Vechtersbazen in de Bijbel

De Bijbel Open met dominee Arie van der Veer

in Geloven

Het Bijbelleesrooster behandelt deze week de laatste hoofdstukken van het boek Rechters. Het is overigens geen verheffende literatuur. Er worden verhalen verteld die je in Bijbel niet verwacht: verhalen over seks, groepsverkrachting, vechtersbazen, over moord en een burgeroorlog.

In het verhaal van Rechters 20 is een bizarre rol weggelegd voor een van de kleinste stammen van Israël: Benjamin. Het was een kleine stam, maar de mensen waren zeker niet voor de poes. Het waren echte vechtersbazen. Velen van hen waren linkshandig. Het heeft veel weg van een grap. Want wat is de betekenis van de naam van hun stamvader Benjamin? Zoon van mijn rechterhand.

Vechtersbazen

Zijn vader Jakob had hem aardig door. De jongste van de twaalf zonen kon goed van zich afbijten. Toen Jakob op zijn sterfbed al zijn zonen zegende, noemde hij Benjamin ‘een verscheurende wolf’, een vechtersbaas dus. De nakomelingen van Benjamin hebben door de geschiedenis heen hun naam waargemaakt. Het was geen toeval dat deze stam de streek kreeg, waar regelmatig gestreden werd. De grensstad Jericho lag op hun grondgebied, evenals de bijna onneembare bergvesting Jebus.

Slingeraars

In de dagen van de rechters was deze kleine stam een onmisbare steun in de strijd tegen de vijanden. De Benjaminitische strijders stonden erom bekend dat zij goed met de slinger wisten om te gaan. Zowel met de rechter- als met de linkerhand konden ze haarfijn stenen slingeren. Ze misten nooit.

Niemand van ons gaat terug naar zijn woonplaats voordat we wraak genomen hebben. (Rechters 20:8)

Maar na die seksaffaire ging het bij Gibea helemaal mis. Het was niet goed te praten wat daar gebeurd was. Toch namen ze het voor hun stamgenoten op. Daarom was het wel heel bijzonder dat de eerste koning van Israël een Benjaminiet was: Saul. Hij kwam ook nog eens uit Gibea. Hij was ook zo’n vechtersbaas, maar niet altijd voor de goede zaak.

Redders van Gods volk

Vechtersbazen kunnen veel betekenen in Gods koninkrijk, wanneer ze hun gaven en talenten in dienst van God stellen. Ik reken een man als Mordechai tot die categorie. Hij was de oom van de knappe, jonge vrouw die koningin van de Perzen werd. Ester was trouwens ook voor geen kleintje vervaard. Samen werden zij de redders van Gods volk in ballingschap.

Belijders

Als strijders belijders worden, dan kunnen er onvoorstelbare dingen gebeuren. Het duidelijkste voorbeeld is wel de apostel Paulus. Ook hij was een Benjaminiet. Wat is die man tekeergegaan tegen de volgelingen van Jezus. Maar wat gebeurde er met en door hem na zijn bekering? Hij werd een van de grootste apostelen. Het boek Handelingen beschrijft waar hij allemaal geweest is. Voor wie hij getuigd heeft dat Jezus ook zijn Heer was. De meeste boeken van het Nieuwe Testament zijn door hem geschreven.

De Bijbel zegt: ‘Strijd de goede strijd.’
De stam Benjamin heeft dat moeten leren.
Is deze stam daarmee een uitzondering of niet?

Tip voor de redactie?

Of heb je een foutje gezien? Mail ons