God daagt de afgoden uit

De Bijbel Open met ds. Arie van der Veer

In de Bijbel wemelt het van de namen van afgoden. Er moeten tijden geweest zijn dat bijna elke stad zijn eigen god had. Zeer bekende namen van afgoden zijn Baäl, Astarte en Dagon, de god van de Filistijnen. Aan de god Moloch werden zelfs kinderoffers gebracht. Toen Paulus de wereld introk, verbaasde hij zich bijvoorbeeld in Athene over al die namen van afgoden. Er was daar zelfs een tempel voor de onbekende god.

Van tijd tot tijd deden de Israëlieten daaraan mee. Zo ook koning Salomo. Hij was dan wel beroemd om zijn wijsheid, maar op zijn oude dag vereerde hij vreemde goden.

Afgoden bestaan niet, maar mensen geloven er wel in. Niet alleen primitieve volkeren. De Egyptenaren, Babyloniërs, Perzen, Grieken en Romeinen liepen niet in dierenvellen rond. Dat waren volken met een rijke beschaving. De wijsgeren van Griekenland zijn nog altijd wereldberoemd.

Afgoden zijn nog springlevend

Voor ons lijkt die tijd van afgoden definitief voorbij te zijn. Tenminste, als je denkt aan beelden en enorme tempels. De afgoden lijken weg, maar ze zijn er nog steeds. Ik las deze definitie: ‘Een afgod is alles wat belangrijker voor je is dan God.’ Daarom kan alles een afgod zijn. Geld, seksualiteit, macht, maar ook kerk, gezin en carrière. ‘Afgoden hebben een dermate heersende positie in je hart dat je er zonder aarzeling het grootste deel van je passie en energie, je emotionele en financiële middelen aan besteden kunt’ (ds. Tim Keller).

De afgoden van toen hadden andere namen. Maar ze zijn ook nu nog ‘springlevend’. Daarom is Psalm 82 actueler dan ooit.

Wat doet een godheid?

Het gaat in dat gedicht over een vergadering van de goden. De God van Israël staat daarbij in het midden. Trouwens, wat is Israël een klein land vergeleken met al die andere landen!

God herinnert de goden aan wat een godheid doet: ‘Doe recht aan weerlozen en wezen, kom op voor verdrukten en zwakken, bevrijd wie weerloos zijn en arm, red hen uit de greep van wie kwaad wil’ (Psalm 82:3,4).

God daagt afgoden uit

‘Doen jullie dat?’ In het visioen daagt de levende God de goden van mensen uit! Hij daagt ze uit om te bewijzen dat ze echte goden zijn, zoals Hijzelf. Want wat Hij van hen vraagt, doet HIJ! Hij heeft recht van spreken.

Gespannen wordt het antwoord afgewacht, maar niemand zegt wat. En dan? Wat gebeurt er na die aanklacht in de godenkring? Gaan de goden in de verdediging? Laten ze zien dat ze er toch echt toe doen? Integendeel, het blijft oorverdovend stil.

Geen hulp

De dichter weet inmiddels beter: van afgoden hoef je geen echte hulp te verwachten. Zij laten je in de steek als het erop aan komt.

Tip voor de redactie?

Of heb je een foutje gezien? Mail ons