Past autonomie wel in een gezonde relatie?

Met tips van Cocky Drost

Ik hoor steeds vaker dat we autonoom moeten zijn. Maar ik vind dat een wat egoïstisch woord. Alsof je vooral onafhankelijk moet zijn van elkaar. Vooral in een relatie gaat het toch om veel meer dan alleen je eigen geluk en ontwikkeling?

Om het woord ‘autonomie’ hangt – vooral in christelijk Nederland – vaak een wat ongemakkelijke sfeer. Veel mensen denken dat ‘autonoom zijn’ betekent dat je onafhankelijk bent, dat je streeft naar je eigen geluk en ontwikkeling, en dat je het geluk van de ander niet zo belangrijk vindt. Het lijkt iets individualistisch. Alsof je zelf je leven bestuurt.

Maar God bestuurt je leven toch? En juist in een relatie gaat het toch om verbondenheid?

Oog voor anderen

Dat klopt. Voor een gezonde relatie is juist de balans tussen autonomie én verbondenheid belangrijk. Want autonomie draait om meer dan alleen je eigen geluk. Kortweg betekent autonomie dat je:

  1. Weet dat je oké bent. Niet om wat je kunt, doet of bent, maar gewoon omdat je een kwetsbaar, normaal, menselijk wezen bent. Gelijkwaardig aan alle andere menselijke wezens (het ‘je naaste liefhebben als jezelf’).
     
  2. Weet dat je zelf verantwoordelijk bent voor de manier waarop je omgaat met je emoties. Je kunt gemakkelijk zeggen dat jij ongelukkig bent om de actie van een ander, maar autonoom zijn houdt in dat je ook zelf de verantwoordelijkheid neemt.

    Is het terecht dat ik hier zo boos om word? Ben ik echt boos om die actie, of roept het een dieper gevoel in mijzelf op? Voor alle duidelijkheid: dat je voelt wat je voelt, is een gegeven. Maar wat je ermee dóét, is jouw verantwoordelijkheid. Tegelijk is het belangrijk dat je oog hebt voor de emoties van anderen en er niet overheen walst.
     
  3. Kritisch naar jezelf durft te kijken. Durf dus na te denken over waarom je voelt wat je voelt. Als je bijvoorbeeld buitenproportioneel op iets hebt gereageerd, raakte dat misschien een pijnplek? Juist als je weet wie je bent, doet kritiek of het maken van fouten niet meteen afbreuk aan je identiteit. Je durft dan eerlijk te kijken naar wat jouw acties of reacties teweegbrengen en je bent in staat om je aan te passen.

Gezonde autonomie

Het geheim van verbondenheid en autonomie ligt er dus ook in dat je niet alleen met je eigen autonomie bezig bent, maar ook met die van anderen en oog hebt voor de ander.

Gezonde autonomie maakt dan dat je zelf keuzes maakt – en niet omdat je onder druk gezet wordt.

Schoonmoeder

Een voorbeeld: je schoonmoeder wil graag dat je één zondag per maand bij hen uit de kerk komt koffiedrinken. Dat roept bij veel mensen weerstand op, want we worden nou eenmaal niet graag onder druk gezet. Vaak zie ik dan ook dat de schoonzoon of -dochter de hakken in het zand zet en dat de partner zijn of haar moeder juist gaat verdedigen. Met het nodige gedoe als gevolg.

Maar je kunt er ook zelf voor kiezen om dit voor een ander te doen, omdat je weet dat het voor die ander waardevol is. Niet omdat het moet, maar omdat het je eigen, autonome keuze is. En het leuke is dat dit dan juist weer heel verbindend werkt.

Leestip

Meer lezen over autonomie? Googel dan eens op Beate Rössler.

Tip voor de redactie?

Of heb je een foutje gezien? Mail ons