijn dans blijven. En dan komt emancipatie. Dat vraagt iets van mij. Er moet bij mij iets veranderen. Denk maar aan vrouwen­ emancipatie. Dat vroeg om verandering in de wereld van mannen. Als je verrijkt wilt worden, moet er iets met je gebeuren.”

Creatief denken

Volwassenen moeten praten met kinderen – daar gelooft prinses Laurentien heilig in. Het is ook wetenschappelijk bewezen dat kinderen en volwassenen elkaar kunnen helpen om creatief te denken, vertelt ze gepassioneerd. “Volwassenen komen er niet uit. Ze gaan steeds meer in systemen denken, minder vrij en creatief. En geloof me, het vraagt nogal wat van volwassenen om toe te geven dat ze niet alle antwoor­den hebben. Zeggen dat ze hulpvragen hebben? Dat vinden ze helemáál ingewik­keld.”

Serieus genomen

Toch lukte het haar om meer dan honderd Raden van Kinderen en zelfs een Nationale Raad van Kinderen op te starten. Vorig jaar mei ging deze Nationale Raad van Kinde­ren voor het eerst in gesprek met minister Hugo de Jonge van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. De kinderen gaven hem advies over het thema kindermishande­ling. “Zij zijn tussen de 9 en 12 jaar oud en je ziet dat het hun goeddoet om zo serieus genomen te worden. Ik vroeg een jongen die heel analytisch kon denken, hoe hij het vond. Hij zei: ‘Ik vind het zo fijn om te kun­nen vertellen wat er in mijn hoofd zit.’”

Sprookjes zijn juist ook leuk voor volwassenen

Kinderen gaan op den duur wel als volwassenen denken. Moeten we dat voorkomen?
Er valt even een stilte. “Nou, ja, het vrije denken, dat kinderen kunnen verwoorden wat er in hun hoofd zit, moet je faciliteren. Ratio en emotie lopen bij hen nog veel meer in elkaar over. Als we hen in onze malletjes willen persen, moeten ze later weer out of the box leren denken.”

U kijkt er een beetje vies bij.
“Dat wil dus zeggen dat je in een box zit! Ik hoor zo vaak van volwassenen die het net niet begrijpen: ‘O leuk, kinderen denken zo heerlijk out of the box.’ Die gedachte is echt een volwassen begrip. Als we in een box zit­ ten, moeten we er zo snel mogelijk uit.”

Binnenkort verschijnt er opnieuw een sprookjesboek van uw hand. Waar haalt u de inspiratie vandaan?
“Ik schreef samen met Paul van Loon zeven sprookjes. Mijn inspiratie haal ik uit de wereld waar wij het nu over hebben.
Uit wat ik ervaar als mensen elkaar niet begrijpen of verschillende beelden van de werkelijkheid hebben. In mijn verhalen on­derstreep ik het belang van vragen zonder de antwoorden meteen paraat te hebben. De emoties die ik daarbij voel, probeer ik door te vertalen. Ik laat de werkelijkheid los en zoek dan naar beelden die vertolken wat er precies aan de hand is.

Eén sprookje gaat over twee zussen die samen een land moeten bestieren. De een is georganiseerd, de ander creatief en chaotisch. Dat gaat natuurlijk mis. Een volgend verhaal gaat over een boze keizer die nare Twitterberichten verstuurt.” Ze lacht even. “Een meisje in zijn land gaat daaronder gebukt en wil dat het stopt. Dat is heel actueel, want veel jongeren in ons land ervaren stress door sociale media.”

Wat is uw ideale schrijfplek?
“Een neutrale, prikkelarme plek. Ik heb ook wel ergens anoniem achter in een cafeetje gezeten. Mijn grootste worsteling is dat je de tijd moet hebben om dingen in je hoofd te laten rijpen.”

Zijn uw kinderen de sprookjes inmiddels ontgroeid of kunnen ze er ook nog van genieten?
“Ik heb ze thuis allemaal voorgelezen, zo van: wat vinden jullie ervan? Maar sprookjes zijn juist ook leuk voor volwassenen, vanwege de dubbele lagen erin.”

Wilt u qua genre meegroeien met uw kinderen?
“Goeie vraag... Dat weet ik eerlijk gezegd niet. Ik groei zelf zeker wel mee met mijn kinderen, dus wellicht geldt dat ook voor wat ik schrijf. Sowieso haal ik mijn inspiratie uit de volwassenenwereld.”

Wat is uw favoriete Bijbelverhaal?
“Ik zag deze vraag vooraf en moet zeggen dat ik meteen weer werd geprikkeld door de Bijbel en er opnieuw in ben gaan lezen, dus dat is heel goed. Ik kreeg de Bijbelverhalen mee in mijn jeugd. Mijn middelbareschooltijd ben ik begonnen op het christelijke Gymnasium Sorghvliet hier in Den Haag en daar lazen we ook veel uit de Bijbel. We doen er niet genoeg mee, met die wijsheid. In Prediker ontdekte ik veel levenswijsheden en ik voel me daar erg toe aangetrokken. Wat staat er eigenlijk? Het gaat over gelijkwaardigheid, je wordt allemaal als mens geboren en sterft als mens. Prediker heeft het ook over nieuwsgierigheid, en over tevredenheid. Dat vind ik heel mooi in deze tijd.”

Geeft u de Bijbelverhalen ook door aan uw kinderen?
“Ja, maar we kunnen meer doen om de Bijbel en de wijsheden daarin tot leven te brengen. We leggen verbindingen met de waarden die de Bijbel ons meegeeft. We zijn zeker gelovig, en proberen in bepaalde situaties aan te stippen welke waarden de Bijbel toevoegt aan ons leven. Ik denk dat er in gezinnen best behoefte is aan handvatten hoe je de Bijbel als bron van inspiratie en reflectie verbindt met het dagelijks leven.”

Woordenschat

“Mag ik nog iets zeggen over die taalontwikkeling van 0 tot 4 jaar?” vraagt ze er vrijwel direct achteraan. “Dat is namelijk heel interessant als we het over taal hebben. Wij zijn geneigd om te denken dat lezen en schrijven begint op de basisschoolleeftijd. Maar juist in die eerste vier jaar gebeurt er ontzettend veel in het brein. Om te leren lezen en schrijven, heb je een woordenschat nodig, net als kennis van zinsopbouw en begrippen.” Ze pakt een appel van de schaal die voor haar op tafel staat. “Als je als kind niet voortdurend hoort dat dit een appel is, slaat je brein dat ook niet goed op. Herhaling is nodig, want als je later het woord appel leest, wordt de verbinding met dit fruit makkelijker gelegd.”

We zijn zeker gelovig

Taalachterstand

Voorkomen is beter dan genezen. Daarom wil Laurentien alle partijen die in de eerste vier levensjaren van een kind een rol spelen, bij elkaar brengen. Kinderopvangorganisaties, huisartsen, het consultatiebureau; samen kunnen ze ervoor zorgen dat kinderen voldoende woordenschat opbouwen om zonder taalachterstand aan de basisschool te beginnen en zo goed te leren lezen en schrijven. “Het is de goedkoopste en meest duurzame investering voor de rest van het leven. Alle 170.000 kinderen die jaarlijks worden geboren, moet je zo op de rit zetten. Voor mij gaat het verminderen van taalachterstand onder volwassenen hand in hand met het voorkomen ervan bij kinderen. Het heeft allebei mijn liefde.”

Beeld: Jacqueline de Haas

Tip voor de redactie?

Of heb je een foutje gezien? Mail ons